Maandag den 12 November 1792.,

bij omvrage, alle Praesent.

Is bij omvrage, ter ordre van den Ed: Achtb: Heer Gezaghebber gedaan, op de daartoe in Scriptis ingediende Supplicquen, door den Raade aan de ondertenoemene Perzoonen, het navolgende geaccordeert geworden, te weeten.

Aan den Burger en geprevilegieerde Backer Pieter de Wet, omme naar het ter rheede leggend fransch partiCulier Schip L'Olijmpe te mogen afscheepen een quantiteit van agt duizend ponden fyn meel, ende zulks ter consideratie den gem: Suppl:t niet alleen tot nog toe stipte is nagekomen de Conditien en bepaalingen, waaronder hem de Bakneering is toegestaan, zonder van d' E Comp: gelijk de andere Bakkers, eenige adsisentie van Tarw te verzoeken, of met bakken uit te schijden, maar zig ook als nog in staat bevind, op gelijken voet tot het uiteinde vanzijn previlegie toe; volgens den teneur der ordonnantie den gaande en komende man van brood te voorzien.

Aan den gezw: Clercq ter Secretarije van Justitie Johannes DanieL Karnspek, omme in qualiteit als Testamentaire Executeur des Boedels van wylen Maria Swaan, weduwe van den vooroverleedene Burger Hendrik Krugel transport en opdragt van de opstallen der Leeningsplaats de klyne Valleij aan de Picquet berg gelegen, en van nog drie andere veeplaatzen, waarvan de eene meede aan de Picquetbergen aan den hoek, d' andere aan de Rietvalleij aan den Swartenberg en Oliphants rivier, ende derde aan de lange rivier over de evengeciteerde Oliphants Rivier is leggende te mogen doen, aan Anna Margareta Krugel, Wed:e Aldert hanekom, aan wien de opstallen van eerstgem: plaats voor een Somma van ƒ3000: Ind: valuatie zijn vermaakt geworden mitsgaders aan Jurgen hanekom op wien in zelvervoegen bij vermaking zijn gedevolveert de opstallen der drie overige of laatsgem: plaatzen voor een bedragen van 6000 guldens gelijke valuatie, ende zulks, zonder dat door dezelve zal behoeven betaald te worden, het regt van den 40:e penning d' E Comp: van den Koopschat aller verkogte opstallen van Leeningsplaatsen anderzints competeerende; als hebbende den Raade dees gedonateerde beijden gracieuselijk daarvan vrijgekend, ter consideratie, dat d' eene der overleedene eijgene dogter, en den ander haar Klynzoon komt te zijn

Aan Philip Joseph Rijkkardt om te moogen uit Slavernij ontslaan en in vrijdom Stellen zekere Slaaven kind hem in Eigendom toebehoorende genaamd Samuel van de Caap mits alvoorens praesteerende de door hem geoffereerde Cautie na de bepaling daarvan zijnde, mits de betaling van 50 Rijxd: aande armen Cassa der gereformeerde Kerke.

Aan den onderafgeschreeven gagie gestelden Lieutenant ter Zee indienst der E Comp: Jacques Gideon Tredoux, omme zig te mogen engageeren in den particulieren dienst van den oud Commissaris van Civiele en Huwlykze zaaken Hendrik Johannes Fherzen als opperstuurman, op deszelfs van de Maatschappij ingekogt Schip de Zeenijmph, ten einde daarmeede ter walvischvangst en op zodanige andere expeditien te mogen vaaren, als door Heeren Commissarissen Generaal in 't vervolg alverder aan d' Ingezeetenen deezer Colonie zal werden gepermitteerd; en

Aan den als Constapelsmaat in 'sComp: dienst staande Franschman Benoit dela Motte du Desert, ter zaake zyner zwakke en tegens het CLimaat van dit Land niet bestand zijnde, Lighaams-Constitutie, deszelfs Formeel ontslag uit 's Maatschappijs voorsz: dienst, met permissie om, ten einde te beproeven in hoe verre de verandering van Lugtstreek iets ter Zyner herstelling zal kunnen toebrengen by eerstvoorkomende gelegendheid naar Mauritius te mogen overvaaren.

