Dingsdag den 14: febr: 1764:

S' voormiddags, Present den wel Edelen gestr: Heere gouverneur Rijk Tulbagh, en alle de Leeden.

Welopgem: Heere Gouverneur van desselfs indispositie, in Soo verre hersteld weesende, dat de vergadering thans weederom heeft kunnen bijwoonen, heeft Zijn Edele in Conformiteijt van het geene bij resolutie van den 6: der even afgeweekene maand Januarij, heeft doen aanteekenen, op heeden den Eed van Trouw en obediëntie aan zijn hoog Edelheijd den Heere Petrus Albertus van der Parra als gouverneur generaal van Neederlands India, aan handen van den heer Secunde Pieter van Reede van Oudshoorn afgelegd, ingevolgen den inhoud van het formulier, 't welk ten dien eynde door de Heeren der Hooge Indiase regeering van Batavia herwaards is overgesonden.

Waarna geresumeert weesende, de Seer g' Eerde Letteren van Haar wel Edele Hoog Agtb: de Heeren Majores in 't Patria, de dato 13: October des voorl: Jaars, dewelke met het op den 8: deeser gearriveerde Schip Wiltrijk hier Zijn aangebragt; Soo is verstaan, dat daarop in alle Eerbied zal werden gerescribeert; dat men niet in gebreeken zal blyven, voorthaan naauwkeurig te letten en Sorge te dragen, dat het overvaren van Persoonen uijt dit gouvernement naar 't Vaderland, op geenerleij wijze tot Prejuditie voor d' E: Comp: koome te geschieden, maar Zig ten dien belange punctueelijk te Sullen gedragen, naar het geene haar Edele Hoog Agtb: bij het meede ontfangene Extract missive Sub dato 11: Novbr: 1762:, aan de heeren der Hooge Indiase Regeering hebben gelieven te ordonneeren; Terwijl in opzigte van den met het Schip Jerusalem als Mattroos uijtgevaarenen M:r Jacobus Petrus de Nijs, hoogstgem: Heeren Meesteren Pligtschuldig Sullen worden geinformeert, dan denselven door eene weesentlijke Swaare Siekte van gem: bodem hier ter plaatse overgebleeven Zijnde, egter naderhand, wanneer weederom tot voorige gesondheijd was geraakt, desselfs reijze met het op den 7: October Pass:o van hier vertrockene Schip de vr: Petronella /:sonder dat inmiddels eenige de minste gagie aen hem is betaald geworden:/ na Batavia heeft vervorderd, invoegen het verdere geordonneerde ten zijnen opzigte alhier niet hebbende kunnen werden werkstellig gemaakt, is dierhalven beslooten, hier van bij ons eerst af te gaane Schijvens de vereijschte kennisse aan haer hoog Edelens tot Batavia te geeven.

