Inventaris van de archieven van de Compagnieën op Oost-Indië, 1594-1603
Compagnieën op Oost-Indië

Beschrijving van de archiefbestanddelen

I.   Compagnieën te Amsterdam.

A.   De Compagnie van Verre (1594).
Inleiding. 
Ten aanzien der Compagnie van Verre en de eerste voyage naar Oost-Indië, de schipvaart van de Mauritius, Hollandia, Amsterdam en het duifje, kan hier behalve naar geschiedkundige publicatiën van meer algemeen karakter (zooals De Jonge. Opkomst van het Nederlandsche Gezag in Oost-Indië) verwezen worden naar het opstel van H. C. Rogge De Eerste Nederlandsche Handelsonderneming op Oost-Indië en Cornelis de Houtman (Tijdschrift Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, Reeks 2, Deel 12, 1895) en naar de tot nog toe verschenen twee deelen der documenten-uitgave van dr. G. P. Rouffaer en dr. J. W. IJzerman De Eerste Schipvaart der Nederlanders naar oost-Indiëe onder Cornelis de Houtman 1595-1597. Werken Linschoten-vereeniging VII, XXV.
Voorts is hier te vermelden een stuk betreffende de voyage, dat, niet behoorend tot het archief der Compagnie van Verre, gebracht is bij het archief der Oude O. I. Compagnie en te vinden onder nummer 168 van dezen Inventaris. Nog kan voor het zegel der Compagnie van Verre geraadpleegd worden een archiefstuk der Oude O. I. Compagnie, beschreven onder nummer 170.
1
Verklaring van Bewindhebberen, dat zij twee stukken geschut ter leen hebben ontvangen van de stad Edam.
1594 december 3.
1 stuk
2
Copie-rekwest van Bewindhebberen aan Graaf Maurits van Nassau om geschut ter leen te ontvangen, gericht aan de Staten van Holland en door deze geapostilleerd. Notariëel gewaarmerkt.
1594 december 15.
1 stuk
N.B. gedrukt: De Jonge Opkomst I, p. 201-204.
3
Afschriften van de artikelen en ordonnantiën te onderhouden op de vier schepen, door Graaf Maurits van Nassau, stadhouder van Holland en Zeeland en admiraal van de Zee, vastgesteld 1595 januari 16 en bevestigd door Bewindhebberen.
1595 maart 17.
2 stukken
N.B. Beide afschriften zijn geschreven door dezelfde hand, die ook de afschriften, vermeld Inventaris n°. 23, vervaardigde; vermoedelijk hebben zij dus voor de behandeling derzelfde zaak moeten dienen.
4
Instructie voor den scheepsraad, vastgesteld door Bewindhebberen.
1595 maart 17.
1 stuk
N.B. Gedrukt: De Jonge. Opkomst I, p. 212-215.
5-12
Stukken van den scheepsraad betreffende de geschillen tijdens de reis.
1595 september 18 - 1597 maart 6.
2 dossiers en 6 stukken
5
Brief van Gerryt van Boninhen aan Cornelis de Houtman.
1595 september 18.
1 stuk
6
Afschrift van de punten van beschuldiging door schipper Jan Jacobsz. Schellinger tegen Cornelis Luytgens, provoost op de Amsterdam. Gewaarmerkt door Cornelis de Houtman.
1595 september 22.
1 stuk
7
Stukken betreffende het geschil met Gerryt van Boninghen over het besluit van den Scheepsraad tot vervanging van den overleden Jan Dignumsz., Schipper op de Hollandia, de overplaatsing van opvarenden en het herstel der eendracht.
1595 october 4 - 1596 januari 19.
1 dossier
8
Stukken betreffende de ten-laste-legging, dat Gerryt van Boninghen in februari 1596 geconspireerd heeft, zijn gevangenzettingvervanging als commies op de Hollandia.
1596 mei 11 - 1596 juni 18.
1 dossier
9
Brief aan Gerryt van Boninghen aan Jan Jansz. Molenaer.
1596 september 30.
1 stuk
10
Resolutie van den "vollen" scheepsraad der vier schepen in zake de ten-laste-legging, dat Cornelis de Houtman schipper Jan Jansz. Molenaer vergiftigd zoude hebben.
1596 december 29.
1 stuk
N. B. Gereproduceerd en gedrukt bij: Rouffaer en IJzerman. De eerste schipvaart II, tegenover p. 328 en p. 329.
11
Verklaringen van Cornelis Jansz. Ceulen en Wouter Wilkens betreffende gezegden van wijlen Jan Dignumsz., schipper van de Hollandia.
