Maandag den 10 Februarij 1710, voor de middag. Extraordinarij vergadering.

Present zijn Edt. den Heere Gouverneur Generaal Joan van Hoorn, den Ede. Heer Gouverneur et omnibus, dempto den guarnisoenboekhouder sr. Jacob Cruse, door belet.

Door zijn Edelht den Heere Gouverneur Generaal Joan van Hoorn eerstelijk geproduceert zijnde een extract uijt het scheepsresolutieboek van de fluijt Abbekerk, nopende de verbeetering en aanstelling op de reijse van eenige persoonen in plaatse der overleedene, en 't versoek daar neevens soo door den schipper als den provisioneelen boekhouder voor die alle aan zijn Edelht. en ook d' Hr. Gouverneur van Assenburg gedaan; Soo is, na resumptie en overleg, goed gevonden de voors. aanstelling en verbeteringen na Comps. ordre, en op 't getuigenis van ijders bequaamheid te approbeeren, in maniere als volgt, Namentlijk: Daniel Ben, van derdewaak met ƒ26 tot onderstuurman met de volle gagie tot ƒ32 ter maand. Adriaan Baart, van bottelier met ƒ20 tot derdewaak met ƒ26. Paulus Rex, van botteliersmaat met ƒ14 tot bottelier met ƒ20. Jan Martena, van bosschieter met ƒ12 tot botteliersmaat met ƒ14. Hendrik Verburg, van sergeant met ƒ20 tot assistent met de gewone gagie van ƒ24.

Nicolaas Hamel, van corporaal met ƒ14 tot sergeant met ƒ20. Filip la Metre, van adelborst met ƒ10 tot corporaal met ƒ14. Ende dat alle met ingang van gagie van den 15 Augustus en 28 October ao. passo respe., wanneer zij ijder tot die bedieningen zijn verhoogd en aangesteld.

Door den secunde en hoofdadministrateur d' E. Joan Corns. d' Ableing, vertoont zijnde het te kort gekomene op de lading van 't proviantscheepje Naters voor dit Gouvernement, volgens verklaaringen van expresse gecommitteerdens de dato 27 en 28 Januarij deses jaars, bestaande in 't volgende als: 5 lb. wax kaarsen op 1500 lb., 20 lb. witte peper op 120 lb. 51 lb. poeijersuijker op 2500 lb., 850 1/2 kan arak op 20 leggers van de dertig stuks met dat scheepje overgekomen: zijnde de 10 andere over de retourscheepen tot consumptie verdeeld.

En gemerkt dat onderwigt, ende de' wannigheid op den arak niet is excedeerende, uijtgenomen de 20 lb. witte peper, dat veel is; dan dewijl deselve peper in een stroosak, die van ondren beschadigt was, is overgekomen, zoo is, na gehouden overleg, goed gevonden ende verstaan, al het voors. te kort gekomene te passeeren, maar dat den schipper en opperstuurman van dat bodempje, alvoorens, onder presentatie van eede, sullen moeten verklaaren, dat de uijtgeleverde arak alle waarlijk comps. leggers zijn geweest, en deselve die zijluijden op Batavia hebben ontfangen, dewijl 'er een legger bevonden is, 17 duijm wan, en in deselve een duijg in een der bodems ontset te zijn.

Ten welken subjecte dan mede goed gevonden is, omme van haar Eds. de hooge regeering tot Batavia te versoeken een copia uijt de resolutien bij haar hoog Eds. op het requisit en de ordre der Ede.Hoog Agtb.Heeren Majores genomen, wegens het lossen en laaden van Comps. scheepen en vaartuijgen, en de verantwoording die de opsienders daar over hebben, en incumbeert, als bij dit comptoir mancqueerende, omme zig hier in 't toekomende daarna te konnen reguleeren.

Verder gesien en geresumeert zijnde het schriftelijk raport bij d' E.d'Ableing vermeld, den fiscaal independent Joan Blesius, en den oppercoopman Gerrit Brouwer, nopende hunne opgeleide en volvoerde commissie ten deesen hospitale opgesteld en overgeleeverd zijnde, van inhoude aldus:

Berigt en consideratien van d' onderges. als expres gecommitteerd door sijn Hoog Edelheid den Heer Gouverneur Generaal Joan van Hoorn, over eenige zaken rakende 's Comps. Hospitaal aan dese plaatse.

Hoog Edele Gestrenge Heer.