En dewijl neevens het voorsz: geagt aanschrijvens der Heeren Meesteren ook is gevoegd geweest, een Extract uijt den Eijsch van Retouren, waar bij met relatie tot dit gouvernement onder anderen is ter needer gesteld, dat haar Ed: Hoog Agtb: met verwondering was te vooren gekoomen, dat niet teegenstaande 'er in A:o Pass:o meer fransse Scheepen dan S' jaars bevoorens van Mauritius ter deeser plaatse waaren aangekoomen, en weeder derwaards geretourneert, mitsg:s volgens advijsen van Vrankrijk, aansienelijke Parthijen Bourbonsse Coffij Souden hebben aangebragt, egter in de van ons ontfangene brieven van geen inkoopen voor S' Comp:s reecq:, eenige mentie hadden gemaakt gevonden, met ordre wijders, haar Ed: hoog Agtb: omstandig en naauwkeurig te berigten, wat er van de Coffij was geworden, dewelke door meergedagte fransse Scheepen hier souden weesen aangebragt, Soo is deesen aangaande verstaan, Eerstelijk, ten opzigte dat daar van niets is ingekogt geworden, meede in allen Eerbied t' antwoorden, dat nademaal den Eijsch van Retouren de dato 29: Septb: 1761:, waar toe zig beijde de Seedert ontfangene Eijsschen de datis 1: Novbr: 1762: en 12: novb: 1763 koomen te refereeren, uijtdruckelijk dicteerd, dat het inkoopen der Bourbonsse Coffij boonen moeste geschieden, bij aldien tot dies transport, Scheepsoccagie voor handen was, dog dat die geleegentheijd bij het aanweesen der voorsz: fransse Scheepen niet alleen heeft ontbrooken, maar dat men bovensdien als doen nog beladen was, met de Coffij, die S' jaars bevoorens van 't Schip le Condé was ingekogt, en tot welkers transport niet eerder dan Circa 14: maanden na dato ter naauwer nood, de noodige ruijmte in de Retourscheepen Scholtenburg en Voorland heeft kunnen werden gevonden, d' ondergeteek:ds gouverneur en Secunde dierhalven niet hebben durven overgaan, om de Coffij van geciteerde in 't begin van 't voorl: Jaar 1763: hier aangeweest Zijnde fransse Scheepen in te koopen, Contrarie de voorsz: Speciale bepaling bij meergem: Eijsch gemaakt, en dat haar Ed: uijt dien hoofde vertrouwen, hieromtrent niet teegens d' intentie van hoogstgem:heeren Meesteren te hebben gehandelt: Terwijl aangaande het verdere ter needer gestelde, bij gedagten Eijsch, door den heere gouverneur, aan den heer Independent fiscaal Jan Willem Cloppenburg afgevraagd geworden Zijnde, of en hoe verre het aan Zijn E: bekent quam te Zijn, dat meergem: fransse- Scheepen alhier een aansienelijke parthij Coffij hadden aangebragt, en wat daar van geworden was, Soo wierd hierop door denselven geantwoord.

Dat hem heer fiscaal wel niet onbekend was, dat de meergem: in den voorl: Jaere hier ter rheede geleegen hebbende fransse Scheepen, Coffij boonen hadden ingehad, Sonder egter te kunnen Seggen, hoe veel daarvan, zig in ijder Schip heeft bevonden, dog dat zijn E: op gegrond vermoeden, dat een derselver, te weeten le Comte d' argenson, ook andere Contrabande goederen quam in te hebben, daar op naauw hebbende doen passen, hij dus ten opzigte van dat Schip in 't bijsonder was te weeten gekoomen, dat daarin wel de grootste quantiteijt Coffij is afgelaaden geweest, die egter, vermits den daar op Commandeerenden Cap:n Marion, geen geleegentheijd heeft gevonden, om deselve alhier af te setten, weederom naar Mauritius is te rug gevoerd.

Dat hij fiscaal evenwel bij vervolg van tijd bevonden hebbende, dat 'er uijt de voorsz: Scheepen een parthij Coffij baalen, hier aan Land waaren gekoomen, Sustineeren moest, dat die waarscheijnelijk van tijd tot tijd door het gemeene Scheepsvolk, om daarmeede /:als van geld en andere waaren ten eenemaal onvoorsien geweest Zijnde:/ haare gemaakte verteeringen aan d' ingeseetenen alhier te voldoen, ter Sluijk Sullen weesen aan Land gebragt, 't geen door de wijd uijtgestrecktheijd der Stranden, en de Situatie deeser plaats, als aan alle Zijden open leggende, niet wel in 't geheel kan werden belet, had hij fiscaal egter Seederd daerop dusdanige naauwe toesigt doen neemen, dat niet alleen van de nu laatst in de maanden October en Novb: pass:o hier aangeweest Zijnde fransse Scheepen, geen Coffij boonen aan Land waaren gekoomen, maar dat ook het onlangs van hier vertrockene Scheepje La Julie, alle dies aangebragte Coffij, weederom naar Mauritius heeft moeten te rug voeren.

Welk bovenstaande door ged: heer fiscaal gegeeven berigt, invoegen voorsz: bij ons eerstdaags af te gaane Schrijvens aan hoogstgem: Heeren meesteren Sullende worden ter kennisse gebragt, is voorts verstaan, om ter voldoening van het verdere gepetitioneerden bij voorsz: Eijsch, de quantiteijt van 1000: lb: Aloë van den Burgerraad Petrus Johannes de Wit, teegens den voorigen prijs van 30: Stuijv:s het pond in te koopen, mitsg:s noopens de gevorderde quantiteijt Swart Ebbenhout Zig t' informeeren, of men die van 't aanweesend frans Schip le Vengeur zal kunnen bekoomen.

