Dingsdag den 11 December 1742, 's voormiddags.

Alle present.

Ter sake dat het hier ter plaatse in 's Comps. dienst sijnde gemeen volk gelijk ook de banditen en slaven van deese inwoonderen soo 's Comps. dienaren als burgeren, sig wederom op ongeoorloofde tijden, te weeten des avonds na de clocke thien uuren, op 's heeren weegen en straaten laaten sien, en de leijfeijgenen daarenboven sonder bij sig te hebben een ligtend lantaarntje, gelijk dit meenigmaal is geordonneert geworden, heeft men derhalven moeten besluijten dat tot voorkoming van het quaad dat hieruijt soude kunnen ontstaan, dat de hieromtrent gestelde ordres bij het 82 artic. van het vigeerend generaal placcaat [1] nogmaals gerenoveert en alomme sullen geaffigeert worden, en dat wijders bij die geleegentheijd sal worden gelast dat de balijs uijt de secreeten voortaan niet meer des avonds, maar alleen met het aanbreeken van den dag sullen moeten weggedraagen, en nergens anders moogen uijtgegooten worden dan aan het strand in zee, op sodanige paenaliteijten als bij placcaat hierteegens geemaneerd sijn vermeld; [2] op dat dus de geleegentheijd mogt worden weggenoomen die de slaven tot nu toe hebben gehad om de voorsz balijs, des nagts of bij avond weggedraagen wordende, ongestraft op de straaten en pleijnen van dit vlek uijt te gietten. [3]

En nademaal het komt te blijcken en sulx ook door den E. equipagiemeester Jacobus Moller, als eerste brandmeester deeser plaatse, op heeden in Raade is te kennen gegeeven dat de brandmeesters Jan van der Swijn, Adam Hendrik Mulder en Claas Langemack, den dienst tot hun voorm. ampt betreckelijk in het geheel zijnde [4] komen te verwaarloosen, deselve seedert eenige jaaren herwaarts nergens na meer omgesien of sig bemoeijd hebben met saaken hun in deesen opsigte aanbetrouwd, is ter dier oorsake als ook omdat deese drie persoonen buijten dien gants niet nodig sijn en wel kunnen worden gemist, dewijl door de overige 6 brandmeesters alles wat tot haare fonctie [5] is specteerende na behooren sal kunnen waargenomen worden, verstaan dat bovengemelde Jan van der Swijn, Adam Hendrik Muller en Claas Langemaak van haare brandmeesterschap sullen worden en blijven ontslaagen.

Vervolgens is na overweeginge van seekere memorie door den Heer hoofd-administrateur Rijk Tulbagh in de volgende bewoordingen overgegeeven: [6]

Memorie van de nabeschreevene leijfeijgenen in de drie jongst gepasseerde maanden door de natuurlijke dood overleeden, 't vee in gem. tijd soo verrekt als door 't wild gedierte vernield als meede de voorwagens en kruijtseeven onder ulto. Augustus bij de wapenkamer onbequaam bevonden, alles volgens verclaaringe hier annex blijckende:

Volgens geannexeerde reekening van den opsiender van 's Comps. slavenlogie en secretariale verclaringen sijn in de maanden September, October en November van 's Comps. leijfeijgenen door de natuurlijke dood overleeden

Afschrijven {7 cloecke jongens
2 schooljongens
4 cloecke meijden
2 Rio de la Goa meijden
3 bandite jongens

En volgens bijgevoegde reecqg. van den land-drost, gesterkt met secretariale verclaringen sijn in bovengem. tijd soo verrekt als vernield

Afschrijven {80 ps. runderbeesten
3 ps. paarden
11 ps. bocken

Bij de wapenkamer onbequaam bevonden

Tot de kalkoven te verbruijken 3 ps. voorwaagens tot 3 lbders.

Vercoopen 5 ps. kruijtseeven.

(Onderstont) In 't Casteel de Goede Hoop, den 11 December 1742.

(Was geteekent) Rk. Tulbagh.

Goedgevonden dat met de daarbij vermelde gestorvene 's Comps. slaven en verrekte beestiaal mitsgaders onbequame goederen sodanig sal worden gehandelt als in margine van die memorie geannoteerd gevonden word.

Ook is op het hierom gedane schriftelijk versoek [7] bij den soldt. Nicolaas van Blerk aan denselven in eijgendom gegeeven seeker stukje huijs erfs, desselfs eijgen huijs en erf in deese Tafelvalleij geleegen, annex, groot in sijnen grond 10 quadrt. roeden, breeder blijckende bij het daarvan geformeerde caartje, des versoekers request bijgevoegt.

Sijnde wijders op het voordraagen van den Heer Gouverneur of het voor den dienst der E. Comp. niet ten uijtterste nodig sijn soude dat op de thans na behooren met goed geschut en scherp voorsien sijnde groote batterij, ook geduurig een genoegsame quantiteijt buscruijt in vooraad wierd gehouden, om hierdoor aldaar bij alle voorvallende geleegentheeden en onverhoopte toevallen klaar en in staat van deffentie en offentie te kunnen [8] weesen, meede vastgesteld dat om de geallegueerde reedenen op geciteerde batterij altijd in wel versorgde kisten op de beste en secuurste wijse klaar en bij der hand sullen gehouden worden een hondert stux cardoesen met buscruijt gevult, en dat ook nog bovensdien ten eijnde als eevengemeld voor de militie deeses Casteels in gereetheijd sullen gebragt en vervolgens altijd in voorraad gehouden worden eenige duijsent scherpe patroonen.

