Donderdag den 13 October 1735, voormiddags.

Alle teegenwoordig.

Na resumptie van seekere missive door land-drost en burger chrijgsraade van Stellenbosch en Draakensteijn onder den 4 der presente maand October aan deese Regeering geschreeven, [1] is daarop goedgevonden dat de versogte drie vaatjes met buskruijt en ses hondert stux snaphaansteenen aan haarlieden volgens jaarelijx gebruijk, tot het doen der waapenschouwing die onder ulto. deeser maand staad te geschieden, 's Comps. weegen sullen werden verstrekt, gelijk meede in voldoening van het verder daerbij gedaan zijnde versoek, nog drie andere vaatjes met buskruijd en ses hondert ps. vuursteenen, om bij het oeffenen der coloniers van de voorseijde buijten districten in den waapenhandel gebruijkt te kunnen werden; ook is den capitain der Draakensteijnsse comp. dragonders, Jacob Coetser, ter oorsaak sijner aangrooijende [2] siektens en de quaalen daar hij meede beset is, op sijn en haarlieder daarom gedaan zijnde versoek, van dien dienst ontslaagen, sijnde weeder in desselfs plaats tot capn. aangesteld den lieutenant van gedagte comp., Johannes Groenewald, mitsgrs. den cornet der Stellenbossche compagnie dragonders, Gerrit van der Bijl, tot lieutenant in steede van voorm. Groenewald, en is de daar door open gevallene cornets plaats weederom vervult met den wagtmeester, Pieter Booijsz, [3] in verwagting dat deselve persoonen haaren pligt en deese diensten met behoorelijken ijver sullen behartigen; sijnde wijders goedgekeurt de door haer gedaane bevorderingen van den standaer[d]jonker, Jan Hendrik Debis, [4] tot wagtmeester onder de Drakensteijnsse compagnie dragonders, in de plaats van den tot heemraed aangestelden Charl Marrais [5] d' jonge, en van den corporaal Willem Rubee [6] tot sergeant onder de comp. infanterije van den capn. Johannes Louw in steede van Carel Hendk. van Hartmansdorph, die metter woon herwaarts is vertrocken; terwijl verders tot het bijwooon der voorseijde waapenschouwing de E.Es. Hendrik Swellengrebel en Christoffel Brand sijn gecommitteert geworden.

En is insgelijx op de gedaane instantie van den predicant Salomon van Echten, [7] uijt aanmerking dat den predikdienst nu al omtrent drie jaaren door hem tot Stellenbosch met veel genoegen der gemeijnte aldaer is waargenoomen, en dat hij door leer en leeven veel stigting aen deselve komt toe te brengen, aan hem om deese reedenen vermeerdering van gagie toegevoegt tot ƒ110 ter maend, om sijn loopend verband daar voor uijt te dienen.


Aldus geresolveerd ende g'arresteerd in 't Casteel de Goede Hoop, ten daage en jaare voorsz. [8]
JAN DE LA FONTAINE.
A. V. KERVEL.
D. V. D. HENGHEL.
J. T. RHENIUS.
NS. HEIJNING.
HK. SWELLENGREBEL.
CL. BRAND.
R. TULBAGH. Rt. en Secrets.

 


Notes.

[1] Kyk C. 445 Inkomende Brieven, Raad van Politie: Ianddros en burgerkrygsraad, Stellenbosch - Goew. en Raad, Kaap, 4.10.1735, pp. 365-369.

[2] In die Haagse kopie staan ook aangrooijende.

[3] Pieter Booyens was afkomstig van Blokzijl in Nederland. Hy is op 30.5.1717 met Geertruyd Blom getroud en na haar dood het hy op 26.12.1734 met die weduwee van Pieter Taillefer, Maria Marais (1692-1.5.1766), in die huwelik getree. Booyens is op 19.5.1777 oorlede.

[4] Johann Heinrich Debes van Hesse-Kassel het as soldaat na die Kaap gekom. Nadat hy vir 'n aantal jare as kneg uitgehuur is, het hy 'n vryburger geword. Hy is op 17.4. 1735 met Anna Margaretha van Deventer, die weduwee van Philip Snyman, getroud. Debes is in 1757 oorlede.

[5] Charles Marais (1695-1768) was die seun van die Franse vlugtelinge Charles Marais en Anne de Ruelle. Hy was getroud met Maria Rousseau (1693-25.11.1766), die weduwee van Lodewyk Pretorius. Met sy dood het Marais die plaas Rust en Werk in Daljosafat besit.

[6] Wilhelm Rube van Wesel het in 1718 as matroos na die Kaap gekom en het in 1731 'n vryburger geword. Op 10.2.1732 is hy met Susanna Visser, die weduwee van Hans Hendrik Hattingh, getroud. Rube is op 14.12.1736 oorlede.

[7] Ds. Salomon van Echten is in 1706 in Haarlem gebore. Nadat hy sy studies te Groningen en Leiden voltooi het, is hy in 1732 as predikant na die Kaap gestuur. Hy is op 6.12.1732 as predikant van die Kaapse gemeente bevestig, maar in 1738 is hy na Drakenstein oorgeplaas. Daar was hy egter voortdurend in twiste betrokke en op 7.1 .1753 het hy van die gemeente afskeid geneem en na Nederland teruggekeer. In 1754 het hy weer na die Ooste vertrek en die volgende jaar het hy predikant te Malakka geword. In 1764 het hy sy emeritaat aanvaar en hom in Batavia gaan vestig, waar hy in Augustus 1771 oorlede is. Uit sy huwelik met Jacobina Geerards is drie seuns en een dogter gebore.

[8] Die Raad het ook die volgende besluite geneem: "Schephaus ƒ24 gegeven. Hendrik Stout veldwagter ƒ14. Guto in vrijdom gestelt". (Kyk C. 113 Resolutiën, Raad van Politie, Klad, 13.10.1735, p. 387). Arnold Schephausen van Hattingen was die bode van die Raad van Justisie. Johannes Theophilus Guto van die Kaap se versoekskrif waarin hy om 'n vrybrief aansoek doen, kan gevind word in C. 237 Requesten en Nominatiën, 1735-1736, ongedateer, pp. 167-168.