Dingsdag den 23. maart 1745:

's Voormiddags alle present.

Haar Wel Edele Hoog Agtb:re de heeren Seventhienen bij haar hoog geagt aanschrijvens van den 5: Septemb:r des voorleeden jaars; het Welk ons met het op eergisteren hier gearriveerde Schip Zuijderburg, is ter eeren aan handen gekomen; in die gedagten dat het Capitaal der Armen ter deeser plaatse, Soo als het Selve in Weesen Was in den beginne des jaars 1743, te Weeten ten bedrage van ƒ240740.; Weesentlijk uijt contanten bestaande, hier renteloos quam te Leggen; ons in bedenking hebbende gelieven te geeven of dat geld dan Wel ten minsten twee honderd duijsend guld.s daarvan niet gevoeggelijk aan d' E. Comp:e alhier Soude kunne worden uijtgegeeven teegens een intrest van 4: P:r C:to in het jaar om Soo Wanneer met een gedeelte der hier uijt te Provenieerene renten en de telkens gecollecteert Werden de Penningen rond konde Worden geschooten, als dan de overschieten de intresten van Voorz: ƒ200000 te emploijeeren tot het afbetaalen der Tractamenten van de Predicanten in dit Gouvernement bescheijden mitsgaders tot den opbouw van de twee nieuwe kerken en Schoolen hier Landwaarts in; dit Laatste ten eijnde dat dat Werk door de Lasten die de daarom Streex Woonende Menschen ter dier oorsake moeten draagen niet vertraagt of agter uijt bleef; met qualificatie Wijders als ter deeser plaatse geene essentieele Consideratiën hier tegens mogten vallen, dit alles dan met den eersten in het Werk te Stellen, Soo is na dat hierop met aandagt was gedelibereert Geworden, best gedagt dat tot elucidatie van het een en het ander aan Wel opgemelde onse Heeren en Meesteren Conform de Waarheijd in alle eerbied Sal Worden voorgedraagen en vertoont.

Eerstelijk dat het gantsche Capitaal van de Diaconij deeser plaatse, niet in der daad uijt Contanten bestaan Soo als haar Wel Edele Hoog Agtb:re om dit indiervoegen te veronderstellen naar alle apparentiën hieruijt Sullen sijn bewoogen, dat bij onse afgaande Generale Brieven, bij het Spreeken van de Capitaalen der Arme Penn:e soo van deese Caabse gemeijnte als die der buijten districten, alleen in generaale termen van Contanten en effecten word vermeld hoe veel elk der selver komt te bedraagen, en daarbij niet afsonderlijk gespecificeert, de natuur van voorz: Capitaalen en uijt Welke bijsondere effecten die komen te bestaan, t' Welk dus altijd is geschied, om dat bij de daarneevens overgaande Reecq:ge, alle het Selve Post voor post word genoteerd gevonden maar wel voor het grootste gedeelte losse en vaste goederen als daar sijn; Scheepenkennissen, Obligatiën, agterstallige renten, ornamenten tot de kerk en eenige huurhuijsen mitsgaders geleende gelderen aan die Diaconijën der Buijten Kerken; invoegen bij het Sluijten der boeken onder Ult:mo December Laatstl: bij deese Caabse Diaconije alleen aan Contant P:r Restant in Cassa is geweest een Somma van ƒ27500: swaar geld Soo als dit nader komt te blijcken bij de nu van hier naar het Vaderland overgaande Copia Reecq:g der Arme Penn:e van deese Caabse Diaconije.

Ten tweeden dat vermits dat dat geen het Welk Jaarlijx tot onderhoud der Armen ter deeser plaatse mitsg:s om de onkosten van de Kerk goed te maaken Word vereijscht, verre komt te Exedeeren het geen dat soo van de Collecten als andersints Word ontfangen men het daar aan ontbreekende, uijt het op intrest Leggende Capitaal moet Suppleeren, terwijl het daarvan overschietende bij het gesegde Capitaal blijvende, Sulx het selve Jaarlijx Wel eenigsints doed Accresseeren, dog geensints Sodanig dat Soo hier uijt als uijt de renten die van bovengen:e Somma van ƒ27000 uijtgeset Sijnde nog Souden kunnen inkomen; in eeniger maniere en op Verre na niet Sooveel Soude kunnen Worden bijeen gekreegen dat men daarmeede eenigermaten aan het boven vermelde geEerd Oogmerk van haar Wel Edele hoog Agtb: soude kunnen voldoen, te meer dewijl de Diaconij armen van Stellenbosch en Soo ook die in het Land van Waveren aan die van deese plaats nog geld Schuldig Sijnde, de Kerk van Draakensteijn soo weinig over heeft, dat deselve hiertoe niet met al Soude kunnen Contribueeren, boven en behalven dat deese Caabse Diaconije ook altijd eenige Contanten bij Sig in Voorraad moet houden om bij voorkoomende onvoorsiene toevallen en buijten gewoone benodigtheeden aan alles te kunnen voorsien; waar onder geensints het minste is het by setten nu en dan van gelden en aan de Diaconije Armen der Buijten Districten sonder intresten soo als dit nog Anno Pass:o met Permissie van deese Regeering is geschied ten opsigte van de kerk in het Land van Waveren, en nog verders sal moeten worden gedaan soo omtrent deselve gemeijnte als van die van het Swarte Land voor en al eer alles ter dier plaatsen in Staat Sal kunnen sijn gebragt.

