Donderdag den 20 Januarij 1729, voormiddags.

Alle present, behalven den oppercoopman en secunde deeses Gouvernements, de Heer Jan de la Fontaine, door indispositie.

Door den schipper van het verongelukte schip Stabroek, [1] Barent van der Salm, nevens den opper ende verdere stuurlieden van dien bodem, Jan van Male, Huijbert op den Dijk, Pieter van Twist en Cornelis van de Woestijne, versogt zijnde dat aan haar, dewijl sij ten dienste der E. Comp. hier nu niets meer kunnen verrigten, mogte werden geaccordeert om met de aanweesende retourvloot naar het vaderland te mogen vertrecken; Soo is haar hetselve, dog sonder winning van gagie toegestaan, gelijk meede ten versoeke van gemelten schipper Van der Salm aan hem gepermitteert is om naar derwaarts te mogen meede neemen desselfs met hem uijtgekomene jonge, Johannes Sandersz.

Waarna geleesen is seeker request door den Stellenboschen kerkenraad in de onderstaande bewoording overgegeven [2]

Aan den Wel Edelen Gestr. Heere Pieter Gijsbert Noodt, Gouverneur aan Cabo de Goede Hoop en de resorten van dien &a. &a. &a., benevens den E. Agtb. Politicquen Raad deeses Gouvernements.

Wel Edele Gestr. Heer en E. Agtb. Heeren,

D' ondergeteekendens ouderlingen en diaconen van Stellenbosch, geeven Uwe Wel Edele Gestr. en E. Agt. met seer veel needrigheijd te kennen hoe dat den Eerw. Heer predicant, Henricus Beck, [3] in 't jaar 1726 door Uwel Edele Gestr. en E. Agtb. gelast weesende van hier sig Caabwaarts te begeeven, omme aldaar de kerke dienst waar te neemen, Zijn Eerw. desselfs vertreck heeft gedaan sonder aan ons eenige overgaaff soo van kerkelijke papieren als goederen te doen, waaromme wij ons verpligt hebben geagt voor te staan 't geen van ons volgens onse bedieninge werd vereijscht, namentlijk van Zijn Eerw. te eijsschen hetgeen ons tot nog toe mancqueerende is, en hebben om Zijn Eerw. niet lastig te vallen, denselven veel en genoegsame tijd gelaten om ons in onse regtvaardige pretentie voldoeninge te geeven; dog het schijnt wel, Wel Edele Gestr. Heer en E. Agtb. Heeren, dat Zijn Eerw. ons maar alleen soekt op te houden en de saak te doen sleuren, alsoo Zijn Eerw. niet eens lettende is op onse veelvoudige gedaane versoeken van onse brieven ten eersten te willen beantwoorden, en aangesien wij ons om Zijn Eerw. nalatigheijd ten hoogsten hebben verleegen gevonden, Soo is 't dat wij ons komen addresseeren bij Uwel Edele Gestr. en E. Agtb., met ootmoedig versoek dat Uwel Edele Gestr. en E. Agtbns. den Eerw. Heer predicant, Henricus Beck voornt., gelieven te ordonneeren dat op onse brieven behoorelijk en ten spoedigste sal hebben te antwoorden.

In welkers verwagtinge wij met d' uijt[t]erste eerbiedigheijd sullen verblijven, (onderstond) Wel Edele Gestr. Heer en E. Agtb. Heeren, Uwe Wel Edele Gestr. en E. Agtbns. onderdanige en gehoorsaame dienaaren. (Was geteekent) Ns. van den Heuvel, [4] J. d. Langen, [5] Wr. de Vos, Gerrit Romondt, Pr. Lourensz, Daniel Malaen. [6] (In margine stond) Overgegeven in Raade den 13 Januarij 1729.

Welkers inhoude geresumeert zijnde, Soo is goedgevonden en verstaan dat copia van dien in handen van den predicant, Henricus Beck, zal werden gestelt, om daarop zijn belangen te kunnen inbrengen.

