De archieven van de Verenigde Oostindische Compagnie, 1602 - 1795

BESCHRIJVING VAN HET ARCHIEF

Inhoud en structuur van het archief

HOOFDSTUK 3.AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE VOC-ARCHIEVEN

6.DEPARTEMENTSARCHIEVEN

I. Soldijkantoor
Het soldijkantoor was belast met de administratie van het voltallige personeel in de verschillende vestigingen en kantoren van de VOC tussen Kaap de Goede Hoop en de Baai van Nagasaki, alsmede aan boord van de VOC-schepen die voeren op de intra-Aziatische routes. Deze administratie is voor de periode 1700-1791 vrijwel volledig bewaard gebleven. Het personeel in de Republiek valt buiten het bestek van deze beschouwing.
De achttiende-eeuwse personeelsadministratie bestaat uit: 1) de generale land- en zeemonsterrollen, 2) de scheepssoldijboeken en 3) de rollen van de gekwalificeerde civiele en militaire dienaren[1].Het geheel bevat persoonsgegevens van zo'n 620.000 mensen en beslaat ruim 1,2 miljoen pagina's. De banden bestrijken in totaal ongeveer 245 meter en nemen één vijfde van alle VOC-archieven in beslag. De hoeveelheid werk die de peroneels- en soldijadministratie met zich meebracht, mag blijken uit de volgende rekensom. Gaan we uit van één origineel exemplaar plus zes kopieën generale land- en zeemonsterrollen, twee reeksen rollen van de gekwalificeerde civiele en militaire dienaren en één reeks scheepssoldijboeken, dan omvat dat ruim 2.275.000 pagina's die op het algemeen soldijkantoor in Batavia zijn geschreven. Uit de generale landmonsterrollen voor Batavia 1700-1791 blijkt dat er gemiddeld 137 man werkzaam waren op de vier 'schrijfafdelingen' in Batavia: de generale secretarie, het algemeen soldijkantoor, het soldij-visitekantoor en de monsterrolschrijvers. In dezelfde periode waren er gemiddeld zes dienaren werkzaam 'aan de generale monsterrol'. Gaat men van de bekende gegevens uit, dan diende de totale produktie van deze mensen 1.225.000 pagina's te zijn. Dat betekent tien bladzijden per dag per dienaar, wanneer men uitgaat van de toen gebruikelijke zesdaagse werkweek en zevenurige werkdag.
Behalve de monsterrollen en soldijboeken bevat het archief van het soldijkantoor nog andere stukken betreffende de afwikkeling van salarisaanspraken, met name een serie testamenten van in Indië overleden VOC-personeel (inv. nrs. 6847-6927) en andere stukken betreffende nalatenschappen. In het navolgende zal alleen aandacht worden geschonken aan de personeelsadministratie.
Ofschoon zij als aparte reeksen in de inventaris zijn opgenomen, vormen de generale land- en zeemonsterrollen, de scheepssoldijboeken en de rollen van de gekwalificeerde civiele en militaire dienaren een onderling samenhangend geheel. Het is een belangrijke bron zowel voor onderzoek naar een individuele Compagniesdienaar als voor serieel onderzoek (zoals, om een voorbeeld te noemen, naar de mortaliteit van de Europeanen in de Oost).
De leesbaarheid van de generale land- en zeemonsterrollen en de rollen der gekwalificeerde civiele en militaire dienaren is goed; de scheepssoldijboeken daarentegen zijn nogal eens moeilijk te ontcijferen.