Ten derden en laatsten dat de Costen die de Menschen onder die twee Gemeijntens gehoorende Weegens het opsetten der Kerken en andrere gebouwen aldaar gewillig meede helpen draagen, door het verstrecken aan deselve onder de goedkeuringe van Welopgemelde onse Heeren en Meesteren, naar het voorgaande gebruijk van de nodige materiaalen inkoops prijs, en het bijsetten aan deselve door deese Caabse Diaconij Soo als even is gemeld van Contanten sonder intrest, voor hun soo ligt en draagelijk Worden gemaakt dat se die Weijnig komen te voelen, en ook daar door geensints gedrukt Worden.

Voorts dat op het verdere bij Welopgem: haar Wel Edele hoog Agtb:re herwaarts aangeschreevene in alle onderdanigheijd sal worden gereschribeert dat alhier geen moeiten nog devoiren worden gespaart om Soo Veel Oliphants Tanden te bemagtigen en na Batavia te versenden als het immers mogelijk is en dat tot erlanginge derselve en ook met eene te beletten dat 'er niets daarvan door Particulieren van deese plaats na India word afgescheept nog Jongst bij Placcaat van den 9. febr: Pass:o sodanige ordres Sijn gesteld als men hiertoe nuttigst en bequaamst heeft geoordeeld, dog dat daar teffens aan gedagte onse Heeren en Meesteren sal te kennen Worden gegeeven, dat het niet apparent is dat in het vervolg met het Senden van gesegde Tanden van hier na Batavia veel beeter Sal kunnen toegaan, als Seedert eenige Jaaren herwaarts is geschied Weegens dat door het bevoorens meenigvuldig dood Schieten der Oliphanten en Wel insonderheijd der geene dewelke best getand waaren deselve seer Sijnde komen te verminderen en de Overige diep in het Landt gevlugt die Dieren teegenswoordig niet als met seer groote moeijte kunnen worden agterhaalt en dood geschooten, en Wel Sodanig dat de geene deeser Ingeseetenen die hier van nog eenigsints hun werk maaken, dewelke egter seer weijnig sijn en daarbij nog hoe langer hoe grooter teegensin hierinne komen te krijgen; om een, twee of op sijn alderhoogste drie vragten dier Tanden te kunnen magtig Worden, Somwijlen ses en agt maanden ja een geheel jaar en meer moeten uijt blijven op deese dangereuse en moeijelijke togten, Waar door dan en de Groote kosten die Sij hierom moeten maaken de Winsten die Sij andersints Souden kunnen over hebben bijna Worden geabsorbeert, gelijk dit alles en wat dies meer sij bereijts bij Missive van den 15: April van het voorleedene jaar aan de Heeren Superiores in het breede is gedemonstreert.

Dat de Gebouwen in de Baaij Fals dienende tot berging van Provisiën Equpagie en andere goederen voor de aldaar in den Winter aanlandende 's Comp:s Scheepen, en Soo ook tot een Hospitaale voor de Sig op die Kielen bevindende sieken, navolgens het diesweegens meede geadviseerde al Over eenigen tijd voltooijd Sijnde Wijders aldaar ook is aangelegt een bequame Thuijn, om voorsz: bodems daaruijt van goede en versche Groentens te voorsien; dog dat Wat het aanstellen van een Equipagiem:r daar in de Baaij Fals aangaat, dat Sulx (:onder Wijser oordeel:) gantsch onnodig is en alleen soude dienen tot 't maaken van nutteloose oncosten voor d' E. Comp:e, om dat in de quaade mousson geen van 's Comp:s Scheepen ter deeser Caabse Rheede mogende komen, den Equipagiemeester deeser Plaatse oversulx het aldaar voorvallende ten opsigte der Scheepen selfs Seer gemackelijk kan Waarneemen, gelijk het selve tot nu toe is geschied Selfs ook wanneer Scheepen in deese Tafelbaaij ten Ancker Waaren Leggende.

