Dingsdag den 13 December 174[0] 's voormiddags.

Alle present.

Na resumptie van de onderstaande m[e]morie door den Heer hoofdadministrateu[r], Rijk Tulbagh, met bijgevoegd versoek dat daarop na behooren mogt werden gedisponeert, ingeleevert: [1]

Memorie van de nabesz lijfeijgenen in de drie jongst gepasseerde maanden door de natuurlijke dood overleeden, 't vee in gem. tijd soo verrekt als door 't wildgedier[te] vernield, alles volgens secretaria[le] verclaringen blijkende, namentlij[k:]

Volgens geannexeerde reekg. van den o[p]siender van 's Comps. slavelogie en secret[a]riale verclaring zijn in de maanden September, October en November van 's Com[ps.] lijfeijgenen door de natuurlijke dood ov[er]leeden 9 kloeke jongens, 1 schooljongetje, 5 suijgende jongens, 3 kloeke meijden, 3 school meijsjes, 1 suijgend meijsje, 2 Rio de la Goase meijden, 3 bandiete jongens.

En volgens bijgevoegde reecqg. van den land[d]rost, gesterkt met secretariale verclaringen, zijn in bovengem. tijd so verrekt als vernield 74 stux runderbeesten, 1 stux ezel, 6 stux paarden, 16 stux bocken.

(Onderstond) In 't Casteel de Goede Hoop, 13 December 1740. (Was geteekent) R. Tulbagh.

Is verstaan dat de daarbij vermelde gestorvene 's Comps. leijfeijgenen, mitsgrs. verrekte en verscheurde beestiaalen bij de negotieboeken deeses Gouvernements behoorelijk sullen afgeschreeven worden.

Vervolgens geleesen weesende de respective nominatien door den Caabsen kerkenraed mitsgrs. kerkenraaden van Stellenbosch en Drakensteijn, gelijk meede van burgerraden, weesmeesteren, commissarissen van civiele en huwelijxe saaken deeser steede, neevens landdrost en heemraaden der voormelde buijten districten overgelevert, [2] heeft men sig de gedaane verkiesing van David D'Aillij tot ouderling deeser Caabse gemeijnte in plaatse van den afgaanden Abraham Decker laaten we[l]gevallen, en zijn daar en boven uijt het dubbeld genomineert getal voor de af te treedene diaconen, Petrus Jesse Slotsbo[o] en Jan Hassing, [3] hiertoe weederom verkoren Hendrik Möller [4] en Marthinu[s] Tieleman, [5] soo als ook de electie van Daniel Malang tot ouderling der gemeijnte van Stellenbosch in steede va[n] Jacob Cloeten goedgekeurt, en uijt het dubbeld genomineert getal in de plaets van den uijtgediend hebbenden diacon, Lambert Meijburg, daartoe verkooren is geworden Arnoldus Maasdorp. [6]

Gelijk meede de verkiesing van Jan Bastiaanse tot ouderling van Drakensteijn in steede van den afgaanden Charle[s] Marrais geapprobeert en in de plaats der af te treedene Jacob Hugot en Frans Bastiaanse tot diaconen verkoren zijn Pieter le Roux en François Retief. [7]

Maar dewijl dit jaar weederom geen commissaris politicq na de buijten districten staat af te gaan, sal deselve kerkenrad[en] van Stellenbosch en Drakensteijn bovensdien worden aangeschreeven dat zij om die reeden sullen moeten sorge dragen dat de kerkelijke reekenn. hunner armepenningen ten spoedigsten doenelijk herwaarts worden overgesonden.

