Inventaris van de archieven van de Compagnieën op Oost-Indië, 1594-1603
Compagnieën op Oost-Indië

Beschrijving van de archiefbestanddelen

I.   Compagnieën te Amsterdam.

B.   De Oude Oost-Indische Compagnie (1598) / de Eerste Vereenigde Compagnie op Oost-Indië te Amsterdam (1600).

3.   Stukken betreffende de derde voyage (uitreeding door de Oude Oost-Indische Compagnie in 1599).
De drie schepen der derde voyage: De Zon (admiraalschip van Steven van der Haghen), De Maan (vice-admiraalschip van Cornelis Heynsz. alias Proncker) en het jacht De Morgenster staken begin april 1599 in zee. Zij kwamen 13 maart 1600 op de reede voor Bantam, vanwaar zij 28 maart vertrokken naar de Molukken. Het admiraalschip De Zon bereikte 2 mei 1600 Amboina, terwijl De Maan en De Morgenster op 9 mei aan Banda (Lonthor) arriveerden. Op de Banda-eilanden trof men Adriaen van Veen en Augustijn Stalpart van der Wiele. aldaar achtergebleven voor de koopmanschap der tweede voyage. De Maan en De Morgenster voegden zich bij De Zon op 18 september 1600; gezamelijk verlieten de drie schepen Amboina den 6en october. Op dit eiland had men op Hitoe eene sterkte gebouwd, waarin als gezaghebber gesteld werd Jan Dircxz. Sonnenbergh (als onderstuurman en zieketrooster indertijd in dienst getreden). De drie schepen arriveerden 19 november 1600 voor Bantam. Zij gingen vandaar 14 januari 1601 naar patria zeil, gezamelijk met twee schepen der vierde voyage onder admiraal Jacob Wilckens en twee der Nieuwe Brabantsche Compagnie onder Pieter Both, met welke op 21 januari in Straat Sunda bepalingen over het varen in compagnieschap werden vastgesteld. [1] Begin september 1601 kwam men in Holland aan.
Sonnenbergh en de zijnen verlieten Ambon in het begin van den zomer 1601 op de Hollandia, het schip van den vice-admiraal Cornelis van Heemskerck der vierde voyage.
¹) Hetgeen medegedeeld wordt door De Jonge. OpkomstII, p. 465, is niet geheel juist. Zie betreffende de schepen op 19 november 1600 en 14 januari 1601: het reisjournaal gehouden op De Morgenster en den brief van Cornelis van Heemskerck november-december 1600 (behoorende tot de stukken betreffende de vierde voyage).
73
Brief van Steven van der Haghen op de reede voor "Capo de Lobo Conzalves" aan Jan Jansz. Karel te Amsterdam.
1599 juli 22.
1 stuk
N.B. Blijkens aanteekening in dorso ontvangen 24 januari 1600.
Gedrukt: De Jonge. OpkomstII, p. 456-459.
74
Brief van Bewindhebberen aan admiraal Jacob van Neck en diens Raad, met verzoek om admiraal Steven van der Haghen in alles behulpzaam te willen zijn.
1599 april 3.
1 stuk
N.B. Van der Haghen heeft dezen hem medegegeven brief niet aan Van Neck kunnen overgeven.
75
Resolutie van admiraal Steven van der Haghen en zijn Privé Raad.
1599 october 29.
1 stuk
76
Brief van Wybrant van Warwijck in het schip Aamsterdam voor Bantam aan den hem nog onbekenden "capiteyn principal der schepen van Amsterdam van de Oude Compagnie van Verre in Bantam".
1600 januari 20.
1 stuk
N.B. Gedrukt: De Jonge. OpkomstII, p. 377-380.
77
Brief aan Bewindhebberen aan admiraal Steven van der Haghen en diens Raad, met verzoek om admiraal Jacob Wilckens in alles behulpzaam te willen zijn en overleg te plegen over negotie.
1599 november 27.
1 stuk
78
Brieven aan Steven van der Haghen, geschreven door: Adriaen van Veen in Banda ; Cornelisz. Heynsz. alias Proncker, ; Cornelis Heynsz. alias Proncker en Michiel Poppe in Banda ; Gerryt Banninck te Loehoe ; Luis Montez te Cambelo ; Claes Evertsz. ; Frans Jacobsz.
1600 mei 11, 22, september 15.
1 pak
1600 mei.
1 pak
1600 juli 19.
1 pak
1600 augustus 12, 19, 26, 29, september 2, 5, 8, 9, 10, 13, 16.
1 pak
1600 augustus 19, 25, 28, september 6, 9, 12
1 pak
1600 september 4.
1 pak
1600 september 9.
1 pak
79
Memorie van Augustijn Stalpart van der Wiele voor Jan Dircxz. Sonnenbergh, met bijgevoegde lijst van medicamenten.
(1600 zomer.)
2 stukken
80
Brieven aan Cornelis Heynsz. alias Proncker geschreven door: Adriaen van Veen in Banda ; Augustijn Stalpart van der Wiele in Banda-Neira ; Dirck Florisz.,
1600 augustus 11, 16.
1 omslag
1600 augustus 11.
1 omslag
1600 augustus 29.
1 omslag
81