Vervolgens is geleesen, Seeker Schriftuur door Land-drost en Heemraden van Stellenbosch, in de volgende bewoording gepresenteerd.

Aan den Wel Edelen gestr Heere Rijk Tulbagh, Raad Extra ordinaris van neederlands India, mitsg:s gouverneur van Cabo de goede Hoop en den Ressorte van dien &&&:a beneevens den E: Agtb: Politicquen Raade deeses gouvernements.

Wel Edele Gestr: Heer en E: Agtb: Heeren.

Met verschuldigde Eerbied geeven d' ondergeteek:ds Landdrost en Heemraden van Stellenbosch en Drakenstein, uw wel Edele gestr: en E: Agtb: bij deesen te kennen, hoe den burger en Ponton houder Pieter Joubert gideonsz:, als generaale gemagtigde van Magdalena du Plessis, weed: wijlen den geweesen Pontonhouder Johannes Boijens, Zig bij de ondergeteek:s heeft vervoegt, klagende, dat de Ingeseetenen onder het Swellendamse District Sorteerende, Seedert eenige Jaaren herwaards in gebreeken gebleeven zijnde, hun Jaarlijx Contingent voor het houden van de Ponton in de Berg Rivier, en het onderhouden der Roode Sands Cloof met den aankleeve van dien, aan gemelden Boijens te voldoen, hij dierhalven in voorsz: qualiteijt, ter invorderinge van gem: agterstallen, Zijn uijtterste devoir had aangewend, het geen nogtans vrugteloos was geweest, aangesien eenige en wel de meeste der Ingeseetenen van voorm: District onwillig wierden bevonden, ges: ongelden te voldoen, onder voorgeeven, dat, vermits voor de Ponton onder hun District in de Breede Rivier leggende, jaarlijx moesten betaalen, zijlieden dus vermeinden niet gehouden te zijn, voor de Ponton in de Berg rivier te Contribueeren; dat hij Joubert oversulx genoodsaakt geworden was, eenige dier Ingeseetenen, door desselfs gesubstitueerde gemagtigde, den burger Charl Marais Danielsz, voor het E: Collegie van Land-drost en Heemraden des voormelden Districts, tot betalinge van voorsz: penn: te doen dagvaarden, Zonder dat denselven Marais, wat moeijte door hem diesaangaande ook is aangewend geworden, egter tot als nog, bij evengem: Collegie, in faveur der regtmatige pretensiën voor voorm: weed: Boijens, iets heeft kunnen obtineeren dan wel vonnis moogen erlangen weshalven en om bovengem: reedenen, gementioneerde Pieter Joubert zig bij d' ondergeteek: quam te vervoegen, instantigst versoek doende, om diesweegens ingevolge den Inhoude van 't Contract, noopens voorsz: Ponton en dies geregtigheeden, met dit Collegie aangegaan, te moogen gemaintineert worden.

Waar over d' ondergeteek:s na rijp overleg van Saken, Zig beswaard vindende, de vrijheijd neemen, Uw wel Edele gestr: en E Agtb: bij deesen op 't needrigst voor te dragen.

