Maandagh den 16en Maart 1716, voormiddags. Extraordinaire vergaderingh.

Presentibus omnibus.

Is door den Edelen Heer Directeur Generaal en Commissaris g'produceert ende gelesen de missive op gisteren per 't schip de Spieringh van d' Edle. Groot Agtbe. Heeren Bewindhebberen ter Camer Delft aangebragt, [1] waar inne geslooten was een brief aan den Edle. Heer Gouverneur, Hendrik Becker, en Raad van Ceijlon gerigt; weshalven goedgevonden is deselve met 'n eerst na Ceijlon vertreckend schip over te maken.

Door hoog gemelde Sijn Edle. te kennen gegeven wesende dat agtervolgens 't g'eerd schrijvens den Edle. Groot Agtbe. Heeren Bewinthebberen ter Camer Amsterdam, de dato 21en October 1715, [2] jongst per 't schip Bentvelt aangebragt, gecommitteerdens hadde gedaan stellen ten einde omme te visiteeren en op te nemen de onbequaame ankers ten deesen comptoire berustende, en dienthalven 't ondervolgende raport ingekomen wesende: [3]

Raport aan den Wel Edle. Hoog. Agtbe. Heer den Edelen Heer Abraham Douglas, Directeur Generaal van Neerlands India, thans Commissaris deser Residentie, wegens de bevindinge der onbequaame anckers berustende onder den equipagiemeester Jan Brommert, bestaande in de ondervolgende soorten, als:

Leggende voor 't Casteel.
2, seggetwee zwaare anckers, waar van de arme gebrooken en 't merk der zwaarte t' eenemaal was uijtgegaan.
2, seggetwee do. do., heele, egter de arme bij na vergaan, 't merk als vooren.
2, seggetwee galjoots do., alles als voorsz, een boots do., d' eene arm gebrooken en utsupra.
In de Rogge Baaij.
3, zeggedrie galjootsankers waar van twee ider een hand gebrooken en d' andre de arme onbequaam, verders 't merk van de swaarte niet te sien sijnde.
Op d' werf.
1, zeggeeen zwaar anker, waar van d' eene hand afgebrooken en 't merk van de zwaarte mede uijtgegaan.

(Onderstont) In 't Casteel de Goede Hoop, adij 13en Maart 1716. G. v. Baarsenburgh, Hk. Frappe.

Zoo heeft wel gem. Zijn Edle., nadat 't zelve gelesen en geresumeert was, den Raad voorgedragen dat ër op Batavia omtrent de 60 onbequaame anckers restant waaren, en dat de Heeren van de Hooge Regeringe aldaar, vermits deselve na het Patria gesonden werdende, de scheepen grootelijks belemmeren en deselve alzoo aan moetende houden, daar geen weg meede weeten, en uijt dien hoofde vrugteloos zijn zoude die derwaarts over te maken; weshalven Zijn Edle. vermijnde best te zijn dat gedagt raport aan wel gemelde Heeren Bewindhebberen ter Camer Amsterdam wierd overgemaakt [4] om Haar Edle. nader ordre daar omtrent af te wagten; dogh dat inmidde[l]s Haar Edle. Groot Agtbe. tot Batavia daar van de behoorlijke kennisse behoorde gegeven te werden; Zoo is dieswegen 't geproponeerde van meergem. Zijn Wel Edle. g'amplecteert.

Wijders door voorne. Zijn Edle. te kennen gegeven zijnde dat eenige retourscheepen noodsakelijk eenige teer, en de jongst ter rheede gecomene scheepen, Prins Eugenius en 't Vaderland Getrouw, ider een zwaar touw, en eerst genoemde bodem daar boven een anker en een dito stok requireerde voor de geene die in de straat verlooren hebben, en dat men niet konde weeten, door dien de verdere Bataviase scheepen zoo enkeld comen op dagen, wat deselve mogt benodigen, of dierhalven niet best en ten meesten dienste der E. Compe. niet noodsakelijk zijn zoude dat men daar en boven van de uijt 't Patria gecomene scheepen uijt hun voorraad nogh twee zwaare touwen ligten; Zoo is na gehoudene raadplegingh goed gevonden ende verstaan omme de na te noemene goederen in behoef als voren te ligten, namentlijk: uijt 't schip Zuijderbeek thien vaten teer van 's lands carguasoen; uijt Ternisse, van desselfs voorraad een touw, ancker en een dito stok voor de Prins Eugenius, en een touw voor 't Vaderland Getrouw; mitsgaders uijt de scheepen Zuijderbeek en Bentvelt van hun voorraad, ider een zwaar touw voor de scheepen die deselve mogten benodigen, ten aansien hier niet een in voorraad is.

