Vrydag den 7 September 1792.

S' voormiddags alle praesent behalven den Heere van Reede van Oudtshoorn.

Met het thans alhier ter rheede aanweezend ingehuurd Schip de Geertruij en Petronella abusivelijk van Batavia naar Nederland verzonden zijnde een Rol goed in steede van een Rol slegt Zeildoek, dewelke men zig voorgesteld had te doen inscheepen, schoon die ook voor slegt op de Factuur van gem: Bodem is bekend gesteld, en haar Hoogedelens de Heeren der hooge Indiase Regeering bij eene Missive ten dien einde expresselijk aan deezen raade gerigt, gedateerd 15 Junij 1792 en met sComp: Retourbodem de Constitutie op den 31 der evenafgeweekene maand Augustus ontfangen met opzigt tot voorsz: Rol Zeildoek hebbende gelieven te gelasten, dat dezelve van de Overheden van eerstgem: Kiel zoude moeten opgeeischt en alhier ten gebruik aangehouden werden: Zo is na dat geresumeerd en g' arresteerd waaren de Resolutien en omvraagen van den 28, 30 en 31 dito mitsgaders 1 en 4:de deeser aanvankelijk beslooten de geciteerde bij abuis te Batavia in 't Schip de Geertruij en Petronella afgeladen Rol goed Zeildoek van d' overheeden diens Bodems te doen afvorderen, ten einde bij de Boeken ingenomen en voorsz: Hoofdplaatze ten goede gebragt zijnde, ten deezen Gouvernemente voor S'Comp: ommeslag te werden aangewend.

Vervolgens is geleezen eene Missive van Heeren Commissarissen Generaal onder den 1:ste deezer geschreeven, dienende ten geleide van twee Extracten uit hunner Hoog Edelhedens Resolutien vandien eigensten datum, contineerende Hoogstderzelver dispositien op zeekere Requeste door Johan Fredrik Herwich als Pagter van 't accijs op 't Caabs Moutbier, mitsg: eene Memorie door den Capitain Lieutenant militair bij 't Regiment van Wurtemberg, J: C: F: von HugheL aan hun Hoogedelhedens gepraesenteerd.

En nadien daaruit consteerd dat Heeren Commissarissen Generaal, op de formatien diendweegen van deezen Raade gevordert en bekomen, niet zyn getreeden in de verzoeken van gem: Herwich, maar dezelve hebben geweezen van dehand, onder te kennengeeving van welderzelver hoogstmisnoegen over de weinig gemesureerde expressien waarvan hij suppl:t zich bij voorsz: Requeste heeft bediend, met last zig in 't vervolg voor diergelijke soigneuselijk te wagten op poene van ernstiger correctie.

Doch, dat hoogstged: haar hoogedelhedens daarentegen op de representatien van den Capit:n Lieut: von Hughel hebben goedgevonden en verstaan, uit consideratie dat een gedeelte van het Regiment van Wurtemberg zig thans op Ceilon bevind, te passeeren 't besluit bij deezen Raade genoomen, om alhier aante houden een capit:n Lieut, een Lieut:t, vier Sergeants, vier Corporaals, en een Chirurgijn, om over de passeerende Recruiten van het zelve Regiment opzigt te houden, en overigens de voorsz: Memorie beneevens S' Raads berigt op dezelve, te zenden aande Vergadering van 17:ne ten einde door haar wel Edele Hoog Achtb: daar op zodanig zoude kunnen werden gedisponeerd als zal g'oordeeld worden te behooren.

Met Last aan den Heere Gezachhebber en den verdere Raade, om met opzigt tot de overige Poincten in voorsz: Memorie vervat de zaken te laaten op den tegenswoordigen voet, tot dat daaromtrend bij dezelve de intentie der Vergadering van XVIJ:nen zal zijn vernomen.

En om zo veel nodig van dit een en ander aan voorm: Capit:n Lieut: Von Hughel kennisse te geeven. Zo is verstaan zig al het vorenstaande eerbiediglijk te laaten strekken ter informatien en narigt, en terwijl men zal inwagten de nadere ordres der Hoog Edele Heeren XVII:nen nopens de poincten bij de Memorie van den Capit: Lieut: von Hughel voorkomende dewelke aan hoogstderzelver finaale decisie zyn geremitteerd, intusschen van al 't geen hier boven uit de Resolutien van Heeren Commissarissen Generaal is overgenomen, voor zo verre hem zulks concerneerd:/ aan denzelven capitain Lieutenant von Hughel een g'authentiseerd Extract te laaten afgeeven om zig daarna te gedraagen.

Hierna nog geleezen zijnde eene andere Missive van hoogstgedagte Heeren Commissarissen Generaal, vanden 3 deezer almeede een Extract geleidende uit hunner Hoogedelhedens besluiten ten zelven dage genomen of een berigt door den Landdrost en Heeemraaden van Zwellendam ingevolge ende ter voldoening aan hoogst der zelver requisitie ingezonden nopens een verzoek door zommige Ingezeetenen der gem: Colonie bij meerged: haar Hoogedelhedens ingediend, tendeerende om te werden ontheven van de betaling van 't gewoone Pontgeld.

En uit dat Extract al meede zijnde gebleeken dat Heeren Commissarissen Generaal ook dit verzoek gedeclineerd en de Supplianten gelast hebben zonder uitstel te voldoen aan de reeds meermaalen gegeevene Bevelen tot de betaling van hunne agterstallige Pontgelden.

Is dierhalven besloten, dat om van wegens deezen Raade aan voorsz: hunner Hoogedelhedens dispositie behoorlijk de hand te houden, en dezelve zo doende effect te doen sorteeren, bij Publicatie en Affixie van Billetten aan alle ende een ijgelik die 't concerneert zal gelast werden deszelfs agterstallige Pontgelden op te brengen en af te leggen uitterlijk bij expiratie van ultimo deCember aanstaande, bij poene dat anderzints wanneer zij daarmeede langer ingebreeken blijven tegens hun zonder eenige verdere consideratie tot de betaling zal werden geprocedeert in regten.

Nadat een en ander overgegaan zijnde tot de resumptie van 't zeer g'eerd aanschrijvens der Heeren van de Hooge Indiase Regeering de dato 24 Februarij deezes Jaars op den 11 Junij daaraanvolgende alhier aangebragt met het schip de Catharina Johanna behelzende diverse poincten dewelke dispositie ofte rescriptie vorderen,- is daarop naar aandagtige overweeging van zaaken geresolveerd; dat men met stilzwijgen passeerende al het geen den Rade slegts ter informatie en narigt moet Strekken de vrijheid neemen zal in eerbiedig antwoord op dezelve missive haar WelEdele Groot Achtb: aanvankelijk met betrekking tot welderzelver remarques dat het singulier voorkomt dat S'Comp: slaaven niet bekwaam zouden zijn, tot werken, waartoe die van partikulieren kunnen worden gebruikt t' informeeren.

Dat wanneer door de geordonneerde afschaffing van de Post de Schuur de noodzakelijkheid daar kwam te zijn om zig het voor s'Comp: ommeslag benodigt Hout op eene andere wijze te procureeren, en daartoe geen beter nog voordeeliger middel kon werden uitgevonden, als het zelve door slaven te laaten kappen en aandraagen, deezen Raade niet Zoude hebben nagelaaten daartoe in alles bij praeferentie t'employeeren Lijfeigenen der E Comp: indien se daartoe niet in de onmogelijkheid was gesteld geweest, door dat eensdeels de ordres om de Schuur en dies geheelen ommeslag te verkoopen en af te schaffen, gepaard kwam te gaan met een andere ordre om het grootste gedeelte van S'Comp: Slaaven te verkopen door welkers executie men, voor dat dezelve nog volkomen was volbragt, zig reeds belemmerd vond, om de ordinaire verrigtingen der gem: Dienstbaare persoonen naar behoren te kunnen doen voortgaan, en ten anderen geene der Lijfeigenen van d' EComp: immer bevoorens tot het Kappen of aandragen van Hout g'emploijeerd zijinde geweest, men dat werk, waartoe eene zeekere bekwaamheid word vereischt die alleen door exercitie kan worden verkreegen, nimmer door hen alleen had kunnen laaten verrigten; dan dat deezer Rade egter vertrouwd by de Schikkingen door dezelve op 't voorsz: sujet beraamd, en ter executie gelegd, te hebben betoond hoe zeer zij zelve overtuigd is van de noodzaakelykheid, om wanneer de dagelijksche bezigheden van de nog overgebleevene Lijfeigenen der E Comp: zulks mogten toelaaten, alleen deezes Comp:s Slaaven tot dat werk t'emploijeeren, aangezien, hoe veel moeite het ook heeft gekost, die Lijfeigenen bij andere werken te kunnen ontbeeren, directelijk by de 40 bekwaame ingehuurde Slaaven ook 20 van die der EComp: zyn gebruikt geworden welke het omvellen en aandraagen van 't Hout, van de eerste leerende, ook gewisselijk wanneer zig gelegenheid mogt opdoen het voorschr: werk alleen door Comp: Slaaven te kunnen laaten verrigten, instaat zullen werden bevonden hetzelve aan de overige, die daartoe mogten werden gedestineerd, op hunne beurt aan te leeren, waarom deezen Raade dan ook vertrouwd dat haar welEdele Groot Achtb: haare handelingen hieromtrend, als een zaak waarbij alle mogelijke menage is geobserveerd en de Comp: aanzienlijke voordeelen toegebragt, om de geallegueerde reedenen wel met hoogstderzelver goedkeuring zullen gelieven te vereeren.

