Dingsdag den 11: Maij 1756:

'S voormiddags alle præsent, uijtgenomen den E: Secret:s Josephus de grandpreez bij indispositie.

Wierd door den Heere Gouverneur te kennen gegeven dat de Burgers Nicolaas Haarhof en Pieter van Vooren, die door den Land-Drost tot Swellendam Jan Andries Horak naar 't Strand, tusschen de Sogen: Sondags en Bosjesmans Rivieren zyn afgesonden geweest, om aldaar Sodanige naspeuringen te doen als bij Resolutie van den 9: Decemb:r des voorL: Jaars in 't breede vermeld Staan, nu onlangs van deesen Togt wederom terug gekomen Synde, Sijn Edele heden morgen van gem: Land-Drost Horak had ontfangen het volgende Schriftelyk berigt dat door gem: twee Persoonen nopens derselver verrigtingen is verleend geworden.

De onderget:de Burgeren Nicolaas Haarhof en Pieter van Vooren in dato 26 Novemb:r des gepasseerden Jaars 1755. door den Land-Drost deeses districts S:r Jan Andries Horak geordonneerd geworden synde, omme met hunne Wagens die bereijts klaar Stonden, om een Togt in 't veld te hebben willen doen, zig ten aldereersten op de Reijze naar en omtrent de Stranden tusschen de Sondaags- en Bosjesmans Rivieren moesten begeeven; als van waar sekere berigten waren ingekoomen, dat onder de Hottentotten aldaar Streex, vreemde goederen gesien, en selfs door enige dier Hottentotten die nu kortelings daar van daan met de Burgeren Andries du Preez, en Pieter Fereira gekoomen, meede aangebragt waaren als: Een blauw Camisool, een bont hembd, een Hoed, een Pistool, een Lap rood Laaken, en enige wolle Mutsen van Koussen afgescheurt; waaruijt men vast veronderstellen moest, dat ergens daar om Streex een Schip of minder Vaartuijg met het een of ander geval of overgekomene rampen moeste aangeweest Sijn; En terwijl dit geval So voor den dienst der E: Comp: als welsijn deeser goede Inwoonderen van die aangelegentheijd was, dat noodsaakelyk daarop moeste werden ondersoek gedaan, en de daarvan intekomene Kennissen aan den Wel Edelen Gestr: Heere Gouverneur moeste toegebragt werden.

Ten dien Eijde de Onderget:de bij de daaromstreex wonende Hottentotten op 't allernaauwkeurigste zig zouden moeten bevragen, op wat wijze Sij Hottentotten aan die Goederen gekoomen, wat Omstandigheden verder die Natie, van 't Schip of vaartuijg, waarvan zij die Goederen waaren hebbende, of wel van dies Scheepelingen, wat Natie, in wat Saijsoen, hoe lange wel geleeden, of dan wel door wat geval Sij 't: aan deese Wal gekoomen, mogten weten te berigten; wat voor Goederen eygentlyk onder de Hottentotten geweest, en nog gevonden konnen werden; Soo voorts in eijgen Persoon op 't Strand met de uijterste Moeijte en Oplettentheijd alles te ondersoeken en na te Speuren, of w' niet Konden ontdecken, of het een Schip of minder Vaartuijg mogte geweest Sijn Soo aan 't verkennen der Houtwercken of andere Overblyfselen, of daaraan niet enig gesneden wapen of ingebrande Mercken te sien, en eyndelyk en wel ten principalen of 'er niet enige Boeken of geschreeve Papieren van hoe geringe Aansien deselve ook waaren, te vinden en mede te brengen waaren.