Accoord tusschen Adriaen van Veen en Cornelis Heynsz. alias Proncker c.s. betreffende het vervoer van muscaat-noten en foelie met De Morgenster en De Wassende Maan van Banda naar Patria.
1600 september 15.
1 stuk
N.B. In dorso gemerkt: "Contract tusschen ons ende Sr. Veen.
82
Contract tusschen admiraal Jacob Wilckens, vice-admiraal Cornelis van Heemskerck en den Raad van hunne vier schepen van wegen de Bewindhebberen van de Oude Compagnie en Generaal Pieter Both en den Raad van zijne twee schepen van wegen de Bewindhebberen van de Nieuwe Compagnie eenerzijds en admiraal Steven van der Haghe en den Raad van zijne drie schepenvan wegen de Bewindhebberen van de Oude Compagnie anderzijds over het inkoopen van peper, gesloten voor Bantam.
1600 november (27).
1 stuk
83
Contract tusschen admiraal Jacob Wilckens en den Raad van zijne twee schepen van wegen de Bewindhebberen van de Oude Compagnie eenerzijds en admiraal Steven van der Haghen en den Raadvan zijne drie schepen van wegen de Bewindhebberen van de Oude Compagnie anderzijds over het laden van peper, gesloten te Bantam.
1601 januari 8.
1 stuk
84
Accoord tusschen admiraal Jacob Wilckens, admiraal Steven van der Haghen en generaal Pieter Both over het varen in compagnieschap, gesloten in Straat Sunda.
1601 januari 21.
1 stuk
85
Rekeningen wegens de negotie van De Maan over en van De Morgenster over en van de Morgenster over
1600 juni 10 - 1600 november 25.
1 deel
1600 juli 6 - 1600 november 25.
1 deel
86
Rekening wegens de negotie van de Zon over
1600 maart 20 - 1601 januari 11.
1 deel
87
Reisjournaal gehouden op De Morgenster.
1599 april 6 - 1601 september 4.
1 deel
N.B. Dat dit journaal gehouden is op het jacht De Morgenster, blijkt o.a. uit de aanteekeningen van 24 juni, 1 november 1599, 9 januari, 4, 8 maart 1600. Van zich zelf in den eersten persoon maakt de schrijver melding o.a. op 22, 26 november, 11, 13, 16, 18 december 1599, 15 maart 1600, 6 juni, 12 augustus 1601. Volgens deze aanteekeningen behoorde de schrijver waarschijnlijk tot de groep van de commiezen voor de koopmanschap, daar hij tegelijk met commiezen (kooplieden) opdrachten krijgt. Uit het aangeteekende op 11 december 1599 blijkt , dat hij niet de schipper was van het jacht, op 24 en 27 februari 1600 , dat hij niet de stuurman was. Wie als commiezen voor de koopmanschap of in dergelijke betrekking op de Morgenster gesteld waren, staat aangegeven in het resolutieregister van Bewindhebberen op folio 44; aldaar worden genoemd: Guert Backer (op 16 maart 1599 aangenomen zonder vermelding van hoedanigheid), Frans Jacobsz. Afkomstig van Edam (op 25 januari 1599 aan genomen als onderkoopman en onderstuurman) en Dirck Florisz. Dat het journaal niet geschreven is door Frans Jacobsz. noch door Dirck Florisz. wijst het handschrift hunner brieven uit, die bewaard zijn gebleven bij de bescheiden van de scheepstocht (zie inv. nos.78 en 80). Dat Dirck Florisz, het journaal niet gehouden heeft, blijkt bovendien uit de aanteekning op 15 maart 1600, waar de houder zichzelf en Dirck Florisz. vermeldt; desgelijks spreekt hij op 12 augustus 1601 over Frans, met wien blijhkbaar Frans Jacobsz. bedoeld is. Als mogelijk houder van het journaal komt dus het meest in aanmerking Guert Bakker. Er is evenwel eene aanteekeningin het journaal, die niet geheel met deze conclusie strookt: op 3 mei 1600 deelt de schrijver mede, dat naar het schip van den vice-admiraal ontboden zijn: Jan Cornelisz. Melcknap (schipper van De Morgenster), Guerdt Bakker en Frans Jacobsz.; op deze plaats zou de journaalhouder zich zelf dus niet in den eersten persoon hebben vermeld. Toch sluit zoodanige vermelding het auteurschap van Guert Backer niet uit. Bij gebrek aan bescheiden met Guert Bakker's handteekening is de kwestie niet met zekerheid uit te maken; degelijke bescheiden worden ook niet aangetroffen bij de stukken der uitreeding van de 14 schepen onder Van Warwijck-De Weert van 1602, waarop Backer als koopman op De Maan (schipper Jan Cornelisz. Melcknap), noch bij die van de scheepstocht onder Paulus van Caerden van 1606, waarop hij als opperkoopman medeging.
Gedeelten van het journaal, gehouden op De Morgenster, zijn in gewijzigde spelling gedrukt bij: De Jonge, OpkomstII, p. 459-465.