Dat wijders nopens de aangehaalde klagten der Scheeps overheeden over de ontoerijkende voorziening van Brandhout bij hunne afrijze van hier en haar Wel Edele Groot Achtb: recommendatie uit dezelver klagten voortgevloeid om de passeerende Scheepen behoorlijk van Brandhout te voorzien hoogstdezelve met gepasten eerbied zullen werden gerescribeerd, dat men de voorsz: ordre pligtschuldig zal agtervolgen;- dan zal men haar Wel Edele Groot Achtb: daarbij teffens informeeren dat alle de doleantien welke ter zaake voorsz: door voorn: Scheepsoverheden zyn gedaan geworden, ten eenemaale bezijden de waarheid komen te zijn, alzo niet alleen aan dezelve altoos verstrekt word zodanige quantiteit van geciteerde Brandstoffen als zij opgeeven tebenodigen, en ook voor hunne Scheepen, na rato van derzelver manschappen benodigt werd gevonden, maar dat ook den Boekhouder van s'Comp: Slagthuis, naar eene vastgestelde inrigting, de aangebragt werdende vragten Brandhout inspecteeren moet om te zien of dezelve zodanig bevinden, als ze volgens de Conditien van aanbesteeding behooren te zyn. - dat ook nimmer door een-eenigen Capitain of bevelhebber van de passeerende Scheepen aandeezen Raade dan wel aan den eerstgetekende Gezaghebber eenige klagten zijn gedaan dat niet toerijkende van Brandhout was voorzien geworden, en dat den Raade dierhalven vaststeld, dat het gebrek waarïn eenige hunner zig geduurende de rhijze van hier naar Indiën, aan dat onontbeerlijk Articul mogen bevonden hebben, meer zal zyn te wijten geweest aan hunne eigene ofte hunner onderhorigen agteloosheid als wel aan de gepraetendeerde onverschilligheid van deezen Raade om hunne Bodems daarvan sufficientelijk te doen voorzien alzo het dikwerf gebeurd is dat wanneer Brandhout voor een Schip was aangebragt, en hetzelve, gelijk hier even is gezegd door den Boekhouder van 't Slagthuis aan den Capitain dan wel aan de geenen die zig door hem tot dies ontfangst gequalificeerd bevond aan 't Zeehoofd overgegeeven was, om in de Scheepsboot te worden afgelaaden den ontfanger in steede vandat Hout zorgvulgig gade te slaan en directe afte laaden het zelve zonder opzigt van iemand heeft laten leggen ten prooije van de zulken die van de gelegendheid hebben willen profiteeren om het ten deele weg te draagen, en t' zoek te brengen, ten einde daarmede vervolgens voordeel te bejagen en het welk in een plaats als deeze, alwaar de schaarsheid aan Brandhout algemeen is weinig verwond'ring kan baaren.

Dan nadien het nu wegens het geen zo even is aangehaald noodzakelijk is geworden, eens vooräl alle pretexten tot verdere klagten over het niet nakomen van een zo essensieel poinct van s' Raads verpligtingen geheellijk af tesnijden en voor te komen, is by deeze gelegenheid teffens beslooten den Boekhouder van 't Slagthuis te ordonneeren en tegelasten zo als denzelven g' ordonneerd ende gelast werd mits deezen, om van ieder Scheeps Capitain ofte Bevelhebber die in 't vervolg verzoek zal komen te doen, om van brandhout te worden voorzien af te vorderen een Certificaat dat de gevraagde quantiteit ten zijnen genoege aan 't Zeehoofd door hem is ontfangen, en dat dezelve toereikende komt te zijn, om daarmeede de geprojecteerde rhijze te onderneemen; welk Certificaat nadat door hem daarvan behoorlijk annotatie zal weezen gedaan, zal moeten werden overgegeeven aan den Negotie-overdraager, omme, g'annexeerd aan de onkost reekening van het Schip ten blijke te verstrekken, dat alle klagten door de respective Bevelhebbers over 't gebrek aan Voorziening van Brandhout by hun vertrek van hier niet aan ons maar aan henzelfs zijn te wijten.

Dat alverder op 't geremarqueerde van haar hoog Edelens dat bij S' Raads onderdanige adviesen aan weldezelve is gemeld dat de verpagting der wagen Vragten en Rijloonen in vier perceelen was geschied daar integendeel uit de eerbiedige Letteren dezer Regeering aan de Hoog Gebiedende Heeren Majores gericht en in Copia naar Batavia gezonden gewag word gemaakt van vijf PerCeelen Haar WelEdele Groot Achtb: zullen worden g'elucideert dat ingevolge het eerste ontwerp van aanbesteeding de Aanneemer der wagenvragten naar Baaifals en elders ook verpligt zou zijn geweest neegen rijdpaarden in gereedheid te houden, tot zodanige eindens als bij die Conditien waaren bepaald dog dat ten dage der aanbesteedinge bij nader inzien van zaaken ontwaard zijnde dat dit Laatste articuL aan de prijzen der wagenvragten hinderlijk kwam te zijn, hetzelve dierhalven als toen daar van weder is afgenoomen en afzonderlijk voordeeliger voor de Maatschappij aanbesteed, als dezelve bij den anderen gelaaten zoude hebben kunnen geschieden.

Dat men haar welEdele Groot Achtb: voorts informeeren zal, dat bij resumptie van de passage waarbij weldezelve haar Hoog Edelens betuigen geen genoegen te neemen in het gedrag door den ondergeteek: Dispencier gehouden om het Transport der vyff huizen en erven door den Independent Fiscaal van Lijnden kort voor zijne retraite van hier aanden Koopman Tit: Onkruijt verkogt, door den Raade van Justitie voor nul en van geener waarde te doen verklaaren, denzelven Dispencier heeft komen te betuigen dat daar hij met zijne gedaane demarches indeezen niets anders heeft gebuteerd gehad, als het welzyn van de Edele Maatschappij, het hem dierhalven zeer komt te grieven te moeten ontwaaren dat Haar WelEdele Groot Achtb: zyne demarches indeezen niet hebben gelieven te approbeeren, en dat op deszelfs verzoek aan hem Heere Dispencier afgegeeven zynde Extract dier passage om daarvan zodanig gebruik te maaken als geraaden en g'oorloofd vinden zal, hij nu zo wel aan de hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal /: thans alhier in loco aanweezig:/ als aan haar WelEdele Groot Achtb: zelve open zal leggen de onmogelijxheid waarin hij Heere Dispencier zig heeft bevonden om op eene andere wijze de belangens zijner hooge Betaalsheeren voor te staan en te doen respecteeren

Dat met de beschikkingen omtrend de afvaardiging van 't Freguat de Meermin ter opspeuring van 't Retourschip, 't Slot ter Hoge hoe zeer tot S' Raads Leedweezen heeft moeten werden gezien, dat dezelve beschikkingen geenzints haar Hoogedelens goedkeuring hebben mogen wegdraagen, des niet te min niets anders is bedoeld dan de opregtste en best mogelijkste behartiging van S' Meesters waare belangen, aangezien hoe zeer de route aan dat Freguat in deezen voorgeschreeven in den eersten opslag singulier moet voorkomen de verwondering hier over ongetwijfeld welhaast by haar wel Edele Groot Achtb: cesseeren zal, wanneer wel dezelve zig nader zullen vinden onderrigt, dat men al bereids lange voor de afzending van de Meermin gegronde reedenen had gevonden om aan het Lot van den voorsz: vermisten Bodem 't Slot ter Hoge te twijfelelen en door de ontfangene berigten diendweegen, mitsg:s het agterblyven van dat schip geheel in 't onzeekere was gebragt of 't zelve naar de vaste wal van deeze Oostkust, dan wel naar 't EiLand Madagascar zou weezen gedreeven, waarom men haar WelEdele Groot Achtb: dan ook in consideratie geeven zal, of men indeeze gesteldheid van zaken iets beters heeft vermogen te doen, dan het Schip tot dies opspeuring bestemd, direct van hier naar Mauritius af te vaardigen, als de plaats zijnde alwaar men, wanneer den vermisten Bodem te Madagascar had mogen terhouw gekomen zijn, daarvan zekerlijk de eerste informatien konde verwagten, terwijl wanneer dezelve te Rio de la Goa, alwaar zig een veilige haven opdoet, en daar de Portugeeschen zig g'etablisseerd bevinden was aangeland, 't ontzet zo pressant niet zou zijn geweest als wanneer het zelve Schip zig in een der Baaijen van evengemeld Eiland had bevonden, gemerkt 't zelve aldaar gewisselijk lange zoude hebben kunnen leggen zonder eenige hulpe te kunnen erlangen of tijding herwaards overzenden, geduurende welken tijd zig aan den moedwil der Inwoonderen vandat Eijland zoude hebben g'exponeerd gezien, daarïn tegendeel wanneer bij aankomst van de Meermin te Mauritius eenige tijding aldaar mogt zijn ingekomen geweest, dat 't zelve Schip zig in een der Inhammen van Madagascar had vertoond gehad, daaraan onmiddelyk het nodig ontzet en de vereischte adsistentie had kunnen werden toegebragt.

