Donderdag den 6 October 1739, 's voormiddags.

Alle present, behalven den Heer independent fiscaal, Mr. Daniel van den Henghel, en den E. soldijboekhouder, Cornelis Eelders.

Bij lectuure en resumptie eener ontfangene missive van land-drost en heemraaden, gedateert den 28 der eeven afgeweekene maand September, [1] is goedgevonden dat de daarbij versogte ses vaaten met buskruijt en twaelf hondert stux snaphaansteenen na jaarlijx gebruijk tot het excerceeren [2] der coloniers van de buijten districten in de wapenhandel mitsgrs. het doen van de aanstaande wapenschouwing aan haerlieden sullen werden versterkt; [3] maer ten aansien deselve wapenschouwing in [4] afweesigh[e]ijd van sulk een groot getal manschappen, als sig thans onder den capn. der Drakensteijnse burger cavallerij, Theunis Bota, in het veld bevinden teegens de ten platten lande roovende Hottentotten, niet soude kunnen geschieden sonder dat de landwaarts in woonende menschen bloot gesteld wierden voor veel gevaaren en onheijlen die haarl. souden kunnen overkomen, soo van weegens gemelte Hottentotten als ook wel van moetwillige slaven, boven en behalven dat als dan ter saake van de absentie van dat uijtgesondene commando nog maar seer weijnige menschen daarbij souden kunnen verschijnen; heeft men overzulx volgens het diesweegens gedaane versoek door den land-drost, Pieter Lourensz, uijt naame van burger chrijgsofficieren, moeten besluijten dat de voorseijde wapenschouwing uijtgesteld sal blijven tot de te rugge komst van gemelden capn. Bota met zijn bij hem hebbende volk, als wanneer men dan een bequaamer tijd tot het doen voortgaan derselve sal kunnen praefigeeren; zijnde boovensdien den lieutenant der Stellenbosche voetcompagnie, Jan Bastiaanse, mitsgrs. den vaandrig onder deselfde comp., Willem van As, den eersten vermits desselfs swaarlijvigh[e]ijd en den anderen om dat continueelijk met siektens is behebt, van die diensten ontslaagen, welkers plaatsen door den Heer Gouverneur wanneer meergemelde wapenschouwing selfs mogte koomen bij te woonen, gelijk Zijn Edele van sints is te doen, buijten voorkoomende verhinderingen, sullen werden vervult met soodanige persoonen als door welgemelten Heer Gouverneur daartoe bequaam zullen werden geoordeelt, of bij ontstentenis van dien, bij de gecommitteerdens die volgens gewoonte tot het bijwoonen van dien optrek na buijten sullen gaan, dewelke in sulken geval daartoe bij deesen gequalificeerd werden.

Wijders zijn in steede van den burger Barend Artoijs, [5] die vermits desselfs swacke lichaams gesteldh[e]ijd, op heeden daarom versoekende, van zijn brandmeesterschap is ontheft, en van wijlen den meedeburger Carel Diederik Boetendag, weederom tot brandmeesters aangesteld den burgerraed Gijsbert la Febre, mitsgrs. den cornet der burgercavallerij alhier, Johannes Carolus de Wet, ende zulx uijt consideratie dat deselve in cas van nood komende te commandeeren aan haarl. meer gehoorsaamh[e]ijd sal werden beweesen als aan andere brandmeesters die uijt het midden des gemeenen volks souden werden verkooren, voor dewelke haare meedeburgers weijnig ontsag zijn hebbende, gelijk de ondervinding hetselve geleert heeft.

Nog is op de gedaane bekentmaaking van wel opgemelten Heer Gouverneur dat door het veelvuldig dooden ten platten lande van het verslindend en verscheurend gedierte de burgercassa deeser colonie, weegens het betaalen van haare aanbedeelde portie in de daarop gestelde premien, hoe langer hoe meer worden uijtgeput, en dat sulx ook voor soo veel d' E. Comp. daaraan moet betaalen, de lasten deeses Gouvernements komt te vermeerderen, daarom gearresteerd dat aan burgerraden deeser plaatse gelijk ook aan land-drost en heemraaden in consideratie sal werden gegeeven of tot soulaas van haarl. cassa de voorseijde premien met gevoeggelijkh[e]ijd niet wat souden kunnen werden vermindert, en hoeveel zij souden oordeelen dat men in het vervolg op het dooden van een leeuw, tijger of wolf [6] wel soude kunnen setten, om deesen Raed hieromtrent van haar berigt te kunnen dienen.

