Inventaris van de archieven van de Compagnieën op Oost-Indië, 1594-1603
Compagnieën op Oost-Indië

Beschrijving van de archiefbestanddelen

II.   De Compagnie op Oost-Indië te Middelburg (1600).
Inleiding 
De compagnie op Oost-Indië, gevestigd te Middelburg, die in het jaar 1600 haar werkzaamheid aanving, was gevormd door de samenwerking van deelnemers in de beide Compagnieën, die reeds in het jaar 1598 van uit Zeelandnaar Oost-Indië hadden uitgereed. Onder den naam van "Vereenigde Zeeuwsche Compagnie" staat deze maatschap van 1600 in de nieuwe historische literatuur bekend. In de bescheiden uit de beginjaren der 17de eeuw wordt zij verschillend aangeduid; blijkens de verslagen van de reis, door de Bewindhebberen aan de Staten-Generaal uitgebracht, is nu eens sprake van de "Compagnie van Zeeland handelend op Oost-Indiën" dan weder van de "Compagnie op oost-Indiën in Middelburgh". [1]
Bij De Jonge, Opkomst I, p. 119, is eene opgave te vinden van de 16 Bewindhebbers der Compagnie; deze opgave is overgenomen van eene lijst voor in het Resolutieregister; blijkens het handschrift van deze lijst zijn de laatste twee namen later bijgevoegd. [2] Deze toevoeging moet geschied zijn na begin April 1601, daar eene opgave van Bewindhebbers op een stuk van 9 April 1601 (hierna nog te vermelden) de namen der 14 oorspronkelijk op de lijst voorkomend Bewindhebbers bevat.
Geschiedenis van het archief 
Het bewaarde register vangt aan met de resolutiën van einde Maart 1601; de vier door de Compagnie uitgereede schepen Zeeland, Middelburg, Langhebercque en het jacht de Zon waren toen reeds enkele weken in zee. Betreffende deze voyage zijn geen losse stukken, behoorend tot het archief der Compagnie te Middelburg, bewaard gebleven. Wel berusten in het archief ter Kamer Amsterdam van de Vereenigde O.I. Compagnie enkele stukken, die op de voyage betrekking hebben en die hier ter plaatse vermeld mogen worden, daar zij buiten het kader van dezen inventaris vallen, namelijk: Copie-missive van de facteurs der Compagnie van Zeeland te Atchin aan Bewindhebberen te Middelburg 1602 November 18, met als bijlagen: Copie-missive van de facteurs te Guseratte aan de facteurs te Atchin 1602 April 20, een tweede afschrift dezer missive, en copie-missive van de facteurs te Atchin aan admiraal Jacob van Neck te Patani 1602 September 3. [3]
Nog bezit het Algemeen Rijksarchief een document aangaande deze voyage, dat hoogstwaarschijnlijk eveneens met de overbrenging van het zoogenaamd Koloniaal archief van Amsterdam naar 's-Gravenhage in 1856 op het Rijksarchief is terecht gekomen. Dit document is de brief, door Prins Maurits geschreven aan den koning van Atchin d.d. 11 December 1600 en medegegeven aan de vier schepen. [4] Het bescheid is naar Nederland terug gekomen, doordat het medegenomen is door de gezanten van den koning van Atchin, die met de terugkeerende schepen Zeeland en Langhebercque naar Prins Maurits zijn afgevaardigd geworden. Zulks vinden wij geconstateerd door Emanuel van Meteren in diens Nederlandsche Historieën, die mededeelt, dat de hoofdgezant aan Prins Maurits wederom leverde de eigen brieven, welke de Prins aan zijn Koning met de vier Zeeuwsche schepen gezonden had en die met 's Konings tjap of zegel waren geteekend.