Wordende wijders ook door den Edelen Heer Gouverneur ter vergaderinge geproduceert het rapport der gecommitteerdens die ingevolge het geresolveerde van den 21 December passo. [7] de Groene Cloof hebben weesen besigtigen, zijnde van den volgenden inhoud:

Aan den Wel Edelen Gestr. Heere Pieter Gijsbert Noodt - - - benevens den E. Agtb. Raad van Politie.

Wel Edele Gestr. Heer en E. Agtb. Heeren,

Uwe Wel Edele Gestr. en E. Agtb. ons ondergeteekenden expres hebbende gelieven te committeeren tot het besigtigen van 's E. Comps. posten geleegen in de Groene Cloof [8] tot de wijding van het beestiaal, zoo hebben de ondergesz zig van 's E. Comp. post (geleegen onder een berg) vervoegt na de Clavervalleij, en van daar na de Baviaans Berg, meede geleegen en annex aan de berg waar 's E. Comp. post leijt, deselve rontom gegaan, besigtigt, en omtrent een uur gaans maar van den anderen bevonden, weshalven wij souden sustineeren ingevalle eenige ingeseetenen op de plaatsen de Clavervalleij en Baviaans Berg met vee quamen te leggen en wijden, sulx tot merkelijke praejuditie van 's Comps. beestiaal zoude strecken, als zijnde de post van de E. Comp. van weerkanten met voorsz plaatsen beset, zonder dat ter regter of ter slinker met hun vee kunnen wijden; hebbende de ondergeteekende sig vervolgen[s] meede vervoegt na de Ganse Craal, [9] geleegen digt aan het strant, zijnde 2 1/2 uur omtrent van 's Comp. post voornt., alwaar meede een plaats leijt, gent. Hans Melcherts Craal, omtrent 3/4 uur van de Ganse Craal, die somwijlen door de ingeseetenen in den reegen tijd worden bewijt, 't welk al meede nadeel aan 's Comp. wijding met hun vee komt te veroorsaaken, wa[a]rom de ondergeteekende Uwe Wel Edele Gestr. en E. Agtb. souden derven verseekeren bij aldien de voornoemde drie plaatsen aan d' E. Comps. tot wijding van hun vee wierden gehouden en geen ingeseetenen daar gedoogden, zulx tot merkelijk zoulaas van 's Comp. beestiaal zoude strecken, en dat ook een vrij grooter trop metter tijd aldaar zoude kunnen werden geweijt.

Waarmeede gedenkende aan d' intentie van Uwe Wel Edele Gestr. en E. Agtb. te hebben voldaan - - - (Was geteekent) J. T. Rhenius, Ns. Heijning. (In margine) In 't Casteel de Goede Hoop, den 14 Januarij 1729.

Waarover insgelijx met aandagt geraadpleegt zijnde, beslooten en als met den meesten dienst der E. Comp. overeenkomende, van noodsakelijkheid geoordeelt is dat navolgens het daarbij ter needer gestelde tot een bequame en genoegsame weijde voor 's Comp. vee in de Groene Cloof bij de aanstaande pagtconditien sullen werden uijtbedongen en aan d' E. Comp. behouden de Baviaans Berg, Clavervalleij en Hans Melcherts Craal, welke plaatsen voortaan onder 's Comp. posten in de Groene Cloof, namentlijk de Oude Post [10] en de Ganse Craal, sullen gerekent werden te sorteeren, zonder dat deselve door het vee van de gecontracteerde slagters bewijd sullen mogen werden, en welke gecontracteerde slagters voor het overige van de geheele Groene Cloof en de daartoe gehoorende hier onder volgende ses en veertig plaatsen naar haar welgevallen sullen kunnen disponeeren, namentlijk de Palmieten Fonteijn, Cruijwagens Post, [11] Carnmelks Fonteijn, Oranje Fonteijn, Oude Comps. Post, Groote Post, Smal Padt, Drie Papefonteijnen, Lange Fonteijn, Alexander Fonteijn, Doorn Fonteijn, [12] Groote Rondeberg, Rebocke Fonteijn, Bontebergs Post, Platte Clip, Droge Valleij, Schiltpats Fonteijn, Sonquas Fonteijn, Swarte Water, Vier Fonteijnen, Groote Water, Swarte Bergs Fonteijn, Lange Fonteijn, Duijn Fontein, Hendrik Moel of Geelbecke Plaats, [13] IJser Fonteijn, Spring Fonteijn, d' Drie Fonteijnen, Hartebeeste Craal, Nieuwe Melk Post, Oude Melk Post, Wit Sant, Buffels Rivier, Bock Rivier, Rietvalleij, Leste Stuijver, Schoenmaakers Duijne, Modder Rivier, Kranssen Valleij, Buffels Fonteijn, Kleijne Dassenberg, Groene Rivier, Nieuwe Post, Clip Fonteijn, Louws Cloof [14] en Slangen Cop, nevens zoodanige andere plaatsen meer als hier niet uijtgedrukt, en nog bovens dien in het wijt uijtgestrekte district van de Groene Cloof begreepen souden mogen sijn, soo dat sij als dan nog meer als overvloedige weijde voor haar vee blijven behouden, en door welke bepaling men ook vertrouwt dat in 't vervolg alle twisten en knibbelarijen ten dien subjecte sullen voorgekomen kunnen werden.