En of niet teffens dezes Raads gehoudenisse in de twyffeling waarïn ze zig bevond of d'expeditie waarvan den aanleg door den gerepatriëerden Heere Gouverneur van de Graaff, niet ter gepasten tijd g'effectueerd was geworden van eenig succes zoude werden agtervolgt toen men zig naderhand in staat bevond daartoe naar Schuldigenpligt te procedeeren, meede bragt om in een tijd stip dat de Maatschappij zig aan alle kanten vond gedrukt en geprangt, zodanige mesures te neemen, als waardoor zij, wanneer het principaale but van de afzending van 't Fregat Schip de Meermin mogt mislukken, niet alleen de onkosten van de Expeditie zelfs konden vinden maar ook nog in haare zorglijke staat van finantien in Europa ontfangen een retour waarop S'anderzints nimmer zoude hebben durven hoopen, en waarvoor geene contante gelden zijn uit geschoten geworden en dat met dit een en ander nu de gronden waarop deezen Raade heeft vermeend de togt en route van 't zo dikwils geciteerde Freguat de Meermin, zodanig te moeten bepaalen, als s'eerbiedig de vrijheid heeft gebruikt zulks ter zijner tijd aan haar Wel Edele Groot Achtb: behoorlijk te bedeelen aan Hoogstdezelve meer omstandig zullende zijn, kennelijk geworden, deezen Raade zig dan nu ook met de hoope is vleiende dat, daar den uitslag zo als men de vrijheid heeft gebruikt bij onderdanige Letteren van 23 Maart deezes Jaars pligtschuldig te berigten tot bijzondere Smerte heeft doen zien, dat de opgekomene twijffelingen en vreese aan 't behoud van 't Schip 't Slot ter Hoge niet ongegrond zijn geweest, en hoe voordeelig daaren tegen de speculatie met den verkoop der Tarw en weder inkoop der Koffijbonen en 't Ebbenhout is uitgevallen, haar WelEdele Groot Achtb: dezelve dierhalven wel zullen gelieven vrij te spreeken van hierinne iets te hebben gedaan dat zij zoude hebben moeten laaten of voorzien niet met de belangen aan haar toevertrouwd te quadreeren.

Zullende inmiddels van dat gedeelte hunner Wel Edele Groot Achtb: voorsz: g'eerde Letteren, waarbij weldezelver ontstigting en ongenoegen werd te kennen gegeeven dat in die Scheepen de drie Gebroeders en Houtlust geen Tarw is afgelaaden, Schoon dezelve blijkens berigt van den Commandeur te Batavia 160 Lasten van dat Graan van hier naar evengem: Hoofdplaatze zoude hebben kunnen vervoeren Extract werden ter handen gesteld aan den Equipagemeester deezes Gouvernements ten einde in nakooming onzer continueele exhortatien en aanbeveelingen om van de ruimte die zig in s'Comp: Scheepen mogte bevinden behoorlijke opgaave te doen, te dienen tot deszelfs informatie en narigt, waar benevens denzelven Equipagemeester zal werden gelast, gelijk hij wel expresselijk en ten serieusten gelast werd by deezen omtrend dit poinct zijner verpligting voorthaan bijzonder oplettend te zijn, ten einde door een Stipte nakoming van dien deezen Raade in staat te stellen van de ruimtens die zig in de Scheepen zullen voordoen ten nutte der Maatschappy zodanig Emploij te maaken als d' ordres ofte de omstandigheden zullen komen te vorderen;

Terwyl daar en teegen van 't aangeschreeven omtrend den van Ceilon herwaards over te komene Paap Mamoud al meede by Extract uit meergeciteerde Letteren van haar hoog Edelens de vereischte Kennisse zal werden gegeeven aanden fiscaal op dat hij den voorn: Banneling zo in zyn perzoon als handelingen naauwkeurig doe gade slaan, zullende denzelven Banneling, dadelijk na deszelfs arrivement alhier, werden overgevoerd, naar 't RobbenEiland, om aldaar geconfineerd te blijven, wiensvolgende dan ook den Posthouder van 't gem: Eiland byzonder oplettend en waakzaam zal moeten weezen, gelyk hem zulks ten nadrukkelijksten g'ordonneerd ende bevoolen werd bij deezen, dat hij met niemand van zijne natie alhier aan de Kaap veel min door middel der passeerende Scheepen die genoodzaakt, mogten worden 't Robbeneiland te moeten aangieren directe met zijne vrienden op Java eenige de minste correspondentie kome te hebben ofte te voeren.

Door ende van wegens eenige Heemraaden en Krijgsofficieren der Colonie Graaff Reinet aan deeze Regeering ingezonden zijnde het onderstaand Klagtschrift teegens den Landdrost van dat district Mauritz Herman Otto Woeke.

Aanden Wel Edele Achtb: Heer! Johannes Isaac Rhenius! Gezachhebber des Kaapsen Gouvernements benevens de Edele Achtb: politicque Raaden

Wel Edele Achtb: Heer! En E: Achtb: Heeren!

Wij ondergeteekende Heemraaden en Krijgsofficieren der Colonie Graaff Reinet neemen alleronderdanigst de vrijheid aan UWel Ed Achtb: te vertoonen.

Dat de opgemelde Colonie reeds zedert 6 à 7 Jaaren opgerigt is, en door den Landdrost de Heere M: H: O: Woeke is bestierd geworden.

Dat opgem: Landdrost niet alleen van den beginne tot heden toe de ondergeteek:e ieder in 't byzonder op de laagste en vuilste wijze heeft behandeld, en gescholden, maar ook daarbij de Secretarissen zo de heer Maijnier als de Heer Wagener, op dezelfde wijze heeft behandeld, de onder geteekendens niet tegenstaande in dat alles hem altoos zyn behoorlijk respect hebben betoont, eensdeels in hoope, dat hij wel eens zoude hebben uitgeraast; anderendeels om UWel Edele Achtb: niet telkens met onaangenaame Klagten lastig te vallen, derdendeels met veele consideratie na vermogen gepoogt, om de eendragt dierbaar te bewaaren, maar alles te vergeefs zo als het schijnt, daar gem: Landdrost zig thans niet meer ontsiet, de ondergeteekendens in openbaare gezelschappen met allerlij ongepermitteerde dingen te betigten, eens dat dezelve dronken ter vergadering komen; dan eens dat zij de geheimen der vergaderingen onder den gemeenen brengen; en dan weder eens dat zij, oproermakers zijn, en ten laatsten moeten de ondergeteekenden tot hun Smerten by alle gelegenheid aanhooren dat zij in alle gevallen maar verdoemde Africaaners zijn; alle welke bovengem: dingen, WelEdele Achtb: Heeren, zo de landdrost 'er maar eene van bewijzen konde ten hoogste Strafwaardig zoude zijn en de onderget: meenen die bewijzen ook wel onbeschroomd van meergem: Landdrost te kunnen afwagten, daar de onderget: egter vast vertrouwen, dat wanneer het eerst op bewijzen aankomt, men den Landdrost wel zoude kunnen overtuigen dat het geene waarmede hy eenander zoekt te beschuldigen hij zig zelfs daaraan heeft Schuldig gemaakt, dierhalven zulks van den onderget:s door hem meer gewenscht als gelooft word.