Des hebben de Onderget:de ten eijnde voorsz: met hunne Wagens en Rij-Paarden Sig op den 2: December daaraan volgende op de rijse begeeven, en Sijn met veel aarmoedig Suckelens van wegens de deurstaande Swaare Droogtens eyndelyk in medio Januarij tot aan de mond van de Bosjesmans Rivier gekoomen, Sonder inmiddens het alderminste te hebben ontwaard; hebbende bij de aan deese Bosjesmans rivier leggende Hottentotten gesien, verscheijd Messen die men verkennen kan dat door hen van ijsere Hoepels van Vaten waren gemaakt; waarom w' aan deselve vraegden: hoe sij aan dat ijser gekoomen waaren; seijden Sy 't selve van de Duijtschen die wel als wij met hunne wagens bij hen quamen hadden gekreegen, voorts of zij geen meer van dat ijser of andere Goederen van de Duijtschen hadden, Seijden Sij van Neen, eijndelijk vragende of Sij:L dat ijser niet op Strand van duijtsch volk gekreegen hadden, en hoe dat volk daar gekoomen was, het welke zij met het eerst geantwoorde herhaalden en van anders niets willende weeten; waaraan wij konden bemerken dat die Hottentotten op onse te doene afvragen agterdogtig wierden; weshalven wij te Rade wierden voor eerst niet verder te vragen, en dagten met langsaame Treeden wel nader te koomen; Maar moesten des anderendaags 'S morgens met den dag Sien dat de geheele Craal opgebrooken en ververtrocken was, horende alsdoen allenig van onse Hottentots, dat die vertrockene aan hen hadden gesegt: dat Duijtsch volk kend dat yser; waarop wij ons bedagten dat die Hottentotten mogelijk op onse gedane Vraagen bang geworden, en dus uijt vrees vertrocken waaren, hebbende ook naderhand geen van deselve ontmoed.

Dus vervolgens het Strand enige Dagen naar den anderen op ende neder met de uijterste moeyte en oplettentheijd gevisiteert, hebben w' niets in 't alderminste te noemen kunnen ontdecken of vinden als allenig op 't Strand digt aan dese Zyde de Bosjesmans Rivier: enige duijgen en Stuckende Bodems van halve Leggers en minder Vaatwerk, als meede een afgebrooken Kolf van Een Engelsche Snaphaan, aan welkers verweeringe wij duydelijk hebben kunnen Sien, dat op zijn alderminste al in de twee jaaren daar moeste gelegen hebben; hebbende egter een middelstuck uijt de Boom van een Vat om dat daarop enig merk Stond, meede gebragt, of het Selve tot enige Speculatie dienen Konde; Egter ten deesen nog niet weetende: hoe of door wat gevaL dit Houtwerk daar gekoomen was, en w' evenwel seer gaarne en Soveel in ons Vermogen was aan de voorsz: Intentie en ordres te willen genoegen geven, hebben w' ons vervolgens nog vier Schoften verder Strandwaarts af en tot aan de Visch Rivier aan welkers oversijde het Land der Cafferen grentst, vervoegd, om des doenlyk enige Sekerder naregten te behalen;

Van welke aldaar leggende Hottentotten, voor Soveel Sij:l door 't gebrek der Woorden in haare Taal konden beduijden, hebben verstaan: als dat het al lang geleeden was, dat omtrent de Mond van de Bosjesmans-Rivier een groot Schip ten anker hadde gelegen, en dat door een klynder vaartuijg met een Mast, water van de wal uyt de bosjesmans-Rivier van boven over Land hadde gehaald; maar dat ter eener Tijd het klijne Vaartuijg door de swaare Rollings der Zee om- en op 't Strand was geslaagen, waarvan Twee Lichamen Dood, en drie Man in 't Leven Synde, op 't Strand waren koomen opspoelen, en welke overgeblevene drie Man egter met het Selfde vaartuijg toen het Schip bereijts al weder Sijlende was, in zee gestooken waaren, Sonder dat Sij Hottentotten van de Wal hebben kunnen Sien ofse bij het Schip gekomen waaren, dan niet; Eyndelyk dat het heel goed volk was geweest, maar evenwel met hen niet hadden kunnen Spreeken, en ook geheel ander geluijd in 't Spreeken hadden gehad, als wij duijtschen hadden; hebbende inmiddelst drie volle weeken aan Evengen:t visch Rivier voor de Swaar vallende Regens moeten blijven leggen, het welk ook in 't vervolg de Reijze naar Huijs met de opgeswolle Rivieren ons kragtigh bemoeijelijkt heeft.