Alverders produceerden den Edelen Heer Gouverneur de jaarlijxe reekeningen der arme penningen zoo van de Caab, Stellenbosch als Drakensteijn, van den volgenden inhoud zijnde:

't Generaale montant des capitaals deeser Caabse diaconij armen bestaat in 't volgende, te weeten:
1728 po. Januarij was het capitaalƒ139,197:07:08
In dit jaar bijgekomen:
Aan aalmoesenƒ2,530:-:-
Aan grafsteedenƒ1,656:-:-
Aan interestenƒ6,409:01:04
Aan armbossenƒ306:03:12
Aan testamentaire en liberale giftenƒ448:10:-
Aan verhuurde gestoeltensƒ611:-:-
Aan winst en verliesƒ49:17:08
Aan vonnissenƒ30:-:-ƒ12,040:12:08
ƒ151,238:-:-
Gaat af:
Aan onkosten der annenƒ4,751:17:08
Aan onkosten der kerkƒ2,606:12:08ƒ7,358:10:-
Ulto. December 1728 blijftƒ143,879:10:-
Bestaande in de volgende parthijen als:
Cassa over restantƒ21,376:13:12
Aan obligatien, kustingbrieven &a.ƒ101,800:-:-
Aan agterstallige interessenƒ7,328:08:12ƒ130,505:02:08
Ornamenten tot de kerkƒ1,374:07:08
De diaconij van Drakensteijn in leeningƒ8,000:-:-
De diaconij van Stellenbosch in leeningƒ4,000:-:-ƒ13,374:07:08
Ulto. December 1728 sommaƒ143,879:10:-

(Onderstond) Aldus ten overstaan van mij ondergetekende nagesien en met de kerke reekening accordeerende bevonden. (Was geteekent) Jan de la Fontaine.

Cassa reekeningh der arme gelden soo bevonden is op ulto. December 1728:
DebetCredit
Bij 't sluijten der vooren jaarige reecqeningh is ër in cassa per restant geblevenƒ747:08:-Uijtgegeven aan alimentatie en diverse benodigtheeden &a.ƒ1322:04:-
Sommaƒ1322:04:-
Onder de godsdienst in 't jaar 1728 ontfangenƒ515:09:-Zoo dat er per restant dit jaar in cassa blijftƒ480:14:-
Nogh weegens verloopen interessen, giften en kerke geregtigheeden &aƒ540:02:-Zommaƒ1803:02:-
Sommaƒ1803:02:-D' obligatien bedraagenƒ6300:-
Nog weegen verscheenen interessenƒ800:08
De kerkelijke ornamentenƒ201:10
En 't restant van 't geene dit jaar in cassa blijft isƒ480:14ƒ7783:-:-
Sommaƒ7783:-:-
NB. Ter narigt werd aangevoegt dat Ariaantje Jansz [15] in cassa der armen berustende heeft en toekomtƒ2609:-
Per memorie werd insgelijx aangenoteert dat kerkenraade van Haar Eerws. de kerkenraade aan Cabo ter leen ontfangen hebben een somma vanƒ4000:-ƒ6609:-:-
Soo resteert nog 't capitaal der armenƒ1174:-:-

