Dingsdagh 28 September 1723, voormiddags.

Alle tengenwoordig, uijtgesondert den Heer independent fiscaal, Cornelis van Beaumont.

In vergaderinge voorgebragt zijnde het requeste door den burger Johannes Strijdom [1] in volgende bewoordinge Zijn Edele ter handen gestelt:

Aan den Wel Edelen Gestrenge Heere Maurits Pasques de Chavonnes - - - benevens den E. Agtb. Raad van Politie.

Wel Edele Gestrenge Heere en E. Agtb. Heeren,

Geeft met behoorlijke eerbied te kennen Uwe Wel Edele Gestrenge en E. Agtb. gehoorsamen dienaar, Johannes Strijdom, hoe hij supplt. met voorkennisse van Uwel Edele Gestrenge heeft laten meeten seker stukje thuijn erf, gelegen in deese Tafelvalleij, aannex [2] 't erf van des supplts. jegenwoordige woonhuijs, ter groote van 36 quadraat roeden, 46 voeten en 25 gelijke duijmen, voorts in zijn figuur als het geannexeerde caartje daar af geformeerd, in 't breede aanwijst, [3] ende ten aansien hij supplt. genegen is omme 't gemt. erf mede te beplanten en cultiveeren, zoo neemt hij de vrijheijd Uwe Wel Edele Gestrenge en E. Agtb. onderdaniglijk te versoeken dat het van derselver goedheijd mogte zijn voorn. erf aan den supplt. in eijgendom toe te staan.

(Onderstont) 't Welk doende &ra.

Soo is naar gehoudene raadpleeging goedgevonden en geresolveerd dat het versogte reepje huijs erf ter groote van 36 quadraat roeden, 46 voeten en 25 gelijke duijmen, gelegen voor desselfs huijsinge in deese Tafelvalleij, aan den selven in eijgendom zal werden verleend, zoo als verleend werd bij deesen, waar van dien volgens de vereijschte grond brief ter secretarije op gemaakt zijnde, zal werden afgegeven. [4]

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Laastelijk overwoogen zijnde het request door de vier pagters der Caabse koele wijnen in volgende bewoordinge overgegeven: [5]

Aan - - - den Heere Maurits Pasques de Chavonnes - - - benevens den E. Agtb. Raad van Politie deeses Gouvernements.

Wel Edl. Gestrenge Heere en E. Agtb. Heeren,

Derselver gants onderdanige en gehoorsame dienaren, de burgers en pagters der Caabse koele wijnen, Isaak Esser, Melt van der Spuij, Zacharias Bek en Claas van Donselaar, geven met schuldige eerbied te kennen dat zij na kennisse gekreegen te hebben van het apostil op het request door haar in dato 7en deeser, aan UWEd. Gestr. en E. Agtb. gepresenteert, omme permissie te erlangen van ieder op een bequame plaatse een bij tap te mogen stellen, te raaden zijn geworden haar ten dien tijt gedane beede bij deesen nogmaale te vernieuwen.

En tragtende zigh niet in te dringen in de redenen die UWEd. Gestr. en E. Agtb. gehad mogen hebben van hen zoodanig een voormaals gepermitteerd versoek nu af te slaan, maar die met een eerbiedig stil swijgen te passeeren.

Kunnen de supplten. zig egter niet onthouden UWEd. Gestr. en E. Agtb. op de aller submiste en ootmoedigste weijse voor te stellen de groote schade en nadeelen zij door het derven der versogte bij tappen zullen moeten dragen; wel overwoogen hebbende de considerabele zomma die zij in hoope van vergunninge der vooren gemelde bij tappen, ten dage der verpagtinge, voor de E. Compagnie hebben uijtgelooft.

De kortheijd des tijts van het verblijf des E. Comps. scheepen hier ter rheede, en het onvermogen van de daar op vaarende manschappen.

Door deese redenen is het dan, Wel Edl. Gestr. en E. Agtb. Heeren, dat de supplianten zigh ten uijttersten verleegen vinden hunne uijtgeloofde pagtpenningen in deeser voege te prosperere, hunne betalinge en credieten bij den wijn bouwer (door den weijnigen sleet hunner wijnen) te voldoen en maintineere, en vervolgens altoos met een vreese zullen beset zijn hunne neeringe in 't vervolg weederom bij de hand te neemen, gemerkt men dies gesind zijnde, zijn pakhuijsen alvoorens voorsiet, ende zigh bij den verderen inkoop voor een geheel jaar provideert.

Deese zijn dan de beweegh redenen dat de supplten. zig ten anderen maale op het eerbiedigste tot UWEd. Gestr. en E. Agtb. zijn keerende, met onderdanige beede het UWEd. Gestr. en E. Agtb. gelieve haar ieder met een bij tap tot meerder sleet hunner wijnen te begunstigen.

(Onderstont) 't Welke doende &ra.

Soo is goedgevonden vermits de incompleetheijd des Raads, en op dat inmiddels ider lid deser Vergaderinge des te beter over het voorgestelde zijne gedagten zoude kunnen laten gaan, de dispositie diesaangaande tot de naast volgende vergaderinge uijt te stellen.


Aldus geresolveerd ende gearresteerd in 't Casteel de Goede Hoop, ten dage en jaare voorsz. [6]
M. DE CHAVONNES.
K. J. SLOTSBOO.
JAN DE LA FONTAINE.
A. V. KERVEL.
JN. ALDERSZ.

 


Notes.

[1] Johannes Strijdom was die seun van Joost Strijdom en Johanna Groen. Hy is in 1692 gebore, en is in 1720 met Judith Schreuder getroud. Sy versoekskrif kan gevind word in C.230: Requesten, 1723, pp. 443-444.

[2] In sowel die oorspronklike versoekskrif as die Haagse Kopie staan "annex".

[3] Sien C.230: Requesten, 1723, p. 445.

[4] 'n Gedeelte waarin 'n bemanningslid op die skip Wolphersdijk bevorder is, is hier weggelaat. Sien C.18: Resolutiƫn, 1723-1724, pp. 393.395; C.230: Requesten, 1723, p. 439.

[5] Sien C.230: Requesten, 1723, pp. 435-437.

[6] Behalwe bostaande sake, het die Raad ook besluit om Petrus Jesse Slotsboo as assistent in diens te neem. Vgl. C.113: Klad Notulen, 1721-1725, p. 196.