Vrijdag den 20 Maart 1789.

'S voormiddags alle present dempto den Heer Colonel Gordon bij indispositie

Wierd door den Boekhouder en Secretaris van de Colonie Graaffe Rijnet Johan Jacob Fredrik Wagener gepresenteerd het volgende Request

Aan den WelEdelen Gestr Heere Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien &:a &:a &:a benevens den E: Achtb: Raad van Politie

Wel Edele Gestrenge Heer en E Achtb: Heeren

Geeft referentelijk te kennen Uwe WelEdele Gestr. Ed: Achtb: zeer nedrige Dienaar den SeCretaris aan Graaffe Rijnet Johan Jacob Fredrik Wagener

Dat den Supp:t de E Comp:e in deeze Landen Seventien agtereenvolgende Jaaren gediend hebbende eindelijk op den 6 Januarij 1786. door gunst van Uwe WelEdele Gestrenge en E Achtb: tot voorschr: Ampt was bevordert geworden en dus nu 20. Jaaren de Maatschappij had gediend.

Dat den Suppliant in de laatste 3. Jaaren die hij te Graaff rijnet heeft doorgebracht een Facheus toevallige Ziekte had gecontracteerd namentlijk de Colicq

Dat den Suppliant genecessiteerd zijnde ten minsten eenmaal in't Jaar een reise naar deeze hoofdplaats te doen, zo tot verrigting van zijn ampt als zijne Huijslijke bezigheeden, op deeze reise door 't gebruik van Slegt water, mitsgaders koude ongemak en andere fatiques tot zijn leedweezen ondervonden heeft dat de Quaal dewelke den Suppliant inCommodeert, op den weg doorgaans hoe langer hoe meer toeneemd.

Dat de Supp:t op deese verre rijze in den tijd van Achtien Dagen, niet meer als een enkelde Plaats die bewoond is rencontreerende, zich dikwerf in de akelige Situatie bevind van, bij manquement van gereede hulp, in een Woest en onbewoond Land ellendig omtekomen.

Dat den Supp:t echter noch niet de Jaaren bereikt hebbende, om zich den dienst der E Maatschappije ten eenemaal te ontrekken, en ook geen middelen bezit om zich op een andere wijs te kunnen erneeren, bovens dien zich ook flatteerd dat zijn quaal niet ongeneesbaar is; Zoo. neemd de Suppliant de vrijheid Uwe WelEdele Gestrenge en Ed Achtb: om gem: reedenen eerbiedigst te versoeken, om hem van zijn voormelde ampt als Secretaris van Graaff Rijnet te ontslaan en des mogelijk hier aan de Caap dan wel in een der nabij gelegene Colonien behoudens zijn qualiteijt te emploijeeren, tot al zulke dienst als UWelEdele gestr: en E. Achtb: zullen agten den Suppliant bekwaam te zijn.

/:onderstond:/ 'T Welk doende &:a /:was geteekend:/ J: J: F: Wagener.

Waarover gedelibereerd zijnde, is om de aangevoerde reedenen, en motiven van den Supp:t goedgevonden in zijn versoek te CondesCendeeren, en hem overzulx behoudens zijn qualitijt met afschrijving van gage van zijn voorschr: Post als SeCretaris der Colonie Graaff Reinet te ontslaan.

Terwijl wijders verstaan is, in Steede van gem:e Wagenër, wederom provisioneel tot Secretaris van Graaff Rijnet aantestellen den ter SeCretarije van Politie dienst doende adsistent J: Honoratus Maijnier met de rang en qualiteit van Boekhouder â ƒ30. 's maands.

Waarna door den Heere Gouverneur geCommuniceerd wierd den inhoude eener Missive door den Landdrost van Graaff Rijnet Maurits Herman Otto Woeke aan zijn Ed: gericht, houdende dat de Natie der Caffers onder de Ingeseetenen aldaar veele beweegingen maakte, en dat zich Vier Capiteins derzelve aan deeze zijde van de Groote VischRivier met een menigte hunner Manschappen bevonden, dewelke vooral veel moedwil kwamen te pleegen; dat gem:e Landdrost reeds eenige middelen prealabel had in 't werk gesteld, om waare het mogelijk door een Commando, onder den Burger Capitain Kuhne deselve wederom over de gem: Groote Visch Rivier te drijven, en dit niet lukkende, om zich zelven als dan in persoon, benevens geCommitteerde Heemraden en krijgs Officieren noch voor den aanvaL, zo als ged: Landdrost zig bij die Missive uitdrukt /derwaards te begeeven, en te beproeven of zij, na vriendelijke voorslagen zoude willen luisteren terwijl alwijders uit het vervolg van dezelve Missive kwam te blijken dat hij Landdrost ook reeds arrangementen had genomen tot een dadelijke aanval, met bijgevoegd versoek aan welopgem:e Heer Gouverneur omme met Hondert Man Militairen uit het Guarnisoen alhier te mogen werden geadsisteerd, zonder het welk hij Landdrost het volgen, dat het nimmer goed konde gaan, en hij zich van de gevolgen die uit de ontstentenisse der afzending van een dergelijk Militair detachement zoude kunnen resulteeren, excuseerde en verzogt, daar voor niet aansprakelijk te mogen zijn; daar hij Landdrost nog bovendien in twijffel trok, of wel het geduld der Ingeseetenen, de komst der voorschr: Militairen zou kunnen verbijden, en of dezelve niet genoodzaakt zoude zijn, om de brutaliteit van den Caffers Capitein in name Langa, en zijn onderhorige Manschappen, met geweld te keer te gaan, terwijl hij Landdrost voor't overige zijn Sustenue deClareerde, dat namentlijk de oorlog met die Natie onvermijdelijk was.