Voor eerst, wat het dronken drinken aangaat, heeft den Landdrost zig dikwils zelfs meede bezoedeld, als op de Cafferstogt, bij Willem Grobler zo dronken geweest, dat hij van zijn Paard is gevallen, en zijn fatsoen als Landdrost te grabbelen gegooijd met de veldwagtmeester Lucas Meijer in de tent op de Kooij gestoeid en gerolt, dat de Heemraad A: P: Burger, en den Secretaris Maijnier gem: Meijer de tent hebben uitgeweezen. Ook op openbaare vendutie van Willem Du Tooij op de Sneeuwberg zig zo bedronken dat hij niet konde gaan, dat de Secretaris hem bij dehand heeft moeten van de Kraal naar huis leijden, in de kamer tusschen kisten gevallen zijnde, door den officier Hendrik van de Merwe opgeteld en aan de tafel gezet om te eeten waaraan hy ook niet lang gezeeten had, zonder 't gezelschap te affronteeren, en op 't einde gezegt, dat hy meende by ordentlyke Luijden te weezen, maar dat zijn horologie uit de zak gestoolen was, daar 't zelve naderhand uit zijn stevel wierd gehaald.

En wat het overbrengen van geheimen der Vergaderingen aangaat, Schreeuwt de Landdrost in vergadering niet alleen uit dat het op de straaten kan gehoord worden maar verhaald nog bovensdien ten huize van Andries Smit aan den oud heemraad Josua Joubert, dat een order van de Regeering gekomen was, welke belasting best voor de Ingezeetenen zoude kunnen worden opgebragt, ook bij den genoemde Smit aan den eerste Tekenaar des avonds na de nominatie verhaald, welke Heemraaden genomineerd waaren waaronder ook Hendrik Meintjes van den Berg genomineerd was, die, de drost zijde, opentlijk een valschen Eed te hebben gedaan, en verdoemde met hem Van den Berg te willen zitten - Ten zij dat de Drost dat ook voor geheimen der vergaderingen houd, dat hij van aanvang tot einde der Vergadering raast, tiert, vloekt en lastert kan hij het van de onderget: wel zeggen, dat men daarvan spreekt, gelyk wel meer is gebeurd, dat men even zo wijs uit de vergadering gaat, als dat men 'er ingekomen is, en dan niemand geschoont, ja zelfs zig over de wijze Regeering van UWelEd Achtb: ook uitlaat, zo wanneer de een of andere ordre of Schikkingen van Uwel Edele Achtb: niet met zyn begrippen overeenkomen, en dan zegt, ja dat zijn immers die wijze Heeren, ik zou dikwils wel iets tot verbeetering van de Colonie zaaken doen, maar draag ik ze aan de Regeering voor, dan stoot ik die Heeren maar voor de Kop; neen, bij mij te landen weeten zij het anders te maaken;- Immers dus om niet tot uitterlijkheid te komen, genoodzaakt zijn wat hij voorslaat, maar in te willigen. Zo als hij de Krygsofficieren, die zo zeer tegen het drillen waaren drijgde zo zij niet drillen wou, haar de Standaarten voor de voeten te Smijten, of hetzelve weder aan de Caap te Zenden.

Wat het oproer maaken aangaat, moeten wij bij deezen tot leedweezen betuigen dat wij daar nooit van hebben gehouden, en zullen aantoonen hoe de Landdrost aan wien de zorg is aanvertrouwd de vreede onder de Ingezeetenen te bewaaren tusschen de Ingezeetenen en den Secretaris twist zoekt te verwekken, waaruit natuurlijk beroerten zoude kunnen ontstaan wegens partij schappen die op deeze wijze onder de Ingezeetenen zoude verwekt worden, en die daar niet van houden verwijt, dat zij van de Secretraris hun god maaken en dan daar bij voegd, dat de Secretaris zig besuipt en besopen ter vergadering Komt, en zijn dienst verwaarloost, ik zal hem eerstdaags bij de hairen inde Vergadering over de tafel sleepen, en hem trappen dat hij barst; daar de ondergeteek:s egter onpartijdig aan UWel Edele Achtb: durven betuigen den Secretaris nooit particulier veel minder in Vergadering dronken gezien te hebben en dat er ordres vergeeten of verwaarloost zijn, 't doet de ondergeteek:s wonder dat er nog iets gedaan word, daar geheele volk en Natie gevloekt en verwenscht word, ja slegter als de Hottentotten word gehouden, of de slegste ordonnantie ruijter is beter als de beste Burger word gezegd; en men moeste hem maar 't volle gezag over geeven, dan zouden de Bosschen zo veel hout niet kunnen voortbrengen, als dat hij galgen zou bouwen om de vervloekte Africaanders, op te hangen - Wie weet nu niet WelEd: Achtb: Heeren! dat onder alle volken en Natien, Slegten gevonden worden, maar is den Landdrost dan niet gesteld om de kwaden te straffen, daar men niets in teegen heeft, maar niet om de geheele Natie en Volk op zo een veragte wijze over een Kam te vervloeken; ook schijnt klaar dat den Landdrost weinig aan ons Land geleegen legt, want hij in praesentie van den eerste onderget: en meer andere Heemraaden en Krygsofficieren bij zyn Schoonzoon Zastron aan tafel heeft gezegd; wil de Regeering alles in de war brengen dan zal ik in voorbaat weezen kunnen, Tjaard van der Walt en Hilgert Mulder met togt in Cafferland trekken, nu geef ik u alle permissie om in Cafferland te trekken, waarop de eerste tekenaar antwoorde, dat is tegens de ordre onzer Regeering gehandeld, ik voor mij heb in Cafferland niets te doen, en wenschte wel dat die Natie geen reden tot vijandschap wierd gegeeven, want wij hebben met de Bossiesmans genoeg te doen; WelEdele Achtb: Heeren deeze laatste reeden van den Landdrost zyn zeer wel overeenkomstig met zijn daaden; daar hy buiten kennis van een der Krijgsofficieren permissie heeft gegeeven aan Zommigen der Ingezeetenen voor een tijd over de groote Visrivier te gaan woonen, 't welk ook is geschied, ook voor zijn eigen risico buiten weeten van den onderget: een geweer aan de Gonna Capitain Ruiter Platje gegeeven die van lange bekend is een Schelm te zijn, gelyk gebleeken is, dat denzelven ruiter Platje met het geweer onder de Kaffers heeft geschooten, ook zommige dood geschoten, waarover de Caffers in oproer geraakt om te willen weeten, wie dat geweer aan haren vyand heeft ter hand gesteld, en als het door klagten van de Kaffers bekend wierd heeft men de Landdrost onder 't oog gebragt dat zulks van hem niet wel gedaan was; waarop hy antwoorde, dat zyn myne zaaken, en dat raakt Jeluij niet, na dato ook gezegd aan de Burger Cornelis van Rooijen ter presentie van den Heemraad Josua Joubert, wat Land is dat hier, moet er met zo een verdoemde Zwarte Natie als de Caffers nog Complimenten gemaakt en verklaringen opgeligd worden, ik moest maar ingezeeten weezen, ik zou ze een verklaring met de koegel voor de Kop geeven.

Ook zijn er veele klagten der Ingezeetenen gevolgd als dat de Caffers weder aan deeze zijde groote visrivier leggen en aan hun veel overlast en Schaade toebrengen, waarover men in vergadering beslooten heeft den Cornet Jacobus Adam Hurter een Commando op tedraagen, om de Caffers met zagtzinnigheid weder in haar land te drijven, 't welk vrugteloos uitgevallen is, in 't Rapport van Hurter tezien, gelijk ook de belangens die door de Caffers zijn ingebragt geworden.

WelEdele Achtb: Heeren! schoon er veele dingen van die natuur zijn, welke de Landdrost uit eigen willekeurige Regeerings form niet als na regten heeft behandeld,- agten de ondergeteek:s maar bij eerste opslag alleenlijk bij 't beledigen van 't College te blijven;- als ook meede zijn gebeurt dat de tweede luit:t Carolus Johannes Trägardt, den Drost eens in vergadering deszelfs pligten onder 't oog bragte, waarop den Drost tegens hem Trägardt aanvaarde, ik donder jou dalk de Vergadering uit 't welk met reeden door eenige der ondergeteek: weder tot vreede is gebragt. Nadato weder eens opdezelfde wyze in vergadering met den eerste Luitenant Jacob Gustaaf Trägardt groote twist aanvaarde en na veele affrontelijke woorden, den bode binnen riep en ordonneerde dat laatstgem: Trägardt door den Bode zoude werden aangezegd, om zig terstond uit de vergadering te ruimen waarop Carolus Trägardt op stond en vraagde, wie van de Heeren Krijgsofficieren accordeert dat mijn broeder op een onbehoorlijke wijze de Vergadering zal worden uitgejaagd, 't welk men niet accordeerde, doe stont de Landddrost op en bedankte de vergadering, met te zeggen, dat geen Krygsraad weer weezen zal, voor dat hij eerst aan de Caap zal geweest hebben; maar heeft zig gaauw weder bezonnen 5 à 6 dagen daarna wierd door den bode aangezegd dat men weder ten extraordinaire Krijgsvergadering moeste present zijn.

