Dingsdag den 1: Februarij 1752:

'S voormiddags alle Præsent.

Na dat met aandagt was geleesen en geresumeert geworden, het geagte aanschrijvens der Heeren Majores van den 8: october des voorleedenen jaars, het welk alhier in duplo. is aangebragt met de aanweesende uijtkoomende Scheepen Voorland ende Spaarzaamheijd, is het gedagt dat op de daarbij vervatte Materien deswelke rescriptie koomen te vereijschen, het volgende in alle Eerbied sal worden g'antwoord; te weeten.

Dat door de Scherpe ordres die hier omtrent Sijn gestelt, ende goede wagt, dewelke daarteegens bij Continuatie word gehouden, het genoegsaam ondoenelijk sijnde dat eenige Eliphants Tanden door Particulieren van hier na elders kunnen versonden of aan Scheeps vrienden vercogt worden; men dienvolgens de reeden waarom Jaarlijx soo veel van die tanden van deese Plaats na Batavia niet kunnen worden afgescheept, als dezelve van daar worden g'Eijscht; aan een andere Oorsaak moet toe Schrijven, namentlijk, aan dat voorsz: Tanden alhier hoe Langer hoe Schaarser worden, en niet als met groote moeite Sijn te krijgen, gelijk Sulx breedvoerig aan Haar wel Edele Hoog Agtb:re is gededuceert, bij Onse Ootmoedige Letteren van den 10: april 1745:

Dat de Balken en ander Houtwerk van 24: tot 30: voeten, dewelke Successive uijt het vaderland zijn g'Eijscht; hebben gedient en noodig zijn geweest tot het Repareeren, vernieuwen en opmaaken van Coorn Maguazijnen, wijn kelders, schuuren en andere diergelijke Gebouwen, Soo van D' E: Comp. als van Particulieren, tot dewelke Soodanige Langer Balcken en Hout werk vermits die Zoorte van Gebouwen in Zulck een warm climaat als dit, Lugtig en dienvolgens hoog en weijd moeten weesen, noodwendig worden vereijscht, en niet wel in het geheel zijn te missen; dog dat om te voldoen aan d' g'eerde Intentie van Welopgemelde Onser Heeren en Meesteren, in het vervolg met het Eijschen van diergelijke Balcke en Houtwerk, Soo menagieus sal worden te werk gegaan, als het Immers moogelijk Sal Sijn; Ondertusschen dat Balken van 18: en 20: voeten in het Daagelijkse gebruijk te pas koomende, en Balken van 22: voeten, alle rijnLandsche maat tot gebouwen die binnens werks Twintig voet Breed zijn, gelijk men veel hier van dat Soort vind, dewelke meest Soo bij D' E: Comp:e als door Particulieren worden opgeset, meede niet wel kunnende worden gemist, Haar wel Edele Hoog Agtb:re sullen worden versogt, de Balken van deese Laatste Soort, soo wel als d' andere van 18: en 20: voeten, als die worden g'Eijscht, ook herwaarts te willen Senden, te meer om dat word vertrouwt, dat dezelve Balcken van 22: voeten, omtrent de Stuagie in de Scheepen geen hinder Sullen Koomen toe te brengen.

Dat de afgescheepte Twintig Kisten met Silvere Staven voor Bengaalen, in de Scheepen 't Huijs te Reijnsburg en Huijgenwaard, bij verschijning ter deeser Rheede van die Twee Kielen daaruijt sullen geligt en bij de Komst alhier van het Schip Crabben dijk daarmeede na Ceijlon voortgezonden worden.

Dat d'ordre van Haar wel Edele Hoog Agtb:re in opsigt der te noteerene Advancen ensz: op de alhier vercogt wordende Bieren in het vervolg pligtschuldig Sal worden in agt genoomen; dog dat de quantiteijt van dien egter Seer gering is; nademaal de weijnige Bieren dewelke jaarlijx voor dit Gouvernement uijt het vaderland worden versonden, meest moeten worden G'Emploijeert; op de Publicque Maaltijden dewelke 'S Comp:s weegen worden gegeeven; tot gebruijk van der Gouverneurs Tafel, die D' E: Comp: van alle tijden de goedheijd heeft gehad, te defroijeeren, mitsgaders tot het afgeeven van randsoenen aan 'S Comp:s gequalificeerde Dienaaren, dat altijd tot een Douceur voor dezelve is aangemerkt; omdat de wijnen hier te Lande selve vallende, het randsoen van die Drank voor Haar van weijnig agrement soude weesen.