All 't welk serieuselijk overwogen zijnde zo is goedgevonden aan voorschr: Landdrost 's Raads ongenoegen te kennen te geeven over de door hem zo prematuur gemaakte beschikkingen in eene Zaak van zo verre importantie; en daar het van de uitterste noodzakelijkheid wierd geoordeeld om tegen een zo drijgend gevaar 't welk zulke droevige gevolgen konde na zich sleepen, zonder eenig tijd versuijm zodanige effacieuse middelen in 't werk te stellen als waardoor men het zelve nog bijtijds konde dempen, of voorkomen, is alwijders besloten, om den voorschr: van desselvs ampt ontslagen SeCretaris dier Colonie den Boekhouder Johan Jacob Fredrik Wagener benevens den provisioneel in desselvs ampt aangestelden SeCretaris Honoratus Maijnier ten eersten derwaards aftezenden, en expresselijk te committeeren, en den Landdrost te gelasten, omme zo wel met dezelve, als met de respective Collegien van Heemraden en KrijgsOfficieren Communicatief te werk te gaan in het uitvoeren van de beveelen des Raads en het verder beraamen van alzulke maatregulen als waartoe dezelve gequalificeerd zullen worden zonder in deezen eenigen verdere stappen tedoen, buite het voormelde genomene Consent van de regeering zullende gem:e Landdrost alvoorts op 't Scherpst worden aangemaand, om ten opzichten eener Natie welker vreedzamen aart allezints bekend is, in het tegenwoordig geval, niet terstond geweld met geweld te keeren maar integendeel de zachtste weg als de veijligste inteslaan; terwijle aan een zijde gesteld de onmogelijkheid om in de tegenswoordige Conjunctuure van tijden eenige gedeelte Militairen hoe kleijn ook van ons swak Guarnisoen aftezonderen, en zo verre van de hand te zenden; ingevalle al eens de zaak vorderen mogt, om geweldige middelen bijder hand te neemen, de enorme kosten tot het Transport, en het aanhouden dier Manschappen aldaar, zulks dan nog niet als in de alleruiterste nood, zoude doen onderneemen; hoe zeer men zich ook gepersuadeerd kan houden, dat van deselven, gemerkt de wijduitgestrektheid, die de kaffers beslaan, indien niet in't geheel geen, ten minsten zeer wijnig vrugt zoude kunnen werden getrokken, dan daar men ondertusschen veronderstellen moet, dat het blijven omswerven van eenige Caffers aan deeze zijde de groote Visch rivier, desselvs oorspronk moet hebben uit het denkbeeld, als of zij tot eenig prætentie, op deeze of geene streek lands binnen onze Limieten nog waaren gerechtigd gebleeven, en het in dat geval best is, die gewaande pretentien op de vriendelijkste wijze, geheel en voor altoos uit de waereld te ruijmen, zal men met gezegde geComm:e aan den voorschr: Landdrost teffens doen toekomen, eenige koper en Snuisterijen bij die Natie 't meest geagt en gewild, met last om daarvan gebruijk te maken ten einde van de onderscheijdene Capiteins die zig aan deeze zijde langs de groote Visch rivier onthouden bij minzame onderhandeling, op de plechtigste wijze die tijd en gelegentheid best aan de hand zullen geeven de gezegde prætentien dier natie als 't waare af te kopen en tevens te bedingen, dat zij ten spoedigsten aan de overzijden, buijten onze limieten trekken, en zig voor altoos onthouden zullen, met het geen verder als tot Conservatie der bedoelde rust en vreede dienen kunnende, te Contracteeren zal zijn, hen daar benevens doende begrijpen, de gevaarlijke gevolgen, waaraan zij zich met hun swerven aan deeze zijde der groote Visch rivier bloot stellen, ter zelver tijd ook de Ingeseetenen die zo veel mogelijk daarbij tegenswoordig zullen moeten werden geroepen 's Raads wegen op 't ernstigste aantebeveelen, om zig geheel en al van de Verruijling met de Caffers te onthouden, en zig op geenerleij wijze onder wat voorwendzel zulx ook zoude mogen zijn aan de overzijde van de groote Visch rivier te begeeven, zullende meermelde landdrost hen tevens bij ieder onderhandeling of getroffen accoord met de Caffers capiteins, het daartegens geëmaneerd Placcaat moeten voorleezen, en ter handhaving van dat Placcaat zorgvuldig waakzaam hebben te zijn. van welk een en ander aan ged: Landdrost bij Missive de nodige kennisse zal worden gegeeven.