Ende nademaal door het overleijden [7] van den luijtenant Evert Walvaren Cochius dit guarnisoen een ander officier komt te benodigen, is derhalven op het voordraagen van den Heer Gouverneur tot vaandrig met verhooging van gagie tot ƒ40 ter maand, aangesteld den adjudant en drilmeester, Johan Coenraad Warneke, dog egter op nadere approbatie van onse Heeren en Meesteren, sijnde in desselfs plaats tot adjudant en drilmeester bevordert den sergeant Hendrik Storm, [8] onder een maendelijxe besolding van ƒ30.

Sijnde laatstelijk geleesen het onderstaande vertoog en daarbij gehoorende stucken door den Raad van Justitie deeses Gouvernements gepresenteert, begreepen zijnde in de volgende bewoordinge: [9]

Aan den Wel Edelen Gestr. Heere Hendrik Swellengrebel, Gouverneur van Cabo de Goede Hoop en de res[s]orten van dien &a., beneevens den E. Agtb. Raad van Politie.

Wel Edele Gestr. Heer en E. Agtb. Heeren,

Den Raad van Justitie deeses Gouvernements geeft Uwe Wel Edele Gestr. en E. Agtbns. met behoorlijke eerbied te kennen hoe dat in haare vergadering op den 17 Julij des gepasseerden jaars proces is geentameerd geworden door weesmeesteren deeser steede als eijsschers, contra Jacomina Brommert, wed. en boedelhoudster van den overleedene secretaris der weescamer, Jacob Leever, over seekere somma van ƒ121742:14 stuijvers en 6 penningen, zijnde soo veel als de weescamer door de fraudaleuse [10] administratie van voorn. Lever aan contanten was te kort gekoomen, waarop dan ook bij ons op den 17 Julij voormt. uijt aanmerking dat deese saak om desselfs groot gewigte geen uijtstel konde lijden, boven en behalven dat de deugdelijkh[e]ijd der schuld soo wel uijt het eerste versoekschrift van weesmeesteren, op den 24 Maij passo. overgeleevert, [11] als bij het daarop gevolgde rapport van gecommitteerdens uijt onsen Raade ten vollen quam te blijken, [12] d' uijtspraak is gedaan en voorn. Jacomina Brommert, wed. Jacob Lever, gecondemneert geworden tot betaaling der geeijschte somma van ƒ121742:14 stuijvers en 6 penningen, zijnde haare goederen bij nonbetaalinge paraat executabel verclaard. [13]

Dat den boedel van gesegde wed. Leever volgens den inhoude van het voorm. appoinctement vercogt geworden zijnde, denselven naar aftrek der onkosten en andere geprefereerde schulden, heeft gerendeert een somma van Rds. 23904:31:-, dog vermits die penningen niet streckende waaren tot voldoening van het geheele defect, en dat Heeren weesmeesteren bij het laa[t]ste lid van derselver ingeleevert versoekschrift op den 12 Julij passo. [14] versogt hadden dat door ons de piano mogte werden gedetermineert wie tot vereffening van het generaale restant behoorde geconstringeert te worden, is bij nader besluijt van den 16 April jongstl. [15] goedgevonden Haar Eerws. te rescribeeren dat wij oordeelen dat dat geen het welk de weescamer nu nog te kort quam, bij de administratie van wijlen hun secretaris, Jacob Leever voormt., diende betaalt ende gesuppleert te werden door alle de geene die in Haar Eerws. collegie sessie gehad hadden ten tijde wanneer de abuijsen en frauden door gedagte Jacob Leever waren gepleegt, en dat overzulx de soodanige weesmeesteren ider hoofd voor hoofd in haar particulier souden moeten opbrengen en betaalen desselfs quota naar rato van de gepleegde frauden en erreuren in 't jaar of in de jaaren van haar bewind en weesmeesterschap, ten waare dat een ander ofte minder onoreus dog bestaanbaar middel door de geintresseerdens konde werden uijtgedagt, tot welkers berijking den Raad ber[e]ijd zijn soude aan deselve soo veel als met het regt ende billijkh[e]ijd bestaan konde, de behulpsaame hand te bieden.

