Dingsdag den 26 October 1728, voormiddags.

Alle present.

Op het ingedient schriftelijk versoek van 's Comps. slavin, Leonora van de Caab, [1] is goedgevonden en verstaan dat deselve, als hebbende het sacrament des H. doops ontfangen, en bovens dien wel in de Nederduijtsche taal ervaren zijnde, uijt slavernij sal werden ontslagen en in vrijdom gestelt, mits dat door haar in derselver plaatse weederom aan d' E. Comp. in eijgendom sal moeten werden overgegeeven een kloeke mansslaaf, genaamt Christoffel van Rio de la Goa, en dat gemelte slaaf alvorens door de opperchirurgijns deeses Gouvernements gevisiteert en van de vereijschte gesteltenisse en gesondheijd sal bevonden weesen.

Vorders is naar resumptie der ingekomene missive van den secretaris, Pieter Lourensz, tegenwoordig het ampt van landdrost pl. waarneemende, beneevens den burger chrijgsraad van Stellenbosch en Drakensteijn, in dato den 12e deeser maand, [2] insgelijx beslooten en vastgesteld dat aan haar volgens jaarlijx gebruijk tot de aanstaande wapenschouwing aldaar, sullende zijn op Maandag den 1 der aanstaande maand November, zullen werden verstrekt drie vaatjes met buscruijt en 600 ps. snaphaansteenen, mitsgrs. nog bovens dien ingevolge van haarlieder gedaan versoek twee vaatjes met buspoeder en 400 stux dito steenen tot het doen der exercitie dewelke aan haarlieden naar luijd van de ordres onser Heeren en Meesteren te verrigten is, geordonneert geworden. Waar en boven ook is geapprobeert de gedaane aanstelling van den corporaal, Isaak Nel, [3] tot sergeant onder de Stellenbosche voet compagnie, in steede van den ter oorsake van desselfs quaad gedrag gedegradeerden Cornelis Coetsé, [4] als meede die van de burgers Pieter Booijensz [5] en Jan Blinjeau tot sergeanten onder de voet compagnie van Drakensteijn, in plaatse van Matthijs Strijdom en Christiaan Gobregtsz, [6] dewelke door haare geduurige siektens tot het waarneemen dier diensten buijten staat zijn gestelt; zijnde verders tot het bijwoonen der gemelte wapenschouwing over de buijten districten gecommitteert geworden de Heeren Adriaan van Kervel en Johan Thobias Rhenius. [7]

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Laastelijk geliefden den Edelen Heer Gouverneur nog te kennen te geven dat Zijn Edele, op dat omtrent het te doene werk aan het seijlvaardig leggende schip Haarlem geen onverwagte verhinderingen in de Saldanhabaaij souden mogen voorkomen, maar dat hetselve in tegendeel met den vereijschten spoed en ordre zoude mogen uijtgevoerd werden, het dierhalven noodig en van dienst hadde geoordeelt om het volgende schriftelijk bevel aan den baas der scheepstimmerlieden, Jelle Jillisz van der Schilde, ten dien subjecte ter handen te stellen:

Dewijl het op den 3 der laatst gepasseerde maand Julij alhier gestrande, en naderhand weederom daarvan afgehaalde en ter deeser rheede gebragte schip Haarlem tegenwoordig weeder zo ver in gereetheijd gebragt, en van alle de vereijschte noodwendigheeden is voorsien geworden, dat hetselve in volkomen staat is gestelt om navolgens het genomene raadsbesluijt van den 24 Augustus passo. als nu met de eerste goede wind in geselschap van den hoeker Zeelandia naar de Saldanhabaij te kunnen vertrecken, ten eijnde aldaar wijders gevisiteert en naar vereijsch van saken gerepareeert te kunnen werden; zoo werd aan den baas der scheepstimmerlieden deeses Gouvernements, Jelle Jillisz van der Schilde, dewelke tot het doen der voorseijde reparatie insgelijx naar derwaarts zal moeten gaan, bij deesen geordonneert en wel expresselijk aanbevoolen omme in de gemelte Saldanhabaij aangekomen zijnde, alles tot het verhelpen en repareeren der bevonden werdende gebreken van gedagten schip Haarlem aan te wenden, uijt te voeren en werkstellig te maken wat door hem na gemoede volgens eer, eed en pligt ten meesten dienste der E. Comp. nodig zal werden geoordeelt, dewijl sulx aan hem, als een ervaren en bequaam man in zijn werk en functie weesende, volkomentlijk werd toevertrouwt, met speciale ordre dat bij aldien door de scheepsoverheeden van dien bodem, ofte wie het soude mogen zijn, aan hem baas der scheepstimmerlieden daar omtrent in de uijtvoeringe van zijn werk het geen hij ten meesten dienste der E. Comp. tot reparatie en herstelling van meergeciteerde schip Haarlem vermeijnt te moeten doen en verrigten eenige verhinderingen zouden mogen werden gedaan of toegebragt, hij het onderhanden zijnde werk sal moeten laten stil staan, en aanstonds kennisse naar herwaarts daar van hebben te geeven, op dat men als dan wijders de nodige ordres ten dien belange sal kunnen stellen, werdende de overheeden van gedagte schip Haarlem bij deesen meede wel ernstelijk gelast ende geordonneert omme den meergemelten baas der scheepstimmerlieden in de uijtvoeringe van het hem aanbetrouwde werk geen verhinderingen, maar ter contrarie alle mogelijke hulp en adsistentie te doen en toe te brengen, ten eijnde den dienst der E. Comp. in allen deelen so veel mogelijk omtrent dit gewigtig poinct sal mogen en kunnen behartigt en beeijvert werden.