Wijders noch geleezen zijnde eene Missive van Landdrost en Heemraden van Graaff Rijnet voorn: aan deese Regeering gericht, waarbij dezelve kwaamen te appuijeeren de versoeken vervat bij zeekere twee eensluijdende Requesten door eenige Ingeseetenen dierColonie gepræsenteerd, omme te weesen ontheft zo van de gewoone betaling, als van de aan hunne Leningsplaatsen gehegten agterstal van reCognitie Penningen aan de E Comp: verschuldigt, omtrend welke requesten, bevorens op deselve te disponeeren, goedgevonden is, aan Landdrost en Heemraden aanteschrijven omme aan deesen Raade te Suppediteeren eene Specificque Lijst van zodanige personen en Ingeseetenen onder derselver district als door de Strooperijen van de Bosjesmans als anderzints het meest benadeeld zijn, en daarneevens in een zodanige behoeftige Staat geraakt zijn dat zij volstrekt tot de betaaling dier gerechtigheid onbekwaam zijn, ten einde daarop zodanig reguard te slaan als de omstandigheeden zullen komen te vereijsschen

Vervolgens wierd door den Heere Independent Fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lijnden geëxhibeerd het volgende vertoog

Aan den WelEdelen Gestr: Heere Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien &:a benevens den WelEdelen Achtbr: Raad van Politie deezes Gouvernements.

WelEdele Gestrenge Heer en Edele Achtbr: Heeren!

Het heeft aan UWelEdele Gestr: en E Achtb: bij derzelver dispositie van den 16. Januarij deses Jaars behaagd in handen van den toen pro Interim Fungeerende Fiscaal, te Stellen den Perzoon van Philipus du Bose, omme tegens denzelven zodanige procedures te entameeren, als de merites van de in die dispositie breeder genarreerde en door een Request van Noël du Bose vader van gem: Philipus du Bose, aan de Hoog Gebiedende Heeren Meesteren gepræsenteerd, zo Serieus gewordende Zaak, zoude komen te vereijsschen gelijk dezelve pro Interim Fiscaal hem Philipus du Bose, dan ook in civiel arrest heeft doen neemen: en naardien de adstructie dier Zaak onontbeerlijk kwam te vorderen, visie van het gem:e Request van Noël du Bose mitsgaders van alle Zodanige Stukken, als tot de voorschr: Zaak relatief ter SeCretarije waaren berustende; zo hebben UWelEd: Gestr: en EE: Achtb: verder goedgevonden van dit een en ander inhanden van voorn:de Pro Interim Fiscaal copie te doen stellen, omme daarvan in der tijd het nodig gebruik te kunnen maken.

De ondergeteekende als Independent Fiscaal deezes Gouvernements alhier gearriveerd zijnde, en onder andere Stukken, het Officie Fiscaal concerneerende bovengem: Copie Request en verdere documenten in handen hebbende gekreegen, heeft na rijp Overleg vermeend, alvorens tegens Philipus de Bose voorn:d eenige procedures te entameeren, hoe zeer dezelve anderzints vertrouwd daartoe genoegzame grond voor handen te hebben vooraf evenwel aan UWelEdelegestr: en E.E. Achtb: te moeten exponeeren, de Consideratien welke aan den ondergeteek: bij het onderzoek dier zake zijn voorgekomen en welke hij van dien aart meent te zijn, dat dezelve de bijzondere attentie van UWelEdele gestr: en EE Achtb: meriteeren.

De ondergeteekende begrijpende dat het onnodig zal zijn, in een formeel debat der in den bovengem:e Requeste zo abusivelijk en onwaar geënarreerde Facta te treeden, waartoe de overgelegde Stukken genoeg zullen dienen, zal alleen aanvankelijk remarqueeren, dat het buiten allen twijffel is dat voorn: Philipus du Bose bij ieder onpartijdig rechter nooit zal kunnen echappeeren eene Condemnatie waardoor eene volkomen Satisfactie aan uWelEdele Gestr: zou worden geprocureerd; daar hij in zijn responsiven op de aan hem voorgestelde vraagpoincten A:l 20. volmondig erkend heeft schuld te zijn aan de atrose belediging welke hem ten lasten worden gelegd, en het uit de omstandigheeden duijdelijk blijkt dat hij Philipus du Bose niettegenstaande de betoning van berouw in gem: responsiven ad Art:l 22, en de Edelmoedigheid van UWelEdele gestr:, echter steeds heeft blijven voeden een quaadaardig opzet om den oppergebieder deezer Plaatze te lædeeren, en met zijn kwaadaartig uitgedagte en valschelijk verdigde Calumnien expost is blijven voortvaaren.