Dat agtervolgens verkreegene qualificatie van den wel Edelen Heere gouverneur en E: Agtb: Politicquen Raad in Loco, vervat bij derselver zeer g' Eerde missive de dato 13: December des Jaars 1731: door Landdrost en Heemraden alhier, met den burger Abraham de Haan Sub dato 14: Jann: 1732: een Secretariale Contract is aangegaan geworden, na welkers inhoude gemelden de Haan op zijn eijgen onkosten over de Berg Rivier Zodanig een Ponton mogte laaten maaken, waar door hij in Staat Zoude Zijn, een gelaaden wagen, Beesten en wat dies meer is, onbeschadigd over ges: Rivier te brengen, mitsg:s de Slaven tot dies behandelinge gerequireert wordende, Zelfs besorgen, als meede nog een Schuijtje voor de passeerende menschen houden, om deselve des te gemackelijker te gerieven, en bovensdien de Roode Zands Cloof met het geene wat daar toe behoord, mitsg:s het Pad naar de kleijne bergvier en de Drift van deselve, geleegen bij Aart Olivier, het geheele jaar door in goeden Staat van gebruijk te onderhouden, waar voor gem: de Haan van ieder Persoon over de Bergrivier woonagtig Zijnde, Jaarlijx genieten Zoude een mudde Koorn, ofte wel Zodanig geld, waar voor een mudde Coorn bij d' E: Comp: word ingeslagen, en van een particulier Persoon aldaar niet woonagtig weesende, voor het oversetten van dien, Een Schell: of Ses Swaare Stv:s, maar een wagen met Paarden of beesten van deese kant overbrengende, daar voor Vier Schell: Zoude genieten; dog dat aan ges: De Haan niet gepermitteerd Zoude Zijn, om de gem: Ponton, buijten voorkennisse van Landdrost en Heemraden af te Schaffen, aan een ander te verkoopen of over te laten, maar wel aan hem en zijne familie Zoo lange dien in weesen was, toegestaen zoude Zijn, gelijk voorsz: deselve te behandelen, en indien het mogte gebeuren, dat meergem: de Haan iets menschelijks overquam, of desselfs Erfgenamen niet geneegen waren het voorm: werk bij de hand te houden, of dat hetselve door haarlieden niet Zoo wel als door gedagte de Haan mogte behandeld worden, dat het als dan in Sulken geval aan Landdrost en Heemraden vrijstaan Soude, dikwilsgen: Ponton door een ofte twee persoonen, daar van kennisse hebbende, te laaten taxeeren, en voor Zodanig een prijs Zelfs aan te houden, of aan een ander na hun goeddunken over te laaten gelijk uw wel Edele gestr: en E Agtb: des gelievende uijt het Copia Contract Sub N:o 1: deesen g' annexeert, alles nader Zullen kunnen beoogen.

Het is dan Zoo, Wel Edele gestr: Heer en E: Agtb: Heeren dat voorsz: Abraham de Haan en desselfs nazaat den burger, Hendrik Coetzee, voor het houden der Ponton in de Berg rivier en het onderhouden van de Roode Sands Cloof, met den aankleeve van dien, volgens den teneur van geciteerde Contract, van de over gem: Rivier woonende Ingeseetenen zoo wel die der verre afgeleegene Districten /:thans Swellendam gen:t:/ als der geenen die onder deese Sorteeren, Een mudde Coorn, ofte agt Caabse guldens S' Jaars hebben moogen invorderen, gelijk door hun Succesive ook gedaan geworden is.

En wanneer veelgem: Ponton in den Jaare 1746: door dit Collegie van voorsz: Hendrik Coetsee, na behoorlijke Taxatie is overgenoomen geworden, en oversulx de agterstallige Ponton gelden alhier moesten werden g' Incasseert, hebben Landdrost en Heemraden van Swellendam /:als Zijnde dat district toen reeds van deese gescheijden, en door de Hooge overigheijd onder een bijsondere Jurisdictie en Magistratuure gebragt:/ voorsz: penn: eenige Jaren na den anderen van de aldaar woonende Ingeseetenen, voor reecq: deeser Coloniën wel willen invorderen.

In selvervoegen en met Zodanige prerogativen en geregtigheeden als voorm: Persoonen de Haan en Coetsee ges: Ponton hebben beseeten gehad, is deselve door landdrost en Heemraden weederom verkogt geworden, aan voorsz: Johannes Booijens, blijkens het desweegens met dit Collegie aangegaan Contract in dato 21: December 1747:, bij welk Contract in 't tweede deel derselve wel duijdelijk g' Expresseert is: Onder die mits nogtans, dat hij /:Boijens:/ zoo als voorm: Staat van alle ende een ijgelijk over de Bergrivier woonagtig zijnde ofte over die Rivier Plaatsen hebbende Persoonen, 't zij uijt de Districten van Stellenbosch en Drakensteijn, dan wel uijt de vergeleegene Districten, een Jaarlijx Contingent van Agt Caabse guldens in Contanten gelde zal genieten, gelijk sulx uijt het hier neevensgevoegde Copia Contract onder N:o 2: nader zal kunnen gesien worden.