WelEdele Achtb: Heeren! alle diergelyke doldriftige narheid beginnen de onderget: ook al ten hoogsten te verveelen, en terwijl wij nu vernomen hebben dat de Landdrost zig volgens UwelEd: Achtb: ordre met twee heemraden Caapwaards begeeven, neemen de onderget:s deeze gelegenheid waar, om UWelEdele Achtb: hunne nederige klagten voor te draagen, met onderdanigst verzoek dat UwelEd Achtb: de onderget:s met eene zodanige beschikking gelieven te gemoet te koomen, dat de geenen die iets aan haare overigheid verbruijen gestraft, en anderen die wel doen niet gescholden en geheele natie vervloekt worden, welke dingen publicque oorzaaken van populaire beroertens zijn.

Hiermeede verhopende aan de welmeenende intentie van UwelEd Achtb: in den eersten opslag van zaaken temogen hebben voldaan, en verblyven dus met Ootmoedigst Respect.

WelEdele Achtbaare Heeren UwelEdele Achtbarens onderdanige Dienaaren

Graaff Reinet den 8 July 1792

A: v: Jaarsveld} waren getekend
A: P: Burger
H: V: D: Merwe
Nicolaas Smit
D: S: VD Merwe
H: P: v:d: Bergh
J: Jacobs.

En kerkenraaden der Gereformeerde Gemeente alhier daarbeneevens aan den Heere Gezaghebber hebbende overgelegd eene Missive by hun van den voorleezer DeVries ontfangen verzeld van twee ter zaake dienende verklaaringen door ouderlingen en Diaconen, beneevens een der voorsz: Heemraaden ter zijner requisitie verleend, waaruit de steeds toeneemende opeenstapeling van de groofste en onvergeeflykste excessen door gem: Landdrost Woeke gepleegd, in maniere als volgd nader werd geconstateerd.

Aan den WelEerw: Heeren! de WelEerw: Heeren, Predikanten, Ouderlingen en Diaconen uitmakende de Kerkenraad aan Kabo de Goede Hoop.

Wel Eerwaarde Heeren!

Daar ik onophoudelijk door den Landdrost dezer Colonie de Heer Morits Herman Otto Woeke, mishandeld werd; vinde ik mij daardoor tot mijn Leedweezen genoodzaakt UWel Eerw: lastig te vallen, en allerootmoedigst te verzoeken, hier in te willen voorzien, en daar zyn Ed: zig in de aanstaande maand Augustus Caabwaards begeeft, te willen onderzoeken, welke reedenen zijn Ed: daartoe noodzaken, en waaraan ik mij hebbe Schuldig gemaakt, dus zal ik UWelEerw: gewigtige attentie niet lange ophouden met mij daaromtrend te zoeken te verschonen, maar de vrijheid gebruiken zijn Ed: briefjes, en eenige verklaringen daartegen hiernevens over te zenden, waaruit 't UwelEerw: hopentlijk klaar zal blyken, hoe iemand, hoe hij zig ook moge gedragen aan de Capricieuse vervolging van dien Heer bloot gesteld is; Ik heb WelEerw: Heeren! geene beweeginge willen maaken anders had ik UWel Eerw: een aanzienlijk getal verklaaringen kunnen bezorgen zo wel hoe ik door opgemelde Landdrost gescholden ben geworden als van myn gedrag zo in als buiten myn dienst dog indien Uwel Eerw: zig met deeze niet mogte te vreeden houden ofden Heere Landdrost Woeke daar iets teegen mogte hebben zal ik niet ingebreeken blijven UWelEerw: ten eerste zo veel anderen te bezorgen, als voor mijin eer en naam tot verdediging nodig zullen worden geagt, en daar ik wel eerw: Heeren overtuigd ben bij God en myn Geweeten, niemand die hier leefd een Stroo in de weg gelegd, maar een ieder 't zyne gegeeven te hebben, zo herhaale ik mijne ootmoedige smeeken myn WelEerw: Heeren, niets onbeproeft te willen laaten en te onderzoeken, wie ik eenig leed gedaan, ofte waaraan ik 't mogte verbruid hebben, want het is ondraaglijk op zo eene onschuldige wijze zo gehandhaaft te worden, en zo 't met UwelEerw: wyze raad kan bestaan, verzoeke ik UwelEerw: allerootmoedigst mijne klagten aan den E Achtb: Raad van Politie over te brengen, en naar bevinding van zaaken een gunstig voorschrijven te willen verleenen dat ik tog zo lange ik mij niet aanstootelyk gedraage niet telkens door allerleij Schelden mag ontrust worden.

Ik ben naar UWelEerwaardens in de hoogst gunstige bescherming aanbevoolen te hebben.

Uwer Wel Eerwaardens dienstwillige en allerootmoedigste Dienaar.

/: was getekend:/ Jan de Vries Voorleezer tot Graaf Rijnet 10 August:s 1792

L:a A:

Ik ondergeteekende, Jan Jacobse, Heemraad en Ouderling van de Colonie Graaff Reinet bekenne bij deezen met de Waarheid, dat wanneer den Voorleezer Jan de Vries op den 27 November des gepasseerden jaars 1791, godsdienst oeffening had gehouden den Heer Landdrost Woeke is opgestaan en hem heeft belast om dezeegen over de Gemeente uit te spreeken, en dat hij Voorleezer de Vries den zeegen uitgesprooken hebbende, gemelde Landdrost naar de Voorlezer is gegaan, en aan hem in presentie vandeGemeente overluid gezegt heeft, Geluk Domine jij hebt het zeer welgemaakt, jij draagd de Roem weg van al de geene, die wij hier nog gehad hebben en mogelyk krijgen wij na u nooijt zo een weer, en vervolgens opgemelde Voorleezer bij hem ten eeten genodigd had, gelyk ik ook verklaare dat den Heere Landdrost op den 7 Maij laatstleeden, even voor de Vergadering, gemelde voorleezer deerlijk uitgescholden heeft, voor verdoemde brutale Bliksemskind, Grove Canailje, ik zal zo een Zakkedrager wel leeren, hij onderkoopman, Ja onderkoopman van de Varkens, dat Bliksems beest met al zulk donderstuig word ik hier opgescheept, maar ik heb andere getemd, ik zal die ook nog wel temmen; Gelijk ik ten laatsten moet verklaaren, dat ik genoegzaam tot heden toe alle Godsdienst oeffening van meergemelde Voorlezer Jan de Vries heb bygewoond, en in gemoede niet anders kan getuigen, als dat hij Voorlezer zijn dienst tot genoegen Van de geheele Colonie zeer wel waarneemd en buiten den dienst een Stil, vroom en voorbeeldig leven lijd, en dat ik nimmer ofte ooit nog iets hoe ook genaamd van de Ingezeetenen teegens hem heb gehoord, dit verklare ik met de waarheid, en ben bereid alle het bovenstaande met Solemneele Eede te bevestigen.

/:was getekend:/ J: Jacobs. Graaffe Reijnet den 22 Julij 1792.

L:a B.

Wij ondergeteekende Ouderlingen, en Diaconen der Graafrijnetse Gemeente verklaren met de waarheid dat den Voorleezer van voornoemde Gemeente Jan de Vries van 't eerste oogenblik dat hij in de Colonie is gekomen, tot heden toe zijn dienst zeer wel tot genoegen van een ieder heeft waargenomen, en dat hij buiten zijn dienst ook een vroom Stil en voorbeeldig leeven lijd, dit verklaren wij met de waarheid, en wij zijn genegen het voorenstaande, ten allen tyde met Solemneele Eeden te bekragtigen.

Graaff Reinet den 22 Julij 1792.

Waren getekend {Martinus Wessel Pretorius
J: Jacobs
Barend J: Burger
Andries Pretorius.

Zo is na gedaane lecture over den inhoud der voorsz: Schriftuuren gebesoigneerd zijnde, verstaan dezelve te Cumuleeren met de zig bereids aan handen bevindende Memorien van gelyken aard, zo door den Secretaris Mainier als door evengem: Voorleezer de Vries bevorens reeds ingediend, en, na alles die stukken gezamentlijk pligtschuldig aan haar hoogedelhedens de Heeren Commissarissen Generaal gecommuniceert te hebben, dezelve met den anderen te doen stellen in handen van opgem: Woeke dewelke zig thans alhier komt te bevinden, omme zig, gelyk hij daartoe by deezen wel expresselijk g'ordonneerd ende gelast werd, Zo nopens de poincten daarbij ten zynen lasten voorkomende, als wegens deszelfs betoonde disobedientie aan de beveelen deezer Regeering en van den Raade Van Justitie, waarvan breeder is gesprooken by Resolutie vanden 2 Julij deezes Jaars uiterlijk binnen [.....] tijd van veerthien dagen nadat hem van dit besluit Extract zal weezen ter handen gesteld, op eene voldoende wijze te verantwoorden.

Ondertusschen bij deeze gelegenheid geproduceerd zijnde geworden de hieronder g'insereerde Reekening van onkosten over de inkoop van diversse benodigde Goederen voor 't Commando het welk g' ordonneerd is op de rovende Bosjesmans uit tetrekken.

