De archieven van de Verenigde Oostindische Compagnie, 1602 - 1795

BESCHRIJVING VAN HET ARCHIEF

Inhoud en structuur van het archief

HOOFDSTUK 3.AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE VOC-ARCHIEVEN

6.DEPARTEMENTSARCHIEVEN

II. Opperboekhouder

Kapitaalinschrijvingen en uitdelingen
Bij de oprichting van de VOC in 1602 werd bepaald dat iedere ingezetene van de Republiek financieel in de onderneming kon deelnemen. Het bedrag werd vrijgelaten en de inschrijvers konden hun kapitaal in meerdere termijnen storten. Men kon inschrijven bij een kamer naar keuze. Het aandeel, dat ook wel actie werd genoemd, had geen uniforme nominale waarde en was steeds verhandelbaar: het kon worden verkocht, geruild of beleend. Transporten van de aandelen moesten geschieden voor de boekhouder ten overstaan van een of twee bewindhebbers die de transportakte medeondertekenden.
Iedere kamer deelde dividend uit op basis van het bij die kamer ingeschreven kapitaal. De uitdelingen geschiedden over het bedrag waarmee een participant deelnam. Het percentage werd door de Heren Zeventien ieder jaar of om de paar jaar vastgesteld. Het uitkeren gebeurde soms in de vorm van specerijen. In 1679 moest de Compagnie voor het eerst noodgedwongen dividend uitkeren in de vorm van obligaties. Deze obligaties waren onopeisbaar en de Compagnie kon ze altijd aflossen.
De oudste inschrijvingsregisters van de kamers Amsterdam en Zeeland zijn bewaard gebleven en gepubliceerd (inv. nrs. 7064 en 13794)[1]. Ook aanwezig zijn de grootboeken met kapitaalrekeningen van de aandeelhouders (inv. nrs. 7067, 13795-13797 en 13799). De grootboeken van de kamer Zeeland lopen door tot 1710. Iedere aandeelhouder heeft hierin een aparte rekening-courant, met vermelding van de schulden en vorderingen, die het gevolg waren van wijzigingen in het aandelenbezit van een participant.
Van alle kamers zijn transporten van de acties, vaak met bijlagen, bewaard gebleven (Amsterdam, inv. nrs. 7083-7118; Zeeland, inv. nrs. 13802-13805 en 13807-13812; Delft,inv. nrs. 14089-14092; Rotterdam, inv. nrs. 14298-14301; Hoorn, inv. nrs. 14549-14551; en Enkhuizen, inv. nrs. 14849-14852). De registers beginnen omstreeks 1750 en lopen meestal door tot de liquidatie van de Compagnie. Alleen in het archief van de kamer Hoorn bevinden zich nog zeventiende-eeuwse transporten. De transporten zijn te vinden op voorgedrukte formulieren. De bijlagen kunnen interessante gegevens bevatten over verkoper en koper zoals functie, beroep en woonplaats. Indien een transport in verband met een erfenis plaatsvond, zijn vaak extracten van testamenten aanwezig.
Aangezien er geen aanwijzingen zijn dat de koper een afschrift van het transport kreeg, kan het bezit van acties door een persoon, en de omvang van dat bezit, alleen worden aangetoond uit de transportregisters en de grootboeken met kapitaalrekeningen.
Het archief van de kamer Amsterdam bezit een serie grootboeken van de uitdelingen (afgiften) op acties over de periode 1628-1796 (inv. nrs. 7068-7081). De kamer Zeeland heeft deze grootboeken over 1710-1747 en 1760-1800 (inv. nrs. 13800 en 13806) en Enkhuizen over de jaren 1720-1802 (inv. nr. 14853). Ook in deze grootboeken is voor iedere participant een aparte post ingericht. Op de linkerbladzijde wordt vermeld hoeveel acties iemand bezit, op de rechter hoeveel ieder jaar of soms iedere twee jaar wordt uitgekeerd. De archieven van de kamers Amsterdam, Zeeland en Hoorn bezitten voorts enkele losse achttiende-eeuwse stukken over uitdelingen (inv. nrs. 7123-7125, 13801 en 14547).
De hierboven vermelde stukken betreffende kapitaalinschrijvingen, transporten en uitdelingen zijn niet alleen nuttig voor bedrijfseconomisch onderzoek. Zij kunnen gegevens verschaffen over zeer uiteenlopende onderwerpen, zoals individuele personen, de spreiding van het aandelenbezit van de Compagnie in de Republiek en de kapitaalkracht van verschillende bevolkingsgroepen. Zo is ook de rol van immigranten in de financiering van de Oostindische activiteiten in deze stukken te traceren.