Donderdag den 29 September 1729, voormiddags.
Alle present, behalven den ondercoopman en cassier, Sr. Christoffel Brand.
Seekere missive van den land-drost en burger chrijgsrade van Stellenbosch en Drakensteijn, in dato den 23 deeser lopende maand September, [1] door den Heer gesaghebber ter vergaderinge geproduceert geworden zijnde, Soo is naar lecture van dien goedgevonden en verstaan dat de daarbij versogte drie vaatjes met buscruijt en ses hondert stux snaphaansteenen tot de aanstaande wapenschouwing volgens jaarlijx gebruijk aan haarlieden sullen werden verstrekt, gelijk meede ingevolge van haar gedaan versoek drie vaatjes met do. buscruijt en vierhondert ps. vuursteenen om bij het oeffenen der burgerije van die districten in den wapenhandel gebruijkt te kunnen werden. Waar en boven ook zijn goedgekeurt de gedane aanstellingen van den burger Christiaan Sprigt [2] tot sergeant onder de Stellenbosche voet compagnie, vermits bij die compagnie nog een sergeant quam te mancqueeren, mitsgrs. van den corporaal, Abraham de Villiers, [3] tot sergeant onder de voet compagnie van Drakensteijn, in steede van den afgegane sergeant, Jurgen hanekom, [4] en eijndelijk van den standaar jonker, Gerrit van der Bijl, [5] tot quartiermeester onder de dragonders in de plaats van den tot vaandrig onder de Stellenbosche voet compagnie gevorderden Johannes Groenewald, [6] in verwagting dat deselve persoonen de haar aanbetrouwde diensten bij voorvallende gelegentheeden met ijver en trouwe sullen komen waar te neemen.
Maar dewijl men tot veel ontstigting uijt gemelten brief wijders nog gesien heeft dat denselven chrijgsraad heeft kunnen goedvinden den burger Willem Pas [7] bij absentie van haaren president, den land-drost Pieter Lourensz, wanneer die sig in den dienst der E. Comp. hier aan de Caab was bevindende, meede tot sergeant onder de voet compagnie van Stellenbosch in steede van den uijt hoofde zijner gebreckelijkheijd van burger diensten geexcuseerde sergeant, Gerrit Coetzee, [8] aan te stellen, Soo is, gemerkt dit gedoente buijten haarlieden bestek en pligt komt te springen, derhalven om goede reedenen best gedagt dat die aanstelling sal werden gedisapprobeert, en dat ter contrarie tot sergeant onder de gemelte compagnie gevordert sal werden den door haar ten onregte voorbij geganen oudsten corporaal van deselve, Paulus Keijser, [9] boven het welke gedagten chrijgsraad nog sal werden aangeschreeven ende geordonneert dat door haar voortaan bij afwesentheijd van den landdrost, die het alleen als president, en aldaar van weegen de E. Comp. gestelt zijnde, toekomt sulx te doen, geen vergaderinge van chrijgsraade meer sal mogen werden belegt, veel minder dat sij als dan vermogens sullen sijn over eenige saken van belang of aanstellingen van onderofficieren te disponeeren.
Vorders is ook nog goedgevonden dat de aan haar onder den 19 April deeses jaars geaccordeerde drie vaatjes met buscruijt, drie hondert ps. snaphaansteenen en 150 lb. snaphaan coegels om op de uijtgesonden werdende commandos te werden gebruijkt, als sijnde die ammonitie goederen nog niet verstrekt, thans ook aan haarlieden ten voorsz eijnde sullen werden afgegeeven, met recommandatie dat in 't vervolg van dies ontfangst en uijtgave een ordentelijke reekening naar luijd van de gedane beloften bij haaren meergeciteerden brief en onse bevoorens reets gegevene ordre sal moeten werden gehouden.