Of schoon nu de weijgering der Ingeseetenen van meergem: District eenigsints op reedenen Scheijnd gegrond te Zijn, en Zijl: met geen twee Lasten kunnen beswaard worden, zoo vermeenen de ondergeteek: onder Uw wel Edele gestr: en E: Agtb: beeter oordeel, dat deselven voor zoo verre naar dat gedeelte, 't welk Roode Zandwaards komt te Strecken, woonagtig Zijn, meerder nut en gebruijk hebben, en ook koomen te neemen van de Ponton in de Berg Rivier, dan van die, dewelke onder veelgem: District in de breede Rivier is gelegd geworden: en toegestaan Zijnde, dat alle derselver Inwoonders, als geen gebruijk thans behoevende te maken, van de Ponton deeses Districts, natuurlijker wijze ontheeven waren geworden, volgens ouder gewoonte aan dies houder Jaarlijx 't Contingent te voldoen, Zoo Zouden deselven nogthans niet ontslagen kunnen gereekent worden, te moeten betaalen, voor 't passeeren der Hottentots hollands en Roodezands Cloof, welke beijde niet sonder Swaare onkosten verbeeterd zijn geworden, en Steeds in bruijkbaren Staat nog moeten worden onderhouden; hebbende Zelfs dit Collegie, wanneer den voorigen Pontonhouder Hendrik Coetzee nalatig bleef, voorm: Roodezands Cloof, ingevolge het gemaakt Contract na behooren te voorsien, in den Jaare 1744: de Sorge daarvan opgedragen gehad aan den burger Jaques Therond, waar voor denselven een Somma van 150: Rijxd:s te provenieeren uijt de te innen Pontongelden, S' jaarlijx is toegelegd geworden, het geen geduurd heeft tot A:o 1747: als wanneer door veelgem: Boijens de Ponton, gelijk voorsz: van dit Collegie gekogt geworden Zijnde, gem: Cloof door hem ook van tijd tot tijd is onderhouden geworden, Zoo als thans door den teegenwoordigen houder der Ponton nog werd verrigt.

De ondergeteek: neemen wijders de vrijheijd uw wel Edele gestr: en E: Agtb: onderdanigst onder 't ooge te brengen, hoe Zeer den Pontonhouder deeses Districts in Zijn regt Zoude benadeeld worden, indien voorsz: Ingeseetenen wijgeragtig bleeven hun aandeel te Contribueeren, Ja zelfs Soude denselven bij ontstentenisse van een groot gedeelte Zijner te ontfangene penn: buijten Staat gesteld werden, tot merkelijk ongerief der Ingeseetenen deeses Lands in 't generaal Zijne andersints te doene nodige onkosten aan reparatiën van meergem: Ponton, Cloof Driften &:a na behooren te kunnen goed maken.

Om welke voorens g' allegueerde reedenen en motiven d' ondergeteek: dan zig verpligt geoordeelt hebbende, volgens Inhoude van bijde voorwaartsgem: en hier neevens gevoegde Contracten, voor 't regt deeser Coloniën en dies ingeseetenen te moeten waken; op 't needrigst zijn Suppliceerende, dat het uw wel Edele gestr: en E: Agtb: moogen behagen, derselver authoriteijt tusschen beijden te Stellen, ten einde gedagte Pontonhouder in zijne regtmatige Pretentiën mag werden gemaintineerd

/:onderstond:/ 'T welk doende &:a /:was geteekent:/ J:J: Le Suëur, G: V:D: Bijl, J: Blignault, D: Malan, Pieter Loret, J:A: Meijburg, H:F: Möller, H: Cloete, J: Marais. /:in margine:/ Ter vergadering van Heemraden aan Stellenbosch den 19: Decbr: 1763:

