Dingsdag den 19 Junij 1742, 's voormiddags.

Alle present.

Bij het geagt aanschrijvens van de Heeren van de Hooge Indiaasse Regeering van den 10 der jongst gepasseerde maand Februarij, het welk met het in de Saldanhabaaj vertoevende retourschip den Heuvel alhier is aangebragt, onder anderen ter needer gestelt gevonden wordende dat den schipper van het in de maand October des voorleedenen jaars van hier vertrockene uijtkomend schip het Duijfje, Jacob van Duijn, bij de verantwoording op Batavia der aan hem in het vaderland meede gegeevene contanten voor de reijse, ook in reecqg. heeft gebragt een somma van 67 silvere ducatons, die door hem na desselfs opgave ter deeser plaatse soude weesen uijtgegeeven tot den inkoop van schaapen, groente & tot consumptie geduurende de reijse voor het volk op dat kieltje bescheijden geweest, ende sulx omdat hetselve bij hun vertrek van deese plaats sig nog souden hebben gevonden in een seer swacken toestand; is hierop goedgevonden dat nadat welopgem. Haar Wel Edele Groot Agtbre. weegens de aan ons hiervan gegeven sijnde communicatie op het eerbiedigst sullen sijn bedankt geworden, wijders op dit stuk en tot elucidatie van dien, in alle onderdanigheijd sal worden gerescribeert:

Dat het voorgewende door dien schipper waarom hij alhier de voorsz 67 silvere ducatons soude hebben moeten besteeden tot den inkoop van ververssingen enz. [1] te weeten omdat desselfs volk toen van hier wegging sig swak gesteld bevond, een loutere onwaarheijd is, nadien van alle de in het laatst van den voorleedenen jaare aan dit Gouvernement aan geweest sijnde paasscheepen het Duijfje in deesen opsigte soo bij desselfs aankomst als vertrek van deese plaats een van de best gestelde is geweest; boven en behalven dat so wanneer het waar was geweest dat de scheepelingen van dien bodem ten tijde dat denselven deese rheede heeft besteevent, sig eenigsints in een swacken toestand bevonden hadden, deselve egter in den tijd van omtrent drie weeken dat in deese baaij hebben geleegen, door de aan haar ondertusschen volgens gebruijk verstrekte ververssingen van groente, vers vleesch en brood, tijd en geleegentheijd genoeg souden hebben gehad om tot voorige gesondheijd te geraaken, so dat het geposeerde door voorsz schipper Jacob van Duijn hierdoor en ter oorsake dat aan meergem. scheepje voor desselfs afvaardiging van dit Gouvernement soo veel ververssingen en nieuwe provisiën voor de reijs sijn meede gegeeven als selfs scheepen van grootere chartres als hetselve is gewoonelijk hier daarvoor genieten, van selfs koomende te vervallen, men wel mag vaststellen of dat hij Jacob van Duijn gemelde ducatons alhier tot sijn particulier gebruijk sal hebben geemploijeert, dan wel dat denselven dat geld op Batavia onder soo een fals voorgeeven als boven is gemeld op een sinistre wijse in sijn sak sal gesogt hebben te steeken, te meer dewijl in soo een scheepje als het Duijfje is, niet wel souden kunnen werden geborgen alle de schaapen en de groente die men alhier voor soo een somma van 67 ducatons soude kunnen inkoopen.

En gelijk wanneer in vergaderinge van den 5 deeser loopende maand Junij door den ondercoopman Johannes Needer mitsgaders de burgers Henning Joachim Prehn en Jacob van Rhenen bij seeker request 't welk als doen bij haar driën en de burgers Daniël Pfeil en Jan Hendrik Hop sonder meer was geteekent, versoek wierd gedaan soo voor hun als in naame van de overige deeser ingeseetenen belijdenis doende van de Augsburgsse Confessie [2] onder 's Comps. papieren een eerbiedig smeekschrift aan onse Heeren en Meesteren te moogen oversenden, om door de gunst van welopgem. Haar Wel Edele Hoog Agtbre. tot verrigtinge van hunnen godsdienst alhier te moogen hebben een wettige beroepene leerraar de voormelde Augsburgsse Confessie toegedaan; raadsaamst is geoordeelt met het neemen van eenig besluijt daarop so lang te wagten totdat men soude te weeten gekoomen sijn wie de geene deeser inwoonderen waaren in welkers naame de opstelders van voorsz versoekschrift sodanig koomen te spreeken, om sig daarna te kunnen reguleeren, is gem. request 't welk de eerste onderteekenaars van hetselve ondertusschen geteekent hebben weeten te krijgen door meer andere hunner geloofsgenooten, schoon deselve gelijk men wel onderregt is, van dit alles bevoorens niets hebben geweeten of dies aangaande door de eerstgem. sijn geraadpleegt geworden, op heeden wederom in vergaderinge overgeleevert sijnde, bevonden te weesen van den volgenden inhoud: [3]

Aan den Wel Edelen Gestr. Heere Hendrik Swellengrebel, Gouverneur van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien, beneevens den E. Agtbre. Raad van Politie.