Waarop is gevolgt dat de geintresseerdens seedert of op den eersten deeser maend October aan ons bij requeste vertoond hebben hoe zij aan meergem. weesmeesteren in consideratie hadden gegeeven of de deficieerende penningen der weescamer ten bedraage van ƒ50809:11:10 niet best souden kunnen werden gevonden uijt soodanige somma van ƒ80000:-:- als volgens gewoonte van veele jaaren herwaerts bij gem. weescamer altoos renteloos hadden geleegen om tot betaaling der meerderjaarige en ten huwelijk treedende weeskinderen te kunnen strecken, ten eijnde gem. capitaal op intressen te stellen tot bereekening op het generaale defect, tot tijd ende wijle de te kort koomende en door voorn. Lever gefraudeerde somma soude vereffent zijn, welk voorstel dan ook onder seekere conditie van Haar Eerws. is geamplecteert geworden, soo als Uwe Wel Edele Gestr. en E. Agtb. uijt het hierneevens gevoegde request der g'intresseerdens als meede de extract resolutie van weesmeesteren des gelievende duijdelijk sullen kunnen ontwaaren.

Ende gemerkt den Raad van Justitie hoe billijk het versoek der veelgen. geintresseerdens en het daarbij voorgeslaagene middel aan deselve ook voorkomt, sig egter niet gequalificeert vind om hier over ten diffinitive [16] te disponeeren, soo gebruijkt deselve de vrijh[e]ijd deese saak Uwe Wel Edele Gestr. en E. Agtbs. eerbiedig voor te draagen, met versoek dat het Uwe Wel Edele Gestr. en E. Agtb. behagen mogte op het een en ander gunstiglijk te reflecteeren, en deese saak soodanig af te doen als Uwe Wel Edele Gestr. en E. Agtbns. naar derselver hoog wijs beleijd sullen bevinden te behooren.

(Onderstont) Ter ordonnantie van den E. Agtb. Heer president en E. Agtb. Justitieelen Raade. (Was geteekent) D. G. Carnspek, secretaris. (In margine) In 't Casteel de Goede Hoop, den 6 October 1739.

Aan den E. Agtb. Heere Rijk Tulbagh, praesident, beneevens den E. Agtb. Raad van Justitie deeses Gouvernements.

E.E. Agtbre. Heer en E. Heeren,

Geeven met behoorlijke eerbied te kennen de geintresseerde weesmeesteren dewelke ten tijde der fraudaleusen [17] behandelinge van den geweesene secretaris, Jacob Leever, in dat Eerw. collegie sessie gehad hebben, hoe de supplte. agtervolgens het respve. raadsbesluijt van UE.E. Agtbs. in dato 16 April deeses jaars seer naauwkeurig haare gedagten hebben laaten gaan hoedanig het te kort koomende op de penningen der weescamer, bedraagende een montant van ƒ50809:11:10, welke somma de suppten. andersints volgens den inhoude van het voorsegde appoinctement souden moeten voldoen, door een min onoreus dog bestaanbaar middel souden kunnen werden vereffent, ten dien eijnde en tot berijking van derselver oogmerk aan Heeren weesmeesteren in consideratie hebben gegeeven of de gem. deficieerende penningen niet het bequaamst souden kunnen werden gevonden uijt soodanige somma van ƒ80000:-:- als volgens gewoonte van veele jaaren bij gem. weescamer altoos renteloos heeft geleegen en tot betaaling der meerderjaarige of ten huwelijk treedende weeskinderen aldaar bewaard word, om gem. capitaal op intressen te stellen ter bereekening op het generaale defect, tot tijd ende wijle de te kort koomende en door voorn. Lever gefraudeerde somma soude vereffent zijn, mits dat de geintresseerdens sig verbonden wanneer Heeren weesmeesteren, het zij bij het een of ander toeval, dan wel tot betaalinge der mondig geworden zijnde pupillen, eenige penningen mogten benoodigt zijn, deselve ter eerster eenmaninge promptelijk te fourneeren, welk voorstel door gem. Heeren weesmeesteren in overweeging genoomen zijnde, hebben Haar Eerws. in soo verre daartoe gequalificeert zijn, hetselve geamplecteert, gelijk UE.E. Agtbns. uijt de hier geannexeeerde extract resolutie door eevengen. Heeren weesmeesteren genoomen, des gelievende duijdelijk sal koomen te blijken.