Vervolgens door Zijn Edle. bekent gemaakt zijnde dat de reets soo van Batavia als uijt 't vaderland gecomene scheepen, eenige kleenigheeden tot de verdere reijse benodigt waaren, en dat de geene die nogh verwagt werden na alle apparentie mede 't een ofte ander zoude moeten hebben; weshalven Zijn Edle. voordroegh of den Gouverneur en Raad niet konde goedvinden dat na dies ingecomen eijschen behoorlijk door Zijn Edle. geresumeert, dies verstreckingh maar besorgt wierd; Zoo is 't zelve eenparigh goedgevonden.

Welgemelde Zijn Edele voorts voor dragende gecommitteerdens gestelt te hebben tot 't visiteeren en besigtigen der defecten van 's Comps. woningen buijten 't Casteel staande, en wijders te kennen gevende dat daar omtrent 't onderstaande raport in gecomen was: [5]

Aan den Wel Edle. Hoogh Agtbe. Heer, d' Heer Abraham Douglas - - -.

Wel Edele Hoog Agtbaare Gebiedende Heer,

Ingevolge van Uwel Edle. Hoogh Agtbe. schriftelijke ordre, de dato 12en Februarij jo. leeden, hebben wij ondergesz 's Comps. hospitaal, 't hospitaalskerkhof, slaaven logie, equipagie maguazijn, slagthuijs en paardestal [6] gevisiteert en opgenomen, en daar aan zodanige defecten en bouvalligheeden bevonden als hier vervolgens in alle onderdanigheit werd ter neder gesteld.

Het geheele dak van 't hospitaal hebben wij in een slegte constitutie gevonden, en diende noodzakelijk vernieuwt, uijtgenomen de zuijdwester vleugel en het lat-werk, dat tot gebruijk nog bequaam is.

D' pilaaren hangen doorgaans over naar 't noord-westen, en presumeeren wij dat de fondamenten te zwak zijn, vermits de boogen doorgaans ons sufficant genoeg voorkomen. Zulx men deselven zoude kunnen vangen en de fondamenten onder de pilaaren verbete[re]n, gelijk reeds met tweede der zelvige geschied is.

D' combuijs, die aan het N. Westen van dit gebouw staat, is tot gebruijk om desselfs bouwvalligheid, niet alleen onbequaam, maar d' schoorsteen van de haar[d]steede soo laag, dat zij pas halverwegen het dak van 't hospitaal rijken kan, oversulx aan gevaar van brand g'exponeert, nademaal de noodsakelijkheit vereijscht datter een nieuwe combuijs gemaakt word, zou men met veel gemak en weijnig onkosten een nieuwe aan de noordkant van 't hospitaal kunnen fabriceeren wanneer men slegts van de noordvleugel van 't hospitaal twee boogen afsneed en die tot een combuijs approprieerde.

Vermits ër geen fondament is onder de opgehaalde muur van de graft die rondom het hospitaal loopt, mitsgrs. dat deselve met geen kalk bemetselt of gestreeken is, maar alleen met klaij de klipstee[n] op den anderen gelegt; binnen de[n] omtrek van de buijten muur word d' aarde door 'n kabbelen van 't water onder deselve van daan gespoelt, waar door niet alleenig d' voorsz muur gevaar loopt om met der tjid t' eenemaal in te storten, maar is ook oorsaak dat het daar in lopende water telkens opgestopt word en geen goede doorloop heeft, zulx gem. graft meest altijd droog is, 't geen bij een ongeluckig toeval van brand als andersints heel qualijk zoude komen.