Wel Edele Gestr. Heer en E. Agtbre. Heeren,

Geeven met verschuldigde eerbied en onderdanig respect te kennen de ondergeteekende Uwe Wel Edele Gestr. en E. Agtbre. needrige dienaren dewelke alhier woonagtig en belijders der onveranderde Augsburgsse Confessie sijn, hoe sijl. beneevens meer andere ingeseetenen alhier de voormelde Augsburgsse Confessie meede toegedaan sijnde, gaarne en van herten wenschte een wettige beroepene leerraar der voorm. Confessie toegedaan alhier te moogen hebben, om haare openbaaren godsdienst vreijelijk te kunnen oeffenen, dog nademaal haarl. seer wel bewust is dat sulx niet geschieden kan sonder de behoorlijke licentie van de Edele Hoog Agtbre. Bewindhebberen der Neederlandsche geoctroijeerde Oost-Indische Comp., onse wettige Heeren en Meesters, dierhalven keeren de supplten. sig, soo voor hun als in naam der overige belijders der gemelde Augsburgsse Confessie dewelke sig hier nog bevinden tot Uwe Wel Edele Gestr. en E. Agtbre. met nedrig versoek dat het Uwe Wel Edele Gestr. en E. Agtbr. behaagen mag aan deselve toe te staan om een eerbiedig smeekschrift ten dien eijnde aan welgem. Haar Wel Edele Hoog Agtbre. de Heeren gecommitteerde Bewindhebberen ter Illustre Vergaderinge van Seventhienen onse Heeren en Meesters te moogen presenteeren, mitsgaders dat hetselve onder 's Comps. papieren na het vaderland overgesonden en met Uwe Wel Edele Gestr. en E. Agtbs. veel vermoogend voorschrijvens tot bereijking haarer oogmerk mag gehonoreert werden, sijnde de belijders der meergem. Augsburgsse Confessie bereijd de versogte leerraar ten haaren costen alhier selfs te onderhouden, sonder dat sulx eenige lasten aan d' E. Comp. sal koomen toe te brengen.

(Onderstond) 't Welk doende &. (Was geteekent) Js. Needer, Dl. Pfeil, Jan Hendrik Hop, H. J. Prehn, J. v. Rhenen, Js. Swellengrebel, J. F. Timmendorf, Andareas Muller, Ml. Pentz, J. Bacheracht, H. L. Bletterman, O. M. Bergh, J. T. Rhenius, Wm. Bosman, J. L. Bestbier, Pieter de Smeth, Jochem Georges, Isaacq Dalgue, Matthias Lotter, J. E. Wepener, Frederik Zappel, Jan Greve, Henricus Peter Hessen, H. P. de Wit, Hans Roos, Willem Lsen. Kemerling, Helmuth Luttig, Johan Friederich Wilhelm Böttiger, Mart. Godlieb Eckard, Christiaan Ackerman, Christ. Gothard Ackerman, Pieter Mathijsen de Vries, Carel Jacob Diets, Laurens Biel, Jochim Daniel Hiebenaar, Michiel Otto, Jan Bam, Johan Peter Kres, J. H. Elers, Jns. Zacharias Bek, J. F. Bierman, J. F. Pricelius, J. As. Horak, Jacob Theodoor Hoetman, Paul Helurg, Jns. Swellengrebel, J. C. Warnecke, Jan Jurgen Schreuder, J. A. Truter, J. Hk. Spiegelberg, G. P. Schindelaar, Js. Needer junior, D. G. Carnspek, Jn. Raeck, Derk Weijdenaar, Lourens Staaf, O. W. Rotenburg, As. Bergh, Fk. Rhenius, J. P. Haubtfleisch, F. Koch, Adam Hendrik Mulder, J. E. Swartze, M. Bergstedt, J. N. v. Dessin, C. L. Rhenius, Hendrik Booijs, H. P. Koopman, Hans Christiaansen.