(Onderstond) Aldus naargesien en accoort bevonden in kerkelijke vergaderinge aan Stellenbosch, den 7 Januarij 1729. (Was geteekent) J. d. Langen, W. d. Vos, [16] Gerrit Romondt, [17] Pr. Lourensz, Daniel Malaen.

Rekeninge van het capitaal der Drakenstijnsche diaconij zoo als bevonden is den 2 Januarij 1729.
Anno 1728 primo Januarij was het capitaalƒ11,228:11:-
Waarbij in 't jaar 1728 gekomen is aan
Aalmoessenƒ567:03:-
Uijt de armbusƒ41:06:-
Kerkhofs geregtigheijd en 't verhuuren van doodkleedt &aƒ1488:08:-
Intresten verscheenen den 31 December 1728ƒ604:10:-ƒ1,361:11:-
ƒ12,590:06:-
Hiervan gaat af:
Een jaar gagie aan de kosterƒ36:-:-
Voor 't repareeren van de kerk en vorders benodigthedensƒ420:-:-
Per arme giftƒ36:-:-ƒ492:-:-
Resteert derhalven ulto. December 1728ƒ12,098:06:-
Bestaande in de volgende partijen als:
In cassa aan contantenƒ309: 12:-
Obligatien en schepenkennissenƒ11,100:-:-
Verschene intrestenƒ688:10:-ƒ12,098:06:-
Item eenige ornamenten en materialen tot de kerk behoorende welken dagelijks gebruijkt worden en verslijtinge onderworpen, tot geen somma kunne[n] gebragt worden, dus hier alleen per memorie opgebragt worden:
De principaalsten daarvan is een silver doop bekke, twee dito bordens, twee do. bekers en twee bortjes, de waarde vanƒ475:-:-
Hiertegens is deese diaconije debet aan de diaconije van de Caap de Goede Hoop weegens sonder intreste geleende penning een somma van agtduijsend guldens Caaps valuatie, seggeƒ8,000:-:-

Aldus gereekent en nagesien in volle kerkenraden aan Drakenstijn den 2 Januarij 1729. (Was geteekent) Lambertus Slicher, [18] V.D.M., Jacques Therond, Theunis Boota, Pieter du Toit, Charle du Plesis, Jan Bastiaense, Jan Blignaut, Hendrik Wse. van der Merve. [19] (In margine stond) P.S. Was reets geschreeven dat deese reekeninge is nagesien in vollen kerkenrade, maar bij de reekeninge te doen zijn absent gebleeven, gelijk uijt de onderteekeninge blijkt, de twee diaconen Pieter de Villiers, die als diacon is afgegaan, en Jacob de Villiers, die nog een jaar dienen moet, die egter kennisse hadden dat de reekening heeden soude[n] geschieden. (En geteekent) Lambertus Slicher.

Ten opsigte van dewelke verstaan is dat deselve volgens jarelijxe gewoonte in copia na het vaderland sullen werden versonden.

Wijders is op de propositie van den Edelen Heer Gouverneur ook nog goedgevonden en vastgestelt dat met de aanweesende retourscheepen in conformite der ordres soo veel van het geborgen canon, camers, bassen &a. van de verongelukte scheepen naar het vaderland zal werden gesonden, en over die bodems verdeelt, als door deselve gevoeggelijk en buijten incommoditeijt ingenomen en vervoerd sal kunnen werden. [20]

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Laastelijk heeft men na resumptie der notulen in den burger chrijgsraad alhier op den 17 deeser maand gehouden, [21] de daar bij gedaane aanstelling van den corporaal, Jacob van Rheenen, [22] tot sergeant in de plaats van Dirk Baltus, [23] mitsgrs. van den burger Jacobus Coelets [24] tot corporaal nog komen goed te keuren.