Huijden den 14: Januarij 1732: Compareerde voor mij Daniel godfried Carnspek, Secretaris van Stellenbosch en Drakensteijn, ter Presentie van de naargen: getuijgen, de Heemraden Mess:rs Daniel van der Lith en Theunis Bota, als hier toe uijt het E: collegie van Landdrost en Heemraden expres gecommitteerd, dewelke in gesegde qualiteijt verclaarden met den burger Abraham de Haan op de volgende manier gecontracteert en over een gekoomen te zijn, namentlijk dat gem: de Haan op zijn eijgen onkosten over de berg rivier zodanig een Ponton zal moogen laten maken waar door hij in Staat zij een gelade wagen, beesten en wat dies meer is, onbeschadigd over gesegde Bergrivier over te brengen, mitsg:s de Slaven tot dies behandeling gerequireert werdende, Selfs besorgen, als meede nog een Schuijtje voor de Passeerende Menschen houden, om deselve des te gemackelijker te gerieven, en bovens dien de Roode Zands Cloof met het geene wat daar toe behoord, mitsg:s het Pad naar de kleijne Bergrivier, en de Drift van deselve, geleegen bij Aart Olivier, het geheele Jaar door in goeden Staat van gebruijk onderhouden, Sullende gem: de Haan daar voor van ijder Persoon over gem: Berg rivier woonagtig Zijnde, Jaarlijx genieten een Mudde Coorn, ofte wel Zodanig geld, waar voor een mudde Coorn bij d' E: Comp:en werd ingeslagen; en van een particulier persoon, dewelke aldaar niet woonagtig is, voor het oversetten van dien, een Schell: of ses Swaare Stuijv:s, maar een wagen met Paarden of Beesten van deese kant overbrengende, Zal hij daar voor vier Schell: genieten; dog zal aan gem: de Haan niet gepermitteerd Zijn, om de gem: Ponton, buijten voorkennisse van Land-Drost en Heemraaden af te Schaffen, aan een ander te verkoopen, of over te laten, maar wel aan hem en zijne familie, Soo lange die in weesen is, toegestaan zijn, gelijk voorsz, deselve te behandelen, dog indien het mogte gebeuren dat meergem: de Haan iets menschelijks overquam, of desselfs Erfgenamen niet geneegen waren het voorn: werk bij de hand te houden, of dat hetselve door haarl: niet Zoo wel als door gem: de Haan mogte behandelt worden, Soo Sal het als dan in Sulken geval aan Landdrost en Heemraden vrijstaan, dikwilsgem: Ponton door een of twee persoonen daar van kennisse hebbende, te laaten taxeeren, en voor Zodanig een Prijs Selfs aan te houden, of aan een ander naar hun goed dunken over te laaten.

Compareerde meede voorsz: Abraham de Haan, dewelke verclaarde dit Contract in maniere voorsz: met Land-drost en Heemraaden te hebben ingegaan, en hetselve in allen deele te sullen naarkoomen, verbindende ten dien eijnde weederseijdse Comp: haare Persoonen en goederen als na regten

/:onderstond:/ dat aldus Passeerde ter Secretarije van Stellenbosch, ten overstaan van den voorleeser Anthonij Faure, en den burger Philip Constant als getuijgen, van geloove hier toe versogt /:was geteekent:/ D:V:D: Lith, Theunes Boota, Abraham Ade Haan /:lager:/ In kennisse van mij /:en geteekent:/ d:g: Carnspek Secret:s /:in margine:/ Als getuijgen /:waar onder geteekent:/ Anthonij Faure Philippus Constant /:nog lager:/ Accordeert /:geteek:/ A: Faure Secret:s