Waarover met aandagt geraadpleegt en daarneevens in aanmerkinge genoomen weesende dat soo wanneer de Lutheraanen ter deeser plaatse gestabileert, dewelke alle op een stuk of thien na, soo het niet nog minder is, sijn getrouwt met gereformeerde vrouwen, eens wierden begunstigt met eenen leerraar van haare religie die de vrijheijd soude hebben om alhier in het openbaar te prediken en de sacramenten na haare wijse te bedienen en uijt te deelen, sij Lutheraanen als dan in steede van hunne kinderen, gelijk het tot nu toe is geschied, in de gereformeerde kerk van deese plaatse te laaten doopen en vervolgens op te brengen in de aldaar geleert wordende religie, daar en teegens de kinderen dewelke hun in het vervolg souden worden gebooren, sonder dat de gereformeerde moeders derselve, hoe hard 't voor haar mogt weesen, sulx ooijt souden kunnen beletten, niet alleen daarvan souden afhouden en in hunnen godsdienst doen opbrengen, maar ook, dat nog meer is, wel soo ver souden gaan van de geene hunner kinderen dewelke bereijts in de gereformeerde religie sijn opgebragt, daarvan tot de Luijtersche over te brengen, gelijk men hiervan bereijts ter deeser plaatse exempelen heeft, 't welk dan in der tijd niet als seer groote verbitteringen en doodelijke oneenigheeden soude kunnen veroorsaaken in sodanige huijsgesinde; is dan soo hierom als ter saake dat de meergem. Lutheraanen, of om eijgentlijker te spreeken, de hier boven gementioneerde principale hoofden derselver te minsten wel soo lang souden hebben behooren te wagten totdat het de Heeren Majores soude hebben behaagd sig nader te declareeren op dat geen 't welk van hier aan deselve bij onse onderdanige letteren van den 14 Julij d' an. passo. is berigt in opsigte van het getal der hier bevonden wordende persoonen dewelke de meergem. Augsburgsse Confessie syn toegedaan, sonder inmiddels een saak van die natuur dus voorbaarig te entameeren, gelijk ook om de rust en vreede in deese landen te onderhouden, met eenparigheijd van stemmen goedgedagt dat dit hier gedaan wordende versoek van de hand sal worden geweesen; dan heeft den Heer captn. Rudolf Sigfried Alleman, als de voorseijde Augsburgsse Confessie toegedaan sijnde, in deesen niet geadviseert.

En nademaal den oppercoopman en eerse administrateur van de medicinale winkel des Casteels Batavia, Gerrit Hackenberg, denwelken tot dus lang ter deeser plaatse was gebleeven om over Sijn Edelheijd den geweesenen Heere Gouverneur Generaal Adriaan Valckenier te practiseeren en met denselven na Batavia te rugge te keeren, op eene clandestine wijse met een der laatste van hier vertrocken sijnde retourscheepen Enkhuijsen, Ruijven en Abbekerk de vlugt van deese plaats na Europa heeft genoomen, is derhalven gearresteerd dat de weijnige door hem ter deeser plaatse agter gelaatene goederen, neevens desselfs leijfjonge geregtelijk sullen vercogt [4] en de daarvan te provenieere penningen a deposito in 's Comps. cassa gebragt worden. [5]

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Terwijl men wijders op de hierover ingediende versoekschriften [6] nog heeft goedgevonden aan Maria Petronella Steen en Hendrik Plooij te verleenen de versogte veniam aetatis. [7]

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -


Aldus geresolveerd ende gearresteerd in 't Casteel de Goede Hoop, ten dage en jaare voorsz.
HK. SWELLENGREBEL.
R. TULBAGH.
P. REEDE VAN OUDSHOORN.
R. S. ALLEMANN.
NS. HEIJNING.
CL. BRAND.
CORNS. EELDERS.
JS. DE GRANDPREEZ. Rt. en secrets.
JS. MÖLLER.

 


Notes.

[1] Die gekursiveerde woord is tussen die reëls bygeskryf.

[2] Die Konfessie van Augsburg (Confessio Augustana) is in 1530 deur Melanchton opgestel en is een van die belydenisskrifte van die Lutherse kerk.

[3] C.421 Requesten en Nominatiën, 1742, pp. 129-133.

[4] C.J.2921 Vendu Rollen, 2.7.1742, pp. 123-133.

[5] Die raad se besluit om sekere goedere as verliese af te skryf, is hier weggelaat. Kyk C.34 Resolutiën, 19.6.1742, pp. 203-206.

[6] C.241 Requesten en Nominatiën, 1742, pp. 105-106, 111-112 en 115.

[7] Die bevordering van 'n aantal bemanningslede op die Heuvel is hier weggelaat. Kyk C.34 Resolutiën, 19.6.1742, pp. 207-208.