Dat men in het vervolg bij het Repatrieeren van hier van 'S Comp: dienaaren, sig omtrent het toeleggen aan dezelve van het douceur, præcies sal gedraagen aan het diesweegens gemaakte Reglement van den jaare 1742; Sonder daarvan in het minste af te wijken, sullende op dat dit te beeter nagekoomen en diesweegens geen verdere abuijsen gepleegt worden, Extract uijt Bovengem:ne missive voor soo veel sulx deese materie betreft, worden ter handen gestelt, aan de geene die het aangaat.

Dat uijt het overgeleeverde Rapport bij den Heer Luijtenant Collonel Isacq Meinertzhagen en andere die om hier Over Oculaire Inspectie te neemen, door den Heer Gouverneur expres Sijn gecommitteert geweest; koomende te blijcken dat het opregten van eene Batterij van 12: à 14: Stucken Canon van 24: lb: Bals, op de Cop van de alhier begonne Moelje, om de voortgebragte Reedenen niet alleen ondoenelijk is, maar ook dat dat geen het welke met Soodanige eene Battereij tot Beveijliging van deese Rheede Soude kunnen worden uijtgevoert, met het zelfde Effect kan geschieden van de daar digte bij Leggende groote Battereij of water Schans, dog dat hier en teegens eene Battereij van 6: à 8: Stucken geschut, te Leggen, omtrent het soo genaamte Paarden Eijland aan deese Kant van de Soute Rivier, van veel nut Soude weesen om de landing van een Vijand aan die Zijde te beletten, is best gedagt, dat dit alles met oversending in Copia van gedagte Rapport eerbiedig Sal worden bekent gemaakt aan onse Heeren en Meesteren, en haare Dispositie hierop versogt; Terwijl bij deese geleegentheijd ook onder het Oog van wel op gemelde Haar wel Edele Hoog Agbt:re ook sal worden gebragt, dat met De Comp:s Dienaaren die men alhier bij een heeft kunnen krijgen en sommige deeser Burgeren dewelke haaren Dienst hiertoe vrijwillig hebben aangebooden, de thans Langs deesen Stranden Leggende Batterijen nog naauwlijx kunnen bezet en gedefendeert worden, in vertrouwen dat gedagte onse Heeren en Meesteren hierop gunstig sullen gelieven te Reflecteeren.

Dat bij de aankomst ter deeser Plaatse van de in Europa aangetimmert wordende Fluijt tot afhaaling van Slaven van het Eijland Madagascar voor dit Gouvernement daarmeede conform het aangeschreevene sal worden gehandelt; maar dewijl het nog een geruijmen Tijd sal koomen heen te Loopen eer dat het zelver Schip sal kunnen hier sijn, en dat Inmiddels het werk soodanig is koomen aan te groeijen, dat men het onmoogelijk Langer Sal kunnen gaande houden met de thans aan handen Sijnde Slaven en Bandieten /:welke Laatste al gaande weg gestorven; vermits tijds Expiratie na Batavia te rug gesonden; of door de Heeren van de Hooge Indiaasse Regeeringe om Reedenen uijt haare Bannissement Sijn ontslaagen geworden; gemerkt 'S Comp:s Gebouwen alomme een noodwendige en Onvermijdelijke Reparatie vereijschen, waaraan men al heeft beginnen de hand te slaan, met het vernieuwen van 'S Comp:s Wijn Pakhuijs, Slaven Logie en wat dies meer Zijn, sal daarom ter Reddinge uijt deese ongeleegentheijd, het hier Permanente Scheepje Schuijlenburg, dat voor den Ontfangst deeser missive bereijts hier toe was klaar gemaakt, in de aanstaande maand Maart of april worden g'Emploijeert, om voorsien sijnde van het noodige Carguazoen; een Togt na Madagascar ter afhaalinge van Slaven te doen; na dat het Zelve alvoorens na de Baaij fals sal hebben overgebragt die goederen die aldaar noodwendig in voorraad worden gerequireert, ten behoeven der Scheepen dewelke ter dier Plaatse in het aanstaande quaade Saisoen Souden moogen aankoomen.

En Laatstelijk dat gelijk in den Jaare 1750: op ordre uijt het vaderland, Soo bij affixie van Billietten, als het laaten Invloeijen in het Scheeps Placcaat, van een Periode deese Saak betreffende, aan alle ende een ijgelijk hier te lande bescheijden, is verbooden eenige Caabse wijnen aan Particulieren in het vaderland over te Senden, en aan de Scheeps Vrienden om die meede Te neemen en Over te brengen, op Poene dat dezelve andersints sullen aangehouden en ten behoeven Der E: Comp. vercogt worden; Sulx weederom bij Renovatie en affixie der voormelde Billietten /:het Scheeps Placcaat bij Continuatie op de Retour Scheepen die hier ter Rheede koomen g'affigeert wordende:/ Sal g'interdiceert, en Voorts door de geene die het aangaat, teegens deese Clandestine versendinge van wijnen van hier na Europa, waartoe nooit Permissie verleend is sal gevigileert worden.