Dat men Wijders haar Wel Edele Hoog Agtb:re op het eerbiedigste Sal bedanken voor de goedheijd en de moeijte die Sij Wel Willen neemen met het herwaarts te Sullen senden van twee groote tweedeks fluijten met houtwaaren voor dit gouvernement gelaaden, en voorts dat met het weeder afsenden van die kielen en het aanhouden ter deeser plaatse tot versterking van dit quarnisoen der daarmeede uijt te komene Militairen na het diesweegens ontfangend bevel sal Worden te Werk gegaan, Soo als aan den anderen kant ook Schultpligtig sal worden geobserveert, het geordonneerde ten opsigte van het annoteeren op de Monsterrol van ijder Retourschip, van de Persoonen die van hier vertreckende de halve of geene Præmie genieten moeten.

En Eijndelijk dat meermaals genoemde Heeren Seventhienen uijt name van den Landdrost Pieter Lourensz den keldermeester Johan Raack mitsg:s den Secretaris der Weescamer Joachim Nicolaas van Dessein, voor de aan deselve beweesene Weldaaden met den eersten tot Coopman en de twee andere tot ondercooplieden goed gunstiglijk te bevorderen ook op het Onderdanigst Sullen bedankt worden, maar gemerkt dat de bij Welopgem:e haar Wel Edele hoog Agtb:re ook opgedraagene ondercoopmans qualiteijt aan de Boekhouders Thomas Swellengrebel en Daniël Godfried Carnspek, ten haarl: opsigte geen effect kunnende hebben, ter Saake dat den Eerstgen:e thans Repatrieert en dat den Anderen al over eenigen tijd desselfs Ampt van Secretaris van Justitie met ons Consent heeft verlaaten,om Sig alhier buijten den dienst der E. Comp:e te erneeren; deselve qualiteijt voor Soo veel Sulx gedagte Carnspek betreft (:onder beeter oordeel:) Wel met eenige gevoeggelijkheijd soude kunnen Worden Overgebragt op desselfs Successeur den teegenwoordigen Secretaris van Justitie den Boekhouder Johan Frederik Tiemmendorf, is bij Overweeginge van dit alles, en Soo meede dat de Predecesseurs van den jeegenwoordigen Soldij Overdraager den meedeboekhouder Daniël Heijning, desgelijx Successivelijk met dequaliteijt en gagie van onderCoopman sijn begunstigt geworden, gelijk dit nu nog ten belange van voorseijde Jan Raak komt te geschieden en dat men hierom Soude kunnen Vooronderstellen dat niet soude Worden misgetast, Wanneer men deese twee Laatste in Plaatse der twee eerstgem: deed optreeden, te meer dewijl deselve Sig Sulx door het Vlijtig waarneemen haarer Respective bedieningen komen Waardig te maaken, Sijn derhalven gedagte Johan Frederik Tiemmendorf en Daniël heijning dog egter op de nadere approbatie der Heeren Superiores aangesteld tot ondercooplieden met ƒ40: ter maand en een nieuw drie jarig verband.

Sijnde hierna bij Resumptie van Seekere Periode gecoucheert in den Brief door de Regeeringe des Eijlands Ceijlon onder den 5:' der Jongst afgeweekene maand Januarij herwaarts geschreeven, concerneerende voornamentlijk de Zeijlaas Ordres der van hier derwaarts gaande Scheepen en van de Routes die deese kielen navolgens het diesweegens ter needergestelde bij twee berigt Schriftuuren die neevens gesegde Missive sijn ontfangen, op de reijse tusschen deese plaats en het voorseijde eijland Soude moeten neemen en houden; best gedagt dat het maaken van eenige veranderingen in deselve Zeijlaas ordres so als ons Sulx door het Ministerium van Ceijlon Word voorgesteld, het selve nodig bevonden Wordende eerbiedig sal Worden gedefereert gelaaten aan het goedvinden onser Heeren en Meesteren, mitsgaders van de Hooge Indiaasse Regeeringe also men Sig hier ter plaatse daartoe ongequalificeert bevind, en wijders dat de Overheeden der Scheepen die van de maand Maart tot Medio Julij van hier na Ceijlon sullen vertrecken tot nader ordre sullen worden geordonneert om Conform het geene dat deesen aangaande alhier altijd is geobserveert tusschen het Eijland Madagascar en deese vaste Wal van Africa binnen door te Zeijlen dog voor of na dien tijd buijten om.