Van de steene ringmuur om dit gebouw is ongevaar anderhalfe vleugel voltooit; de rest is omtrent de hoogte van drie voeten met klipsteenen opgehaalt en staat dit werk voor het tegenwoordige stil. Zulx de persoonen die in 't hospitaal, zoo wel bij nagt als dagh zigh naar buijten kunnen bevegen.

Het hospitaalskerkhof manqueert eenelijk een heck of deur om het zelve af te sluijten, waar door de varkens en ander vee langstraat [7] loopende, de vrijen toegangh hebben tot die begraaf plaats.

Van 's Comps. slaaven logie hebben wij de volgende defecten bevonden: de meeste part van de beddings zijn t' eenemaal ontranponneert, zulx bij reegen d' lijfeijgenen niet droog kunnen leggen, en in 't generaal zijn alle de deuren en vensters met hun cosijnen meest vergaan; weshalven de beddingen voorne. en het afdak noodige reparatie, en de laaste nieuwe deuren en cosijnen benodigt hebben; en in 't generaal moeten wij Uwel Edele berigten dat de logie voor soo een groote quantiteit slaven veel te kleijn is. Vervolgens hebben wij de daar in zijnde 's Comps. slaaven gemonstert, waar van het getal, en in wat soorten 't zelvige bestaat, mitsgrs. tot wat diensten, en waar de slaaven g'emplojeert werden, bij de hier agtergevoegde naam rolle, geteekent Ira. A, ons door den capt. lieutenant Slotsboo overgegeven, komt te blijken daar wij ons, onder Uwel Edle. Hoogh Achtbe. permissie, in alle nedrigheit aan gedragen.

D' muragie van 's Comps. equipagie maguasijn hebben wij naam exactie inspectie aan beijde zijden in een slegte toestand bevonden, de meeste balken aan de enden vergaan en daar onder eenige met lippen, oversulx dit gebouw niet buijten gevaar van instortinge, dog het hock daar de touwen geburgen worden, is een weijnig beter geconditioneert, daar ter contrarie, de mastloo[d]s zeer desolaat en geheel bouwvallig omtrent het dak uijtziet. Het schuijten huijs is in een redelijke staat. Het slagthuijs mancqueert niet als dat het cozijn van de voordeur wat te ligt is, waar door de voorgevel begint door te sacken.

Geen defect hebben wij aan 's Comps. paarde stal aangaande 't gebouw zelfs ontwaard, maar 't afdak daar de vragtwagens en andere rijtuijgh geburgen word, requireerd nodige reparatie, vermits desselfs slegte constitutie.

Hoe groot het getal der paarden en ezels is d' Comp. in eijgedom toebehoorende, mitsgrs. waar en hoedanigh deselve gebruijkt werden, zal de hier annexe specificatie, geteekt. Ira. B, door den stalmeester Steen [8] onderteijkent, Uwel Edle. Hoogh Agtbe. des gelievende aanthoonen, daar wij ons in submissie aan gedragen.

Waar mede wij verhopen Uwel Edele Hoogh Achtbe. ordre te zullen hebben volbragt - - -. (Was geteekent) Ms. Duvelaar, G. v. Oosten, At. Protte, [9] Ml. Lantsheer, Bs. d' Witt. [10] (In margine) Cabo de Goede Hoop, den 5en Februarij 1716.

Zoo is na resumtie van 't zelve nodigh g'oordeelt d' kleenigheeden bij gedagt raport gemelt, ten eersten te doen besorgen, en wel principaal die van 't hospitaal; en diens ring-muur meede soodra doenlijk te laten voltoijen.

Maurits Pasques d' Chavonnes, junior, [11] van Bergen op den Zoom, bij request [12] versogt hebbende in dienst der E. Comp. met sodanige gagie mogt aangenomen werden als zullen goed vinden; Zo is verstaan den zelven voor adelborst â ƒ10 per maand onder een vijf jarigh verband aan te nemen.