Het zoude derhalven aan den ondergeteekende niet mogelijk vallen om door den weg van rechten aan UWelEdele Gestr: te bezorgen een satisfactie geëvenredigd aan de injurie welkers atrociteit altijd getoetst word aan de eer en het aanzien van den beledigden Persoon, en in dit geval zekerlijk voor den belediger niet dan pernicieuse gevolgen na zig sleepen.

Dan de ondergeteekende heeft uit het gementioneerde Request van Noël du Bose ontwaard dat men bij hetzelve niet alleen Heeren Meesteren heeft tragten in't begrip te brengen als of UWelEdele Gestr: zig aan wreedheid hadde schuldig gemaakt, en hij Philipus du Bose geheel onschuldig en dus ten onregte aan poursuites was bloot gesteld geweest, maar ook dat men de integriteit van den rechter hier ter plaatse niet alleen maar zelfs in gants Oost Indien, in een zeer dubbelzinnig aspect heeft willen doen voorkomen.

Beschuldigingen WelEdele Gestrenge Heer en Edele Achtb Heeren, die, zo ras men de tot deeze zaak betrekkelijke papieren, en de handelwijze in deselve gehouden, maar alleen Fügitive Oeculo inziet, alle van zelve vervallen niet alleen maar die ook de Hoogst indignatie der Heeren Majores overzulks in geenen deele zullen kunnen ontgaan; terwijl het den ondergeteekenden ten uittersten verwondert heeft, hoe men heeft durven onderneemen hoogstderselver gewigtige besoignes daarmeede te interrumpeeren.

Daar nochthans van den eenen kant aan den onder geteekende, zo uit het gedrag en de gemanifesteerde denkenwijze van UWelEdele Gestr:, als uit de SucCessive disCoursen, met Uwe Edele Gestr: op het Sujet in quæstie gehouden, ten klaarsten is gebleeken, dat UWelEdele Gestr: wel verre van door partiCuliere wraakzugt in dit geval gedreeven te worden, integendeel door desselvs edelmoedig gedrag gehouden in't ten zijde stellen van die middelen, door welken reeds inden beginne eenen eclattante voldoening zoude zijn erlangd geworden ten klaarsten aan den dag heeft gelegd, dat de oorzaak om welk Philipus du Bose bij zijne te rug komst alhier in handen van den pro Interim FisCaal is ingesteld geworden, eeniglijk hier in is geleegen om namentlijk door de Continuatie van de Injurie insgelijks met indignatie te passeeren, geene reflectien te doen gebooren worden, waaruit niet zo zeer voor UWelEdele Gestr: die ten eenemaal zuijver is, als wel voor deeze zo importante Colonie onaangename, Ja zelfs gevaarlijke gevolgen zouden hebben kunnen resulteeren.

Terwijl de ondergeteekende zig van den anderen kant gepersuadeert houdt, dat men niet dan met ter zijde stelling van den Eerbied, welken men aan een rechter verschuldigd is, en met het hoogst onregt aan den integriteit van den Edelen Achtb: raade van Justitie eenige de minste affeinte zou kunnen toebrengen.