21 september 1595 -1597 februari 24.
1 stuk
12
Afschrift van de resolutie van den "generalen"scheepsraad, op het verzoek van Gerryt van Boninghen tot verlichting zijner gevangenis genomen. Gewaarmerkt 1597 maart 6.
1597 februari 28.
1 stuk
13
Afschrift der brieven, door Cornelis Nasen, Jan Jansz. Carel en Willem Lodewijxz. te Bantam geschreven aan den scheepsraad, vervaardigd door Jan Jansz. Carel.
1596 augustus 13 - 19.
1 deel
14
Brief van Willem Lodewijxz., Wouter Wilkens en Jan Janzs. Swart te Bantam (aan den scheepsraad).
1596 october 5.
1 stuk
15
Reisverhaal, gesteld door Corneils Jansz. Turck, tolk op de Mauritius.
1595 maart 24 - 1595 december 8.
1 deel
N.B. Dat de schrijver zich aan boord van de Mauritius bevond, blijkt o.a. uit het aangeteekende op 4 augustus en 3 september 1595. De mededeelingen van 17 september 1595 en volgende dagen wijzen uit, dat de tolk Cornelis Turck het verhaal gesteld heeft.
16
Reisverhaal, gesteld door Cornelis Jansz. Turck, tolk op de Mauritius.
1595 maart 24 -1595 september 17.
1 deel
N.B. In het gelijk handschrift als het vorig nummer, voor welks redactie het gebruikt is.
17
Reisverhaal, gehouden op de Hollandia door Jacob Jansz. Cackerlack, stuurman.
1595 maart 4 - 1597 juni 21.
1 deel
N.B. Blijkens eene mededeeling in het journaal op 10 januari 1596 was de houder er van maat van Vechter Willemsz.; deze was sedert october 1595 stuurman op de Hollandia. De houder is dus geweest Jacob Jansz. Cackerlack, aanvankelijk onderstuurman op de Hollandia, die het journaal eigenhandig heeft geschreven, gelijk blijkt na vergelijking van het handschrift met dat van zijne handteekening. Jacob Jansz. - zooals hij zich teekent - wordt met den toenaam Cackerlack o.a. vermeld in de resolutie van der scheepsraad van 26 october 1595 en in de aanteekeningen betreffende de reis (Inv. n°. 25).
Aan het journaal zijn toegevoegd teekeningen van landopdoeningen; een tweetal dezer landverkenningen zijn gereproduceerd bij: Rouffaer en IJzerman. De Eerste Schipvaart II, p. 180, 186.
Betreffende ontleeningen van landverkenningen aan Cackerlack's journaal ten behoeve van de uitgaven: D'eerste Boeck. Historie van Indien door G. M. W. A. L. (Willem Lodewijcksz.) (uitgave Cornelis Claesz. te Amsterdam 1598) en Appendix ????? van de Reyse der Hollantsche schepen op Java. (uitgave Barent Langenes te Middelburg 1598) kan men raadplegen: Rouffaer en IJzerman. De Eerste schipvaert, Deelen I en II (waarin genoemde uitgaven opnieuw gedrukt zijn); vergelijk daarbij de aanteekening van dr. R. D. M. Verbeek in diens opstel: De Vulkanische Erupties in Oost-Java in het laatst de 16de eeuw (Verhandelingen van het Geologisch-Mijnbouwkundig Genootschap voor Nederland en Koloniën, Geologische Serie, deel VII, 1925, p. 157, noot 1).
18
Reisverhaal, gesteld door Franck van der Does, adelborst op de Hollandia.
1595 maart 10 - 1597 juni 13.
1 deel
N.B. Aan het hoofd van dit "Cort Verhael van de Navgatie ofte Schypvaert...." staat gescgreven: "Francks van de Does". Op 26 maart 1595 komt de mededeeling voor: "Ben ick Van der Does....aengenomen sijnde als adelborst.....op het schip den Hollantschen Leeuw....".
Het reisverhaal is door Franck van de Does eigenhandig geschreven; zulks blijkt na vergelijking van het handschrift met dat van den brief van 22 september 1602, door Van der Does tijdens zijn verblijf op Ternate eigenhandig geschreven en onderteeekend. (Zie hierachter Inventaris n°. 72.)