Sijnde voorts bij deese geleegentheijd tot het drijven van den Boven gen:de Slaaf Handel op het Eijland Madagascar tot eerste Commis. is aangesteld, den Boekhouder en Eersten Clercq ter Weescamer alhier Philip Boomgaard, mitsgaders tot Tweede D:o en Boekhouder den op het Soldij Comptoir meede bescheijdene Boekhouder Dirk Westerhoff.

Gemerkt men voor als nog geen kennisse heeft van de gesteldheijd deeser binnenwaarts Leggende Landen, en Soo ook niet van d' g'aardheijd der Volkeren die dezelve bewoonen, mitsgaders wijders of met dezelve niet eenigen Handel met voordeel voor D' E. Comp. in der Tijd Soude kunnen worden gedreeven, en datter egter hieraan voor den Dienste onser Heeren en Meesteren en het wel weesen deeser Colonie Seer veel geleegen Legt; Is bij deese Tijds Omstandigheijd dat onse Republicq met alle Moogentheeden van Europa in Vreede Leeft, en dat Zulx derhalven thans met gevoegelijkheijd sal kunnen geschieden op de Propositie van den heer Gouverneur g'arresteert, dat om de gewenschten onderregting in deesen te kunnen Erlangen; teegens het eijnde van deese of het Begin der aanstaande maand Maart, een detachement uijt dit Guarnizoen dat Sterk genoeg Sal Sijn om Sig Zelfs teegens alle Vijandelijke Attacque te kunnen defendeeren, onder het Commando van den Vaandrig: August Frederik Beutler sal worden uijtgezonden, welk detachement sal bestaan uijt de volgende Persoonen, die alle met geweeren, Cruyt en Loot, Sullen moeten weesen voorsien te

Weeten

- Den Evengemelden Vaandrig August Frederik Beutler als Hoofd.
- Twee Sergeants
- Vier Corporaals
- Een Tamboer
- Dertig Zoldaaten
- Voorts
- Den Adsistend Carel albregt Haupt, om het Dag Register te houden, en daarbij waar teneemen alle Zaaken tot de Pen Relatie hebbende -
- Den Onderstuurman Pieter Clement en
- Den Landmeeter en Caarte maaker Carel David Wentzel; beijden om de noodige Astromonische Observatien en wat dies meer Zij, te doen; en den Laatsten gemelden daar en boven om Zoodanige Caarten en Afteekeningen te maaken en op het Papier te brengen als noodig Sal worden Bevonden.
- Den Onderchirurgijn Jan Hendrik van Ellewe
- Een Botanicus
- Een Smit
- Een wagen maker
- En eijndelijk den Onder Baas van de Schuur Hendrik Beeneke met vijff en Twintig zoo waagen Rijders als Leijders, deese laatste ten dienste van de Elf waagens, dewelke aan deese landgangers Sullen moeten worden bijgezet, tot Transport van de noodige Leevens middelen, ammonitie van Oorlog en andere noodwendigheeden, mitsgad:rs nog van een Schuijt, dienende om over de Onwaadbaare Riviere te kunnen koomen.

Boven alle het welke voor de Hoofden van dit Commando tot hun narigt op de Reijse sal moeten worden geformeert een Ampele en ter Saake Passeerde Instructie, En is ten laatsten nog Verstaan dat aan de Menschen onder dit commando gehoorende, om dezelve in Staat te Stellen, Sig tot het doen van die Togt te kunnen uijtrusten, Twee maanden gagie Sullen verstrekt worden.

Om ten besten doenelijk te Suppleeren, aan het gebrek dat men teegenswoordig hier heeft aan bind Rottangen als Zijnde den Ordinairen Voorraad daarvan met het aanweesende Provisie Schip Breedenhoff van Batavia niet aangebragt; Is aan den E: Dispencier Nicolaas Heijning gedemandeert, om Voor een Civielen Prijs bij de Particuliere als hier ten gebruijke in 'S Comp:s dienst, Soo veel van die Rottangs in te koopen, als de Benoodigtheijd dit sal koomen te ver Eijschen.