Deeze zijn de reedenen WelEdele Gestrenge Heer en E.E. Achtb: Heeren, welken den ondergeteekenden gepermoveert hebben, om alvorens uit kragte van UWelEd: Achtb: geërde resolutie van den 16: Januarij J:L: eenige poursuites tegens Philippus du Bose te entameeren, zich vooraf aan UWelEd: Gestr: en EE Achtb: te addresseeren, en aan deselve in eerbiedige Consideratie te moeten geeven, of het ter vermijding van alle nadeelige reflectiën zo ten opzichte van den Raade van Justitie als of deselve in de zaak van Philipus du Bose tot de uitterste wreedheeden bekwaam waare geweest, als met betrekking tot UWelEdele gestr: als of deselve uit een beginzel van wraakgierigheid een misbruik hadde gemaakt van de aan UWelEdele Gestr: toebetrouwde Auctoriteit; of het, zegt de ondergeteekende, om deeze en verdere bij wettig gevolg daaruit voortvloeijende Consideratien, aan UWelEdele Gestr: en E.E. Achtb: niet zou kunnen behagen, ten einde aan deezen temerairen Suppliant de maat vol te meeten, in deeze zaak te Condescendeeren in't versoek van Noel du Bose in't Vaderland gedaan, om namentlijk met een der eerste retour Scheepen den persoon van Philipus de Bose op te zenden naa 't Vaderland, en te gelijk aan de Hoog Gebiedende Heeren Meesteren te doen toekomen, alle zodanige Stukken, als tot de Zaak in questie relatief ter SeCretarije zo van Politie als Justitie zijn berustende; met instantig versoek wijders aan Hoogstgedagte Heeren Meesteren, dat deeze zaak door hoogstdeselve moge worden gesteld inhanden van /:zo als Noel du Bose zich uitdrukt onpartijdige rechters, ten einde aan Philippus du Bose, na rijp onderzoek Schuldig bevonden wordende, zodanige Straffe worde geinjungeert, als waardoor Heeren Meesteren, naar derselver wijsheid zullen oordeelen aan UWelEdele Gestr te kunnen worden geproCureert die Satisfactie welke meest geschikt zal worden bevonden ter bewaaring van het aanzienlijk Character, welk UWelEdele Gestr: de eer heeft te bekleeden, en bij welks maintenue 't zij met eerbied gezegd, zo Wel Heeren Meesteren als een iegelijk der Ingeseetenen deezer Colonie ten hoogsten zijn geinteresseerd.

De ondergeteek: houd zig gepersuadeert, dat hier door volkomen over eenkomstig met de edelmoedige denkenwijze van UWelEdelen gestr: zal worden gehandelt; en heeft voorts de eere deeze zijne Consideratien aan het nader goedvinden en beter oordeel van UWelEdele Gestr: en EE. Achtb: te onderwerpen.

/:onderstond:/ Cabo de goede Hoop den 18. Maart 1789 /was geteekend:/

J: N: S: van Lijnden

Het welk geleezen en door den Heere Gouverneur gedeClareerd zijnde ten uittersten Sensibel te zijn aan de zo flatteuse uittdrukkingen door gedagte Heer Independent Fiscaal in dit Vertoog met betrekking tot zijn Ed. gebeezigd, dat zijn Edele oversulks ook dit Stuk, door iemand van wiens integriteit en probitijt een ieder overtuigd is, met zo veel Edelmoedigheid uit gebragt, in dit geval de grootste Satisfactie moest verschaffen, weshalven zijn Ed: ook betuijgde volkomen voldaan te zijn, en geene verdere poursuites te begeeren Jeegens een persoon met wien zijn Edele zich nimmer voor eenige rechtsbank paralel konde stellen, en wiens vile en lage imborst bij onse heeren gebieders wel ras uit het geen omtrend hem alhier gepasseerd is, zonne klaar zoude blijken; zo is op deeze deClaratie van welopgem:e Heere Gouverneur goedgevonden en verstaan zig te Conformeeren met depropositie van ged: Heere FisCaal en dienvolgens den persoon van Philipus du Bose met een van 's Compagnies retour Scheepen op te zenden naar het Vaderland en te gelijk aan de Hoog Gebiedende Heeren Meesteren te doen toekomen alle zodanige Stukken als tot de Zaak in questie relatief ter Secretarije zo van Politie als van Justitie zijn berustende, omme daarvan zodanig gebruik te kunnen maken als Hun WelEdele Hoog Achtb: zullen vinden te behoren

Door den Lieutenant Colonel van het Regiment van Luxemburg de Heer Raijmond; alwijders aan deezen rade gericht zijnde de volgende Missive

A son Excellence

Son Excellenve Monsieur van de Graaff Gouverneur du Cap de bonne Esperence et de dependence, et a Messieurs lesConseillers de Le haute regence de cette Ville.

Monsieur le gouverneur et Messieurs

Le Compte definitif qui ma été solvé par la Regence de Ceijlon, pour les recruër amines au Corps au Corps par M:r Le Chevalier d' Hugonet, n'a Souffert d'autre difficulte, que de differer Jusqu 'a l'arrive du Regiment au Cap de bonne Esperence ainsi que J'en suis Convenu avec mons:r Van de Graaff, Gouverneur de Ceijlon, les rembourcement de ce qui est du au prince, par les Soldats nommes Nicolas Beaumont Jean Louis Le Franc, Adrien Hincelin et Jean Pierre Roussel ses hommes etant demmeures â l'opital du Cap, lors du depart de la recrue et attendu qui n'ont pas rejoint le regiment.

J'ai appris que les deux premiers etoit morts deux mois aprés et que les deux autrés avoient été emploijês aux traveaux publicq des lignes, dont Haincelin s'est affranchi par la desertion, et ou le Malheureux Roussel, en â uneCuise casseé par la chute d'une poutre â la veille â ce que l'on m'a assuré, des repasser en Europe.