Vermits bij den verdeelden Eijsch met het in den hoofde deeses gen:e Schip Zuijderburg uijt het Vaderland ontfangen, komt te blijcken dat van daar herwaars staan aangebragt te Worden 50000: lb Buscruijt, en dat het grootste gebrek dat men daar aan onlangs hier heeft gehad, hiermeede komt te Cerseeren, Is oversulx verstaan dat met het Ligten van Buscruijt uijt de ter deeser plaatse aankomende Patriaasse Scheepen sal gediscontinueert Worden.

Maar gemerkt dat daar het Lang Agterblijven van het daarvan uijt het Vaderland geeijschte, onsen voorraad van Smeecoolen, Schoon nu en dan nog iets daarvan, van de hier aangeweest Sijn de uijtkomende Scheepen is geligt, thans sodanig is ten eijnde geloopen, dat soo door deese en geene middelen hieromtrent niet ten eersten konde Worden Voorsien, het Werk in de Smitswinkel ten deesen Casteele sal moeten Stilstaan; heeft men om uijt deese groote Verleegentheijd te kunnen geraaken, moeten besluijten dat van de Overheeden der hier ter Rheede Leggende Engelsche Scheepen Soo veel van die Brandbaare Stoffe sal worden ingekogt als men van deselve sal kunnen bekomen.

Op de gedane klagten door meest alle de Overheeden der in deese Tafel baaij geankert Leggende Bataviaasse Retourscheepen aan den Heer Gouverneur, dat Sijl: ter gemelde plaatse van geen genoegsaam Brandhoud voor de reijse hebbende kunnen Worden voorsien, het geen dat Sijl: daarvan bij hun komst aan dit Gouvernement nog binnen boord over hadden, door het Langer blijven Leggen ter deeser Caabse Rheede als na Gewoonte, dermaaten was komen af te neemen, dat Sijlieden daarmeede haare verdere Voijagie onmogelijk Souden kunnen volbrengen; met bijgevoegd versoek dat haare onderhebbende bodems ter dier oorsake alhier ten besten doenelijk met ander Brandhout mogten worden voorsien; Is de noodsakelijkheijd hier van ingesien Sijnde, gearresteerd dat met 's Comp:s Wagens soo veel Brandhout voor die kielen sal Worden aangereeden als het Selve met mogelijkheijd Sal Weesen bij te brengen, en dat het mancqueerende bij de Particulieren ter deeser plaatse sal ingecogt worden.

Seeker Schriftuur Contineerende verscheijde notabele Versoeken het Welk door Burger en Heemraaden, mitsg:s krijgs officieren deeser plaatse aan de Hoog Edele heeren Seventhienen Gerigt Sijnde, heeden in Raade is Overgeleevert Geworden door den Burgerraad Henning Jochem Prehn met bijgevoegd Schriftelijk versoek van eerstgem:e Persoonen, dat het selve niet alleen onder 's Comp:s Papieren Van hier na het Vaderland mogt Overgesonden, maar ook met eene Verseld Worden met een goed gunstig Voorschrijvens van deese Reegeering, Geleesen Weesende, is dies aangaande best Gedagt dat dat Schriftuur Soo als het Selve legt thans aan onse Heeren en Meesteren Sal Worden Overgesonden; Luijdende dat geschrift aldus.

Aan de Wel Edele hoog Agtb:e heeren Bewindhebberen gecommitteert ter Illustre Vergadering van Seventhienen Representeerende de Generale Neederlandsche geoctroijeerde Oost-Indische Comp:e ter Præsidiale Camer. Te Middelburg

Wel Edele, Erntfeste, Hoog Agtb:re, Hoog Wijse, voorsienige en seer genereuse Heeren. Hoog Gebiedende Heeren.

Verthoonen met diep Respect Uw Wel Edele Hoog Agtb:re onderdanige Dienaren de Burger en heemraden mitsgaders Burger Krijgs officieren deeser Landen, hoe hun t' seedert eenigen tijd herwaarts op diversse reijsen, en nu Wel Principaal onlangs Publicquelijk ten tijde Wanneer op den 18: deeser maand de Burger Wapenoeffening gehouden Wierd, door de ingeseetenen deeser Lands eenmondelijk is voorgesteld geworden d' armoede en 't bedrukte heenkomen Waarin deselve sig thans Waaren bevindende, met betuijginge dat Sulx principaale voortquam Weegens de Lasten die sij niet alleen t' seedert verskeijde jaaren herwaarts hadden moeten draagen over haar in Leeninge hebbende Veeposten, maar ook ter Sake der in 't jaar 1743. nieuw opgelegd Impost, Weegens een alhier op te Regtene Moelij, als meede ook ten opsigte der verminderde Prijs op de Tarw, in 't voorleeden jaar door de Hoge Indiásche Regeering beraamt, versoekende oversulx aan ons, dat W' hunlieder even voorgestelde belangen volgens ons Ampt en Pligt aan Uw Wel Edele hoog Agtb:re als Vaders en Voedsterheeren deeser Lands mogten voordraagen en Uw Wel Edele hoog Agtb:re hooge gunst tot 't stellen van Redres omtrent 't voorenstaande af te smeeken.