Ende gemerkt UE.E. Agtbaarheedens bij derselver voornoemde raadsbesluijt goedgunstelijk hebben gelieven gewag te maaken dat tot optineeringe van een door de geintresseerdens uijt te vindene min onoreus dog bestaanbaar middel door UE.E. Agtbaarheedens soo veel als met het regt en billijkh[e]ijd soude kunnen bestaan, altoos de behulpsaame hand soude werden gebooden, soo gebruijken de suppten. als nu ook de vrijh[e]ijd sig tot UE.E. Agtbs. te keeren, gants needrig versoekende dat het UE.E. Agtbs. behagen mogte tot uijtvoeringe van dit door de suppten. uijtgevondene middel haare goedgunstige toestemminge te verleenen, dan wel deese saak verder soodanig te dirigeeren als UE.E. Agtbs. naar derselver doorsigtig oordeel sullen bevinden te behooren.

(Onderstont) 't Welk doende &a. (In margine) Overgegeeven in Raade van Justitie, den 1e October 1739.

Extract resolutie genoomen door Heeren weesmeesteren aan Cabo de Goede Hoop op Maandag den 14 September 1739.

Vervolgens wierd door d' Heer Cornelis Eelders, mitsgrs. d' E.Es. Gijsbert la Febre en Abraham Cloppenburg, als meede door den boekhouder, Jan Frederik Tiemmendorf, uijt naame ende van weegens alle de geweesene weesmeesteren, dewelke door Haar Eerws. bij geschrifte sijn geinsinueert geworden tot voldoening van de als nog te kort koomende penningen bij d' administratie van wijlen den secretaris deeser camer, Jacob Leever, geduurende hun bewind en weesmeesterschap, te kennen gegeeven dat Haar E.Es. gesaamentlijk ter opvolginge des besluijts van den E. Agtb. Raad van Justitie deeses Gouvernements de dato 16 April deeses jaars hun gedagten hebbende laaten gaan hoedanig de defecten deeser camer, monteerende een somma van ƒ50809:11:10, door een min onoreus dog bestaanbaar middel voor d' geintresseerdens souden kunnen werden vereffent, Haar E.Es. naer alles rijpelijk gepondereert te hebben, onder submissie van wijser oordeel waaren gevoelende dat de als nog te kort koomende penningen boovengent. 't bequaamst souden kunnen werden gevonden uijt de somma van ƒ80000:-:- dewelke volgens een veeljaarige gewoonte bij deese camer vrugteloos waaren leggende tot betaalinge der meerderjaarig werdende ofte ten huwelijk treedende weeskinderen, soo wanneer deselve penningen ter bereekeninge op 't defect door Haar Eerws. op intrest mogten werden gestelt, versoekende overzulx dat dewijl opgem. E. Agtb. Raad van Justitie bij voorn. dispositief goedgunstelijk hebben gelieven te verclaaren dat Haar E. Agtbs. tot ber[e]ijkinge van een door hun uijt te vindene min onoreus dog bestaanbaer middel altoos ber[e]ijd sullen zijn aan hun soo veel als met 't regt ende billijkh[e]ijd bestaen kan, de behulpsaame hand te bieden, Haar Eerws. geliefden te condescendeeren in de bewilliging van een door Haar E.Es. dienaengaende te doene schriftelijke voordragt aan wel opgem. E. Agtb. Raad tot adjude van 't versoek van approbatie aan den Wel Edelen Gestrenge Heer Gouverneur en E. Agtb. Politicquen Raad deeses Gouvernements te doen, betuijgende Haar E.Es. bovengent. dat wanneer Haar Eerws. hierinne geliefde te acquiesceeren, sij als dan gesaamentlijk ber[e]ijd waaren hun plegtelijk te verbinden omme bij voorkoomende gevallen van mancquement van gelt ter deeser camer 't selve promptelijk te sullen fourneeren, ende Haar Eerws. buijten verleegenth[e]ijd