C'es quatres hommes , Monsieur Le Gouverneur et Messieurs, etoient redavables au prince de Luxembourg des mémes avances que leurs Camarades et le temps qu'ils ont existés au service de la Noble Compagnie, â été plus que Sufficant pour les metre â meme de faire ce rembourcement que consiste

SavoirFlor:Solsdemi
Pour l'abillement donné a paris par le prince34:12-
pour l'abillement donné par Messieurs les Commissaires de la Noble Comp:e a [.....] aunsi qu'il â étè d'rifage pour taxtes les recrues pas se d'ans L'Inde, soit anterieur et soit posterieures36:2-
fourniture a bord8:12:-
Ce que fait pour 4: Hommes317:4:-
A deduire
2 Mois d'avance a' Flissinge â 9: Flor:72:d:o-
reste Florin:s245:4:-

Que Je reclame avec d'autant plus de Contrance Monsieur Le Gouverneur et Messieurs que Je ne puis pas Supposer raisonnablement, que vous eussiez fait faire leur de Compte â ces hommes, sans avoir præalablement prisConnoissance du Commandant du Corps, s'ils n'avoit de ja été paijez

Je suis desolé, Monsieur Le Gouverneur et Messieurs de vous importuner pour un objet d' aussi peut de Consequence, mais il tient au bien du Corps; et J'espere que vous me permettrez d'emploijer â la defence de ses interêts le même Zele d'Emploijer à soutenir ceux de la Noble Compagnie.

Je Suis avec un profond respect Monsieur Le Gouverneur et Messieurs Votre très humble et tres obeissant Serviteur /was geteekend:/ Ch: de raijmond.

Zo is goedgevonden daar van te stellen Copia in handen van den Soldij Boekhouder deezes Gouvernements omme daarop te dienen van bericht

Terwijl voorts nog geleezen zijnde eene Missive van evenged:e Lieutenant Collonel de Raijmond luijdende als volgd.

A Son Excellence

Son Excellence Monsieur van de Graaff Gouverneur du Cap de bonne Esperance et dependenCes, et a Messieurs les Conseillers de la haute regence de cette ville

Monsieur Le Gouverneur & Messieurs

J'ai reçu l'extract de la lettre que vous m'avez fait l'honneur de Communiquer, de M:r M:r de la haute Regence de Batavia, qui â concerne une repetition de 20. Rixd:s sur la Caisse du Regiment, pour pareille avance fait â Batavia avant leur depart pour l' Europa aux nommés Huet et Thoma, ci devant Soldats au Regiment de Luxembourg.

Cette reclamation me paroit d'autant moins fondée, que ces deux hommes aijant été atteints et Convaincur par le Conseil de Justice de Colombo d'avon pris de la poudre dans une poudriere de la Comp:e, et Condemnes depasser â Batavia pour ij recevoir leur dernier Jugement, le Regiment en â des ce Moment fait l'abandon, leur á solde ce qui leur Revenroit ette's â detuits de sa force

d'apres cet expossé Mons:r Le Gouverneur et Messieurs vous devez étré convaince de la legitimé de mon refus de paijer ce â quoi je ne pourrois tout au plus Souscrire, que dans l'hijpotese que les deux hommes fussent rentres au Regiment, par le Conseil Superieur de Batavia, et que l'avance de 20. Rijxd:s leur eut été faite â cette Consideration.

Je suis avec unprofond respect

Monsieur le gouverneur et Messieurs Votre tres humble et tres obeissant serviteur /:signe/ Ch: de Raijmond /:duCoté:/ Cap de bonne Esperance le 19: Mars 1789

Zo is verstaan, dat vermids de daarbij voorm:e Perzonen Van Huet en Thoma

zich niet weder bij het regiment hebben vervoegd gem:e Lieutenant Colonel ook geen rembourseering kan doen van het hun op Batavia voorgeschotene zullende hier van aan de Hooge Indiasche Regeering pligtschuldig kennis worden gegeeven.

Waarna door den Burger Johannes Petrus Marais wierd gepresenteerd het volgende Request

Aan den WelEdelen Gestr Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien &:a &:a &:a benevens den E Achtb: Raad van Politie

WelEdele Gestrenge Heer en E.E: Achtb: Heeren!