Cabo de Goede Hoop den 3 September 1792.

d' E Comp: Debet,

Aan Sebastiaan Valentijn van Reenen, over de volgende Goederen, op verzoek van den WelEdelen Achtbaren Heer Gezaghebber dezes Gouvernements van de onderstaande perzoonen gekogt en betaald, om te strekken ten dienste van 't Commando het welk door de Regeering is afgezonden tegens de roovende bosjesmans hottentotten, namentlyk

Aan Evert Heugh, voor een groote VerrekykerRd:15:-:
d:o d:o d:o d:o d:o klyne waterkeeteld:o 5:04:
d:o Henning, voor 25 paar Voervellen à 6 /3 t p:rd:o 18:06:
d:o Sneekans, voor een pak- en-een-Rydzadeld:o 36:-:
d:o Bart Schonk, voor 3 pikken à 2 rd:s 't Stukd:o 06:-:
d:o J: Swaneveld, voor een groote Waterkeeteld:o13:04:
d:o Pallas, voor een pond Vitrioel d:o 4:-:
d:o Jan Hartog, Voor een wolle Combaarsd:o 10:-:
Van Mij Twee Zakken en Een Ledigen Kelderd:o 4:-:
Te ZamenRd:s 112:06:-:

En op dezelve reecq: bij examinatie niets te reflecteeren zijnde gevallen, Zo is beslooten dat navolgens het g'arresteerde op den 21 der evenafgewekene Maand Augustus dies bedragen ter Somma van Rd:s 112: 6:- provisioneelijk uit S'Comp: Cassa zal moeten werden voldaan om vervolgens de hier boven zo dikwilsgemelde Colonie Graaff Reinet na g'eindigde expeditie in reekening te werden gebragt.

Ter vergadering van voorm: 21 Augustus jongstl: onder anderen ook van den Capitain Lieutenant J: Drewis, zijnde gevorderd verantwoording en opgaave der oorzaaken waardoor het is bijgekomen dat de Tarw met deszelfs onderhebbende Bodem de Helena Louisa uit de Mosselbaaij herwaards overgebragt, gedurende het Traject, en dat Schip een zo considerable bederf heeft kunnen ondergaan dat bij de ontlossing een groot gedeelte van dien heeft moeten werden in Zee geworpen; en voorm: Capitain Lieutenant diendweegen heeden hebbende overgelegd zijn Berigt gesterkt door een verklaaring vande opper- en-deksofficieren, dier kiel, uit welk een en ander blijkt dat geen pligtverzuim van de zijde van voorm: Drewis aanleiding tot het vooorsz: bederf heeft gegeeven, maar dat hetzelve is bijgekomen door de Stormen die geciteerde Bodem op de te rug rhijze uit de Mosselbaaij na deeze Caabse Rheede den 28 Julij en 4 Aug:s daaraanvolgende successivelyk heeft ontmoet gehad, alzo het Schip waaraan men bij 't inneemen van de laatste Tarw bereids eenige leccagie had bespeurd, toen niet alleen onder water gestadig lekker was geworden, maar ook door de zwaare werking van boven zo veel Zee had overgenoomen, dat men om 't water tusschen deks quijt te kunnen werden genoodzaakt was geweest de spijgaten aldaar te moeten openkappen, ten einde 't zelve alzo door 't ruijm by de Pompen te kunnen krijgen, Zo is dan ook geresolveerd, in de voorschr: verantwoording van hem Capitain Lieutenant Drewis te berusten en mitsdien als nu bij de NegotieBoeken te laaten afschryven de 139 Mudden bedorvene Tarwe, waaromtrend de finaale dispositie onder voorm: 21 Aug:s is uitgesteld gebleven.

Verder is geleezen de Requeste van Louis Willem van Rossum Schipper van 't ter rheede leggend ingehuurd part:e Schip de Geertruij en Petronella tendeerende, om vermits de Medicamenten aan dien Bodem op Batavia voor de te rug rhijze verstrekt, door 't groot aantal Zieken onder de Equipage meerendeels reeds verbruikt zyn geweest voor dat men Straat Sunda was uitgeraakt, en 't overige t' zedert ook ter restauratie der Impotenten heeft moeten werden aangewend dierhalven te mogen werden geriefd met zodanige andere Medicamenten als Specificq waaren bekend gesteld door den Oppermeester zijns Bodems, bij eene aandeszelfs voorsz: Request geannexeerde Notitie - Waarop is goedgevonden en verstaan aan den Suppl:t deszelfs verzoek te accordeeren, en dienvolgens d' evengem: Notitie dier gerequireerde Medicamenten te doen stellen inhanden van den eersten OpperChirurgijn van 't Hospitaal ten fine daarop af te Langen al het geen zonder eigen ongerief zal kunnen werden gemist.

Ook is geleezen het onderstaand verzoekschrift door den Oud Boekhouder en thans g'admitteerd Procureur voor den Rade van Justitie Jan Jacob Fredrik Wagener gepraesenteerd.

Aan den Wel Edele Agtbaare Heer Johannes Isaac Rhenius Gezaghebber dezes Gouvernements &:a &:a &:a benevens de verdere Edele Agtbaare Heeren Raade van Politie

WelEdele Agtb: Heer! en Edele Agtbare Heeren!

Geeft met verschuldigde eerbied te kennen Uwel Edele Achtbarens zeer nedrige Dienaar den oudBoekhouder in dienst der EComp: en thans g'admitteerd Procureur voor den EAchtb:Raad van Justitie dezes Gouvernements, Johan Jacob Fredrik Wagener.

Dat hy Suppl:t d' EComp: reeds zedert den Jaare 1768 gedient hebbende, eindelijk inden Jaare 1786, by den aanleg der Colonie Graaff Reinet tot Secretaris dier evengem: Colonie door UWEd Achtb: is bevordert geworden, en dit ambt ook ruim drie Jaaren met allen yver en zo hij zig flatteerd tot genoegen dezer Regeering heeft waargenomen.

Dat de Suppl:t door de menigvuldige en langdurige reizen, en waarschynlyk uit hoofde van koude en ongemak dikwils door 't colicq g' attacqueerd geworden zijnde, /: welke ziekte op de Reijzen door 't gebruik van slegt water meer ende meer d' overhand nemende, / is den Suppl:t genoodzaakt geworden zig op den 20 Maart 1789 p:r Request aan UWEd Achtb: te addresseeren met verzoek hem van zyn ambt als Secretaris van Graaff Reijnet t' ontslaan en wederom behoudens zyne qualiteit hier aan de hoofdplaats dan wel in een der nabij geleegene Colonien t' emploijëeren tot alzulken dienst, als UWEd: Achtb: zouden agten den Suppl:t bekwaam te zyn.

Dat ondertusschen den thans gerepatrieerden Gouverneur de WelEdGestr: Heer C: J: VD Graaff een brief van den Landdrost M: H: O: Woeke ontfangen hebbende, waarbij gemeld wierd dat er een rupture onder de Caffers Natie plaats had, en dat gem: Landdrost Woeke geen mogelijkheid zag die Natie tot stilstand te brengen ten waare men van hier 100 Man militairen detacheerde ten einde des noods tegens de Caffers natie te ageeren, op deez' onaangename tijding den Suppl:t direct by zig heeft ontboden om informatie te neemen weegens de oorzaaken die tot deze Rupture hadden aanlijding gegeven, en den Suppl:t die reeds twee reyzen bevorens by deCaffers Natie was geweest :/ aan welopgem: Heere Gouverneur van de Graaff, een ampel verhaal gedaan hebbende, van al 't geen die zaak betrof, mitsg:s welke middelen de beste waaren, om alles op de minzaamste wijze, en ten minsten kosten voorde Comp: te schikken;- heeft dit mondgesprek ten gevolge gehad dat welgem: Ed: Heer Gouverneur en UWEd Agtb: op den 20 Maart 1789 beslooten hebben, den Suppl:t met ende benevens den als toen reeds prov:e aangestelde Secretaris der Colonie Graaff Reinet Honoratius Maijnier ten eersten af te zenden en expres te committeeren ten einde met den Landdrost en de resp:e Collegien van Heemraden en Krygsofficieren dier Colonie communicatief te werk tegaan in 't uitvoeren der beveelen dezes Raads.