te stellen, soo is naar deesen aangaande gebesoigneert, mitsgrs. met rijph[e]ijd van raade overwoogen te hebben 't ongeluckig lot tot 't welke meergem. Haar E.Es. door de fraudaleuse [18] behandelingen van gesegde Jacob Lever onschuldiger wijse en sonder dat daarvan op hun eenige de minste voordeelen hebben kunnen redundeeren, sijn gebragt, en 't overzulx de billijkh[e]ijd vereijscht dat deselve soo veel als immers doenelijk met een gevoegelijk middel tot boovengen. vereffening behooren gesoulageert te worden, eenpariglijk goedgevonden de bewilliging van de door Haar E.Es. geproponeerde voordragt aan den E. Agtb. Raad van Justitie, mitsgrs. 't versoek van approbatie aan den Wel Edelen Gestr. Heer Gouverneur en E. Agtb. Politicquen Raed te doen, voor soo veel Haer Eerws. hierinne gequalificeerd zijn, aan Haar E.Es. te verleenen, behoudens nogtans dat ingevalle welgem. Wel Edele Gestr. Heer Gouverneur en E. Agtb. Politicquen Raed hun versoek voornoemt mogte gelieven te accordeeren, ende gevolgelijk deese camer tot de bereekening van voorengeciteerde ƒ80000:-:- ter vereffening van 't bewuste defect te qualificeeren, Haar E.Es. hun als dan, gelijk vooren gesegt, bij een plegtige acte sullen moeten verbinden omme aan deese camer te fourneeren soodanige penningen als Haar Eerws. tot betaalinge der erfporties van de ten huwelijk treedende ofte meerderjaarig wordende pupillen in der tijd mogten benoodigt zijn, en dat wijders welgem. Haar E.Es. bij eevengen. acte deese camer en Haar Eerws. voor altoos sullen moeten guarandeeren [19] en indemneeren voor alle schaade en aanspraak die te eeniger tijd op deselve deese saak betreffende souden kunnen werden gemaekt, ofte immers eenigsints resulteeren, alle 't welke dan ook bij Haar E.Es. eenpariglijk is aangenoomen; sullende door den secretaris deeser camer des versogt werdende extract deeser resolutie aan Haar E.Es. werden afgegeeven.

(Onderstont) Accordeert, (was geteekent) J. N. v. Dessin, secretaris.

Waarop den Heer Gouverneur, Hendrik Swellengrebel, neevens den Heer secunde, Rijk Tulbagh, opgestaan zijnde, als over deese saak, uijt hoofde hunner volmagtschap van en na verwantschap met vrouwe Aletta Corssenaar, [20] weduwe wijlen den Edelen Heer Gouverneur Adriaan van Kervel, die daarbij geintresseert is, niet hebbende kunnen sitten, is na dies overweeginge en gehoudene deliberatie om de daarbij geallegueert werdende reedenen, verstaen dat weesmeesteren deeser steede bij deesen sullen werden geauthoriseert ende gequalificeert om het voorseijde in de weescamer renteloos leggende capitael van ƒ80000:-:- op intrest te moogen stellen en hetselve dus te laaten voortloopen tot tijd ende wijle dat door de daarvan te provenieerene renten dat geene het welk haare camer thans nog te kort komt bij de fraudaleuse [21] administratie van wijlen hunnen secretaris, Jacob Lever, te weeten een somma van ƒ50809:11:10 ingekoomen en vereffent zijn sal, mits dat de daarbij geintresseerde weesmeesteren hun bij plegtige acte sullen moeten verbinden om wanneer hetselve in der tijd wierde vereijscht tot betaalinge der erfportien van de ten huwelijk treedende of meerderjaarig wordende pupillen, als dan ter voorschreeve weescaamer te sullen opbrengen soodanige penningen als aldaer bij diergelijke geleegentheeden sullen benoodigt weesen.