Geeft met alle onderdanigheid te kennen Uwe WelEdele Gestr: en E Achtb: zeer ootmoedige en getrouwe Dienaar Johannes Petrus Mareez burger aan Stellenbosch. Dat hij Suppliant bij resolutie van Heemraads Vergadering aldaar, Sub dato 7. Januarij 1788 waarvan hij de Vrijheid neemd het Extract deeze te doen vergezellen, permissie heeft bekomen van den WelEdelen Gestr: Heer Gouverneur in loco &:a &:a &:a in eigendom te verzoeken zeeker strookje Lands, ter groote van Twee Morgen, geleegen aan Ribeeks Casteel; dat dit Versoek door Welopgem:e Heer Gouverneur hooggunstig toegestaan zijnde, en hij Verlof verkreegen hebbende zig diesaangaande bij requeste aan UWelEdele Gestr: en E Achtb: te addresseeren, zich heeft vervoegd ter Politicque SeCretarije bij de toenmaligen eerst gesw:e Clercq Johannes Martinus Horak dat deeze hem heeft geweezen naar den gesworenen Clercq Olof Martini Bergh die hem Supp:t niet alleen beloofde het verzogte request te zullen vervaardigen, maar ook de Erffgrondbrief van gemelde Strookje lands bezorgen, hem daarvoor afvragende rd:s 17.6.2. die dan ook terstond zijn Voldaan, dat den Suppliant zedert dien tijd verscheiden malen gem:e Horak en Bergh heeft verzocht en laten verzoeken, om de Erffgrondbrief in questie te obtineeren, doch dezelve nimmer heeft kunnen bekomen, onder voorwendzel dat geen van beijden tijd had die optezoeken; dat den Suppliant zich thans wederom ter politicquen SeCretarije vervoegd hebbende van de thans aldaar zijnde eerste gesworen Clercq, tot zijn innigst leedweezen heeft moeten verneemen, hoe niet alleen de Erffgrondbrief niet is gedresseert, maar ook nimmer een Request van den Supp:t in Uw WelEdele gestr: en E Achtb: Vergadering was geëxhibeerd geworden, en dat ter gem:e SeCretarije zich omtrend die zaak niets was bevindende, als het deeze Verzellend Extract resolutie, en de Caart door den gesworen landmeeter op ordre van meerwelgem: Heere Gouverneur den 5. Februarij 1788. vervaardigd, en die den Suppliant de vrijheid neemd aan deeze meede te annexeeren.

Reedenen om welke den Suppliant genoodzaakt is zig te keeren tot UWelEdele Gestr: en E Achtb: met ootmoedige beede dat het Hoogstderzelver Welbehagen zijn moge hem dat strookje Lands in eijgendom te willen vergunnen, en uit hoofde van de geallegueerde reedenen, hem te excuseeren van de betaling der reCognitie bij Uwer WelEdele Gestr: en E Achtb: gevenereerde besluiten op het uitgeeven van Landerijen bepaald; alzo hij vermeend dat niets aan UWelEdele gestr: en E Achtb: zal kunnen doen blijken dat eenige versuim in deeze heeft plaats gehad aan de zijde des Suppliants die te meer op UWelEdele gestr: en E Achb: gunstige ontheffing durft hopen, om dat het verzogte strookjes Lands door hem alleen is gebezigd tot het bouwen van een huijs, alwaar zijn Smitsambagt tot onderhoud van zig zelfs en de Zijnen, zonder hulp van Slaven of iemand ter Wereld voortzet, en dat het Sober bestaan, 't welk hij daardoor niettegenstaande zijne ijverige pogingen bekomt, hem buijten staat stellen om zonder Contracteeren van Schulden, de bepaalde reCognitie in 's Comp:ies Cassa te kunnen brengen

/:Onderstond:/

'T Welk doende &:a /:was geteekend:/ Johannes Petrus Mareez

Over welks inhoude rijpelijk gedelibereerd en daar bij in aanmerking genomen zijnde, de reedenen die door den Suppliant bijgebragt zijn, is uit dien hoofde goedgevonden voor dit maal het verzogte Stuk Lands vrij van betalinge van enige erkentenisse aan den Suppliant in eijgendom te CondesCendeeren

En is wijders op de desweegens per Requeste gedaane versoeken van de Adsistenten der E Compagnie Thieleman Johannes van der Sande, en Cornelis van der Does, aan deselven gepermitteerd om met het particulier ingehuurd Schip Handellust naar Europa te mogen overvaren.

Vervolgens geleezen zijnde een vertoog van Commissarissen uit den Raad van Justitie, luijdende

Aan den WelEdelen Gestr Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur van Cabo de goede Hoop en dies Ressorte &:a &:a &:a benevens den E Achtb: Raad van Politie

WelEdele Gestrenge Heer en E,E, Achtb: Heeren!

Vermids de burgers deezer Plaatse George Diederik Geere en Jacobus Kriger zig onlangs naar de Colonie Graaffe Rijnet ter woon hebben begeeven, en dus van domicilium verandert zijn, waardoor derzelver aansprekers plaatzen bij de Begraffenissen alhier zijn komen te vaceeren; neemen Commissarissen derhalven de vrijheid Uwe WelEdelen Gestr: en E. Achtb: inplaatse van deselve tot aanspreekers voortedragen, de meede Burgers David Hendrik Mellet en Johannes Ernestus Weesbergh.