Insgelijks is der secrets. den Raad van Justitie, Daniel Thibault, [13] op desselfs gedaan versoek, [14] vermits ruijme tijts expiratie, van boekhouder met ƒ30 tot ondercoopman a ƒ40 per maand onder een nieuw drie jarigh verband verbetetert. [15]

Mitsgrs. den landspassaat, Johannes Meijer, [16] den staat voormaals als ingienieur gedient hebbende, op de goede getuijgenisse van den Edle. Heer Gouverneur en andere leeden van ƒ12 ten aansien van zijne bequaamheit hier noodzakelijk vereijscht werd, tot bombardier met een besoldingh van ƒ24 's maands aangesteld om zijn lopend verband daar voor uijt te dienen.

Den land-bouwer Jurgen hanekom [17] van Radeloose, versogt hebbende [18] de erfbrief te mogen erlangen van zeeker stuk lands door den Edelen Heer Gouverneur in de maand November ao. passo. [19] hem toegesegt en tot nog toe niet heeft konnen bekomen, waar voor zijde aan den Secretaris De Meijer een onderhandse obligatie van 60 Rds. hadde verleend, en van 't welke den Secretaris zijde niet te weeten, maar zijne papieren na zoude sien, seggende wijders op hem hanekom niets hadde te pretendeeren; Zoo is verstaan de gedagte erfbrief die men dus lange in gehoude heeft, te laten affgeven.

Insgelyks door den burger Rudolf Fredrick Steenbock [20] bij request [21] versogt zijnde dat mogt begunstigt werden met zeeker stuckje lands, annex desselfs brouwerij gelegen, om zijn brood coorn te connen zaijen; Zo is goedgevonden dat de caart zal opgemaakt en 't land aan hem in eijgendom gegeven werden.

Door den Secretaris deser Vergaderingh 't onderstaande request gepresenteert zijnde: [22]

Aan den Wel Edele Gestr. Hoog Agtbe. Heere Abraham Douglas - - - mitsgrs. den Wel Edele Gestrenge Heer Maurits Pasques d' Chavonnes - - - benevens den E. Agtbe. Raad van Politie deses Gouvernements.

Wel Edele Gestr. Hoog Agtbe. Hre., Edle. Heer en E. Agtbe. Heeren,

Geeft met nedrige eerbiet te kennen, Uwel Edle. Gestr. en E. Agtbe. ootmoedigen dienaar Pieter de Meijer van Amsterdam, hoe hij suppt. in den jare 1698 in India als adelborst â ƒ10 per mt. aangeland weesende, dat zelve jaar met de retourvloot onder de vlagge van de Heer Commissaris, Daniel Heijns, weder na desen uijthoek gereverteert, ten deesen negotie comptoire als Pl. assistent geplaast zijnde; vervolgens gevordert is gewerden tot boekhouder a ƒ30 per maand, waar na den suppt. in den jaare 1710 door den Heer Gouverneur Assenburgh zalgr. en den Raad aangestelt wierd tot Secretaris deses Gouvernements onder een nieuw drie jarigh verbant; en in die bedieningh in den jaare 1711 door de Heer Commissaris, Pieter de Vos, verbetert tot ondercoopman met besoldingh van ƒ40 's maands onder desselfs lopend verband. Sedert welke tijd den suppt. ook d' eere gehad heeft als lid in de Vergaderingen van Politie en Justitie (na bevorens weesmeester en commissaris van civiele en huwelijk zaken gewees[t] was) cessie te hebben. En alzoo den suppt. tot desselfs groote droefheit en herten leet met de verleeden jaarse Ceijlonse retourscheepen tijdingh bequam dat zijn vrouws vader, Jacob Verhaick, met vrouw en kinders beset, door gunste van den Edele Heer Gouverneur, Hendrick Becker, als administrateur op Jaffenapatnam aangestelt, het in de memorie geslage was, zoo verre dat die oude luijden, sonder merkelijke beterschap, genecessiteert zouden weesen hune demissie van daar te versoeken. Zoo wierd den suppt. kinderlijke pligtshalven te raade voorn. Zijne ouders herwaarts te nodigen, met intentie tot derselver onderhout, 't een ofte ander stukje land te coopen. Waar toe dan den suppt. in 't gepasseerde jaar ockagie voorquam om een stuk land met brandhout bewossen, uijt de boedel van den oud Gouverneur Simon van der Stel, zaliger, voor gemelde Zijne ouders te coopen, ten eijnde deselve met hunne komst daar van zouden konnen subsisteeren. Ingevolge van dien den suppt. zijne vrouws ouders dan met de jongst g'arriveerde Ceijlonse retourscheepen verwagt, en bij derselver schrijvens ontwaart hebbende dat den ouden man door de hulpe Godes niet alleen weder in vorige gesontheit herstelt, maar ook door de bijsondere goede en uijtmuntende gunste van wel gemelte Edele Heer Gouverneur Hendrik Becker tot hooft op Trincquenemaale [23] geplaast was; waar door desselfs comst alhier als vereijdelt en den suppt. uijt dien hoofde met genoemd land verlegen is, te meer burgerraden deser plaatse dieswegen aan Uwel Edele Gestr. en Hoog Agtbe. klagtigh gevallen zijn. Zoo keert den suppt. zigh tot Uwel Edle. Gestr. en E. Agtbe. met gansch nedrigh versoek dat de goedheit gelieven te hebben den suppt. om voorne. redenen gunstiglijk van 's Comps. dienst te ontslaan, hem in vrijheit te stellen, van burger diensten te eximeeren en desselfs rang naast den Secretaris van Politie te laten behouden, op dat met 't vercoopen van geciteert land niet magh geruineert werden, maar altoos de eere hebben Uwel Edele. Gestr. en E. Achtbe., benevens zijn famielje, voor desselfs wel zijn te mogen bedancken.