Huijden den 21: December 1747. Compareerden voor mij Arnold Schephausen, Secretaris van Stellenbosch en Drakensteijn, in 't bijweesen der naar te noemene getuijgen, de Heemraden Mess:rs Gerhard van der Bijl en Hendrik Emanuel Blanckenberg, als hier toe uijt het E: Collegie van Landdrost en Heemraden expres geCommitteerd, dewelke in ges: qualiteijt verclaarden met den Burger Johannes Boijens, op de hiernaarvolgende Manier over een gekoomen te Zijn, namentlijk, dat gem: Boijens de Ponton in de Berg-Rivier, met alle derselver toebehooren, beneevens het opstal aldaar staande, Soo als het thans reijlt en Zeijlt, van het E: Collegie voorm:t voor een Somma van Vijf Duijsend guldens Caabse valuatie overneemt, en zig daarbij verbind, op dien selfden en eijgensten voet, soo als den aanlegger dier Ponton, Abraham de Haan, deselve volgens het aangegaane Contract in dato 14: Jann: 1732: verpligt was, de Ponton te behandelen ende te bestieren, mitsg:s de Passeerende Menschen hunne gelaadene of ongelaadene wagens, beesten en wat dies meer is, onbeschadigt over ges: bergrivier over te brengen, en daar en boven de roode zands Cloof met het geene wat daartoe behoord, mitsg:s het Pad naar de kleijne berg Rivier, en beijde de driften van deselve, het geheele Jaar door in goeden Staat van gebruijk te onderhouden; Sullende gem: Boijens daar voor van ijder Persoon over gem: berg rivier woonagtig Zijnde, Jaarlijx genieten, Agt Caabse guldens in Contanten gelde, en van een Particulier persoon, dewelke aldaar niet woonagtig is, voor het oversetten van dien, een Schell: of Ses Swaar Stuijvers; maar een wagen met Paarden of beesten van deese kant overbrengende, sal hij daar voor Vier Schellingen genieten; dog Sal aan gem: Boijens niet gepermitteerd Zijn, om de ges: Ponton, buijten voorkennisse van Landdrost en Heemraden af te Schaffen, of aan een ander te verkoopen, maar wel aan hem en Zijne kinderen, toegestaan Zijn, gelijk voorsz: deselve te behandelen, dog indien het mogte gebeuren, dat meerges: Boijens iets menschelijks overquam, of desselfs kinderen niet geneegen waren, het voorm: Werk bij der hand te houden of dat hetselve door haarl: niet soo wel als door gem: Boijens mogte behandelt werden, Soo Sal het als dan in Sulken geval aan landdrost en Heemraden vrijstaan dikwilsgen: Ponton voor soo veel als deselve in Sulken tijd naar voorgegaane taxatie en wardeering van een ofte twee Persoonen daar van kennisse hebbende, wierd bevonden waard te zijn, Selfs aan te houden, of aan een ander naar hun goed dunken over te laaten.

Compareerde meede voorsz: Johannes Boijens, dewelke verclaarde, de Ponton in de berg Rivier, met alle derselver toebehoorigheeden, ende het opstal aldaar Staande, voor de opgem: Somma van Vijf Duijsend Caabse guldens, te hebben overgenoomen, onder die mits nogthans, dat hij Soo als voorm:t Staat, van alle ende een ijgelijk over de bergrivier woonagtig Zijnde, ofte over die Rivier plaatsen hebbende Persoonen, 't Zij uijt de Districten van Stellenbosch en Drakensteijn, dan wel uijt de vergeleegene Districten, een Jaarlijx Contingent van Agt Caabse guldens in Contanten gelde sal genieten, beloovende hij Boijens oversulx dit Contract, Soo als voorn:t Staat, in allen deelen te Sullen naarkomen, en agtervolgen, onder verband van Persoon en goederen als na regten.

/:onderstond:/ Dat aldus Passeerde ter raadCamer aan Stellenbosch, ten overstaan van den burger Gerrit Kemp en Hendrik van Ellewe als getuijgen hier toe versogt /:lager:/ als gecommitt:s /:was geteekent:/ G: V:D: Bijl, H:E: Blanckenberg, J: Boijens /:nog lager:/ In kennisse van mij /:en geteekent:/ A: Schephausen Secret:s /:in margine:/ Als getuijgen /:daar onder geteekent:/ Gerrit Kemp, H: V: Ellewe: /:daaronder stond:/ Accordeert /:geteekent:/ A: Faure Secret:s

Waarop best gedagt is, het voorsz: Schriftuur te Stellen in handen van Landdrost en Heemraden van Swellendam, ten fine noopens de belangen die Zijl: daar teegens Soude vermijnen te hebben, deesen Raade te dienen van berigt.

En nademaal met tot geen geringe ontstigting heeft moeten ondervinden, dat Seedert eenigen tijd herwaards de gepriviligeerde broodbackers deeser Plaatse, op diversse Pretexten, d' Ingeseetenen alhier niet naar behooren met brood komen te gerieven; Zoo is, om hier teegens te voorsien, goedgevonden bij apliatie der keuren, bereijts op 't backen en verkoopen van brood gemaakt, nog te Statueeren, dat voorsz: backers gehouden zullen zijn, het brood tot de gewoone Swaarte, het geheele Jaar door te moeten leeveren, in den Somer des morgens van 5: tot 6: uuren en S' namiddags meede op die selfde uuren, mitsg:s geduurende den Winter, S' morgens van 6: tot 7:, en S' namiddags van 4: tot 5: uuren, en zig ten dien eijnde genoegsaam van Coorn te voorsien, vermits geen Excusen van dienaangaande gebrek te hebben, Sullen werden aangenomen, op pœne, dat wanneer binnen 't Jaar met haare neering komen Stille te Staan of uijt te Scheijden, dat wel d' ingeseetenen op de hier vooren genoteerde tijden niet na behooren, Sullen gerieven, boven verbeurt van haarl: privilegie Zullen vervallen weesen in een boete van Een Honderd Rijxd:s, t' appliceeren volgens Resolutie van den 12: Jann: 1712.