Uijt dien hoofde is 't dan dat W' Uw Wel Edele Hoog Agtb:re op W' onderdanigste na Waarheijd moeten vertoonen dat d' Armoede Waarlijk t' grootste gedeelte deeser ingeseetenen en Wel principalijk dier der Landlieden is druckende.

T' is Uw Wel Edele hoog Agtb:re reets ten vollen bewust dat den aanteel van t' vee, mitsgaders den Coorn en Wijn Ougst de eenigste middelen sijn, waar door den Landman alhier enkelijk sijn best aan moet hebben, en uijt Welkers provenu den Burger vervolgens eenige Winsten kan toevloeijen, dog als Uw Wel Edele hoog Agtb:re eens in sijn omstandigheeden gelieven in te sien, hoe t' voormelde bestaan der gesegd Landlieden tegenwoordig is, soo vertrouwen d' onderdanige ondergeteekendens dat dan Uwe Wel Edele Hoog Agtb:re de Armoede der Voormelde Menschen sal komen door te Straalen, voornamentlijk wanneer men aan de eene kant in aanmerking neemt de last van R.d: 24:-: die den Overswaren Bergen Verre Landwaarts in Woonende Landbouwer Weegens t' gebruijk der Weijden voor sijn vee voor een enkeld buijten Post, die hij somtijds maar voor vier à vijf maanden, naar dat 't Land, t' welk hij in Leening heeft, geleegen en gesteld is, in 't geheele jaar slegts kan gebruijken, en oversulx tot sijn groote Last van de eene op d' Andere vertrecken moet, Jaarlijx moet betaalen, en aan d' andere sijde considereert dat sodanig een Landsman bij t' uijteijnde van sijn Leenjaar uijt de Winsten van Sijn booter en vee, t' Welk alhier in een seer Laage Prijs is, buijten de betaalinge der Leen Penningen (:Waaraan t' ook al veeltijds hapert:) en Onderhoud der Slaven of der bij hem bij gebrek der Eerstgem: in dienst Sijnde hottentotten; Welke eevengem:e Man tegenwoordig niet meer als voor deesen voor een kleijnigheijd maar wel ten duursten moet huuren en dan nog Seer omsigtiglijk behandelen qualijk soo veel kan overhouden om voor hem en Sijn Vrou en kinderen de benodigde kleederen te kunnen koopen, des veele genoodsaakt sijn SchaapsVellen tot deksel van hun lichaam te moeten gebruijken; Waardoor dan voortkomt dat sodanig een Verre LandWaarts in Woonende Lantman, Soo Wanneer hij hem buijten andere behoeftens van een absolut benodigde Ossewagen die men alhier voor ƒ330: qualijk kan Laaten maaken; en die met vier en vijf togten over voormelde Sware en rotsige gebertens genoegsaam versleeten is, en onbruijkbaar gemaakt word, wel voorsien, of een Ploeg met Sijn toebehooren, waar voor hij ten minsten ƒ100: moet betaalen, tot sijn gebruijk en tot d' enkele Winning van Zaad en Broodkoorn wil hebben noodsakelijk Schulden moet maaken en dies intreste, als dan niet eens kan betaalen, laat staan dan nog t' Capitaal; waar door dus meede veroorsaakt word, dat den Crediteur sijn interest moetende missen, ook geen bestaan heeft, en oversulx genoodsaakt is den debiteur aan te tasten en naar veel gebruijkte Consideratiën en eenige jaren na malkanderen tevergeefs gegeevene respijt tot Voldoeninge der Interesten eijndelijk uijt te winnen en met sijn Vrou en kinderen tot een totale ruine te brengen.