In opvolginge van de commissie door uw Hoog Edelht. aan ons gedefereert, hebben wij ons eergisteren namiddag ter voorn. hospitale vervoegd, en verseld zijnde van den opperchirurgijn en ziekevader des geme. huijses, alle de slaapplaatsen en kleedinge der aanweesende zieken, volgens opgevinge van de ziekevader bestaande in 225 koppen, conform het annex lijsje, welke exactelijk opgenomen, en bevonden dat deselve nog al reedelijk van nood-druftigheeden waren versien, ja beter als wij ons hadden verbeeld, exepto 10 a 12 persoonen, die genoegsaam sonder deeken of bultster, slegts op een lap zijldoek of een mattie op de beddings lagen, ook eenige van die, dog wijnige, sonder hoofdkussen.

Bij dese geleegentheid hebben wij ook, hoewel niet uijtdruckelijk van uw Hoog Edelht, daar toe gelast, onse opmerking laaten gaan op het gebouw zelve, met de geleegentheid van dien, en bevonden dat de woning van den opperchirurgijn voor soo verre het plat dak belangt t' eenemaal bouwvallig en met verschijde steijlen voor 't instorten onderschraagt is, dierhalven hoognodig reparatie verijscht. Ten andren dat alle d' impotente, 't zij met wat zoort van ziekte bezet, excepto die van Venus, onder den andren vermengt leggen onder welke wel speciaal gemeend werden, die met de persing en andre zoort van afgangen gequelt zijnde, door de stank veel ongemak aan d' omleggende veroorsaaken.

Ten derde dat het gemakhuijs genoegsaam staat op de publicque weg, wel drie roeden van 't voors. hospitaal afgezondert, waar door de zieken telkens geleegentheid hebben om haar in een nabij geleege herberg of tapperij te begeeven, en aldus haare herstellinge niet wijnig te veragteren.

Om Uw hoog Edelht, nu te dienen van onse geringe consideratien, om alle voor aangeroerde inconvenientien, is 't niet in 't geheel, immers ten meerendeele te remedieeren, zullen wij met alle eerbied en onder zijn hoogwijse correctie zeggen:

Eerstelijk nopende de twee laaste poincten, dat 'er seer gevoeglijk, simpelijk door het ophaalen van een muur met een deurkasijn in een van de vleugels, speciaal die na des Comps. thuijn strekt, een apartement soude konnen werden gemaakt, om daarin afsonderlijk te plaatsen zodanige zieken welke aan de perssing of afgang vast zijn.

En dewijl 'er althans bij na geen geleegentheid is om d' impotenten het uijtloopen te beletten, ter oorsaake van de stand des voorn. gemakhuijs, 't geen egter ten hoogsten noodsaakelijk is, zoude sulx volkomen werden geremedieert, wanneer het pleijn van geme. hospitaal binnen de gragt, die door het dagelijx af komende water gedurig met zand werd vervuld en dierhalven ligt te doorwaaden, wierd omtrokken met een muur van klip of gebacken steen, ter hoogte van omtrent 7 a 8 voeten, latende daar in geen andre opening als die van de poort over de kerk, wanneer 'er nog overvloedige ruijmte sal overblijven voor die menschen, welke het nodig is tot verfrissing de lugt te soeken, konnende het zelve, gelijk ten deele reets begonnen is, met eijke of andre boomen tot lommer beplant, en het meergesijde gemakhuijsje aldaar ergens mede geplaast werden.

Wat nu de kleeding en deksel belangt, zoo soude dit gebrek konnen gesuppleert werden, wanneer 'er bij provisie in voorraad wierden gemaakt en 't elkens gesuppleert:

100 stx. blauwe hemden van bafta, salempoeris of Guinees, nadat de voorraad sal weesen.

100 stx. wambusjes van Zouratse Niquaneas met Bengaals zijldoek gevoert, of iet anders, nadat men dan versien sal zijn.

100 broeken van dezelve stoffe als de wambusjes.

Welke aan de nood-druftige op reekening soude konnen werden verstrekt. Voorts zoude aan de ziekevader konnen ter hand gesteld, en bij hem verantwoord werden:

50 stx. deekens, zoo vaderlandse als Bengaalse, die althans wel bij de pakhuijsen zijn

50 stx overtreksels van dubbeld Bengaals zijlkleed, welke met stroo gevuld, dikwils soude konnen ververst en uijtgewassen werden, waartoe men indertijd vaderlands grof linnen zoude konnen eijsschen van 5/4 ell breed, dewijl 't geene hier althans bij 't pakhuijs berust geen meer breete heeft als van 1 ell, gevolglijk te smal is, om welke oncosten, hoewel van geen groot belang, den gebruijker al mede op reekg. soude konnen werden belast, te weeten voor 't gebruijk van beijde twee schellingen, en voor dat van een bultsak of deeken alleen, een schelling.

