De archieven van de Verenigde Oostindische Compagnie, 1602 - 1795

BESCHRIJVING VAN HET ARCHIEF

Inhoud en structuur van het archief

HOOFDSTUK 3.AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE VOC-ARCHIEVEN

3. INGEKOMEN STUKKEN UIT INDIE

II. Kamer Zeeland
De uit het octrooigebied overgekomen bescheiden in het archief van de kamer Zeeland bestaan globaal uit dezelfde bestanden als de genoemde bestanden in het archief van de kamer Amsterdam. De ordening is echter op andere basis aangebracht: in de eerste plaats naar aard van de stukken (missiven, resoluties, dagregisters enz.), vervolgens geografisch en tenslotte chronologisch. (In het archief van de kamer Amsterdam zijn de stukken allereerst chronologisch, vervolgens naar aard, en tenslotte geografisch gerangschikt.) De geografische indeling in het archief van de kamer Zeeland is tamelijk slordig; stukken van een bepaalde vestiging kunnen in een bundel van een andere vestiging zijn geborgen. Dit is in de inventaris aangegeven.
De volgende onderdelen worden onderscheiden:
  • A: Een zeer onvolledige serie missiven van gouverneur-generaal en raden aan de Heren Zeventien en de kamer Zeeland, 1658-1792 (inv. nrs. 7527-7599), dus gedeeltelijk overeenkomend met de serie a van de overgekomen brieven en papieren uit Indië in het archief van de kamer Amsterdam.
  • B: Kopie-resoluties van gouverneur-generaal en raden (inv. nrs. 7600-7609). Het betreft hier slechts enkele resoluties, secrete resoluties en notulen uit enkele jaren in de achttiende eeuw.
  • C: Kopie-dagregisters van Batavia. In tegenstelling tot het archief van de kamer Amsterdam, bezit de kamer Zeeland een weliswaar kleine en fragmentarische serie kopie-dagregisters van het kasteel Batavia uit enkele verspreide jaren in de periode 1647-1766 (inv. nrs. 7610-7617).
  • D: Kopie-uitgaande stukken van gouverneur-generaal en raden (inv. nrs. 7618-7657), overeenkomend met de serie kopie-uitgaande stukken van gouverneur-generaal en raden van de kamer Amsterdam. Ook in deze serie zitten veel lacunes. De kopie-boeken van uitgaande missiven beslaan de jaren 1683-1787, de secrete missiven de jaren 1755-1789.
  • E: Een serie kopie-ingekomen stukken bij gouverneur-generaal en raden uit de vestigingen in Indië, die overeenkomt met het 'Batavia's ingekomen brievenboek' (serie f) en met de serie b van de overgekomen brieven en papieren uit Indië in het archief van de kamer Amsterdam, maar hier gesplitst in geografische series, vanaf ca. 1682 (inv. nrs. 7658-9179). Dit bestand vormt geen aaneengesloten reeks; er zijn vele hiaten. Het wordt gekenmerkt door een zeer slordige en inconsequente rubricering. Per vestiging wordt over het algemeen eerst de reeks missiven met bijlagen opgenomen, gevolgd door de reeks secrete missiven met bijlagen. Daarachter kunnen reeksen stukken zijn opgenomen, die oorspronkelijk bijlagen waren bij de missiven maar daarvan zijn afgesplitst, zoals resoluties, dagregisters, ingekomen en uitgaande brievenboeken en een enkel boekhoudkundig stuk. Vooral in deze reeks is de geografische opzet zeer onnauwkeurig gevolgd: vele stukken betreffende een bepaalde vestiging zijn bij de stukken van een andere vestiging opgenomen. Bij de inventarisatie van de stukken is een band die missiven uit twee of meer kantoren bevat, vermeld bij het kantoor, waarvan de stukken het grootste gedeelte van de band innemen. Bij de andere vestigingen is dan altijd een verwijzing opgenomen.
  • F: Een serie stukken betreffende de boekhouding van de VOC-kantoren in Indië. Het betreft met name rapporten van de visitateur-generaal uit de jaren 1771-1786 (inv. nrs. 9180-9191).
  • G: Een serie stukken van de Raad van Justitie in Batavia, die overeenkomt met de stukken die bij het archief van de kamer Amsterdam genoemd zijn onder c. De reeks in het archief van de kamer Zeeland is echter veel omvangrijker (inv. nrs. 9192-9540). Hierin bevinden zich onder andere missiven aan de bewindhebbers in patria, civiele en criminele rollen, en processtukken, grotendeels uit de achttiende eeuw.
  • H: Series stukken afkomstig van de kantoren in Bengalen, Coromandel, Ceylon, Malabar, Surat, en een bundel stukken uit Perzië, die over de landweg naar patria zijn verzonden (inv. nrs. 9541-11024). Deze series zijn tot op zekere hoogte vergelijkbaar met series d en e van de overgekomen brieven en papieren uit Indië in het archief van de kamer Amsterdam.
De banden bevatten, evenals die van de kamer Amsterdam, oude inhoudslijsten, maar hiervan is geen aparte uitgetypte versie beschikbaar.