Aldus geresolveerd ende gearresteert in 't Casteel de Goede Hoop, ten dage en jaare voorsz.
P. G. NOODT.
JAN DE LA FONTAINE.
A. V. KERVEL.
J. T. RHENIUS.
NS. HEIJNING.
HK. SWELLENGREBEL.
CL. BRAND.
R. TULBAGH. Rt. en secrets.

 


Notes.

[1] Stabroek is op 3.7.1728 in Tafelbaai op die strand gedryf, maar is weer vlot gemaak en na Saldanhabaai gestuur vir herstelwerk. Op 4.12.1728 het die skip egter weer met groot lewensverlies in Tafelbaai vergaan. (Vgl. die inleiding in S.A. Argiefstukke, Kaap nr. 7, p. xxiv.)

[2] Sien C.235, Requesten en Nominatiën, 1729-1732, pp. 1-2.

[3] Ds. Henricus Beck was die seun van Stephanus Beck en Aletta van Ophuizen en is 1669 in Arnhem gebore. Nadat hy te Groningen en Leiden in die teologie gestudeer het, volg hy ds. Pierre Simond in 1702 as predikant van Drakenstein op. In 1704 word hy predikant van Stellenbosch, en in 1726 van die Kaapse gemeente. In 1731 tree hy uit die bediening. Hy is op 13.2.1707 op Stellenbosch deur ds. Petrus Kalden met Johanna Constantia Elsevier in die eg verbind. Ds. Beck is in Junie 1755 oorlede.

[4] Nicolaas van den Heuvel van Amsterdam kom in 1709 as vaandrig na die Kaap. In 1713 word hy bevorder tot luitenant en word terselfdertyd landdros van Stellenbosch. Hy tree in 1717 met behoud van sy rang uit die Kompanjiesdiens en word 'n vryburger. Op 26.11.1713 tree hy met Maria Segers in die huwelik.

[5] Jacobus de Lange was die seun van Jan Hendrik de Lange en Daniella Rycken. Hy is in 1686 aan die Kaap gebore en was nooit getroud nie.

[6] Daniel Malan, die seun van Jacques Malan en Elisabeth Lelong, is in 1703 aan die Kaap gebore. Hy is op 8.8.1724 met sy tante, Maria Verdeau, getroud. Sy is in 1750 oorlede en dieselfde jaar is hy weer met Emmerentia Steyn getroud. Malan is op 25.1.1770 oorlede.

[7] Sien Suid-Afrikaanse Argiefstukke, Kaap nr. 7, p. 460.

[8] Die Kompanjie het in 1701 'n pos by Groenkloof in die omgewing van die huidige Malmesbury opgerig. (Vgl. C. G. Botha, Place Names in the Cape Province, p. 105.)

[9] Die plaas Ganzekraal naby die huidige Malmesbury is in 1709 uitgegee. (Vgl. Botha, Place Names in the Cape Province, p. 105.)

[10] Oude Post was die naam van 'n Kompanjiespos by Saldanhabaai.

[11] Waarskynlik dieselfde as Cruywagenskraal naby die huidige Malmesbury.

[12] Die plaas Doornfontein naby die huidige Piketberg is in 1728 uitgegee.

[13] Waarskynlik Geelbeksfontein by Saldanhabaai.

[14] Louwskloof was naby die huidige Malmesbury geleë.

[15] Sy was ook bekend as Ariaantje Malmer of Adriaantje Jansen van Son. Sy is in Rotterdam gebore en het op 16.10.1688 met Albert Holder in die huwelik getree. In 1701 hertrou sy met Peter Malmer. Volgens haar boedelinventaris het sy in 1708 gevlug. Sy het toe 'n plaas van 120 morge in Banghoek besit. (Vgl. M.O.O.C. 8/2, Inventarissen, 1705-1714, nr. 22.) Sy is in 1731 oorlede.