Ook zoude g'ordonneert konnen werden, dat alle de bultzacken en deekens, welke de zieken van haar selven in 't hospitaal hadden gebragt, en aldaar quamen te sterven, in plaats van te zijn tot verval van dese ofte geene, aldaar verbleeven en uijtgewassen zijnde, wierden gegeven aan sodanige, welke uijt het vaderland komende, met sware schulden belast waren, sonder daarvoor ietwes te betaalen.

Hier mede hoopen voldaan te hebben aan uw hoog Edelhts. gegeven ordre, in cas subject, blijve dierhalven met alle schuldige eerbied (onderstond) Hoog Edele Gestrenge Heer, (Lager) Uwer Hoog Edelhts, zeer ootmoedige dienaaren (was geteekend) Joan Corns. d'Ableing, Joan Blesius, Gt. Brouwer. (in margine) [1] In 't Casteel de Goede Hoop, adij 7 Februarij 1710.

Zoo is, na gehoudene deliberatie, op 't eerste poinct van dien goed gevonden, omme de wooning van den opperchirurgijn in 't selve hospitaal, als welkers plat dak, volgens 't voors. rapport geheel bouwvallig bevonden is, ten eersten behoorlijk te doen repareeren, om daar door de gevreesde ongemakken, die hetselve t' eeniger tijd door instorten soude hebben konnen veroorsaaken, te ontgaan.

Ten anderen ingesien dat het gem. raport mede bragt, dat alle de sieken en impotenten, 't zij met wat soort van krankheid bezet, exepto Venus siektens, onder den andren vermengd leggen, onder welke spetiaal mede die met de perssing en andere soort van afgangen gekweld zijnde, door de stank veel ongemak aan de omleggende veroorsaaken. Zoo is goed en nodig gevonden, omme voor de laaste soort van menschen een bequaame afschijding in een der vleugels van 't hospitaal te doen maken, en deselve aldus van de andere sieken te separeeren, ten einde deselve met die benauwde lugt niet te infecteeren.

Ten derden weegens het gemakhuijs, dat het selve genoegsaam was staande op de publicque weg &a., soo is goed gevonden tot redres van dien, om het hospitaal met een muur van gebakken of klipsteen te laaten omtrekken ter hoogte van 7 a 8 voeten ende het plein binnen deselve muur rondsom met eike of andere boomen te doen beplanten, tot cieraad en verfrissing der sieken, welke het nodig is somtijds de lugt te soeken. En verder om het voors. gemakhuijs nader bij 't hospitaal, en sulx binnen de op te haalen muur, en aan 't hospitaal gehegt, te verplaatsen, op een bequaame distantie en steede, op nader inspectie der voors. gecommitteerdens. Als mede om de sieken in 't hospitaal beschijden voortaan het loopen door de stad te verbieden, en niet te laaten uijtgaan als met voorweeten en permissie van den binnevader, of opsiener daar toe aan te stellen, gelijk dat om de tegenwoordige confusie daar omtrent nodig geagt is.

Wijders met ernst gedelibereert zijnde over het vierde poinct, namentlijk wegens het gebrek der kleeding en deksel der arme en van alles ontbloote sieke menschen, waarvan eenige volgens 't voors. raport sonder deeken of bultster, slegs op een lap zeijldoek of een matje op de beddings lagen, ook eenige derselve sonder hoofdkussen:

Zoo is goed en dienstig gevonden omme daar in ten eersten te doen voorsien, en dat gebrek bij provisie te suppleeren, en ook daarbij telkens te continueeren met te doen besorgen en vervaardigen het volgende, als:

100 stuks blaauwe hemden van bafta, salempoeris of Guinees, na dat de voorraad sal weesen.

100 wambusjes van Suratse niquamas met Bengaals zeildoek gevoerd, of iets anders, na dat men voorsien sal zijn.

100 broeken van deselve stoffe als de wambusjes, welke aan de nood-druftige op reekg. sullen werden verstrekt, en voorts aan de siekevader terhand gesteld, om bij hem verantwoord te werden.

50 dekens, zoo vaderlandse als Bengaalse, die althans wel bij de pakhuijsen zijn.