Gelijk Commissarissen al verders de vrijheid neemen, omme ten opzigte van den persoon van Christiaan Ziedeman, dewelke in dato 23. Febrarij des Jaars 1787, ter zake van desselvs buijtensporig gedrag, op hun Versoek voor Mattroos in dienst der E Comp:ie getrokken, en als zodanig op 't permanent Fregat Schip de Meermin geplaatst geworden is, ter kennisse van Uwe WelEdele gestrenge en E Achtb te brengen, dat Commissarissen op desselvs zedert gehouden gedrag naauwkeurig hebbende gelet nopens desselvs beterschap niet alleen goede getuigenis hebben bekomen, maar ook dat hij heeft beloofd zig in't vervolg zodanig te zullen gedragen, dat er nimmer wederom eenige klagten over hem zullen kunnen worden gedaan weshalven Commissarissen Uwe WelEdelen gestr: en E Achtb: Reverentelijk verzoeken voorm:e Ziedeman uit den dienst der E Comp:e te ontslaan en onder afschrijving zijner verdiende gage met desselvs vorige burger Vrijdom te favoriseeren.

/:onderstond:/

'T Welk doende &:a was geteekend:/ T: C: Ronnenkamp, Joh:s Smuts, S: v: Echten, C: G: Maasdorp, C: Mappa, R: J: V:D: Riet, G: H: Meijer, J: C: Gie en H: J: de Wet.

Waarop goedgevonden is, in den daarbij vermeld versoeken van Commissarissen te CondesCendeeren, en overzulks de Burgers David Hendrik Mellet en Johannes Ernestus Weesberg aantestellen tot aanspreekers bij de begravenissen alhier, mitsgaders den persoon van Christiaan Ziedeman uit 's Comp: dienst te ontslaan en onder afschrijving van zijn verdiende gage wederom in burger vrijdom te stellen.

Waarna door den Tweeden Adjunct FisCaal M:r Johannes Andreas Truter p:r requeste zijnde verzogt om bij de WelEdele Hoog Achtb Heeren 17:nen om de qualiteit en gage van onderCoopman te mogen Requestreeren, en dit zijn Supplicq favorabel voortedragen, is goedgevonden den Suppliant zulx toetestaan.

En is vervolgens op het dieswegens p:r requeste, gedaan versoek van Laurens Jansen Schipper van 't partiCulier retour Schip de goede Hoop, goedgevonden dezelve te adsisteeren met een ondertimmerman van de Equipagie Werff.

Terwijl alvoorts op het dieswegens insgelijks p:r Requeste gedaan versoek van den Capitein ter Zee Laurens Smit verstaan is denselven uit hoofde van zijne Indispositie onder afgeschreeven gagie te Stellen.

En is alwijders, mits het aannaderen des tijds tot de gewoone Jaarlijkse opgaave der Effecten deezer Coloniers besloten darvan bij Affictie van Billietten advertentie te doen.

Waarna door den Heere Secunde Johannes Isaak Rhenius als president van den Raad van Justitie wierd geexhibeerd een vertoog van gem:e Raade van Justitie houdende versoek omme te mogen werden geinfomeerd hoedanig zig te gedragen met opzigte tot den Boedel van den geauffugeerde Cornet der Burger Cavallerij David Malan Davidsz: agter gelaten en nadien den SeCretaris deeses Raads M:r Cornelis van Aerssen in zijn Qualiteit van Vendu meester vrijheid verzogt nevens dat vertoog te mogen voegen zodanige Consideratien en belangens, als hij ter Conservatie van de prærogatives aan zijn gemelde Ampt geaccrocheerd, vermijnde aan deeze Raade te kunnen Suppediteeren, zo is verstaan in dit verzoek te CondesCendeeren en in tusschen het voorschreeve vertoog, bij de Respective Heeren raadsleeden in Rondleezing te nemen.

Terwijl laatstelijk uit eenen Missive van Land drost en Heemraaden van Graaff Rijnet, gebleeken zijnde, dat vermids den Heemraad en Burger Lieutenant aldaar Tjaard van der Wald, zig met er woon stond te begeeven onder de Colonie Zwellendam, hij van der Waldt overzulx verzogt van die Twee Posten te mogen weesen ontslagen, zo is goedgevonden denzelven Tjaard van der Wald ingevolge zijn versoek te ontslaan, en weederom in desselvs Plaats tot Heemraad uit eene teffens overgezondene Nominatie te verkiezen en aantestellen den Perzoon van Willem Louw.


Aldus Geresolveerd ende Gearresteerd In't Casteel de Goede Hoop Ten Daage en Jaare voorschr:
C: J: van de Graaff
J: I: Rhenius
J: N: S: van Lijnden
J: J: Le Sueur
O: G: de Wet
W: F: V: Reede van Oudtshoorn