Dingsdag 24 December 1737, voormiddags.

[1]

Alle teegenwoordig.

Vermits het overleijden [2] van den ondercoopman en secretaris der weescamer, Jacob Leever, is op het voordraagen van den Heer gesaghebber als president van hetselve collegie van weesmeesteren daartoe weederom aangesteld den boekhouder Joachim Nicolaus van Dessin, in verwagting dat denselven het vereijschte genoegen in het waarneemen van dien dienst sal koomen te geeven. Gelijk ook tot weesmeester uijt het dubbelt genomineert getal [3] in steede van opgemelten Lever verkooren is den boekhouder David D'Aillij, om den overigen tijd dien hij Lever nog als weesmeester soude hebben moeten waarneemen, voor hem uijt te dienen. [4]

Voorts is op het versoek van den oud burgerraad Paulus Artois, in eijgendom aan hem gegeeven een stukje lands annex desselfs thuijn in deese Tafelvalleij geleegen, ter groote van twee hondert twaalf quadraat roeden en vijf en 't neegentig do. duijmen, ende zulx tot het opsetten van een muur en eenige gebouwselen, alsoo hetselve sig tot thuijnland of ander gebruijk vermits den klipagtigen grond onbequaem komt te bevinden.

Waarna laa[t]stelijk door den oppercoopman en secunde deeses Gouvernements, de Heer Hendrik Swellengrebel, met versoek dat daarop naar behooren mogt werden gedisponeert, de volgende memorie ter vergadering wierd overgegeeven: [5]

Memorie van de nabesz lijnolij, pijpeduijgen &a. uijt het schip Schellag, soo bij pijling minder, gebrooken als te kort bevonden, de lijfeijgenen in de drie jongst gepasseerde maanden door de natuurlijke dood overleeden en 't vee in gem. tijd soo verrekt als door 't wildgedierte vernielt, als meede de onbequame affuijten en wielen volgens verklaring van de wapenkamer onder ulto. Augustus onbequaam bevonden, gelijk te sien is bij de verclaringen van gecommitteerdens hier annex, namentlijk:

Uijt 't schip Schellag: 44 8/10 cannen lijnolij op 10 kelders, als 37 cannen sijnde 't minder bevondene in 't nameeten van de flessen alsoo deselve doorgaens niet meer en hielden dan 13 mu[t]sjes ider fles, en de factuur reekent de gem. 10 kelders op een quantiteijt van 145 stopen, sijnde 15 7/15 mu[t]sje ider fles, 7 8/10 cannen, sijnde 6 flessen gebroken; 2 ps. pijpeduijgen op 1000 ps. te kort; 1 ps. spar van 30 a 36 vt. te kort.

Volgens geannexeerde reeckng. van den opsiender van 's Comps. slaven logie en secretariale verclaring sijn in de maanden September, October en November deeses jaers van 's Comps. lijfeijgenen door de natuurlijke dood overleeden 4 kloeke jongens, 2 school jongens, 1 suijgend jongetje, 6 kloeke m[e]ijden, 4 school meijden, 5 suijgende m[e]ijsjes, 6 bandiete jongens, 1 bandiete m[e]ijdt.

En volgens bijgevoegde reeckening van den land-drost, gesterkt met secretariale verclaringen, zijn in bovengem. tijd soo verrekt als vernielt 2 esels, 3 paarden, 39 runderbeesten, 16 bocken.

Onder ulto. Augustus bij de wapencamer onbequaam bevonden 3 ps. affuijten van 12 lb., 10 ps. affuijten wielen, 1 ps. affuijt van 8 lb., 4 ps. affuijten van 18 lb., 22 ps. affuijt wielen, 1 ps. affuijt van 3 lb. en ps. do. wielen van 2 lb.

(Onderstondt) In 't Casteel de Goede Hoop, den 24 December 1737. (Was geteekent) Hk. Swellenbrebel.

Op welkers inhouden gelet en de daarbij gevoegde verclaringen geresumeert zijnde, is goedgevonden dat de daarop gespecificeerde te kort komende goederen, gestorvene 's Comps. lijfeijgenen en verrekte beestialen, neevens de onbequame affuijten behoorelijk bij de negotieboeken deeses comptoirs sullen worden afgeschreeven.


Aldus geresolveerd ende gearresteerd in 't Casteel de Goede Hoop, ten dage en jare voorsz. [6]
D. V. D. HENGHEL.
HK. SWELLENGREBEL.
J. T. RHENIUS.
NS. HEIJNING.
CL. BRAND.
R. TULBAGH. Rt. en Secrets.
MNS. BERGH.
CORNS. EELDERS.

 


Notes.

[1] Die Politieke Raad het op 10.12.1737 ook vergader. (Kyk C. 614 Dag Register, 10.12.1737, p. 344.) Die kladnotule van daardie vergadering lui soos volg: "Dingsdag den 10e December 1737, voormiddags. Alle present, behalven Heijning en Eelders. Johannes Munnik sal backen mogen als ër een backer weg gaat of uijtscheijd. De wagt op de gewesen plaats van Abel in te mogen ër een backer weg gaat of uijtscheijd. De wagt op de gewesen plaats van Abel in te trecken". (Kyk C. 113 Resolutiën, Raad van Politie, Klad, 10.12.1737, p. 431.) Munnik se versoekskrif kan gevind word in C. 238 Requesten en Nominatiën, 1737-1738, ongedateer, pp. 203-204.

[2] In die Haagse kopie staan ook overleijden.

[3] Kyk C. 238 Requesten en Nominatiën, 23.12.1737, pp. 205-206.

[4] D'Ailly en Von Dessin het nog dieselfde dag die eed as lid en sekretaris van die weeskamer onderskeidelik, afgelê. Kyk C. 678 Eed Boek, 24.12.1737, pp. 46 en 111.

[5] Kyk C. 292 Memoriën en Rapporten, 24.12.1737, pp. 605-607.

[6] Uit die kladnotule blyk dat die Politieke Raad ook die volgende besluite geneem het: "... Eenige verbeteringen op de werf en aan de schuur gedaan. Olof Martini Bergh en Jan Pieter Slicher in dienst genomen voor adelborsten a ƒ10 ter maand ... Munnik het backen toegestaan, en de andere des versoekende te continueeren". Kyk C. 113 Resolutiën, Raad van Politie, Klad, 24.12.1737, p. 431.