Zoo is, na dat 't zelve gelesen en geresumeert was, verstaan desselvs daar bij gedaan versoek om redenen dat de zaak van 't daar bij gespecificeert land, den fiscaal ten ondersoek gegeven, nogh niet af gedaan is, uijt te stellen om na verrigtingh van 't zelve nader versoeck dieswegen te mogen doen.

Eijndelijk door den Edele Heer Gouverneur ende onder te noemene Raadsleeden en eenige andere versogt zijnde dat met dese retourscheepen aan derselver goede vrinden in 't Patria eenige casjes ter groote van 12 duijm of flesjes mogten afsenden; Zoo is haar 't zelve in volgende maniere g'accordeert, namentlijk:

Kasjes, en [24]
Den Edele Heer Gouverneur5
Den hooftadministrateur4
Den fiscaal6
Den capitain Chavonnes2 dos.
De coopman Cruse1
De capit. luijtenant Slotsboo1 dos.
De ondercoopman Zwellengrebel3 dos.
De ondercoopman Fontain2 dos.
De ondercoopman De Meijer2 dos.
Juffw. d' wede. Ten Damme [25]1 dos.
De secretaris van justitie, Daniel Thibault1 dos.
Simon Witmond [26]1 dos.

Aldus g'resolveert en g'arresteert in 't Casteel d' Goede Hoop, ten dage en jaare voorsz.
ABRAHAM DOUGLAS.
M. DE CHAVONNES.
A. CRANENDONK.
C. v. BEAUMONT.
D. M. PASQUES DE CHAVONNES.
J. B. CRUSE.
K. J. SLOTSBOO.
JNS. SWELLENGREBEL.
JAN DE LA FONTAINE.
In kennisse van mij, PR. DE MEIJER. Rt. en Secrets.

 


Notes.

[1] Sien C.436 (deel I): Inkomende Stukken, 1716-1719, pp. 69-71.

[2] Sien C.436 (deel I): Inkomende Stukken, 1716-1719, pp. 49-50.

[3] Die oorspronklike rapport het bewaar gebly in C.336: Attestatiën, 1712-1716, pp. 713-714.

[4] Op 28 Maart 1716 is die rapport aan Here XVII gestuur. Sien C.511 (deel II): Uitgaande Brieven, 1714-1717, pp. 862-863.

[5] Die oorspronklike rapport het nie bewaar gebly nie.

[6] Vgl. kaart no. 3/18 in die Kaapse Argief vir die ligging van die verskillende geboue.

[7] In die H.K. staan "langs straat".