Sijnde wijders uijt het dubbeld genomineert getal voor de afgaande burgerraden, Jan Hop en Jacobus de Hennion, daartoe geeligeert Daniel Pheijl [8] en Jan de Wit; [9] als meede tot weesmeesteren in steede van David D'Aillij, Alexander Coele [10] en Abraham Cloppenburg, [11] Petrus Jesse Slotsboo, Johannes Kruijwagen en Paulus Artoijs. [12]

En nademaal den Heer independent fiscaal, Mr. Daniel van den Henghel, op heeden in Raade heeft versogt dat van het praesidie der weescamer mogt ontheft worden, als hebbende van onse Heeren en Meesteren desselfs ontslag uijt den dienst en permissie om in desselfs fatsoen te mogen repatrieeren, goedgunstiglijk erlangt, is so hierom als uijt aanmerkinge dat bij [de] te doene overgaef van de voorsz weescamer aan gemte. nieuw verkorene leeden, sulx m[et] eene sal kunnen werden gedaan aan den geenen die gemte. Heer Van den Henghel sal komen op te volgen, in steede van Zij[n] E. tot praesident van de meergemel[te] weescamer bij meerderh[e]ijd van stemmen aangesteld den E. coopman en winkelier mitsgrs. lid deeser Vergaderinge, Marthinus Bergh.

Ook zijn tot commissarissen van civiele en huwelijxe saaken in plaets[e] van Petrus Jesse Slotsboo en Jan Lourens Bestbier, [13] die haaren tijd he[b]ben uijtgedient, verkooren Wijnand Willem Muijs en Marthinus Tiel[e]man.

Boven het welke in steede van den afgaanden praesident van dat collegie, d' E. Christoffel Brand, die op zijn versoek daarvan ontslaagen is, daertoe weeder is aangesteld den E. coopma[n] en soldijboekhouder mitsgrs. lid van deese vergaderinge, Cornelis Eelders.

En zijn eijndelijk geeligeert tot heemraaden van Stellenbosch Jacobus Blanckenbergh [14] en Adriaan van Brakel [15] mitsgrs. voor Drakensteijn Charle Marais en Pieter Booijens, [16] ende zulx in plaatse van den overleedene Jan Valk, [17] mitsgrs. der af te treedene [18] Daniel Malang en Johannes Louw Jacobsz. [19]


Aldus geresolveerd ende gearresteerd in 't Casteel de Goede Hoop ten dag[e] en jaare voorsz.
HK. SWELLENGREBEL.
R. TULBAGH.
D. V. D. HENGHE[L.]
NS. HEIJNING.
CL. BRAND.
MNS. BERGH.
CORNS. EELDERS.
JS. DE GRANDPREEZ. Rt. en secrets.

 


Notes.

[1] C.293 Memoriën en Rapporten, 13.12.1740.

[2] C.239 Requesten en Nominatiën, 5.12.1740,4.12.1740, ongedateer, 8.12.1740, 7.12.1740 en 27.11.1740, pp. 262-263, 264-266, 267, 268-269, 270-271, 272-273 en 274-276.

[3] Jan Hassing van Culemborg was die seun van Warnar Hassing en Elisabeth Lolie. Terwyl hy 'n skeepsdokter op die Huijs te Foreest was, is hy op 13.2.1735 in die Kaapse kerk met Maria Nauta, die weduwee van Nicolaas Micker, getroud. In September van dieselfde jaar het Here XVII hom toestemming gegee om as vryburger na die Kaap terug te keer. Maria Nauta is in 1771 oorlede en Hassing op 28.11.1774.

[4] Hy was 'n boekhouer in diens van die Kompanjie en was die oudste kind van Hendrik Moller en Anna van Banchen. Op 20.11.1735 is hy met Martha van der Westhuisen getroud. Moller is in 1767 oorlede.

[5] Marthinus Thieleman van Delfshaven was 'n vryburger in die Kaapse distrik. Sy vrou, Margaretha Harting, is in 1742 oorlede en hy het twee jaar later met die retoervloot na Nederland teruggekeer.

[6] Arnoldus Maasdorp (1710-8.7.1767) was die seun van Christiaan Maasdorp en Maria Basson. Hy is op 16.5.1734 met Anna Sophia van Brakel (1710-1743) getroud, en na haar dood is hy weer in 1749 met haar niggie, Anna Sophia de Vos, getroud, maar sy is die volgende jaar in die ouderdom van slegs 30 jaar oorlede. Op 6.2.1752 is hy vir 'n derde keer getroud met Elsabe la Febre.