(Onderstond) In 't Casteel de Goede Hoop, den 18 October 1728. (Was geteekent) P. G. Noodt.

Welkers inhoude met aandagt geresumeert zijnde, so heeft men sulx als een noodige saak over eenkomende met 's Comps meesten dienst en intrest aangemerkt, in verwagting dat deselve ordre naar behoren uijtgevoert, en dat daar aan sal mogen voldaan werden.


Aldus geresolveerd ende g'arresteerd in 't Casteel de Goede Hoop, ten dage en jare voorsz.
P. G. NOODT.
JAN DE LA FONTAINE.
A. V. KERVEL.
J. T. RHENIUS.
NS. HEIJNING.
HK. SWELLENGREBEL.
CL. BRAND.
R. TULBAGH. Rt. en Secrets.

 


Notes.

[1] Sien C.234, Requesten, 1727-1728, p. 325.

[2] Sien C.441, Inkomende Brieven, 1727-1728, pp. 713-715.

[3] Esaias (Isaak) Nel was die seun van Guillaume Nel en Jeanne de la Batte. Hy is in 1691 aan die Kaap gebore, en is op 11.2.1725 met Margaretha Beijers (1690-1766) getroud. Sy was die dogter van Andries Beijers en Catharina Vrijman, en was eers met Leendert Oelofsz getroud. Nel is in 1745 oorlede. (Sien M.O.O.C. 7/6, Testamenten, 1738-1745, no. 151; M.O.O.C. 7/17, Testamenten, 1766-1767, nos. 5 en 6.)

[4] Cornelis Coetsee was die seun van Dirk Coetsee en Sara van der Schulp. Hy is in 1692 aan die Kaap gebore, en is op 25.2.1740 getroud met Geertruijd Gerrits, die dogter van Casper Gerrits en Elsje Pijl. Na haar dood is hy weer op 13.12.1750 getroud met Aletta Lubbe, die dogter van Hendrik Lubbe en Catharina van Wijk.

[5] Pieter Booijens van Blokzijl (Nederland) is op 30.5.1717 getroud met Geetruijd Blom, die dogter van Barend Pietersz Blom en Catharina de Beer. Sy is in 1730 oorlede, en op 26.12.1734 is hy weer getroud met Maria Marais (1692-1766), die dogter van Charles Marais en Catherine Taboureux, en die weduwee van Pieter Taillefer. (Sien M.O.O.C. 8/5, Inventarissen, 1727-1737, no. 28; M.O.O.C. 8/12, Inventarissen, 1766-1769, no. 57.)

[6] Christiaan Gobrecht (1686-1731) was afkomstig van Maagdeburg (Duitsland). Hy het in 1710 as soldaat na die Kaap gekom en het later 'n vryburger geword. Hy was eers getroud met Sara Gous, die dogter van Andre Gous en Jeanne la Clair, en na haar dood in 1723 het hy hertrou met Elisabeth Prevot, die weduwee van Philip du Preez. (Sien M.O.O.C. 8/4, Inventarissen, 1720-1727, no. 39; M.O.O.C. 8/5, Inventarissen, 1727-1737, no. 67.)

[7] Twee gedeeltes is hieronder weggelaat. (Sien C.23, Resolutiën, 1728-1729, pp. 311-314.) In die eerste gedeelte is tekorte in die tabak wat uit die skepe Elisabeth en Amsterdam ontvang is, as verliese afgeskryf. (Sien C.292, Memoriën, 1726-1739, p. 97.) In die tweede gedeelte is Hans Pietersz Wijt bevorder tot onderstuurman op die skip Zeepost. (Sien C.234, Requesten, 1727-1728, pp. 331-332.)