50 overtreksels van dubbeld Bengaals zijlkleed, welke met stroo gevuld, dikwils konnen ververst en uijtgewassen werden: waartoe men in der tijt vaderlands grof linnen sal versoeken van 5/4 breed; dewijl het geene hier althans bij 't pakbuijs berust, geen meer breete heeft als van een el, en gevolglijk te smal is, waarvoor den gebruijker mede sal werden belast op reekg., te weeten voor 't gebruijk van beide twee schellingen, en voor dat van een bultsak of deeken alleen een schelling, voor den tijt dat zij in 't hospitaal sullen leggen.

Soo is mede verstaan den siekevader te ordonneeren, dat alle de bultsakken en dekens, welke de sieken van haar selven in 't hospitaal hebben gebragt en aldaar komende te sterven, in plaats van te zijn tot verval en roofgoet van dese of geene, aldaar sullen verblijven, en uijtgewassen zijnde, weder werden gegeven aan zodanige, welke uijt het vaderland komende, met sware schulden zijn belast, zonder daar voor ietwes te betaalen: en waarvoor de binnen vader of opsiender behoorlijke sorge zal hebben te dragen, en ook gehouden zijn, altijts de verijste verantwoordinge van te doen.

Mede in aanmerking gekomen zijnde, dat hier althans maar een kok in 't hospitaal is, welke sonderling geen andere assistentie dan die van twee Comps. slaaven heeft, en welkers dienst oversulx swaar valt, om het groot aantal sieken dewelke sig aldaar meest doorgaans in bevinden, ten minsten over de 200, en somtijts wel 4 a 500, alle Europese menschen. Zoo is goed gevonden den voors. kok tot desselfs assistentie, een koksmaat toe te voegen, als mede de sieken of binnen moeder van 't selve huijs, dewelke daar in bij den Heer geweesen Gouvernr. Wilhem Adriaan van der Stel is geplaatst, als een bediening geheel incompatibel voor een vrouwspersoon, welke bijna als onnutte gagie en emolumenten van 'd E.Compe. is trekkende, daar van te ontslaan.

En om de sieke of binnen vader daar door weder te soulageeren en tot te beeter ijver en sorge omtrent die nodige toesigt op te wekken, zoo is verstaan deselve tot ƒ20 maandelijkse gagie te verhoogen, en sulx van ƒ16, die hij althans is winnende; Sullende de gagie ingaan van dato deeses, en een nieuw drie jaarig verband voor deselve na expiratie van zijn nu loopende verbonden tijd. Waar beneffens hem, om 't groot belang dat aan de goede bestellinge van soo veel sieken vast, en waar aan d' E. Compe. alhier bijsonder voor al veel geleegen is, zal werden toegevoegd een mede hulper, of adjunct, onder een winninge van ƒ14 ter maand.

Eindelijk is nog goedgevonden, om 't gints en herwaarts loopen der sieken des te beeter te beletten, en tot voorkominge aller ongemakken met het takkebossevuur, om een waker, met een brandende lont voorsien, doorgaans op een bequaame plaats in 't hospitaal te doen ophangen, om daar hun tabak aan op te steeken.

Vervolgens althans nader geresumeert zijnde het request door den land-drost, voor en uijt name van heemraaden en de gemeente van Stellenbos, in de laaste vergadering van den 4n deeser gepresenteerd, Zoo is goed gevonden ten subject van de aanplanting van een partij geboomte tot cieraad der weegen, de besorging van dien aan land-drost den heemraaden over en aanbevoolen te laaten; en dat op de plantinge en aankweeking van hout voor 's Comps. gebruijk in de bosschaadien nader bij deese regeering gelet, en 't nodige op gedisponeert zal werden.

Nog is al verder goed gevonden om den schipper en equipagiemeester Jan Brommert, neevens twee schippers van de presente retourvloot te committeeren om met een schuijt de strand langs, van het baijtie aan de waterplaats geleegen, voor 't zoo genaamde matroosje schansje te vaaren tot aan de roggebaij, en wijders ook tot aan de Souterivier en de geleegentheid, dieptens, banken en advenuen der stranden daarom heen nauwkeurig te visiteeren, om te verneemen waar en op welke plaatsen een faciele landing soude weesen te doen, ofte wel niet, en ook van waar buijten dit Casteel de scheepen, an de rheede deser baij allerbest verseekerd zoude konnen werden, en ook alle vijanden het inkomen na en op deselve rheede bekwaamelijkst belet, omme van haar bevinding schriftelijk raport te doen.