[7] Francois Retief (1708-1789) was die grootvader van die Voortrekkerleier Piet Retief. Hy was die vierde kind van die stamouers, Francois Retief en Maria Mouy. Retief is op 3.12.1741 met Anna Marais getroud.

[8] Daniel Pfeil van Karlskrona, Swede, is in 1717 met Anna Maria Six getroud. Hy was in 1720 die eienaar van die plaas Elsenburg en toe hy in 1757 oorlede is, het hy die plaas Belvedere aan die voet van Leeukop besit.

[9] Jan de Wit is in 1677 in New York gebore en het in 1700 uit Stanton White in Norfolk, Engeland, na die Kaap gekom. Sewe jaar later is hy met Maria Adriaansz getroud. Toe De Wit in April 1755 oorlede is, het hy die plase Onrust by Wynberg, Klipfontein aan die Gouritsrivier en Wysersrivier aan die Kliprivier besit.

[10] Alexander Coele van Delft, 'n seun van Pieter Coele en Geertruyd Engelgrave, was die boekhouer op die retoerskip Vliegend Hart toe die Politieke Raad op 15.4. 1734 aan hom toestemming verleen het om aan die Kaap te bly om met Jan de Wit se dogter, Maria Elisabeth, in die huwelik te tree. Die huwelik is op 18.7.1734 voltrek. Hy was die eienaar van die plaas Schotse Kloof teen die Vlaeberg. De Wit se vrou is in 1757 oorlede en hy het vier jaar later na Nederland teruggekeer.

[11] Abraham Cloppenburg van Utrecht was die seun van ds. Gerardus Cloppenburg en Maria Domburg. Hy het in 1732 na die Kaap gekom en is gedurende dieselfde jaar met Geertruyd Meyboom getroud. Nadat sy in 1737 oorlede is, is hy weer op 27.10.1743 met Gerhardina Sibella Borwater getroud. Cloppenburg het in Tafelvallei gewoon en die plaas Bonaventure aan die Gouritsrivier besit toe hy in 1750 oorlede is.

[12] Paulus Artois (1697-1761) van Amsterdam is op 31.10.1718 met Anna Olivier (1691-1741) getroud en op 7.10.1742 met Maria Mank (1724-1755.)

[13] Jan Lourens Bestbier van Offemheim was sedert April 1738 'n vryburger, nadat hy op 11.8.1737 met Elisabeth Catharina van den Heuvel getroud is. Hy is in 1754 oorlede.

[14] Jacobus Blankenberg was die seun van Johannes Blankenberg en Catharina Bouman. Hy het in 1732 op 18-jarige leeftyd by die Kompanjie in diens getree, maar het vyf jaar later 'n vryburger geword. Op 9.3.1738 is hy met Cornelia de Kock (1715-1746) , die weduwee van Floris Meyboom, getroud. Na haar dood het hy weer met 'n weduwee, t.w. Elisabeth Catharina van den Heuvel (1719-6.9.1765) , die weduwee van Jan Lourens Bestbier, in die huwelik getree.

[15] Adriaan van Brakel (1714-1779) is op 27.10.1743 met Johanna Maria Delitsz (1712-1777) getroud.

[16] Pieter Booyens van Blokzijl in Nederland is op 30.5.1717 met Geertruyd Blom getroud. Na haar dood is hy weer in 1734 met Maria Marais (1692-1.5.1766) getroud. Toe Booyens op 19.5.1777 oorlede is, het hy die plase Klipvallei, Leeuwenvallei en Kromme Rivier besit.

[17] Die vryburger Jan Valk is in 1681 in Sevenhuysen gebore. Hy is op 6.9.1716 met Josina Mos van Amsterdam getroud. Sy is in 1722 oorlede en Valk is daarna met Maria van Brakel getroud. Hy het in 1724 van die Kaapse distrik na Stellenbosch verhuis.

[18] Volgens die landdros en heemrade se nominasies het Hendrik van der Merwe ook as heemraad afgetree.

[19] Hy was die seun van Jacobus Louw en Maria van Brakel en is op 11.5.1732 met Wouter de Vos se weduwee, Elisabeth Morkel, getroud. Louw is in 1764 oorlede.