Dat den Suppl:t zig ook terstond met zyn eigen wagen, ossen, Slaven, Hottentotten en nodige provisie op dereize heeft begeven ten einde aand' ordre en het oogmerk dezer Regeering te gehoorzamen en te voldoen. Dat uit 't Journaal en daar in vervat Rapport 't welk den Suppl:t op den 11 deCember 1789 in UE Ed Agtb: Rade heeft gepraesenteerd, en nog ter Secretarij berustende is genoeg zal consteeren dat na dat de Commissie van Landdrost Heemraden en Krygsofficieren van Graaffreinet by de Caffersnatie gedaan, vrugtloos was afgelopen den Suppl:t bezield met een waren ijver voor de belangen der Comp: geheel alleen zig nog ruim 3 weken op de Grenzen van 't Kafferland heeft opgehouden, en met die natie zodanige arrangementen gemaakt waardoor de Rust en Vreede is hersteld geworden, en nog heden subsisteerd - Dat den Suppl:t openhartig wil bekennen dat hij hier op als in Triumph retourneerde en vermeende dat, daar hij de Comp: de Kosten bespaard had om 100 man Militairen ruim 220 Uuren landwaards in te detacheeren, hy op de bevordering van zijn fortuin gerustlyk staat maken, ten menste zig flatteeren kon dat zijne betoonde vigiLantie, in aanmerking genomen, en hy als een oud Dienaar by voorkomende gelegenheden bevorderd zoude werden, indat Vooruitzigt wierd hij nog meer gesterkt dewyl UEAgtb: zeer veel genoegen namen in 't geen door den Suppl:t gedaan en verrigt was geworden - Dan de Suppl:t als toen gelijktijdig ontfangen hebbende zyne afgeslotene Soldijreecq: daaruit tot zijn innig Leedwezen en uiterste Surprise heeft vernomen, dat men hem juist op denzelfde dag waarop hij expres gecommitt:d en afgezonden was ook te gelijktijdig onder afgez: gage gesteld; Zo als UWEagtb: blijken zal uit de Resolutie genomen in UWEagtb rade, op den 20 Maart 1789. Zo dat den Suppl:t deeze moeijlijke en fatiguante ryze gedaan had Zonder gagie, Emolumenten, en Kostgeld te genieten, boven en behalven 't gebruik van zyn eigen wagen &:a mitsg:s mond provisie en andere onkosten alsmede nog de byzondere geschenken voorde Caffers die hij uit zyn privé beurs heeft ingekogt, omdat dezelve onder deComp: geschenken niet te vinden waaren;- Dat den Suppl:t hiermeede niet te vreeden zig over deze handelwijs heeft bezwaard zo bij den Heer Gouverneur VDGraaff, als bij den tegenswoordigen Agtb: Heer Gezaghebber, welke byde avoueerde dat hierïn voor den Suppl: een hardigheid opgesloten lag en dat men hierin zou tragten te remedieeren - Dat den Suppl: die nimmer zyne opperhoofden met lastige sollicitatien g' incommodeert had, hier op heeft geresolveerd, den kortsten weg in te slaan en andermaal request aan UWEAgtb: op den 11 DeC:br 1789 gepresenteerd heeft, waarop d' Apostel was, den Suppl:t indagtig te weesen, wanneer zig gelegenheid zou opdoen hem zonder prejudicie van anderen in dienst der Comp: nuttig kunnen employeeren Den Suppl:t moet tot zyn innig Leedweezen zeggen dat alles hierby is blyven berusten, zo dat hij tot nut der Comp: en tot welvaard dier Colonie 't derde gedeelte van 't geen hij in de Wareld bezat gesacrifieerd hebbende en niet in staat zynde zyn Vrouw, Kind en huisgezin te kunnen maintineeren, eindlijk genoodzaakt is geweest zig met de practycq als Procureur te moeten erneeren iets dat g'oeffend word buiten den dienst derComp: en welk ambt men nimmer zal kunnen reekenen als een Equivalent voor de diensten die den Suppl:t aan de Comp heeft beweezen en nog minder tot dedomagement van de onkosten en verschotten, die hij op den laatsten togt naar 't Cafferland gedaan heeft en die hij op ruim 500 Rd:s kan berekenen waarby nog in consideratie komt dat hij niet tegenstaande de veele fatigues en gevaaren die hij op deese ryze heeft uitgestaan zelfs geen gage &:a genoten heeft.- Redenen waarom den Suppl:t nogmaals de vryheid neemt, zijne belangen en bezwaarnissen voor UWEAgtb: openhartig open te leggen, met eerbiedig verzoek dat de reize die hij na 't Cafferland uit zyn privé Beurs en zonder Gage Emolumenten en Kostgeld ten dienste der Comp heeft gedaan, mag betaald of op eene andere wyze werden vergoed aangezien den Suppl:t dezelve heeft aangenoomen op ordre van UWEAgtb: dan wel dat Uwel Ed: Agtb: hier in zodanig gelieven te handelen als best met de Billijkheid en Regtvaardigheid Strookende zal bevonden worden.

/overgegeeven in Raade van politicq den 7 Sept: 1792 /

'T Welk Doende &:a was get:/ J: J: F: Wagener.

Waarop gedelibereerd en in aanmerking genoomen zijnde de blyken van bekwaamheid en ijver door den Suppl:t steeds aan den dag gelegd, zo lange hij in den dienst der E Comp: is g'emploijeerd geweest; is dan ook beslooten liever als in een tijd dat S' Maatschappij's finantien zig zo zeer gedelabreert bevinden aan denzelven de verzogte pecunieele vergoeding van uitgaven voor nu circa vier jaaren gedaan toe teleggen hem zo wel ter zijner belooning als ter bevordering van S' Meesters Interest, bij voorkomende gelegendheid met een convenabel Emploij te beneficeeren. - wiensvolgende den Raade eene zodanige occage zig praesenteerende, niet zal afzijn een favorabel reguard op den Persoon van den Suppl:t te slaan.

Nog geleezen zynde een ander request door den Burger Lieutenant Matthiam Hoffman aan deezen Raade gerigt, houdende verzoek dat aan hem Suppl:t ten zijnen redelijke Kosten, of in Eigendom of zodanig anders als men het geraaden zoude mogen oordeelen, mogen werden verleend eene uitgestrektheid van 4 of 5 Morgen Lands geleegen in een Kom ofte Klooff agter de zogenaamde LeeuwenBiL aan deese zijde van 't Societeitshuis, ten einde daarop het aanplanten van Hout-Bosch te ten teeren; Zo is alvorens op 't voorsz: Request te disponeeren, verstaan eerst in te neemen de Consideratien en 't Berigt van Commissarisen uit den Raade van Justitie of en welke bedenkingen er tegens de uitgifte van dit en andere gedeeltens Land agter den LeeuwenBil naar de kant van 't Societeits huis geleegen, ter zaake der weide kunnen plaats hebben die de Regeering zoude behooren te wederhouden aan de verzoeken daarom gedaan werdende te defereeren.

Ook is inzelver voegen verstaan alvorens daarop finaal te besluiten in handen van Landdrost en Heemraaden van Stellenbosch te stellen een zoortgelijk supplicq vanden veldwagtmeester Pieter du Toit fransz: waarbij verzoekt om een strookje van twee morgen Lands leggende onder 't evengemelde Stellenbosche district ende zulks om na genoomen inspectie 't zelve Land te Tauxeeren

Waaren teegen aan zeekeren Nicolaas Justinus Keer die met 't schip de Castor als jong mattroos alhier uit Nederland g'arriveerd is, is toegestaan deszelfs ontslag uit dendienst der E Comp: onder toevoeging van 't Burgerregt dezer plaatse ende zulx op de instantige beede vandeszelfs oom den Brandmeester alhier Johannes Casper Loos die gem: Jongeling alleen uit Eisnach herwaards heeft doen overkoomen, om, door hem als zyn eigen kind te adopteeren, zyne aldaar woonagtige behoeftige Suster van deszelfs onderhoud te ontlasten; zullende egter gem: Loos, alvorens dees favorable dispositie, uit bijzondere consideratie genomen, effect zal mogen sorteeren, d'EComp nopens de Kosten tot de uitrusting en 't transport van geciteerde zynen Neef aangewend compleetelijk moeten rembourseeren en schadeloos stellen.

Ook is gepermitteerd

Aan Heeren Weesmeesteren deezer Steede om in qualiteit als Executeuren des Testaments van wijlen den alhier geremoreerd hebbende oud Scheepen der Stad Batavia Jan Jacob Swaanenvelder, te mogen emancipeeren twee Slaaven Kinderen, gem: Swaanenvelder toebehoord hebbende, in naame Maria en Andries, beijde van deezen uithoek geboortig, mits betalende de Diaconij, ende geusiteerde cautie stellende, en

Aan den Burger Jan George Stadeler om beneden deszelfs Erf de Kalkbranderij genaamd, op s'Comp: grond de nodige Steenen te mogen formen, tot het oprigten van een oven van vijff Monden, mits de Licentie door den Heere Gezaghebber daartoe naar gewoonte te expedieeren werde geschreeven op een zegul van vijff Rd:s

En nadien zo om de Burgerij alhier instaat te stellen d' op handen schietende jaarlijkse exercitie behoorlijk te kunnen verrigten, als om de bij dezelve nieuwe Ingeschreevene Jongelingen behoorlijk van scherpe Patroonen te voorzien, vereischt werd een quantiteit van

- 2400 lb Bussekruit,
- 500 d:o Lood en
- 2000 p:s Vuursteenen.

mitsg:s enige hoepen, Lijnen en Snaaren voor de Trommen; zo is goedgevonden 't een enander S' Comp: weegen aan den BurgerKrygsraad telaaten verstrekken mits betaalende de hoepen Lijnen en Snaaren, zo evengemeld, tegens inkoopsprijs.