Na gehouden deliberatie en gedaane omvraage op 't selve subject, is verder mede eenparig nodig geoordeeld dat 'er op de hoek van de zand-duijnen, strekkende van de staart des Leeuwenbergs naar de mond van de baij, onder of omtrent het buijten geregt, [2] een batterij of waterpas zoude dienen gelegt en gemaakt te werden, om de rheede waterpas te konnen beschieten en commandeeren, en sulks een aankomende vijand, die daar op mogte toeleggen, zoo veel doenlijk het inkomen van de baij te betwisten. En op de approbatie van dien bij de hoog Ede. Heeren Majores, als dan de artillerij en 't geen verder daar toe nodig mogte verijschen, met eenen uijt het vaderland te vorderen. [3]

Wijders is, na resumptie der rolle van de nog agterstallige thiendens der graanen van diversse burgers en landbouwers aan d' E. Comp., in de jongste vergadering door den E. hoofdadministrateur geproduceert, goedgevonden dat de geene, die van deselve nu coorn aan d' E. Compe. komen te leeveren, haar agterstal daar van sal werden afgetrokken ende de geene die niet leeveren [4] voor twee gecommitteerde leden uijt de Raad van Justitie te doen citeeren, namentlijk, die onder 't Caabse district beschijden zijn, heden over drie dagen te compareeren, die van Stellenbos over agt, en die van Drakenstein over veerthien dagen, en daarvan dan zonder langer dilaij behoorlijk raport te doen, en verder sonder nader verloop het nodige op te disponeeren.

Eindelijk door den burger en oud vaandrig Ambrosius Zasse, versoek wesende gedaan, dat hij zijn huijs en erve, staande ende geleegen in dese Tafelvalleij, naar de kant van 's Comps. thuijn, en waar van een wettige erfgrondbrief door den E. Commandeur Zacharias Wagenaar, in dato 24 September 1666, is verleend en uijtgegeven, vrij en vrank bij openbaare vendutie mogte verkopen, invoegen als het selve aan hem is verkogt en getransporteerd, Zoo is goedgevonden hem 't selve versoek toe te staan, en verder dat 'er door den luijtent. en landmeeter Slotsboo, zoo van dat als de andere huijsen en erven daar naast en omheen in dat blok geleegen, en ook van alle de blokken naast en aan het plein tusschen het Casteel ende de stad, ende de distantie van dien, hoe eer hoe liever een caartje of profil zal werden gemaakt, dewijl de hoog Ede. Heeren Commissaris Generaal Hendrik Adriaan van Reede, en Gouverneur Generaal Rijklof van Goens (Zr. Me.) bij derselver resp. instructien van dato 16 Julij 1685 en 24 April 1682 den doenmaals geweesen Heer Commandeur Simon van der Stel, naargelaaten en voorges. de huijsen en erven, al te na aan het Casteel leggende geoordeelt, hebben afgekeurd, en geordonneert vervolgens op te ruijmen; [5] hoewel sulx egter niet en is volbragt. Ten einde omme de approbatie der volkomen possessie en eijgendom derselve huijsen en erven door de hoog Ede. Heeren Majores te versoeken voor de althans bezittende ingezeetenen, en bouwagie der erven, soo die jegenwoordig in weesen werd bevonden, en bij den Heer Gouverneur en Raad geoordeelt na genoeg aan 't Casteel betimmert te zijn.


Aldus gearresteert en beslooten in 't Casteel de Goede Hoop, ten dage en jaare voors. [6]
JOAN VAN HOORN.
L. v. ASSENBURGH.
JOAN CORNS. D'ABLEING.
JOAN BLESIUS.
O. BERGH.
A. J. V. D. LAEN.
K. J. SLOTSBOO.
WM. v. PUTTEN.
WM. HELOT.

 


Notes.

[1] Die oorspronklike stuk het bewaar gebly in C.335: Attestatiën, 1710-1712, pp. 5-8.

[2] In die H.K. staan "buijten gerigt"; waarskynlik word hier die plek van teregstelling bedoel.

[3] Sien verslag ter verdediging van Tafelbaai, opgestel deur die lede van die Breë Raad, en onderteken op 14 Maart 1710 in C.335: Attestatiën, 1710-1712, pp. 59-64.

[4] Die gekursiveerde sinsnede is later tussen die reëls bygeskryf.

[5] Die instruksie van Rijckloff van Goens van 24 April 1682 kan gevind word in C.700, pp. 405- 406, terwyl Hendrik Adriaan van Reede se instruksie, waarna hier verwys word op pp. 455- 456 van dieselfde band gevind kan word.

[6] Vgl. C.602: Origineel Dagregister, 1710-1712, pp. 33-45.