En hiermeede naar Waarheijd door de onderdanige ondergeteek: aangeweesen Sijnde de gesteldheijd der Verre Landwaarts in woonende Huijsgesinnen, so sullen deselven als nu overgaan ter openlegginge der gesteldheijd van de wat nader bijwoonende Landbouwers en omtrent deselve al meede waaragtelijk seggen, dat derselver heenkomen desgelijx voor't grootste gedeelte seer schraal en sober is, voortkomende Sulx soo Weegens den Jaarlijxen duuren inkoop en reparatie der tot den Land of Wijnbouw alhier noodsakelijk vereijscht wordende materialen gelijk hier vooren reets ten opsigte van een enkelde ossewagen en Ploeg is aangeweesen, als ook Principalijk meede uijt hoofde der kostbare bearbeijders van het Land, t' Welk de Slaven ofte Leijfeijgenen Sijn, aan Welkers inkoop den Landtman geheele Capitaalen moet besteeden en door de Veelvuldige Sterfte en fugeeren derselver daaraan genoegsaam Sijn geheele Credit hangen, sonder thans eens te willen Reppen van derselver onderhoud, t' Welk al meede geen geringen Somme komt te bedragen, dus schoon een op t' oog reedelijk Wel sittende Landtman wanneer eers genoomen in 't jaar 300: of 400: mudden koorn, ofte de Wijngaardeniers 10: ofte 20: leggers Wijn komt te gewinnen hij genoegsaam Sijn geheele inkomsten van t' voormelde gewas aan voren geciteerde nodige onkosten moet aanwenden, Ja Somtijds daarmeede ongereekent de Misgewassen die hier nu en dan komen te vallen, niet kan uijtkomen, en Oversulx op goed Crediet te soeken moet verdagt Sijn, maar door dan Wederom een nieuwe noodsakelijke Lastpost, waarvan Seer Weinig Landtlieden deeses Lands bevrijd sijn, werd veroorsaakt, te weeten de betaalinge der interesten die alhier jaarlijx soo bij de Weeskamer en de Diaconij, als ook bij eenige Weijnige Particulieren op Ses p:r C:to Sijn loopende, en Welke intresten doorde gevallen hier vooren genoemt en nog te noemen, hoe Seer den Landtman bevlijtigt deselve effen te houden, Seer veel ten agteren blijven; wil men nu eens overgaan ter Vrage Waarmeede d' opgenoomene Capitaalen Wanneer den Crediteur die opeijscht, betaald worden, Soo komt het al Wederom veeltijds uijt op de Verkopinge van Sijn besit, en dan is denselven met Sijn Vrouw en kinderen geruineert en aan den BeedelStaf gebragt, boven en behalven dat er thans nog bijkomt dat schoon den Landtman met een goede ougst geseegent mogte Sijn, hij met Sijn koorn ongeleevert langen tijdt moet blijven Sitten en gevolglijk geen Penn:e kan in de hand krijgen, om t' noodige voor hem en Sijn omslag te besorgen ofte Sijne debiteerende interesten te voldoen, komende Sulx voort dewijl buijten de Backers, die egter geen groot quantiteijt kunnen Vertieren, d' E. Comp:e d' Eenige Coopman Sijnde aan Wien de ingeseetenen hunnen graanen kunnen of mogen leeveren van geen genoegsame Pakhuijsen tot den ontfangst en berginge van Voorz: graanen voorsien is, en die gewassen oversulx in handen van de ingeseetenen tot de komst der Scheepen uijt t' Vaderland die al veeltijds lang agterblijven moet laaten, t' Welk dan al Wederom tot groote Last en Schaade voorden Landman is Streckende, als moetende in dit geval sijn koorn dog noodsakelijk in den droogen tijd, Soo wanneer hij in den reegen tijd de mistinge van sijn Landt, mitsgaders Sijn Ploeg en Eg niet wil laaten Stil Staan Caabwaarts opbrengen, en in d kamers der Particulieren, aan welke hij als dan maandelijx voorhuur, 4. 5, à 6: Rijxd:s betaalen moet, op Sware hoopen neederstorten, en vermits de Schaarsheijd van ruijmte onverwerkt laaten Leggen, bevindende bij de eijdelijke afleevering van dien, als dan veel koorn aangeslaagen en onbequaam; dat dan al Wederom van Sijn Ougst tot Sijn Schaaden afgaat, waarbij nog komt dat veele der Landlieden tot berging van hun graanen aan de Caab geen plaats kunnende vinden genoodsaakt Sijn t' Selve buijten op haare plaatsen te houden tot tijd en Wijle d' E. Comp:e geleegentheijd heeft Sulx aan te neemen, inwelken gevalle Sijlieden Soo Wanneer hunne nodige Landbouw Willen voortsetten, van andere die geen koornbouwers Sijn, hunne Wagens, waarop niet meerals Thien mudden kan gelaaden Worden, ten duursten en dat Wel voor 6, 8. Ja 12: en 16: Rijxd:s p:r vragt, naar maate der Verre afgeleegentheijd van de plaatsen moeten huuren en dus, wanneer hun koorn is afgeleevert en de Voorgeciteerde gedane onkosten afgetrocken Sijn, qualijk kunnen reekenen ƒ3:-: voor elk mudde ontfangen te hebben.