Hebbende wijders den Heere LeSuëur in qualiteit als Præsident der Weeskamer overgelegd eenig Stukken ter Staving van 't geen zijn Ed: op den 28 Augustus jongstl: wanneer onder anderen ook is gehandeld geworden omtrend het voorstel van den Heer Kassier DeWet om dadelijke Voorzieninge tedoen nopens zeekere poïncten dewelke hem Heere De Wet bij 't aan zijn: Ed: gedemandeerd onderzoek vanden staat der voorsz: Weescamer waaren te vorengekomen de onmiddelijke tusschenkomst der Regeering te vorderen gemeend heeft gehad; voorlopig te moeten declareeren, om aan te toonen in hoe verre Weesmeesteren niet alleen met betrekking tot die poincten, maar ook met opzigt tot anderen bereids werkzaam waaren geweest, met verzoek dat dezelve stukken provisioneel mogten werden geseponeerd, bij de Resolutie onder voorsz: 28 Augustus genoomen ten einde wanneer 't finaal Rapport wegens de bevinding van den staat der Kamer zoude weezen ingekomen, als dan nevens dezelve en evengem: Resolutie dezes Raads voor zo verre de voorsz: zaak concerneert, aan haar hoogedelhedens de Heeren Commissarissen Generaal te kunnen werden aangeboden.

Laatstelijk door den Secretaris deezes Raads Egbertus Bergh in deszelfs qualiteit als Vendumeester zynde te kennen gegeeven.

dat verscheidene Lieden, die zonder daartoe het vereischt consent nog van den E: Achtb: Heere Gezaghebber nogte ook van hem Vendumeester gevraagd, veel min g'obtineerd te hebben, op 't fundament der concessien, dewelke zijne Prædecesseuren goedgevonden hadden en gedwongen waaren geweest, met voorkennis en bewilliging der resp:e Hoofdgebieders in der tijd een ijder voor zig zelven te verleenen publique verkopingen in de resp: buitendistricten en wel voornamentlijk in de Colonie van Graaff Reinet, hadden gehouden, in 't denkbeeld waaren verseerende als of hij Vendumeester voor 't incasseeren der penningen geprovenieerd uit den verkoop van Effecten en Goederen op diergelijke Vendutien geveild en aan den man gebragt even zo zeer aanspraakelijk zoude weezen als voor gelden uit verkopingen gesproten waartoe de agreatie des Hoofdgebieders was vezogt en waarvan hy Vendumeester kennisse had gedraagen, en dat die Lieden op dat erroneus begrip bouwende, niet alleen na expiratie van de termijnen voor deeze laatstgemelde vendutien bepaald, in zelver voegen als de houders van dien begeerden betaald te werden van 't geheel bedragen hunner verkopingen, maar ook op de vertoning van de ongehoudendheid en onmogelijkheid van hem Vendumeester om aan een diergelijke praetentie te defereeren telkens mouvementen kwamen te maken om hem met Procedures voor den Raade van Justitie te ontrusten.

Dat hoe zeer hier door aan hem Vendumeester als 't waare de wapens in de hand wierde gegeeven, om zelve veele deezer Lieden wegens het houden dier ongequalificeerde verkopingen en zijn voorsz: Ambt voor evengen: justitieelen Raade te betrekken, ten einde hunne onvoorsigtigheid of liever opzetlijke afwijking van de vastgestelde ordre van zaken zodanig te boeten, als de Statuten van Indien zulx nopens dat poinct byzonderlyk komen mede te brengen, en hij zig voor 't overige in contestatien van deezen aard, waarin bij ontstentenis van Wetten de billikheid den Regter dog zoude moeten guideeren, Zeer gaarne aande uitspraak van meergeciteerden Raade van Justitie zoude willen onderwerpen, hij vendumeester egter gemeend had, die Procedures niet te moeten afwagten, nogte ook niet van zyne zijde beginnen.

Eensdeels om niet zelve zonder eenig Fundament ofte aanneemelijke reeden met en door dezelve te werden geturbeerd, in d' uitoeffening van de pligten dewelke hem zyn Post als Secretaris van dezen raade in een zo werkelijk tijdstip als de tegenswoordige, kwam op te leggen en waarvan hij vermeende zig in de hachlijke omstandigheden waarin de Maatschappij zig thans komt te bevinden, bij praeferentie boven alles anders te moeten acquitteeren.

En Ten anderen, ook, om niet aanstonds op stel en sprong den weg van rigeur in te slaan met Lieden waarvan veelen nopens hun vergrijp consideratie zoude kunnen meriteeren, wanneer men aan de eene kant hunne onkunde, en aan de andere zijde teffens de voorbeelden in aanmerking wilde neemen, waarop zy hadden gezondigt; Maar zig om de voorsz: reedenen liever te moeten addresseeren aan deezen Raade, gelijk hij de Vrijheid gebruikte als nu te doen, en van dezelve met gepasten eerbied zodanige voorzieninge te moeten verzoeken als waardoor hij eens voor altoos konde weezen gesecureerd, tegens alle kwellingen welke men anderzints niet zoude nalaaten hem ongetwijffeld telkens ter zaake voorsz: aantedoen;

Over welk een en ander gedelibereerd en inconsideratie genomen zijnde, hoe allezints ongegrond en absurd van de zyde der geenen die zonder vooraf behoorlijk consent gevraagd en bekomen te hebben in de buitendistricten publicque verkopingen hebben gehouden of doen houden, is eene zodanige vordering als waarover gem: Secretaris in zijne qualiteit als Vendumeester deszelfs bezwaren heeft komen in te brengen, en hoe zeer gevolglijk de billijkheid ook vordert dat door eene duidelyke explicatie voor welke verkopingen zo met betrekking tot de geveild werdende effecten en goederen als met relatie tot de penningen die daar voor werden besteed hij vendumeester kan worden geagt responsabel en aanspraaklyk te weezen, - Zo is verstaan te verklaaren gelyk verklaard word bij dezen dat den Vendumeester dezes Gouvernements alleen veantwoordelyk is en blijft voor verkopingen die na bekomene permissie der resp: hoofdgebieders, in der tijd, met speciale voorkennis van hem Vendumeester zyn, en werden gehouden door den VenduClercq en Bodens alhier aan de Caap, ofte in de buiten Districten op Schriftelijke en expresse qualificatie van hem vendumeester door de Secretarissen en Bodens dier buiten districten, een Yder van hun inden zijnen. - dat daar entegen alle verkopingen zonder zodanig praealabel consent der Hoofdgebieders en voorkennis vanden Vendumeester, geheel en al zullen zyn en blijven voor reekening der geenen ten wiens behoeve dezelve zyn geschied, 't zij ze door voorm: Secretarissen en Bodens bediend ofte ook wel onder de hand gehouden zijn geweest, onvermindert het regt aan hem Vendumeester competeerende, om met betrekking tot dezelve alzo gehoudene ongequalificeerde verkopingen zo en in diervoegen werkzaam te mogen weezen als hem daartoe de magt is verleend, en dat hy Vendumeester gevolglijk bij 't invallen der vastgestelde Termijnen waarop hij verpligt is met de resp: houders der voorsz: Vendutien te moeten liquideeren alleen 't gants provenue dier vendutien naar aftrek van Salaris en ongelden zal behoeven uit te keeren aan die gene die de voorsz: ordre van zaken en formaliteiten geobserveerd, zullen hebben terwijl hij daarentegen zal kunnen volstaan met aan de zulken die goed hebben kunnen vinden zig zelven daar van te dispenceren, almede naar aftrek van deszelfs Salaris en verdere ongelden alleen t 'extradeeren Zodanig bedragen van penn: als ten dage der afreekening werklijk van d' onderscheidene Kopers zal zyn opgehaald, en daarby nog d' onvoldane vendubrieven te voegen zonder dat hier tegen eenige Captien gemaakt ofte hij Vendumeester tot d' overneming dier onvoldane vendubrieven genoodzaakt, dan wel voordezelve op d' een of andre wyze aansprakelyk gehouden zal kunnen werden.


Aldus Geresolveerd en G'arresteerd - In 't Kasteel de Goede Hoop, Ten dage en Jaare Voorschr:
J: I: Rhenius
J: J: Le Suëur
O: G: De Wet
My præsent E: Bergh p:l Secret