Bij nadere Resumptie van de Procuratien en daaraan g'annexeerde Zoldij Reekeningen waarvan mentie is gemaakt bij Resolutie van den 11:n Pass:to; Sijnde koomen te blijken dat dezelve door Den Heer Independent Fiscaal Pieter Reede van Oudshoorn ondersogt en wel bevonden Zijn, is hierom aan dies Eijgenaars gepermitteert, deselve Procuratien en Zoldij Reecq:gen aan haar vrienden in het vaderland te moogen Oversenden.

Voorts zijn nog in Vergaderinge nagesien de Reeckeningen der Arme Gelderen van de Caab, Stellenbosch, Drakensteijn, het Land van Waveren en het Swart Land; in welke opsigte verstaan is, dat de zelve na gewoonte naar het vaderland sullen worden overgesonden, Luijdende voorseijde Reekeningen als volgt:

'T Generaale Montant des Capitaals deeser Caabse Diaconie Armen bestaat in het volgende A:o 1751: P:mo Januarij was 't Capitaal ƒ226429:5:
In dit Jaar bijgekoomen:
Aan Almoezenƒ5101:-:
d:o Graffsteedend:o 927:04:
d:o Armbossend:o 426:01:
d:o Intrestend:o 9815:01:
d:o Testementaire en Liberaale Giftend:o 83:08:
d:o Verhuurde gestoeltensd:o 120:-:
d:o 16472:14:
ƒ242 901:19:
Gaat aff
Aan Onkosten der Armenƒ9713:11:
d:o d:o d:o Kerkd:o 888:02:
d:o Winst en Verliesd:o 64:16:
d:o 10666:09:
Blijfft onder Ult:imo december 1751ƒ232235:10:
Bestaande in de volgende Partijen, als
Aan Cassa over Restantƒ13693:08:
d:o Obligatien en Custing Brievend:o 162307:04:
d:o Agterstallige Intrestend:o 14587:14:
ƒ190588:06:
Ornamenten tot d' Kerkƒ1099:10:
Huijsen Over Bouw Stoffend:o 12547:14:
d' Diaconie van Stellenboschd:o 3200:-:
d:o d:o 't Land van Waverend:o 10400:-:
d:o d:o 't Swart Landd:o 14400:-:
d:o 41647:04:
Sommaƒ232235:10:

/:onderstond:/

Aldus Gedaan en Getransporteert in Kercken Raade aan Cabo de Goede Hoop ten Overstaan van mij Ondergeteekende als Commissaris Politicq Adij den 17: Januarij a:o 1752: /:was Geteekend:/ S. Swellengrebel.

Cassa Reekening der Arme gelde soo bevonden is op ult:mo December 1751:
Debet
Uijtgegeeven aan Alimentatie en diversse
Benoodigtheeden &:aƒ1796:04:
In Leen van Haar Eerw. de Kerken Raade
Aan Cabo een Somma vanƒ4000:-:
Credit
Bij 't Sluijten der voorige Jaars Reekening is 'er p:r Restant in Cassa gebleevenƒ2755:06:
Onder de godsdienst in 't Jaar 1751 ontfangend:o 555:06:
Nog weegens verscheenen Intresse, giften en Kerke geregtigheede, &:ad:o 800:06:
Sommaƒ4111:02:
d' uitgaaf hiervan afgetrockend:o 1796:04:
Soo Resteert in Cassa aan Contantƒ2314:14:
Aan uijtstaande Penn:gen volgens obligatiend:o 7020:-:
Nog weegens agterstallige Intrestend:o 674:07:
d' Kerkelijke Ornamentend:o 240:-:
Sommaƒ10249:05:
Het neevenstaande hiervan afgetrockend:o 4000:-:
Soo blijft nog 't Capitaal der Armenƒ6249:05:

/:onderstond:/

Aldus gedaan en nagesien in Kerke vergadering aan Stellenbosch, den 9. Januarij 1752. /:was geteekend:/ H.E: Blanckenberg, G: v:D: Bijl, D: Malan, A:m Faure, D: D: Vos, N:s Vlok.