[8] Sijbrand Steen was afkomstig van Aalburg en het Jan David Fierabent in 1713 as stalmeester opgevolg.

[9] Arent Protte was 'n koopman wat saam met sy vrou op Westerdijxhorn na Nederland onderweg was.

[10] Bartholomeus de Witt was boekhouer op Charlois.

[11] Hy was die seun van Goewerneur Maurits Pasques de Chavonnes en Baldina Kien.

[12] Vir die oorspronklike rekwes sien C.223: Requesten en Nominatiën, 1715-1716. no. 47, p. 213.

[13] Daniel Thibault was afkomstig van Amsterdam en het in 1705 na die Kaap gekom. In 1708 is hy aangestel as assistent en in 1710 het Louis van Assenburgh hom aangestel as sekretaris van die Raad van Justisie. In 1711 is hy deur Kommissaris Pieter de Vos bevorder tot die rang van boekhouer met ƒ30 per maand. Hy is in 1708 getroud met Aletta de Beer van die Kaap. (Sien M.O.O.C. 7/4: Testamenten, 1726-1735, no. 29.)

[14] Sien C.223: Requesten en Norninatiën, 1715-1716, no. 48, pp. 217-218.

[15] In die H.K. staan "verbetert".

[16] Hy is in Batavia gebore en het in 1715 as landspassaat met 't Huijs ter Boede na die Kaap gekom. Vir sy oorspronklike rekwes sien C.223: Requesten en Nominatiën, 1715-1716, no. 49, pp. 223-224.

[17] Volgens dr. Hoge was Jurgen hanekom afkomstig van Rathlosen in Hanover. Van 1708 tot 1712 was hy as houtkapper in diens van die Kompanjie. Daarna was hy korporaal voordat hy in 1714 vryburger geword het. Op 12 Maart 1714 het hy van Willem Helot die reg verkry om sy vee te laat wei en graan te saai in die "Witte Valleij" in Drakenstein. (Vgl. R.L.R.1: Oude Wildschutte Boek, 1712-1714, p. 110.) Hy was getroud met Johanna van den Bosch, die weduwee van Johannes Bockelberg en Maurits van Staden. Sy testament, gedateer 16 Desember 1738, kan gevind word in Stellenbosch 18/9: Testamenten, 1737-1738.

[18] Die oorspronklike versoekskrif het nie bewaar gebly nie.

[19] Die gekursiveerde woorde is tussen die reëls bygeskryf.

[20] Rudolf Fredrik Steenbok was afkomstig van Jena en het in 1709 as soldaat na die Kaap gekom. In 1711 is hy bevorder tot korporaal. Hy het in 1714 vryburger geword en het in 1715 'n bierbrouery in Rondebosch gekoop. Hy is in 1712 getroud met Hermina de Vos, die weduwee van David Höffke, en het in 1721 hertrou met Anna de Groot, die weduwee van Gabriël Doman. Sien C.J.2598: Testamenten, Codicillen &a., 1702-1714, no. 61; M.O.O.C. 7/3: Testamenten, 1721-1725, no. 110.

[21] Sien C.223: Requesten en Nominatiën, 1715-1716, no. 51, pp. 239-240.

[22] Sien C.223: Requesten en Nominatiën, 1715-1716, no. 50, pp. 23 1-233.

[23] In die H.K. staan "Trincqueneminale". Waarskynlik word hier bedoel Trincomali op Ceylon.

[24] In die H.K. staan slegs "kasjes".

[25] Helena Guliks was die weduwee van die opperchirurgyn, Willem ten Damme. Sien C.223: Requesten en Nominatiën, 1715-1716, no. 52, pp. 245-246; M.O.O.C. 8/2: Inventarissen, 1705-1714, no. 117.

[26] Simon Witmont van Amsterdam het in 1705 met die Neptunis as soldaat na die Kaap gekom en is in 1712 as geregsbode aangestel. Hy was getroud met Anna Magdalena Louw en het in 1713 hertrou met Maria ter Meegde. (Sien C.J.2600: Testamenten en Codicillen, 1719-1721, no. 7, pp. 48-54.)