Dingsdag den 28 October 1727, voormiddags.

Alle tegenwoordigh, behalven den Heer independent fiscaal, Adriaan van Kervel.

Den Edelen Heer Gouverneur de leeden des Raads hebbende doen te samen komen, soo geliefden Zijn Edele aan deselve te communiceeren dat ingevolge het hoog geeert aanschrijvens van Haar Wel Edele Hoog Agtb. de Heeren Seventhienen, in dato den 20 Julij des voorleeden jaars, [1] behelsende onder anderen dat men om het gebrek van hout alhier, veroorsaakt door de ontoegankkelijkheijd der weegen en verafgeleegene houtbosschen, soo veel doenelijk te remedieeren, wel eens ernstelijk diende te overweegen op wat wijse men de weegen door het doen springen der rotsen, of op eenige andere manier best toeganckelijk soude kunnen maken, met bijvoeging dat Haar Wel Edele Hoog Agtb. vertrouwden dat den Edelen Heer Gouverneur door desselfs verkreegen ervarentheijd in sulk slag van saaken apparentelijk veel daartoe soude kunnen contribueeren, en dat Zijn Edele derhalven ook om soo veel in hem is aan de verwagting onser Heeren en Meesteren te voldoen, bij het van hier afgegane schrijvens van den 28 April laastleeden [2] aan Haar Wel Edele Hoog Agtb. met verschuldigde eerbied hadde ter kennisse gebragt dat niet soude afzijn sulx selfs in persoon bij de eerste bequame gelegentheijd te gaan examineeren, ende te ondersoeken of het selve van eenige mogelijkheijd sal kunnen sijn, in naarkominge van het welke Sijn Edele dan nu, als weesende het daartoe teegenwoordig het eerste bequaame saijsoen of tijd geduurende desselfs aanweesen ter deeser plaatse, van voorneemen was om aanstaande Saturdagh den eersten der naastkomende maand November, sig ten dien eijnde, en tot visitatie der gemelte weegen en houtbosschen naar buijten en op weg te begeeven, [3] op het welke door de gesamentlijke Raadsleeden aan den Edelen Heer Gouverneur een goed succes in die onderneeminge, mitsgrs. gesondheijd en voorspoed op de aan te neemene reijs toegewenscht sijnde, soo wierd door Zijn Edele verders aan den oppercoopman en secunde deeses Gouvernements, de Heer Jan de la Fontaine, aanbevoolen om de huijsselijke en dagelijx voorvallende saken alhier geduurende het afweesen van Zijn Edele behoorlijk waar te neemen en te doen uijtvoeren.

Vervolgens geleesen weesende het onderstaande versoekschrift door den burger Claas van Donselaar in de volgende bewoordinge overgegeven: [4]

AandenWelEdelenGestr.HeerePieterGijsbertNoodt,Gouverneurinloco&ra.,benevensdenE.Agtb.RaadvanPolitie.

Wel Edele Gestr. Heer en E. Agtb. Heeren,

Geeft met schuldig respect te kennen Uwe Wel Edele Gestr. en E. Agtb. seer neederigen dienaar, Claas van Donselaar, burger en inwoonder alhier, hoe hij supplt. bij uijtterste dispositie door wijlen Rijkje van Donselaar, [5] wed. Anthonij Hoesemans, tot executeur van derselver boedel en nalatenschap benevens wijlen Sr. Daniel Thibault en den burger Jan Smit [6] aangesteld sijnde, eerstgem. meede executeur, Sr. Daniel Thibault, seedert is komen te overleijden, en den tweeden, namentlijk Jan Smit, door hoogen ouderdom en gestadige siektens onbequaam omme dien boedel te helpen redderen, de papieren, boeken en penningen ook bij den eerstgen. altijd zijn bewaard en bij desselfs wed. nog berustende, oversulx aan den supplt. den staat van gedagten boedel als meede de noodige ervarentheijd omtrent sulke affairen onbekend, derhalven soo neemt hij de vrijheijd sig met alle eerbied tot Uwe Wel Edele Gestr. en E. Agtb. te wenden, ootmoedig versoekende dat deselve van die benevolentie gelieven te zijn omme hem tot beeter redding en waarneeming van dien boedel te willen adjungeeren den krankbesoeker, Jan Mahieu, en burger Martinus van Leijpzig, ofte anders daaromtrent soodanige schickinge te maken als Uwe Wel Edele Gestr. en E. Agtb. sullen vermijnen te behooren.

(Onderstont) 't Welk doende &ra.

Soo is naar gehoudene deliberatie goedgevonden en verstaan dat denselven daarop tot appostille sal werden gegeven dat de boekhouders, Jacob Leever en Abraham Decker, sal werden gelast en geordonneert om de reekening van den boedel van wijlen Rijkje van Donselaar, wed. Anthonij Hoesemans, voor soo ver deselve den overleedene secretaris van justitie, Daniel Thibault, en desselfs wed. betreft, met den supplt. effen te stellen, en waar toe hem meede expresselijk geordonneert werd van zijn kant alles wat noodig is te moeten contribueeren, naar welkers behoorelijke verrigtinge hij sig als dan met nader versoek over dit subject betreffende het aanstellen van meede executeurs over gedagten boedel aan deesen Raade sal kunnen addresseeren.


Aldus geresolveerd ende gearresteerd in 't Casteel de Goede Hoop, ten dage en jaare voorsz.
P. G. NOODT.
JAN DE LA FONTAINE.
NS. HEIJNING.
[7]
HK. SWELLENGREBEL.
Mij present, R. TULBAGH. Secrets.

 


Notes.

[1] Sien C.441, Inkomende Brieven, 1727-1728, pp. 151-163.

[2] Sien C.517, Uitgaande Brieven, 1727, pp. 549-587.

[3] Noodt en sy geselskap het op 1.11.1727 vertrek, en het die middag van 2.12.1727 teruggekeer. (Vgl. C.606, Dagregister, 1723-1727, pp. 1222 en 1237.) 'n Dagregister wat op die tog gehou is, kan gevind word in C.345, Attestatiƫn, 1727-1728, pp. 59-67.

[4] Sien C.234, Requesten, 1727-1728, pp. 137-138.

[5] Haar testament kan gevind word in M.O.O.C. 7/3, Testamenten. 1721-1725, no. 73.

[6] Jan Smit van Delft was 'n goudsmid. Hy is op 20.9.1711 getroud met Eva Zaaijman, die dogter van Daniel Zaaijman en Petronella Meerhoff. (Sien M.O.O.C. 8/3, Inventarissen, 1714-1719, no. 73.)

[7] Alders het nie hierdie resolusie onderteken nie.