Alle dit Voorverhaalde dan de Zuijvere Waarheijd Sijnde soo vertrouwen d' onderdanige ondergeteekendens dat Uwe Wel Edele hoog Agtb:re dewelke deese Colonie met Soo veel Sorg en moeijte hebben aangequeekt en in een goeden Welstand soeken te houden, goedgunstelijk Sullen gelieven te reflecteeren op den Voorverhaalden kommerlijken en bedrukten Staat der Ingeseetenen deeses Lands, en ter Opbeuringe van derselver bedrukte gemoederen, mitsgaders ter reddinge van deselve uijt hun Totaal ruine hun met een Vaderlijke hulpe en bijstand te ondersteunen; versoekende Sijl: uijt dien hoofde ootmoedelijk dat t' Uwe Wel Edele Hoog Agtb:re mag behaagen den Prijs van het koorn; die Soo als voorwaarts gesegd, door de Hoge Indiaasse Regeering in t' voorleedene jaar op ƒ7. is gereduceert wederom op den ouden prijs van ƒ8. te herstellen; voorts den Swaaren Last Jaarlijx van Rijxd:s 24. op de Leenplaatsen te verminderen, en 't Moelij gelt, t' Welk hun merkelijk druckende nu t' Seedert eenigen tijd herwaarts te betaalen is opgelegt in Sijn geheel afte Schaffen, om dus door deese voor verhaalde van Uw Wel Edele Hoog Agtb:re af te Smeekene Redressen Wederom eenigen Lugt en verhaal uijt hunne bedrukte Staat te moogen verkrijgen, verseekerde Sijlieden daar en teegen aan Uw Wel Edele hoog Agtb:re in alle getrouw en Onderdanigheijd voor 't Welsijn der E. Comp:e en bescherminge deeses Lands des Vereijscht Werdende hun goed en bloed gewilliglijk Sonder eenig t' minste gevaar te ontsien, te sullen opofferen, en Sig altoos als getrouwe en bereijdwillige onderdaanen; waarvan Sij soo ten tijde van 't droevig verongelucken der Scheepen alhier, door t' Vrijwillig helpen bergen der van d' E. Com.e uijt de golven der Zee geredde goederen, als meede door 't ongedwongen Verleenen hunner Waagens ten dienste der nieuw aangelegde Fortificatiën mitsgaders ook door de Volvaardige presentie in Cas van Extraordinaire opontbod en Commando's, door Welke Laatste Sij en wel Principalijk tegenwoordig in deese haggelijken tijds gesteldheijd by Maandelijxe beurdwisselingen van vijftigh der landlieden te gelijk, en nogtans genoodsaakt Sijn hunne dierbare Panden te weeten Vrou en kinderen en de ook hunne Landbouw moeten verlaaten en ten Prooije der Vagebonden in gevaar Stellen, voldoende blijcken soo Sij Vertrouwen hebben gegeeven, te gedraagen.

Moetende de onderdanige ondergeteek: hier neevens aan Uw Wel Edele Hoog Agtb:re nog met diep Respect verthoonen, dat dit Land honderd en meer uuren Landwaarts in door deese en geene der ingeseetenen bewoond werdende, Sijlieden te gemoed sien, dat de groote Winsten van Wijnen en Graanen die dit Land van tijd tot tijd immer meer en meer staat voort te brengen alhier in 't vervolg niet wel sal sijn te vertieren, en dat bij gebrek van dien den inwoonder tot merkelijken armoede sal komen te vervallen, voornaamentlijk Wanneer hij de Vrugten van Sijnen kostbaaren Arbeijd niet kunnende aan de man brengen buijten de handeling van Penningen blijft. Tot voorkominge van t' eevengemelde dan vermeenen de onderdanige ondergeteekendens dat den ingeseetenen deeser Landen grootelijx Souden kunnen te Staade koomen, wanneer t' Uwe Wel Edele Hoog Agtb:re mogte behaagen, aan deselve goedgunstelijk te vergunnen een Vrije vaart, soo op de Oostcust deeser Landen, als ook op d daarom heen leggende Eijlanden en na d' India's versoekende Sij vertoonders Oversulx ootmoedelijk dat dit aan hun door Uw Wel Edele hoog Agtb:re mag werden gepermitteert, en dat aan de Vertoonders door Uw Wel Edele hoog Agtb:re als dan bij Provisie mag werden toegesonden, een hoeker voerende drie masten, van 90: tot 100: voeten oversteeven, en een weijnig wijder dan ordinair getimmert, voorsien met goede Armatuur en dubbel de Equipagie mitsg:s met bequame officieren en Zeelieden, omme bij aankomst van denselve, als dan voor Reecq:g van de geene die daarin Part Sullen willen hebben, overgenomen te kunnen worden, ten eijnde door dit middel den overschot der vrugten deeser Landes, wanneer d' E. Comp:e daarvan ten vollen voorsien is, met goede Winst elders te kunnen verhandelen, en daar enteegen de Inwoonders alhier met de in andere Landen vallende goederen ende Wel Voornamentlijk met den aanbring van Slaven, die dit land Soo noodsakelijk noodigheeft, Wederom te gerieven, als meede ook om ten goede Profijte der E. Comp:e op een voordeelige handel van Eliphants Tanden; waarvan dit Land al Zeer Schraal begind te werden, uijt te sien.