Cassa Reekening der Armen gelden op Drakensteijn soo als bevonden is, ult:mo decemb. 1751:
Contant in Cassa gelaaten voor 't Jaar 1751ƒ10489:01:
Onder den Godsdienst ontfangend:o 952:04:
Aan verscheene Intreste, Kerkhoffs geregtigheijd en andere Willige giftend:o 1545:10:
ƒ12986:15:
Uijtgaave van 'T Jaar 1751
P:r Scheepe Kennisƒ2000:-:
Aan Leverantie voor Steenen voor een Vloer in de kerk, beneevens kalk en Rijloond:o 2464:-:
Aan Timmer Lieden en Metzelaarsd:o 1942:-:
Aan Alimentatie en andere Benoodigtheedend:o 2649:02:
ƒ9055:02:
Blijft in Cassa aan Contanten voor 't Jaar 1752d:o 3931:13:
Aan Scheepe Kennissen en Obligatiend:o 12200:
Geheele Zommaƒ16131:13:

/:onderstond:/

Drakensteijn den 9: Januarij 1752. /:was geteekend:/ S:v:n Echten, v:d:m:, Pieter Du Toit, P:r Strijdom, Roeloff van der Merwe, J:b Marais, Daniel Rossouw, Pieter du Toij de Jonge, J:n Boijens.

Cassa Reekening der Arme Gelden Soo als Bevonden is In 'T Land van Waaveren Sub ultimo December a:o 1751.
Sub ultimo December 1750. Resteerde aan Contantƒ622:02:
geduurende dit Jaar daarbij gekoomen aan collected:o 491:08:
ƒ1113:10:
Daarvan is weederom volgens Ingeleeverde Reekeningen tot opbouw van Kerk en Predikants huijs aan Materialen Arbeijds Loon en Andersints uijtgegeevenƒ994:02:
Resteertd:o 119:08:
Daar en teegens is de Kerk aan die van Cabo de goede Hoop Debetƒ13000:-:
Waarvan 't boovenstaande afgetrockend:o 119:08:
Soo blijven wij thans ten agteren Indische Valuatieƒ12880:08:

/:onderstond:/

Aldus Gedaan en Nagesien in Onse Kerkelijke Vergaderinge In 't Land van Waaveren A:o 1751: den 30:e December /:Laager:/ uijt Naam van d' Eerw: Kercken Raade /:was Geteekent:/ A: M. Meiring

Cassa Reekening der Armen Gelde Soo Bevonden is op Ult:mo December A:o 1751.
Debet
Uijtgegeeven aan diversse Benoodigtheedenƒ985:02:
In Leen van haar Eerw: de kerken Raaden van Caboƒ18000:-:
Credit
Bij 't Sluijten der Voorige Jaars Reekening is P:r Restant in Cassa Gebleevenƒ255:-:
Onder de Gods dienst in 'T jaar 1751: ontfangend:o 601:10:
Nog weegens Kerke geregtigheeden, willige giften &:ad:o 457:08:
Sommaƒ1314:02:
Uijtgaaf hiervan afgetrockend:o 985:02:
Soo resteert in Cassa aan Contantenƒ329:-:
Dit Restant van het neevenstaande afgetrockend:o 18000:-:
Soo blijft de Kerk nog Debetƒ17671:-:

/:onderstond:/

Aldus gedaan en Nagesien in Kerke vergadering In 'T Swart Land den 3: Januarij 1752: /:was Geteekend:/ Christiaan Benjamin Voltelen V:D:M:, J: A. Laubser, P:r v:n Taak, Gideon Slabber, Hugo Lambrechts, P: Pool, Jacobus Mijburgh.

Op het hiertoe gedaane versoek bij de Swarten Thomas Sheeg van Ceijlon, Jan van Bengalen en Francisco van Mallabaar, die A:o Pass:to van hier na Holland gevaaren weesende Sig thans als Mattroosen op het ter deeser Rheede Leggende Schip de Liefde koomen te bevinden; is aan dezelve gepermitteerd ter deeser Plaatse onder afgeschreeven gagie te moogen verblijven.

Waar en teegens aan den Ondercoopman en Soldij Overdraager Daniel Heijning, hierom bij Request versoek doende, Permissie is verleend om onder Betaalinge van het daartoe staande Transport en Costgeld, met het aanweesende Retour Schip de Vreede van hier na Europa te moogen oversenden desselfs Soontje genaamt Nicolaas Heijning oud Ses Jaaren.

Sijnde Laatstelijk aan den Eerw: Predikant Johannes Gerhardi a Besten die met het geciteerde Schip De Liefde alhier is aangeland; ook g'accordeert, Sig eenigen tijd hier ter Plaatse te moogen ophouden; om dus desselfs voorgenoomene Huwelijk met de Jonge Dogter Helena La Febre te kunnen voltreken.


Aldus Geresolveert Ende G' arresteerd In 't Casteel de Goede Hoop Ten Daage en Jaare voorsz:
R Tulbagh
S Swellengrebel
P: Reede van Oudshoorn
I: Meinertzhagen
Hend:k de Ruijter
R S Allemann
N:s Heijning
C Brand
Corn:s Eelders
J:s degrandpreez R:t en Secret:s