Aldus geresolveerd ende gearresteerd in 't Casteel de Goede Hoop, ten dage en jaare voorsz.
HK. SWELLENGREBEL.
R. TULBAGH.
J. T. RHENIUS.
NS. HEIJNING.
CL. BRAND.
MNS. BERGH.
JS. DE GRANDPREEZ. Rt. en Secrets.

 


Notes.

[1] Kyk C. 446 Inkomende Brieven, Raad van Politie: landdros en burgerkrygsraad, Stellenbosch Goew. en Raad, Kaap, 28.9.1739, pp. 837-839.

[2] In die Haagse kopie staan ook excerceeren i.p.v. exerceeren.

[3] In die Haagse kopie verbeter na verstrekt.

[4] Die gekursiveerde woord is tussen die reëls bygeskryf.

[5] Barend Artois van Haarlem is op 23.5.1734 met Agatha Admiraals van Amsterdam, die weduwee van Jacobus Heuning, getroud. Artois is in 1750 oorlede en sy weduwee op 10.6.1765.

[6] Vermoedelik word 'n hiëna of wildehond bedoel.

[7] In die Haagse kopie verbeter na overlijden.

[8] Hendrik Storm van Leeuwarden was 'n soldaat toe hy in 1731 na die Kaap gekom het en hy het gevorder tot die rang van luitenant. Hy is op 10.6.1742 met Magdalena van den Heever getroud.

[9] Kyk C. 239 Requesten en Nominatiën, 6.10.1739 en 1.10.1739, pp. 56-60 en 61-64, en uittreksel uit notule van weeskamer, 14.9.1739, pp. 65-68.

[10] In sowel die oorspronklike versoekskrif as die Haagse kopie staan ook fraudaleuse i.p.v. frauduleuse.

[11] Kyk C. J.2510 Rekweste, 23.5.1738, pp. 125-127.

[12] Kyk C. J.2510 Rekweste: rapport, 3.7.1738, pp. 128-133.

[13] Kyk C. J.832 Oorspronklike Regsrolle en Notule (Siviel Alleen), 17.7.1738, pp. 94-98.

[14] Kyk C. J.2510 Rekweste, 1736-1739, ongedateer, pp. 134-137.

[15] Kyk C. J.833 Oorspronklike Regsrolle en Notule (Siviel Alleen), 16.4.1739, pp. 65-67.

[16] In die oorspronklike versoekskrif sowel as in die Haagse kopie staan ook diffinitive i.p.v. definitieve.

[17] In sowel die oorspronklike versoekskrif as die Haagse kopie staan ook fraudaleusen i.p.v. frauduleusen.

[18] In die oorspronklike versoekskrif staan frauduleutse.

[19] Die skrywers van sowel die oorspronklike versoekskrif as die Haagse kopie het ook die oud-franse vorm guarandeeren i.p.v. garandeeren gebruik.

[20] Aletta Corsenaar (1695 -27.11.1739) was die oudste kind van Willem Corsenaar van Catharina Cruse. Sy is op 14.6.1716 met Adriaan van Kervel (1681-1737) getroud. Die laaste jare van haar lewe was sy 'n invalide en ook geestelik versteur. Op 1.12.1739 is sy langs haar man begrawe.

[21] Die kopiïs van die Haagse kopie het ook geskryf fraudaleuse.