En hiermede gedenkende aan de voorsz: ordre en de daarin opgesloten leggende Intentie te hebben voldaan, dienen wij in deesen voor Eerbiedig Rapport. /:onderstond:/ Swellendam den 4: Maij 1756. /:was geteekent:/ Nieklaas Haarhof Pieter Janse van Vure.

Welk Rapport geleesen, en daaruijt Sijnde koomen te blyken dat gementioneerde Haarhof en van Vooren 't Strand op de voorsz: haar gedenoteerde Plaats overal op 't naaukeurigste opgenoomen hebbende, egter aldaar, nog ook van de daarom Streex wonende hottentotten geen nadere ontdeckingen hebben kunnen doen of berigten bekomen als het onder den 5:d der voorseijde Maand December, door den Burger Dirk Marx verleend Relaas komt te behelsen; invoegen het So uijt dien hoofde als wel ten principale uijt enige der in 't gemelde Rapport aangehaalde Omstandighede zeer waarschynelyk is, dat het onder de Hottentotten gevondene Pistool en andere goederen, door deselve sullen bekoomen sijn van de Fransse Scheepelingen die in den Jaare 1752: met de Schuyt van 't vaartuijg le Nescessaire daar ter plaatse gestrand en vervolgens door ongemak en gebrek om 't Leeven geraakt Syn, heeft men oversulx moeten besluijten, dese Zaak hierbij te laaten berusten, Sullende meergem: Land-Drost Horak egter nogmaals op 't zerieuste werden gerecommandeert, om altoos ten uijttersten attent te sijn, op al het gene 'er in 't vervolg ginder op de Custen Soude mogen Koomen voor te vallen.

Vervolgens geleesen weesende een missive des Krijgs-Raads in 't voorsz: district van Swellendam, luijdende als volgt.

Cabo de goede Hoop.

Aan den Wel Edelen Gestr: Heere Rijk Tulbagh, Raad Extra ordinaris van India, Gouverneur in loco en derselver ressorte, beneevens den E: Agtb:r Politicquen Raad aldaar.

Wel Edele Gestr: Heere, en E: Agtb:re Heeren!

Uwe wel Edele gestr: en E: Agtb:rs welbehaagen geweest Sijnde, drie Hooftofficieren voor een tweede opteregtene Compagnie Burger Dragonders alhier aan te Stellen, en wyders dit collegie te qualificeeren tot het benoemen van Soveel onderofficieren als voor beyde de Comp:en benoodigt mogten Sijn, Soo hebben d' onderget:ds onder Welduijding en Approbatie van Uwe wel Edele Gestr: en E: Agtb:r na dat de Manschappen in twee Compagnien verdeelt waaren, de Eere om de navolgende Persoonen als Onderofficieren voor te draagen, namentlyk.

Onder de eerste Comp:ie als Wagtmeesters

Jan Lodewijk de Pré, Pieter Christiaanse de Jager

Onder de 2.de Comp: d:o

Willem Meijer, Louis Fourié de Jonge, Jacobus Steijn, Johannes de jager Standaar Jonker

Onder de 1:ste Comp: tot Corporaals.

Cornelis van Tonderen, d' oude, Gideon de Jager, Martinus van Staden, Stephanus Johannes Becker

Onder de 2:d Comp: d:o

Christoffel Snijman Fredrik Bota Willemsz: Johannes Grobbelaer, Lucas van Vooren.