Ook is nog op zeker Requeste doorden Oud Burger Commissaris Jacobus Johannes Vos, als kooper van 'S Comp: Brigantijn Scheepje de Helena Louisa /: thans hernaamd de dankbare Africaan/ ingediend, tendeerende, dat vermits van meeninge is, het ged: Scheepje af te zenden naar de S:t Helena en Saldanha baaijen, om aldaar gebeezigt te worden tot alzulke eijndens, als waartoe bij 't Generaal PLaccaat van Heeren Commissarissen Generaal, op 't Stuk der Walvisch-visscherije geemaneerd, vrijheid is verleend, en ten einde hem daartoe te bekwaamen, aan hem tegens betaling mogen werden verstrekt, Twee Stukjes van 't op dat Kieltje gehoord hebbend geschut, beneevens de vereischt werdende rolpaarden en Laad gereedschappen, mitsgaders dat aan hem insgelijks tegens betaling van de gewoone prijs uit 'S Comp: voorraad mag werden afgegeeven de bepaalde quantiteit van 50 lb: Buskruit, en 't hem wijders gepermitteerd moge weezen de navolgende Mattrooszen, welke alle hunne Engagementen bij d' E Comp: behoorlijk hebben uitgedient ter bemanning zijn's voorsz: Bodems te mogen engageeren, te weeten

den onderafgesz: gestelden Mattroos, Jan Paap

den op 't Schip de Catharina Johanna beschijdenen Mattroos David Janssen, en

de op voorm: Kieltje de Dankbaare Afrikaan beschijden geweest zijnde Mattrooszen George Hendrik Bak, Jan Michiel Everts, Christoffel Overbag en Christiaan Scheerog, en

de Mattroossen Philip Bruel en Carel Willem Hendriks, bijde van deezen Uithoek geboortig, respectivelijk op de Scheepen de Constitutie en de Meermin beschijden, en dat het den Raade eindelijk gelieve te behaagen hem de noodige Zeebrieven en Paspoorten gunstig te laaten verleenen; goedgevonden en dienvolgens beslooten alle de voorsz: verzoeken aan hem Vos te accordeeren en toe te staan, en mits te gelasten, zo als gelast werd bij deezen - Aan den Commies der Arthillerij Maguazijnen Hendrik Willem Rutz, om af te langen de twee Stukken Canon met dies toebehooren, benevens het verzogte Bussekruijt; Zo nogthans dat het voorschr: Geschut aanvankelyk door hem Commies en den Capitain der Arthillerij George Coenraad Kuchler met overleg van den Negotie overdrager zal moeten werden, gepriseerd ten einde voor de praestatie der betaling zo van het zelve, als van het Pulver door deezen laatsten vervolgens behoorlyk te kunnen worden gezorgd;

Aan den Equipagemeester Cornelis Cornelisz: om de hiervoren genoemde op de ter rheede leggende Scheepen de Catharina Johanna, de Helena Louisa de Constitutie en de Meermin beschijden geweest zijnde Mattroossen, Janssen, Bak, Everts, Overbag, Scheerog, Bruel en Hendriks, dadelijk uit 'S Comp: dienst te congedieeren en den Soldijboekhouder Matthiessen om met den dag van heeden teffens de Zoldyreekenigen van alle deeze Lieden finalijk afte sluiten. - en Laatstelyk Aan den Secretaris deezes Raads om de Paspoorten en Zeebrieven voor 't gem: Schip de Dankbaare Africaan tedoen in gereedheid brengen, ten einde dezelve met den eersten te kunnen worden geëxpedieert.


Aldus Geresolveerd ende Gearresteerd in 't Casteel de Goede Hoop Ten dage en Jaare Voorschr:
J: I: Rhenius
J: J: Le Suëur
O: G: De Wet
W: F:V: Reede Van Oudtshoorn
In Kennisse van my E: Bergh p:l SeCret