Ook is op heeden nagesien de Reecq: der Weesgelden, Zodanig als deselve onder ult:o December d' A:o Pass:o, ter weescamer alhier zijn bevonden, luijdende als volgt.

Generaale Reekening der WeesCamer aan Cabo de goede Hoop, onder Ult:o Decbr: 1763.
1763: P:mo Jann:
was 't Capitaal op de boekenRd:s 207405:05:
't Restant der Contanten op de
openstaande boedelsd:o 37083:39:Rd:s 244490:44:
In dit Jaar Bijgekoomen op de
Boeken, als.
over de op Intrest uijtstaande Capitalen,
verscheene rentenRd:s 5592:39:
d:o nieuwe bewijsend:o 7931:22:
d:o de tot voordeel der weesen
Ingekoomene Penningend:o 79139:13:
op de openstaande boedelreecq:d:o 13489:19:d:o 106152:45:
Rd:s 350643:41:
Afgegaan op de boeken, als.
Over betaalde BewijzenRd:s 6574:15:
d:o uijtgegeevene Contanten tot
voldoening en onderhoud der weesen,
mitsgaders Camer ongeldend:o 334110:04:
op de openstaande
Boedelreekeningend:o 27320:46:d:o 68005:17:
Resteerd onder dato deeses een Somma vanRd:s 282638:24:
Evengem: Capitaal bestaat
In diversse verband brievenRd:s 200814:37:
d:o verscheene Intressend:o 6181:-:
d:o 't restant der Contanten op de
boekend:o 52388:23:
d:o d:o d:o op de openstaande boedelsd:o 23254:12:ƒ282638:24:

/:onderstond:/

Ter Weescamer aan Cabo de goede Hoop, Ult:o Decbr: 1763. /:lager:/

Continueerende en aankomende weesmeesteren /:was geteekent:/ J:W: Cloppenburg, A: Maasdorp, L:C: Warneck, J:J: Faasen, L:S: Faber, H:C: Müller /:in margine:/ afgaande weesmeesteren /:en geteekent./ E:V: Schoor T:C: Rönnenkamp.

En dewijl bij nadere resumptie der Procuratiën en Zoldij reecq: komt te blijken, dat deselve door den Heer Independent fiscaal Jan Willem Cloppenburg ondersogt en wel bevonden Zijn, is dierhalven verstaan aan dies eijgenaars te permitteeren, deselve aan haare gemagtigdens in Neederland te moogen oversenden.

Sijnde voorts ten versoeke van den Land-drost van Stellenbosch en Drakensteijn M:r Jacobus Johannes Le Suëur, beslooten, dat in zijn faveur aan de hoog gebiedende Heeren Meesteren in 't Vaderland Sal werden geschreeven ten eijnde op het voorbeeld zijner predecesseurs met de qualiteijt en gagie van ondercoopman te werden begunstigt.

Gelijk ook op het hierom bij request gedaan Supplicq aan den van 't onlangs vertrockene Retourschip Burg alhier overgebleevenen onderCoopman Jan Andries Dietloff, gepermitteerd is, desselfs reijze als nu met het aanweesend Ceijlons Retourschip Overnes na 't Patria te vervorderen, Sullende dierhalven desselfs Stil gestaan hebbend' Maandgeld van heeden weederom moeten Cours neemen.

Laatstelijk is op het voordragen van Burgerraden deeser plaatse, in Steede van den onlangs ontslagenen Thomas Drijer weederom tot burger boode aangesteld, den burger Jacobus Henricus Hesse.


Aldus Geresolveerd ende Gearresteerd In 't Casteel de goede Hoop Ten Dage en Jaare Voorsz:
R Tulbagh
P:V: Reede van Oudshoorn
J W Cloppenburg
Meinertzhagen
C Brand
D:d D' Aillij
P: Hacker
O M Bergh R:t en Secret:s
W:m Vrugt