Inventaris van de archieven van de Compagnieën op Oost-Indië, 1594-1603
Compagnieën op Oost-Indië

Beschrijving van de archiefbestanddelen

I.   Compagnieën te Amsterdam.

B.   De Oude Oost-Indische Compagnie (1598) / de Eerste Vereenigde Compagnie op Oost-Indië te Amsterdam (1600).

6.   Stukken betreffende de voyage van 8 schepen, uitgereed door de Eerste Vereenigde Compagnie op Oost-Indië in 1601.
N.B. Voor rekening der Eerste Geüniëerde Compagnie op Oost-Indië te Amsterdam zeilde in april 1601 een vloot van 8 schepen naar Indië: Amsterdam, ook wel Oud-Amsterdam genaamd (admiraalschip van Jan Pauwelsz.), Hoorn, jacht Enkhuizen, Zwarte Leeuw (vice-admiraalschip van Jean Granier), Witte Leeuw en de jachten Groene Leeuw en Roode Leeuw. Laatstgenoemd jacht keerde op de heenreis naar patria terug; de Zwarte Leeuw geraakte van de andere schepen af. Deze kwamen op 22 februari 1602 voor Bantam aan.
De Amsterdam en de Hoorn bleven aldaar; admiraal Heemskerck ging over op de Witte Leeuw en zeilde met dit schip en de Alkmaar benevens de jachten Enkhuizen en Groene Leeuw in begin maart naar Djapara in het gebied van den vorst van Demak. Toen de beide jachten midden april van daar naar Bantam waren teruggekeerd, was voor deze stad intusschen gearriveerd de Zwarte Leeuw, het vice-admiraalschip van Jean Granier. Op 11 mei 1602 vingen de Amsterdam, Hoorn, Zwarte Leeuw, Groene Leeuw en Enkhuizen onder den opperkoopman Hans Schuurmans als admiraal de terugreis aan; zij bereikten in april 1603 het vaderland. Te Bantam was voor den koophandel achtergebleven Paolo van Soldt. Bij het vertrek van Djapara lieten de Witte Leeuw en Alkmaar een 19-tal Nederlanders achter, die door den vorst van Demak gevangen waren genomen. Op 27 april 1602 kwamen de schepen op de reede van Grissee aan. Eind mei zeilde de Alkmaar, het vice-admiraalschip van Jan Pauwelsz. naar Jortan door. Een week later volgde het admiraalschip; te Grissee bleven voor den koophandel Adriaen Ghijsbrechtsz. Schaeck en enkele gezellen achter. Op voegde de Witte Leeuw zich voor Jortan bij de Alkmaar, welk schip intusschen een Portugeesch fregat van de armada onder Andreas Furtado de Menoça aangehaald had. Den 27en juli vertrokken beide schepen naar Patani, dat 19 augustus 1602 bereikt werd.
Midden november verlieten de Witte Leeuw en de Alkmaar Patani om naar Djohor te gaan. Daar werd op 25 februari 1603 een Portugeesch galjoen, de Santa Catharina, veroverd. Met de buitgemaakte kraak zeilden de schepen begin april naar Bantam, waar zij 20 juni 1603 aankwamen. In october ving Heemskerck de terugreis aan. [1] Het Portugeesche schip eerst en daarna de Witte Leeuw kwamen in het begin van den zomer van 1604 behouden in het vaderland. De Alkmaar moest onderweg worden achtergelaten en belandde aan Madagascar in de Baai van Antongil; daar werd het schip in den zomer van 1604 door schepen van de vloot, in december 1603 onder admiraal Steven van de Haghen voor de V. O. I. Compagnie uitgezeild, aangetroffen en verbrand, nadat de lading was overgenomen. [2]
Gelijk reeds in de Inleiding is vermeld, zijn in het archief der Staten-Generaal stukken bewaard gebleven, welke eene aanvulling vormen van die betreffende deze voyage, behoorend tot het archief der Eerste Vereenigde Compagnie op Oost-Indië te Amsterdam. De stukken bevinden zich in de dossiers, door Bewindhebbers der V. O. I. Compagnie en door admiraal Jacob Heemskerckin het jaar 1605 overgelegd aan de Staten-Generaal in het geschil over het buitgeld van de veroverde Portugeesche kraak St. Catharina (Staten-Generaal Loketkas. Processen, n°. 21).
Behalve de in de Inleiding genoemde origineele bescheiden worden deze processtukken o.a. ook aangetroffen verschillende in 1605 vervaardigde afschriften origineele bescheiden betreffende de voyage, namelijk:
in het dossier der Bewindhebbers:
  • F. Copie-artikelbrief van 1601 februari 22, met de akte van eedsaflegging door de schepelingen van de Witte Leeuw, liggend op de reede voor Hoorn d.d. 1601 maart 24.
in het dossier van admiraal Heemskerck:
  • E. Copie-resolutie van de Breeden Raad de schepen Witte Leeuw en Alkmaar, gelegen voor het eiland Tiaman, d.d. 1602 december 4.
  • P. Copie-resolutie van den Breeden Raad der schepen Witte Leeuw en Alkmaar d.d. 1602 december 30, met rekwest der gemeene scheepsgasten.
  • O. Copie-brief van Bewindhebberen der Kamer Amsterdam V. O. I. Compagnie aan admiraal Jacob Heemskerck, d.d. 1602 mei 15.
  • Q. Copie-akte van uitspraak over het aandeel der scheepsgasten in de plunderage van de kraak St. Catharina, gedaan op het schip de Witte Leeuw 1604 maart 10.