Waarenboven dit Collegie Zig nog de Vryheyt aanmatigt Uwe wel Edele Gestr: en E: Agtb:rs onderdaniglijk te versoeken, dat boven en behalven het bereijts versogte Buscruijt en vuursteenen deese Districten nog mogte begunstigh worden met

- 600: lb kruijt,
- 400: p:s vuursteenen,
- 1200: ld Loot.

om by onverhoopte Toevallen, t' zij bij een generale op ontbod, of andere vijandelijkheeden Sig daarvan te kunnen bedienen, terwyl het voorseyde bussecruijt /:des niet benodigt hebbende:/ en om het Selve voor bederf te bevrijden 'S jaarlyx Sal kunnen worden verwisselt; In hope en verwagting dat het een en ander door Uwe wel Edele Gestr: en E: agtb: sal worden goedgekeurt, so beveele w' derselver dierbare Persoonen in Godes alleen Seekere bewaaring, en verblijven onveranderlijk. /:onderstond:/ Wel Edele Gestr: Heere en E: Agtb:r Heeren, Uwe wel Edele Gestr: en E: Agtb:r seer onderdanige en gehoorsame dienaren. /:was geteekent:/ J: A: Horak, C: J: de Jager, A. Boota Jhs:, M. Müller, Nicolaas de Bruijn, /:in margine:/ Swellendam d: 17 Maart 1756.

Is daarop verstaan aan gem: Krijgs Raad te laten verstrecken, de versogte 600 Ponden BusCruijt en 1000 p:s vuursteenen om ginder in voorraad te blijven, ten Eijnde in cas van noodsaakelijkheijd ten eersten onder de Land Militie te kunnen werden verdeelt; Sullende dierhalven het Buskruijt tot voorkoming van bederf Jaarlyx met het geene dat men tot het doen van d' Execercitie en Optreck Successivelijk aan deselve Sal doen verstrecken moeten verwisselt worden; Maar nademaal bereyts ingevolge het besluyt van d: 5: Sept. 1747 op den 22: dito daeraen aan wijlen den doenmaligen Ritmeester der Swellendamse Dragonders Cornelis van Rooijen 1200 ld Loot met het Selfde oogmerk, waarom dit nu meede versogt werd, uijt 'S Comp:s Pakhuijs is afgelangd; heeft men oversulx deesen aangaande best gedagt, meergem: Chrijgsraed te gelasten om Zig te informeren en deesen Rade vervolgens te berigten, waar dit Lood seedert is gebleven, op, dat ingevalle het Selve door gem: van Roijen niet wederom mogte weesen afgegeeven, Sulx alsdan door desselfs weed:w en Erfgen: te doen verantwoorden en vergoeden: Middelerwijl dat men de door voorsz: Krijgsraad gedane Aanstellingen van onder Officieren in de Twee Compagnien Dragonders aldaar, Sodanig als die by haar bovengemelde Missive vermeld Staan, Sig heeft laten welgevallen.

Voorts is aan den Landbouwer Christiaan Burgert van Dijk op desselfs hierom by Request gedaan versoek in Eijgendom uijtgegeeven een veeplaets gelegen aan de Klipheuvel in 't Swartland, onder conditie om behalven de Jaarlyxe Recognitie van 24 Ryxd:rs nog tot een Erkentenisse de Somma van Tagtig Ryxds. Eens aan d' E: Comp: te moeten betaalen.

Synde laastelijk aan den op het ter rheede leggend' Ceijlons Retourschip Rosenburg bescheydenen Krankbesoeker Gerrit Kiesenbrink van Olst, toegestaan, om enigen Tyd onder afgesz: Gagie, ter deeser Plaatse te mogen verblijven.


Aldus Geresolveert ende gearresteerd In 't Casteel de goede Hoop, Ten dage en Jaare voorsz:
R Tulbagh
S Swellengrebel
I: Meinertzhagen
R S Allemann
N:s Heijning
C Brand
Corn:s Eelders
Mij Present O M Bergh Adj:t Secret:s