Ende ten aansien uijt het dagregister door den landdrost, Pieter Lourensz, in de voorleedene maand Augustus gehouden, en de daarbij geinsereerde resolutie van heemraden van den 1 dier maand, is komen te blijken dat wanneer men aldaar soude delibereeren over het door deese Regeering geordonneerde bij missive van den 23 Junij laastleeden, aangaande het leggen van de noodige bruggen over de Palmiet en Bot Rivieren (welke rivieren volgens die ordre in 't laatst van Augustus voormeld, of het begin der presente maand September nogmaals accuratelijk souden hebben moeten werden gevisiteert) en vervolgens ook op den 29 van deselve maand Augustus wanneer de vergadering van heemraden andermaal door den landdrost was belegt, de meeste leeden van dat collegie sig absent hebben bevonden, en dat daarom het besluijt dien aangaande tot twee malen heeft moeten werden uijtgestelt; [10] Soo is ter consideratie dat sulx een onverantwoordelijke versuijmenis omtrent de haar aanbetrouwde pligten, en het behartigen der gemeene saken aldaar verbeeld, goedgevonden en noodig geoordeelt dat sijlieden daarover bij missive scherpelijk sullen werden gereprocheert, met ordre dat een igelijk van haar sorge sal hebben te dragen van sig voortaan op de gestelde dagen, en bij de vergaderingen die door den landdrost als haaren president, die van 's Comps. weegen aldaar gestelt, en wiens pligt het is de saken ten haaren dienste mitsgrs. ten dienste van het gemeen te moeten voortsetten en behartigen, sullen werden geconvoceert, buijten wettelijke verhindernissen te laten vinden, en dus te samen te beraadslagen wat ër dient gedaan, of ten gemeenen nutte dienstig sal werden gevonden, mitsgrs. ook dat al is het schoon dat eenige heemraden bij wettige verhindernis niet present kunnen zijn, dat daarom evenwel geene besluijten sullen mogen of moeten werden uitgesteld, maar dat in teegendeel met de tegenwoordig zijnde leeden sal moeten werden voortgevaaren om de op het tapijt zijnde saken naar behooren af te doen.
Laastelijk is op de propositie van den Heer gesaghebber vermits het meeste hout dat nog tot gebruijk voor de kalkovens als andersints van de wracken van 's Comps. verongelukte scheepen heeft kunnen werden gesloopt, bereijts herwaarts aan is gevoerd geworden, en dat oversulx de tot nog toe op de stranden geposteerd geweest zijnde wagten aldaar niet langer van dienst kunnen zijn, goedgevonden en best geoordeelt dat deselve weederom ingetrocken sullen werden.
Notes.
[1] Sien C.442, Inkomende Brieven, 1729-1730, pp. 367-369.
[2] Christiaan Sprigt se naam verskyn van 1724 in die monsterrol van vryburgers in Drakenstein. Hy was getroud met Cornelia (Neeltje) Olivier, die dogter van Hendrik Olivier en Gysberta Verwey. Sy was eers met Cent Jansz getroud. Sprigt is in 1753 op 63-jarige ouderdom van burgerdiens vrygestel.
[3] Abraham de Villiers was die seun van Jacques (Jacob) de Villiers en Marguerite Gardiol. Hy is in 1707 aan die Kaap gebore. In 1735 trou hy met Susanna Joubert, maar sy sterf reeds die volgende jaar, kort na die geboorte van hulle eerste kind. Op 31.11.1737 trou hy weer met Johanna Lombard. De Villiers is in 1763 oorlede.
[4] Jurgen hanekom was afkomstig van Rathlosen in Hannover. Sy naam verskyn van 1708 as houtkapper in die monsterrolle. In 1713 is hy bevelvoerder van die Kompanjiespos te Klapmuts. Dieselfde jaar word hy 'n vryburger en vestig hom in Drakenstein. Hy trou op 11.11.1717 met Johanna van den Bosch. Sy is in 1747 oorlede en hanekom in 1752.
[5] Gerrit van der Byl was die seun van Pieter van der Byl en sy tweede vrou, Hester Terwinkel. Hy is in 1704 aan die Kaap gebore. In 1745 tree hy met Elisabeth Grove in die huwelik. Hy boer op die plaas Leeuwenhoek in Drakenstein en van 1744 op Vredenburg by Stellenbosch. Van der Byl is op 5.4.1767 oorlede.
[6] Johannes Groenewald, die seun van Christoffel Groenewald en Catharina Niemand, tree op 11.4.1717 met Margaretha Hattingh in die huwelik. Met sy dood in 1774 besit hy die plase Idasvallei, Nazaret, Saxenburg en Veelverjaagt by Stellenbosch.
[7] Willem Pas van Amsterdam kom in 1719 as matroos na die Kaap en word assistent in die negosiekantoor. In 1720 word hy geregsbode en in 1725 vryburger. Hy tree op 4.8.1720 met Geertruyd Wiederholt in die huwelik. Na haar dood hertrou hy op 10.6.1725 met Emma Martha van der Byl.
[8] Hy was die seun van Dirk Coetzee en Sara van der Schulp en is in 1683 gebore. In 1722 tree hy in die huwelik met Susanna Löefke, en in 1751 hertrou hy met Johanna van Beulen.
[9] Paul Keyser is in 1675 te Allendorf, Duitsland, gebore. Hy kom in 1707 as soldaat na die Kaap, en nadat hy vir 'n tyd as kneg uitgehuur is, word hy op 5.1.1717 'n vryburger. Keyser is in 1752 oorlede, en sy wou, Aletta Lubbe, in 1754.
[10] Sien C.650, Dagregister van Stellenbosch en Drakenstein, 1729-1736, pp. 17-18 en 21.
[11] Die kladnotule van hierdie vergadering kan gevind word in C.113, Klad Notulen, 1717-1738, p. 250.