Laatstelijk heeft men sig na lectuure en resumptie der respective nominatiën door den Caabsen kerkenraade mitsgaders kerkenraade van Stellenbosch en Draakensteijn gelijk meede van burgerraaden, weesmeesteren, commissarissen civiel en van huwelijxe saaken deeser plaatse, neevens land-drost en heemraaden der voorn. buijtendistricten ingedient, [9] de gedane electie van Abraham Decker tot ouderling deeser Caabse gemeijnte in steede van den afgaanden David D'Aillij laaten welgevallen, en sijn voorts uijt het dubbelt genomineert getal voor de af te treedene diaconen Hendrik Möller en Marthinus Thieleman, daartoe wederom verkooren Barend van Dockum en Johannes Henricus Blankenberg.

Soo als ook de verkiesing van Willem van As tot ouderling der gemeijnte van Stellenbosch in steede van Daniel Malang goedgekeurt en uijt het dubbelt genomineert getal in plaatse van den af te treedene Arnoldus Maasdorp tot diacon verkooren is Nicolaas Vlok. Sijnde insgelijx de electie van Jan Blignaut tot ouderling van Draakensteijn in steede van Jan Bastiaansz geapprobeert en in plaatse der afgaande Pieter le Roux en François Retief tot diaconen verkooren geworden Thomas Therron en Hercules du Preez.

Inmiddels dat ter oorsake dat de noodsakelijkheijd hetselve begint te vereijschen wijders aan kerkenraade van Stellenbosch en Draakensteijn sal worden kennisse gegeeven dat Haar Eerw. in het korte en ter vereijschter tijd een commissaris politicq uijt deese Vergadering sullen te wagten hebben, om de opneeming van de reekeningen der armegelden aldaar bij te woonen en verders te verrigten wat nodig sal worden gevonden te behooren, waartoe voor deese reijs benoemd en aangesteld is den E. coopman en winkelier Cornelis Eelders.

Voorts sijn uijt het dubbelt genomineert getal voor de afgaande burgerraaden Daniel Pfeijl en Johannes Cruijwagen daartoe weeder geeligeert geworden Andries Grové en Jacobus de Hennion; als meede tot weesmeesteren in de plaats van haaren tijd uijtgedient hebbende Petrus Jesse Slotsboo, Johannes Cruijwagen en Paulus Artois, Jan Raak, Carel Isaak Courtonne Broussart en Jan Laurens Bestbier; mitsgads. tot commissarissen van civiele en huwelijxe saaken in steede van Wijnand Willem Muijs en Marthinus Thieleman, Thomas Swellengrebel en Petrus Johannes de Wit. Boven het welke in plaatse van den afgaanden president van dat collegie, den E. coopman en winkelier Cornelis Eelders, die op sijn versoek hiervan ontslagen is, daartoe weeder is aangestelt den E. coopman, lid en secretaris deeses Raads, Josephus de Grandpreez. En sijn eijndelijk geeligeert tot heemraden van Stellenbosch Gerrit van der Bijl en Andries Brink, mitsgaders voor Draakensteijn David de Villiers en Wijnand Louw, ende sulx in steede der af te treedene Jacobus Blankenberg, Adriaan van Brakel, Charle Marrais en Pieter Boijens.


Aldus geresolveert ende gearresteerd in 't Casteel de Goede Hoop, ten dage en jaare voorsz.
HK. SWELLENGREBEL.
R. TULBAGH.
P. REEDE VAN OUDSHOORN.
R. S. ALLEMANN.
NS. HEIJNING.
CL. BRAND.
JS. DE GRANDPREEZ.
JS. MÖLLER.

 


Notes.

[1] M. K. Jeffreys en S. D. Naude (reds.): Kaapse Plakkaatboek II (11.10.1740) , pp. 192-193; C.683 Origineel Placcaat Boek, 11.10.1740, pp. 101-103.

[2] M. K. Jeffreys en S. D. Naude (reds.): Kaapse Plakkaatboek II (11.12.1742) , pp. 205-206; C.683 Origineel Placcaat Boek, 11.12.1742, pp. 158-159.

[3] In die Haagse kopie verbeter na gieten.

[4] Die gekursiveerde woord is tussen die reëls ingeskryf.

[5] In die Haagse kopie verbeter na functie.

[6] C.294 Memoriën en Rapporten, 11.12.1742, pp. 177-178.

[7] C.241 Requesten en Nominatiën, 1742, pp. 245-247.

[8] Die gekursiveerde woord is tussen die reëls ingeskryf.

[9] C.241 Requesten en Nominatiën, 10.12.1742, 2.12.1742, 2.12.1742, 3.12.1742, 7.12.1742, 8.12.1742 en 19.11.1742, pp. 219-220, 223-224, 225-226, 229-230, 233-234, 237-238 en 241-243.