Dingsdagh den 6 October 1716.

Alle tegenwoordigh, behalven den Heer hooftadministrateur Cranendonk door indispositie.

Vermits het contract der leverantie van gesouten en gedroogde vis als traan, op den eersten Julij 1711 door de E. Compe. ter eenre, ende den toenmaals oud Gouverneur, d' Heer Simon van der Stel, benevens den burger Johannes Phijffer, ter andere zijde voor den tijd van vijf jaaren aangegaan, bij gevolge onder ultimo Junij jongstled. was komen te eijndigen ende dat den burger Pieter Betram oortmans, als in huwelijk hebbende de wede. van voorne. Phijffer, op den welke dit contract sedert is overgegaan, althans door den E. Achtbe. Raad van Justitie deses Casteels g'ordonneert is in civil arrest te blijven, sonder dat men dien uijtslagh nogh kan voordenkken; en waar door hij oortmans niet alleen buijten staat is gesteld gesegde transactie te konnen vernieuwen, maar ook, insonderheijd, dat het van seer veel speculatie, ja, apparentie, was of het voor de E. Compe. niet vrij voordeeliger soude zijn dat se dit werk selfs bij de hand nam, zoo wel om dat men ondervonde[n] had de leveringh van gesoute vis zoo gebrekkelijk was toegegaan, men dikwils 's Comps. slaven in plaats van visch, vleesch hadde moeten uijtdeelen, dat veel kostelijk[er] valt, en voorne. menschen het eerste nog liever hebben als het laaste, maar ook dat men van gedagten was de E. Compe. vrij beter gerieft, de wharen beter behandelt, en minder sal komen te kosten als door middel van dit contract. Weshalven d' Edele Heer Gouverneur de vergaderingh in overweginge geliefde te geven of 't niet beter zoude zijn men meergemeld contract niet vernieuwende, dit werk als bevoorens aan haar selfs hielt, immers voor een tijd, omme te ervaren of d' E. Compe. niet promter zoude werden gerieft, mits stellende daar omtrent zodanige ordres en middelen als bevonden zullen werden daar toe te vereijsschen, na 't voorbeeld als voor het aangaan van gesegde over een komst geschied was. Waar omtrent gebesoigneert zijnde, is sulx met eenparige stemmen vastgestelt ende beslooten, te meer men bij onverwagt succes, dat niet te denkken is, altijd daar wederom kan aftreden en tot contract komen, en sulx gemerkt de absentie van den Heer hooftadministrateur, mits dat Zijn E. advijs hier omtrent mede zal werden ingenomen; het welke zittens vergaderingh door den Secretaris gedaan zijnde, voor rapport bragt denselven sigh daarmede conformeerde.

Wijders gelesen wesende requeste [1] van Pieter Jansz. van Marsseveen, [2] van desen inhoud:

Aan den Wel Edele Gestrenge Heer Maurits Pasques de Chavonnes - - - nevens den E. Achtbe. Raad van Politie.

Wel Edele Gestrenge Heer en E. Agtbe. Heeren,

Geeft met schuldige eerbiedigheijd te kennen Uwe Wel Edele Gestrenge en E. Achtbe. gants nedrige dienaar, Pieter Jansz. van Marsseveen, landbouwer aan Drakensteijn, hoe door hem op den 7e Januarij 1715 van den burger Philip Philipsz. Rigter [3] bij openbaare vendutie voor de somma van ƒ100 sijn gekogt twee stukken huijs erfs gelegen in dese Tafelvallije in het blok K.K., en aldaar no. 1 en 2; dan niet tegenstaande door den supplt. alle devoiren sijn aangewent; Soo is het nogtans sulx dat voorne. Rigter na het vaderland is vertrokken sonder aan hem transport van dien te doen, en dewijl nu den suppliant occagie is voorgekomen om genoteerde twee stukken huijs erfs aan den burger Jan Hop [4] af te setten, die deselve aanstonts sal betimmeren, zoo keert hij sigh tot Uwe Wel Edele Gestrenge en E. Achtbaaren met ootmoedigh versoek dat hem qualificatie magh werden gegeven om meergem. erven aan bovengesegde Hop onder betalinge van 's heerent regt op te dragen.

(Onderstont) 't Welk doende &a.

Is hem sulx g'accordeert, zodanigh dat den gewesene vendumeester Pieter de Meijer, als verkoper van dese erven, aan hem Marseveen transport zal moeten doen, en dese wederom aan Jan Hop, mits daar van behoorlijk 's heeren regt werden betaalt en dat gesegden Hop deselve volgens ordonnantie op dit stuk zal moeten bebouwen.


Aldus geresolveert ende g'arresteert in 't Casteel de Goede Hoop, ten dage en jaare voorsz.
M. DE CHAVONNES.
................................
C. v. BEAUMONT.
D. M. PASQUES DE CHAVONNES.
.................................
[5]
K. J. SLOTSBOO.
JAN DE LA FONTAINE.
In kennisse van mij, Ho. VAN DER MEER PIETERSOON. Rt. en Secrts.

 


Notes.

[1] Sien C.223: Requesten en Nominatiën, 1715-1716, no. 138, pp. 657-659.

[2] Hy was 'n vryburger te Drakenstein en was getroud met Elisabeth du Pré. Hulle het drie kinders gehad: Anna, Cicilia en Pieter. Sien C.J.2650: Testamenten, 1709-1715, no. 31, pp. 133-136; M.O.O.C. 7/4: Testamenten, 1726-1735, no. 64.

[3] In de rekwes staan Philip Philipsz. Egter. Dit is foutief, aangesien sy naam in die monsterrolle ook verskyn as Philip Philipsz. Rigter. (Sien V.C.49: Monsterrollen Vrije Lieden, 1701-1725, pp. 235 en 242). Hy was getroud met Catharina Padingh.

[4] Hy is in 1685 in Velsen gebore en was as smit by die Kompanjie in diens voordat hy in 1714 'n vryburger geword het. In 1715 is hy getroud met Hilletje Verschuur, die weduwee van Coert Gerritse Pijper. (Sien C.J.2600: Testamenten en Codicillen. 1719-1721, no. 68.)

[5] Jacobus Cruse het nie hierdie resolusie onderteken nie.