Het reisverhaal benevens eene reproductie der eerste pagina is laatstelijk met belangrijke aanteekeningen gedrukt bij dr. G. P. Rouffaer en dr. J. W. IJzerman. De Eerste schipvaart derder Nederlanders naar oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597, Deel II. De oudste Journalen der Reis (Werken uitgegeven door de Linschoten-Vereeninging XXV) p. 239-378. De aldaar op pg. 241, noot 1, uitgesproken mening, dat het reisjournaal geen autograaf van F. van der Does zoude zijn, wordt weergelegd door het handschrift van het vermelde schrijven van 22 september 1602; (vergelijk daarbij de niet juiste mededeeling over den duur van het verblijf van F. van der Does op Ternate, gedaan op p. XXXIX van de Inleiding tot genoemd werk).
Het reisverhaal is eveneens gedrukt bij: De Jonge. Opkomst II, p. 287-372.
19
Reisverhaal, gesteld door Jeronimus Maryen, adelborst op de Hollandia.
1595 maart 10 - 1597 mei 26.
1 deel
N.B. Het handschrift van dit reisverhaal is gelijk aan dat van de akte van protest, door acht adelborsten op 20 november 1595 onderteekend. Van deze adelborsten schrijft Jeronimus Maryen zijn naamteekening in een schrift, hetwelk gelijk is aan dat van de (in Latijnsche letter geschreven) eigennamen in het reisverhaal; het schrift van zoowel protest als van reisverhaal moet dus van de hand van Maryen zijn. Adelborst Jeronimus Maryen was aan boord van de Hollandia ; zulks valt op te maken o.a. uit eene aanteekening van 25 april 1597, meldend dat het schip van Jan Jansz. Molenaer (Mauritius) en het jacht "van ons" afgedwaald zijn: De schrijver moet zich dus op de Hollandia bevonden hebben.
20
Reisverhaal, gesteld op de Hollandia.
1595 maart 10 - 1597 augustus 8.
1 deel
N.B. Dat dit verhaal gesteld is op de Hollandia, blijkt o.a. uit de aanteekeningen op 10 januari 1596 en 26 mei 1597. Aldaar oordeelen ook Rouffaer en IJzerman. De Eerste Schipvaart I, p. XXVII; De Jonge. Opkomst II, p. 285, gaf als zijn meening te kennen, dat het vermoedelijk gehouden is op de Mauritius. Aan het verhaal ontbreekt het gedeelte tusschen 11 september 1596 en 22 februari 1597.
21
Reisjournaal, gehouden op het Duifje door Cornelis Jansz. Ceulen, stuurman.
1595 2 - 1597 augustus 11.
1 deel
N.B. Dit journaal, bij het bovenschrift gemerkt: Cornelis Jansen Ceulen, is door dezen, stuurman op het jacht het Duifje, eigenhandig geschreven, gelijk blijkt na vergelijking van het schrift met dat van Ceulen's handteekening.
Een extract uit het reisjournaal, omvattend het tijdperk 12 januari - 7 februari 1597, is gedrukt bij dr. R. D. M. Verbeek. De Vulkanische Eruptie's in Oost-Java in het laatst der 16de eeuw (Verhandelingen van het Geologisch Mijnbouwkundig Genootschap voor Nederland en Koloniën. Geologische Serie, deel VII 1925, p. 191-196).
22
Verhaal van hetgeen Aernoudt Lintgens op het eiland Bali wedervaren is. (Afschrift, vervaardigd door Lintgens.)
1597 februari 9 - 16.
1 deel
N.B. Het oorspronkelijk verhaal is blijkens Lintgens' aanteekening door hem overgegeven aan Jan Jansz. Carel.
Gedrukt door P. A. Leupe. Bali 1597. in: Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van Nederlandsch-Indië. Nieuwe Reeks, deel I (1856), p. 203-232.
23
Afschriften van stukken van den scheepsraad betreffende de geschillen tijdens de reis.
1595 september 18 tot 1597 februari 24.
1 dossier
N.B. Zie voor de origineele stukken Inv. nos. 5-12.
24
Punten ter interrogatie van Gerryt van Boninghen, na vertoon door Bewindhebberen onderteekend door Cornelis van Heemskerck.
[1595] juni 9.
1 stuk
25
Aanteekeningen betreffende de reis, naar gegevens afkomstig van de Hollandia, over 1595 april - -1597 augustus 9; met adnotatie van de namen der schippers, stuurlieden en commiezen bij het vertrek der vier schepen.
Ongedateerd.
1 stuk
N.B. Uit de aanteekening van 26 mei 1597 blijkt, dat de gegevens afkomstig zijn van de Hollandia.
26
Aanteekeningen betreffende Indische produkten en handelswaren.
1597.
1 stuk
N.B. Het tweede gedeelte dezer aanteekening is geschreven in hetzelfde handschrift als het hiervoor onder n°. 25 beschreven stuk.