Inventaris van de archieven van de Compagnieën op Oost-Indië, 1594-1603
Compagnieën op Oost-Indië

Beschrijving van de archiefbestanddelen

I.   Compagnieën te Amsterdam.

B.   De Oude Oost-Indische Compagnie (1598) / de Eerste Vereenigde Compagnie op Oost-Indië te Amsterdam (1600).

2.   Stukken betreffende de tweede voyage (uitreeding door de Oude Oost-Indische Compagnie in 1598).

d.   Stukken ontvangen van de teruggekeerde schepen Gelderland en Zeeland.
47
Resolutiën van den Breeden Raad, vergaderd op het schip Mauritius.
1598 juni.
1 stuk
N.B. In dorso van deze resolutiën, ter ordonnantie van den Breeden Raad geteekend door Cornelis van Eemskerck, heeft deze aangetekend: Jacob Heemskerck. Op dit voor Jacob Heemskerck bestemde stuk heeft deze geschreven: Orde van een Ransoen wijn ende straffe v. het plockharen.
48
Resolutiën van den Breeden Raad, vergaderd op het schip Amsterdam.
1598 augustus 13.
1 stuk
N.B. In dorso van dit stuk, ter ordonnantie van den Breeden Raad geteekend door F. van der Does, heeft Jacob Heemskerckgeschreven: Ordonnancie van wijn ende water gedaen den 13 augustii a°. 98.
49
Brief van Wybrant van Warwijck in het schip Amsterdam aan Jacob Heemskerck. Met duplicaat.
1599 mei 8.
2 stukken
N.B. Gedrukt: De Jonge. OpkomstII, p. 448-454.
50
Concept-memories van de propoosten met koningen, gouveneurs, sabandars en oppercommies en andere edelen op Java, Ambonia en Banda. Benevens advies over het drijven van koopmanschap aldaar, gesteld door Jacob Heemskerck. Ongedateerd
1599 januari 12 - 1599 maart 15.
1 stuk
N.B. Blijkens het handschrift geschreven door Heemskerck. Het advies is gedrukt bij: De Jonge. OpkomstII, p. 448-454
51
Reisjournaal, gehouden op de Gelderland door Jacob Heemskerck, oppercommies, later vice-generaal.
1598 mei 1 - 1600 mei 19.
 
N.B. Dat dit journaal eigenhandig gehouden moet zijn op de Gelderland door Jacob Heemskerck, aanvankelijk oppercommies en sedert 4 januari 1599 vice-generaal op de Gelderland, blijkt o.a. uit het aangeteekende op 4 januari 1599 en uit eene vergelijking van het schrift met dat van de brieven, door Jacob Heemskerck eihgenhandig geschreven en onderteekend.
Gedeeltelijk gedrukt bij: De Jonge. OpkomstII, p. 385-448.
52
Reisjournaal, gehouden op de Gelderland volgens aanwijzingen van Evert Teunisz., stuurman.
1598 mei 1 - 1598 october 1.
1 deel
N.B. Het dagboek draagt tot opschrift "Journaal voor Evert Teunisz.", benevens het monogram: A. S. V. W. Zooals uit de aanteekeningen van 22, 23, 26 en 28 september blijkt, was Evert Teunisz. stuurman van de Gelderland. Zelf was deze de schrijfkunst niet of weinig machtig, gelijk zijn merkteeken onder den brief van 4 december 1600 (behoorend tot de stukken betreffende de vierde voyage, waaraan Evert Teunisz. als stuurman op de Amsterdam deelnam) uitwijst. Het reisjournaal is tot 14 augustus 1598 geschreven door Augustijn Stalpart van der Wiele; dit blijkt na de vergelijking van het handschrift met dat van de brieven, door dezen eigenhandig geschreven en onderteekend; op dezen schrijver wijst bovendien het monogram A.S.V.W., dat aan het opschrift is toegevoegd. Uit de aanteekening van 31 juli valt op te maken, dat het journaal volgens aanwijzingen van Evert Teunisz. is gehouden. Dit geschiedt ook van 15 augustus 1598 af, wanneer een ander handschrift aanvangt. Betreffende den schrijver van het tweede gedeelte van het reisjournaal sedert 15 augustus heeft dr. A.C. Oudemans in diens opstel: Iets over de journalen van Van Neck en anderen (Bijdragen Vaderlandsche Geschiedenis , Reeks V, deel 5, 1918) geoppperd, dat Hans Bouwer dit stuk zoude geschreven hebben; met deze onderstelling is in strijd het handschrift, dat niet gelijk is aan dat van Bouwer, gelijk wij dit kennen uit bescheiden, door dezen eigenhandig geschreven en onderteekend. (Zie o.a. brief van 13 april 1600.)
53
Reisjournaal, gehouden op de Vriesland en sedert 1599 januari 8 op de Zeeland door Jan Cornelisz. May, schipper.
1598 mei 1 - 1600 april 14.
1 deel
N.B. Op 31 januari 1599 en 14 april 1600 is het journaal onderteekend door Jan Cornelissen May. Deze was op de heenreis schipper van de Vriesland; krachtens besluit van 5 januari 1599 werd hij overgeplaatst als schipper op de Zeeland. Op het door Jan Cornelisz. May eigenhandig geschreven journaal is door bewindhebber Renier Pauw aangeteekend: Schipper Jan Cornelisen sijn Jornael, entfangen adi 27 mey anno 1600.
54
Reisjournaal, gehouden op de Zeeland door Philips Grimmaert, stuurman.
1598 mei 1 - 1600 april 30.
1 deel
N.B. Dat dit reisjournaal gehouden moet zijn op de Zeeland door den stuurman van het schip, blijkt uit de aanteekeningen o.a. van 31 juli, 2 october 1598, 1 februari, 20 mei, 21 mei, 29 november 1599. Van dezen stuurman is een brief bewaard gebleven d.d. 18 januari 1599, onderteekend Philips Grimmaert, in wiens hand de slot-regels van den brief geschrven zijn. Door vergelijking met dit handschrift blijkt, dat slechts het slot-gedeelte van het reisjournaal door Grimmaert zlef is geschreven, te weten de aanteekeningen over 13-30 april 1600; verder zijn van zijn hand de landopdoeningen en aanteekeningen voorin het reisjournaal. Van de hand van den mede-opvarende op de Zeeland, die voor Grimmaert het journaal heeft geschreven, zijn blijkbaar de onafgewerkte kaartjes voor in het dagboek.
Over het copiëeren der aanteekeningen van Philips Grimmaert komt eene mededeeling voor op 6 november 1599; daar staat namelijk aangeteekend, dat het door Grimmaert gehouden boek over boord was gevallen, zoodat enkele aanteekeningen destijds niet gecopiëerd hadden kunnen worden.