De Verthoonders vleijen hun dat Uw Wel Edele hoog Agtb:re desselver onderdanige Voorstellen en Beeden met gunstige oogen sullen gelieven aan te sien, en met een favorabel Appostil bekroonen, gebruijkende voor t' overige de vrijheijd hun met diep Respect te noemen. (:onderstond:) Wel Edele, Erntfeste, Hoog Agtb:re Hoogwijse, voorsienige en seer genereus Heeren Uw: Wel Edele hoog Agtb:re onderdanige en gehoorsame Dienaren (:was geteekent:) H.J. Prehn, Jan Hendrik Hop, J. H: Blanckenberg, Joh:s Car:s de Wet, D.l Pfeil, Jacob de Hennion, A:s Grové, A:m Cloppenburg, J.L. Bestbier, J.V. Renen, G.V.D. Bijl, A.V. Brakel, T: De Wit, J.V.D. Poel, A: Brink, J:s Louw Jacobz:, C:s Heufke, H:L: Bletterman, H: Van der Heijde, Steven ten Holder, J.M:s Cruijwaagen, Jacobus Cuijlets, Martijnes Van Staden, (:in margine:) Cabo de goede Hoop den 23: maart 1745:

Dog wat het versoek van de Ritmeesters en Capiteijnen van deese Burger en Landmilitie aangaat; namentlijk dat voor de onder haare Comp:ie beschijdene Burgeren uijt het Vaderland inkoops prijs mogte worden geëijscht, deese en geene benodigtheeden vermeld op de daar neevens ingeleeverde notitie; Is om door de gedagte officieren gëallequeerde Reedenen en de Billijkheijd die daarinne na onsen oordeel Resideert, goedgevonden, dat men Sulx soo als versogt Word Sal laaten geschieden.

En nademaal men volgens de jongst ingekomene Advijsen uijt het Vaderland voor eerst ter deeser plaatse niet sal behoeven te vreesen voor een van buijten aankomende vijandelijke magt, en dat hier ook bijkomt dat den tijd om Preperatie te maaken tot het beploegen der landereijen genoegsaam op handen geschooten Sijnde, de nood vereijscht dat de buijten Luijden sig hiertoe op haare Land goederen komen te begeeven; Is ter dier oorsaake Raadsaamst geoordeelt dat het hier aan de Caab Wagt houdende detachement der Landmilitie van 50: Coppen naar huijs sal te rugge gesonden en daar teffens aan den Landdrost en krijgs Raad der Buijten Districten aangeschreeven worden dat voortaan en tot nader ordre geen meerdere Commando's van gesegde Landmilitie hiernatoe sullen moeten opgesonden worden, maar alleen sorge gedraagen dat de Buijten Luijden sig altijd in staat komen te houden om Soo bij aankomst van een Vijand als andersints op de eerste ordre alhier in volle geweer te verschijnen.

Laatstelijk is aan eenen Jurriaan Wolk als Tweede Schipper op het aanweesend Retourschip Akerendam bescheijden, op desselfs hierom in Schriptis gedaane versoek, gepermitteert om onder afgesz: gagie alhier te moogen verblijven, Soo als aan den anderen kant aan den geweesenen Burger tot Batavia Nicolaas Wilmar met het Schip Crabbendijk aan dit Gouvernement aangeland, meede toegestaan is sig ter deesen plaatse als Burger ter needertesetten.


Aldus Geresolveerd en de Gearresteerd In 't Casteel de Goede Hoop, Ten Daage en Jaare Voorsz:
H:k Swellengrebel
R Tulbagh
P: Reede van Oudshoorn
R S Allemann
N:s Heijning
C Brand
Corn.s Eelders
J:s degrandpreez R:t en Secret:s
J:s Möller