Het document draagt geen merkteeken eener administratie en is op geen inventaris ten Rijksarchieve vermeld. Aannemelijk is het nu, dat de brief is komen te berusten ter Stadhouderlijke Secretarie. Aan het Koloniaal archief te Amsterdam zal het stuk zijn overgedragen zijn, nadat de stukken der Stadhouderlijke Secretarie betreffende koloniale zaken door den Koning in 1828 aan dit archief waren toegewezen. Met het Koloniaal archief moet het dan vervolgens in 1856 naar het Rijksarchief zijn gekomen: blijkens aantekeeningen in dr. Wap's Gezantschap (1862) en De Jonge's Opkomst (1864) is het op die instelling kort daarna geraadpleegd.
Vervolgens maken wij hier medling van een uit particulier bezit door het Rijksarchief verkregen document betreffende de voyage, dat buiten deze inventarisatie valt, namelijk den commissiebrief, gegeven door Prins Maurits aan Nicolaes Anthonisz. als kapitein van het schip Langhebercque, door Bewindhebberen van de Compagnie op Oost-Indië, kooplieden en burgers te Middelburg, te equipeeren naar Oost-Indië, 1600 December 13 (met uithangend zegel van den Prins). [5]
In het jaar 1862 is het Rijksarchief door aankoop uit de verzameling Van Maanen (veiling Martinus Nijhoff) in het bezit gekomen van het volgende stuk: Copie der voorwaarden van inbreng in de Compagnie van Adriaen Tenhaeff c.s. tot eene derde reis op Oost-Indië. 1600 April 9, met aanteekening van den inbreng van Frans van Limborch Schinck te Amsterdam. 1601 September 29. [6]
Tegelijk met dit stuk werd aangekocht een concept van den artikelbrief van Prins Maurits voor de twee schepen varend onder Laurens Bicker naar Rio de la Plata (1598 Augustus). De herkomst dezer stukken wordt verduidelijkt door een document, hetwelk voor het Rijksarchief in 1893 verworven werd (door aankoop van de firma Martinus Nijhoff), namelijk de klad-artikelbrief voor de twee schepen naar Rio de la Plata, die opgesteld was door gebruik te maken van een afschrift-artikelbrief voor acht schepen, varend onder admiraal Jacob van Neck naar oost-Indië voor de Oude Compagnie op oost-Indië te Amsterdam. 1598 Maart 7. Aannemelijk schijnt het nu, dat al deze stukken behoord hebben tot ééne verzameling, hoogstwaarschijnlijk van een Amsterdamschen bewindhebber, die zoowel bij de Oude Compagnie op Oost-Indië te Amsterdam als bij de uitreeding der schepen onder Laurens Bicker betrokken was: het zou dan diens broeder Gerrit Bicker kunnen zijn, aan wien de in 1862 en 1893 verkregen stukken eertijds behoord hebben. [7]
Het resolutieregister van Bewindhebberen der Compagnie op Oost-Indië te Middelburg, waarvan de beschrijving thans volgt in den Inventaris, is na Maart 1602 voortgezet, nadat deze functionarissen Bewindhebber van de Kamer Zeeland der vereenigde O.I. Compagnie waren geworden. Het archief dezer kamer is in het jaar 1851 overgebracht van Middelburg naar het Koloniaal Archief te Amsterdam en vandaar later mede overgegaan aan het Rijksarchief te 's-Gravenhage. [8]
174
Resolutie-register van Bewindhebberen.
1601 Maart 25 (- 1602 Maart).
 
N.B. Aan te vragen als arch. VOC, nummer toegang 1.04.02, inv.nr. 7241.
N.B. Voorin staan geschreven een lijst van de "Contractanten op de Oostindien dienende tot de resolutien geproponeert noodich tot het voyage uuytgereet aº. 1601. Tot de 3 schepen namelick Zierickzee, Vlissinghe ende Goes", benevens de "Articulen beslooten ende gemaeckt tusschen de contractanten op de Oostyndien die syluyden by gemeene resolutie verstaen conforme dien onderhouden ende naergevolcht zullen worden". 1601 Juni 1614. Op fol. 122 staat een lijst van "absenten voor rekeninge van de Compaignie deser Voyage aº. 1601".
Het resolutieregister is voortgezet door Bewindhebberen der Kamer Zeeland van de Vereenigde O.I. Compagnie en toen gemerkt "Register van de 14 schepen int uuytgaen".