Inventaris van de archieven van de Compagnieën op Oost-Indië, 1594-1603
Compagnieën op Oost-Indië

Beschrijving van de archiefbestanddelen

I.   Compagnieën te Amsterdam.

B.   De Oude Oost-Indische Compagnie (1598) / de Eerste Vereenigde Compagnie op Oost-Indië te Amsterdam (1600).

2.   Stukken betreffende de tweede voyage (uitreeding door de Oude Oost-Indische Compagnie in 1598).

c.   Stukken ontvangen van de teruggekeerde schepen Mauritius, Hollandia, Vriesland en Overijsel.
41
Reisverhaal, gesteld door Admiraal Jacob van Neck voor Bewindhebberen.
1598 mei 1 - 1599 juli 19.
1 deel
N.B. Het voorwoord is onderteekend door Admiraal Jacob van Neck; deze heeft het verhaal eigenhandig geschreven, gelijk te constateeren valt door vergelijking o.a. met den door Van Neck eigenhandig geschreven en onderteekenden brief van 2 april 1600 (behoorende tot de stukken der vierde voyage). Aldus is ook geoordeeld in het Verslag van het algemeen Rijksarchief 1904, p. 28.
Het handschrift is, blijkens eene aanteekening voorin, eigendom geweest van Thomas Broers (bewindhebber der O.I. Compagnie ter Kamer Amsterdam 1652-1668). In januari 1904 is het voor het Algemeen Rijksarchief aangekocht te auctie van den boekhandel Frederik Muller te Amsterdam. (Verslag 1904, Algemeen Rijksarchief, Aanwinsten n°. LXIII, 1).
42
Copie-reisverhaal, gesteld door Admiraal Jacob van Neck, voor Bewindhebberen.
1598 mei 1- 1599 juli 19.
1 deel
N.B. Blijkens het watermerk van het papier, dat overeenkomt met dat van Van Neck's eigenhandig geschreven verhaal en van andere bescheiden uit dit tijdperk, zal deze copie een gelijktijdig vervaardigd afschrift zijn.
Het manuscript is, blijkens eene aanteekening op den omslag, eigendom geweest van mr. Frederick Alewijn (bewindhebber der O.I. Compagnie ter Kamer Amsterdam 1772-1796). In 1867 is het uit den boedel van mr. F. A. baron van Hall aan het Rijksarchief gekomen bij schenking doormr. J.G. Gleichman (Algemeen Rijksarchief. Verzameling Koloniale Aanwinsten n°. 63).
Dit handschrift is als Reisverhaal van Jacob van Neck 1598-1799, gepubliceerd door dr. H. Th. Colenbrander in de Bijdragen en Medeedelingen van het Historisch Genootschap, gevestigd te Utrecht, Deel 21 (1900); het origineele reisverhaal was destijds nog niet voor het Rijksarchief verworven.
43
Reisjournaal, gehouden op de Mauritius door Cornelis Jansz. Ceulen, stuurman.
1598 mei 1 - 1599 januari 22.
1 deel
N.B. Het opschrift van het journaal is onderteekend: Cornelis Jansoon Ceulen van Monykedam. Deze was stuurman op het admiraalschip Mauritius en overleed tijdens de terugreis 11 februari 1599; op dien datum teekent admiraal Jacob van Neck in zijn reisverhaal: het was een schaedelijcke doet voor onse scheepen, vermids hy een stuyrman was, die hem op de Ost-indische navigatie seer wel verstondt.
Bij de journalen en kaarten, in augustus 1599 aan Plancius overhandigd, wordt melding gemaakt van een boekje, toebehoord hebbend aan den overleden stuurman Ceulen; hiermede is blijkbaar het reisjournaal bedoeld.
44
Reisjournaal, gehouden op de Hollandia door Symon Lambertsz. Mau, schipper.
1598 mei 1 - 1599 juli 18.
1 deel
N.B. Dat dit journaal gehouden moet zijn op de Hollandia, blijkt uit de aanteekeningen o.a. van 1,3,13 september 1598. Het journaal is geschreven door Symon Lambertsz. Mau, schipper op de Hollandia, gelijk eene vergelijking van het schrift met dat van zijne handteekening, o.a. voorkomend onder de akte van 24 april 1598, uitwijst.
In de opgave van de dagboeken, in augustus 1599 aan Plancius overhandigd, wordt melding gemaakt van dit journaal als het langwerpig journaal van Symon Lambertsen.
45
Fragment van een reisjournaal, gehouden op de Hollandia.
1599 februari 26 - 1599 juli 17.
1 stuk
N.B. Uit de aanteekeningen o.a. van 7, 8 en 25 juni 1599 blijkt door vergelijking met het reisjournaal, gehouden op de Hollandia door schipper Symon Lambertsz. Mau, dat op hetzelfde schip ook dit dagboek gehouden is; vermoedelijk is het van een onderstuurman, gelijk uit de aanteekening van 4 juni valt op te maken.
46
Reisjournaal, gehouden op de Amsterdam en sedert 1599 januari 10 op de Vriesland door Jacob Pietersz., stuurman, later schipper.
1598 mei 2 - 1599 juli 17.
1 deel
N.B. Dat dit journaal gehouden moet zijn door een stuurman, die zich op de heenreis waarschijnlijk op de Amsterdam en op de verdere reis op de Vriesland bevond, blijkt uit de aanteekeningen o.a. van 20 vovember 1598 en 9 februari 1599. De journaalhouder is dus geweest Jacob Pietersz., aanvankelijk stuurman op de Amsterdam, daarna - krachtens besluit van 4 januari 1599 - overgegaan als stuurman op de Vriesland en vervolgens, in februari 1599, ter vervanging van den overleden schipper als diens opvolger aangesteld. Het dagboek is evenwel niet door Jacob Pietersz. zelf geschreven, gelijk de vergelijking van het schrift met dat zijner handteekening uitwijst; deze handteekening komt voor onder de verklaring van 8 december 1599 en het accoord van 21 januari 1601, behoorend tot de stukken der vierde voyage, waaraan Jacob Pietersz. als schipper op de Vriesland deelnam.
Achter in het journaal is een kaart van de reede van het eiland Mauritius; van deze kaart wordt melding in Leupe's Inventaris der Verzameling Kaarten berustende in het Rijksarchief, Eerste gedeelte ('s-Gravenhage 1867), n°. 331.
Onder de dagboeken, in augustus 1599 aan Plancius overhandigd, wordt genoemd het journaal van Jacob Pietersz. schipper.