[16] Wouter de Vos van Groenlo (Grol) in Nederland kom as soldaat na die Kaap en word in 1713 'n vryburger. Hy vestig hom as kleremaker op Stellenbosch en trou op 12.9.1717 met Maria Sophia van der Byl, die dogter van Pieter van der Byl en Anna Sophia Bosch. Sy vrou sterf in 1726 en twee jaar later hertrou hy met Elisabeth Morkel, die dogter van Philip Morkel en Elisabeth Biebow. Met sy dood in 1731 woon hy op die plaas Libertas by Stellenbosch. (Vgl. M.O.O.C. 7/1/4, Testamenten,, 1726-1735, nrs. 15 en 97.)

[17] Gerrit Romondt was die seun van Michiel Romondt en Cornelia van den Bogaert en is in 1683 aan die Kaap gebore. Die volgende jaar verhuis sy ouers na Mauritius, waar hy met Jannetje Hylon in die huwelik tree. In 1709 vestig hy en sy vrou hulle weer aan die Kaap.

[18] Ds. Lambertus Slicher is in 1679 in Middelburg gebore. Na voltooiing van sy studies in Leiden, word hy in 1706 predikant te Lillo in Seeland. Dáár ontstaan egter baie probleme tussen hom en sy gemeente en in 1713 vra hy sy ontslag. Hy tree in diens van die Kompanjie en kom in 1714 as adelbors aan die Kaap aan, waar hy aangestel word as rektor van die skool. Vyf jaar later vra hy om weer tot die bediening toegelaat te word en in 1721 vergun die Klassis van Amsterdam hom om weer dienste waar te neem. In 1723 word hy medeleraar van die Kaapse gemeente en in 1725 volg hy ds. Van Aken as predikant van Drakenstein op. Van 1726 bedien hy ook die gemeente Stellenbosch. Hy tree op 20.6.1723 met 'n dogter van Pieter van der Byl, Sophia, in die huwelik. Slicher is in Junie 1730 oorlede.

[19] Hy was die seun van Willem Schalk van der Merwe en Elsje Cloete. Hy trou op 25.6.1717 met Catharina Cloete, die dogter van Gerrit Cloete en Catharina Harmans, en nadat sy in 1747 oorlede is, hertrou hy met Aletta Keyser. Uit elk van die huwelike is twee kinders gebore. Ten tyde van sy dood in 1757 besit hy die plase Overveen en Bloemendal in Drakenstein.

[20] 'n Gedeelte waarin tekortkomende arak uit die skepe Westerbeek, Wikkenburg, Noordwaddingsveen, Cornelia, Lagepolder, Westerdijxhorn, Gaasperdam en Valkenisse as verliese afgeskryf is, is hieronder weggelaat. Die gedeelte wat weggelaat is kan gevind word in C.23, Resolutiën, 1728-1729, pp. 389-392. Die oorspronklike memonie kan gevind word in C.292, Memoriën, 1726-1739, pp. 135-136.

[21] Sien B.K.R.1, Notulen, 1718-1767, p. 94.

[22] Jacob van Reenen was die seun van Daniel van Reenen en Catharina Elisabeth Crofki. Hy was afkomstig van Memel in Oos-Pruise en kom in 1721 as adelbors na die Kaap. Op 1.7.1725 trou hy met Johanna Siekermans, 'n weesmeisie van Amsterdam, en word dieselfde jaar 'n vryburger. In 1757 hertrou hy met Maria Elisabeth Louw. Van Reenen is op 7.6.1764 oorlede.

[23] Dirk Baltus van Hasselt is op 26.1.1716 met Johanna van Eck getroud. Hy is in 1736 oorlede.

[24] Jacobus Kuylets was afkomstig van Niederheimbach naby Keulen. Hy was die seun van Konrad Kuylets en Ursula Esser, en hy kom in 1717 as soldaat na die Kaap. In 1723 word hy vryburger en vestig hom as kleremaker op Stellenbosch. Hy trou op 6.9.1722 met Barbara Backer. Na haar dood hertrou hy in 1742 met Maria de Bode. Hy sterf op 10.8.1758.