M.A.P. Roelofsz, Beschrijving van een collectie stukken, in 1862-63 uit Batavia naar Nederland verzonden, voornamelijk het bestuur der Hooge Regeering over de buitenkantoren betreffende, 1602-1827 (typoscript; z.p.['s-Gravenhage] z.d.).
Een beknopte lijst hiervan is Supplementary Catalogue of Dutch Records (Madras 1952). De hierin voor Surat opgenomen bescheiden zijn meer uitvoerig beschreven in Van Kan, Compagniesbescheiden, 78-105. Zie voor de bescheiden betreffende Bengalen: ibidem, 59-74.
M.E. van Opstall ed., Inventory of the Archives of the Dutch Government in the Divisions of Galle (Matara) and Jaffnapatnam 1640-1796 by S.A.W. Mottau. With a List of Reconstructed 17th century Tombos by J.S. Wigboldus and Addenda to the Catalogue of the Archives of the Dutch Central Government of Coastal Ceylon (The Hague 1975).
M.P.H. Roessingh, Het archief van de Nederlandse factorij in Japan/The archive of the Dutch factory in Japan 1609-1860 (typoscript; 's-Gravenhage 1964).
Een overzicht geeft M.P.H. Roessingh ed., Sources of the History of Asia and Oceania in the Netherlands I. Sources up to 1796 (München 1982). Zie ook J.A.M.Y. Bos-Rops e.a. ed., De archieven in het Algemeen Rijksarchief. Overzichten van de archieven en verzamelingen in de openbare archiefbewaarplaatsen in Nederland 9 (Alphen aan den Rijn 1982).
Inventarissen: Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven (hierna: VROA) 23 (1900) 29-57; VROA 19 (1896) 112; J. de Hullu, 'Beschrijving eener verzameling stukken, afkomstig van Nicolaus Engelhard', VROA 39 (1916) I, 482-502.
Inventaris: J. de Hullu, 'Beschrijving eener verzameling stukken, voor het meerendeel afkomstig van mr. Pibo Anthony Brugmans en van diens zoon mr. Anthonius Brugmans', VROA 42 (1919) II, 347-366.
Inventaris: H.A. Trapman, 'Inventaris van het archief van Govert Cnoll (1644-1710)' in: Vijf ambtenaren van de VOC en de regering in Indië. Inventarissen van de archieven Becker, Cnoll, Van Kal, Van Polanen en Valckenier (typoscript; 's-Gravenhage 1985) 27-54. Een eerdere inventaris verscheen in VROA 24 (1901) 38-41.
Inventaris: J. de Hullu, 'Beschrijving eener verzameling stukken, afkomstig van Wollebrand Geleynssen de Jongh', VROA 35 (1912) 94-135; VROA 36 (1913) I, 96-104.
Inventaris: R. de Vries en M.E. van Opstall, Inventaris van het archief S.C. Nederburgh/Inventaris van het familiearchief Nederburgh (typoscript; 's-Gravenhage 1987).
Inventaris: R. Bijlsma, 'Beschrijving eener verzameling stukken van Salomon Sweers, Jeremias van Vliet, Jacques Specx en François Mannis, gemerkt C.S.', Inventarissen van rijks- en andere archieven van rijkswege uitgegeven, voor zoover zij niet afzonderlijk zijn afgedrukt (hierna: IRA) 1 (1928) 3-37.
Inventaris: Beschrijving van een collectie papieren, afkomstig van Mr. Jacob van Ghesel, bewindhebber van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie ter kamer Amsterdam van 1757 tot 1773 (typoscript; z.p. z.j.).
Inventaris: Verzameling Hope (handschrift; z.p. z.j.). Een gedeelte van het archief van Thomas Hope is te vinden in het archief J.C. Baud op de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief; inventaris: J. de Hullu, 'Beschrijving eener verzameling stukken afkomstig van Jean Chretien baron Baud', VROA 40 (1917) I, 497-621.
Een deel van de bescheiden van Adriaan en Gerard van Vredenburch is opgenomen in het VOC-archief van de kamer Delft (inv. nrs. 13868-13875). Andere delen zijn te vinden in de collectie Aanwinsten van de Eerste Afdeling (handgeschreven inventaris) en in het rijksarchief in Zuid-Holland.
M.A.P. Meilink-Roelofsz, 'The Private Papers of Artus Gijsels as a Source for the History of East Asia', Journal of Southeast Asian History 10 (1969) 540-559.
Inventarissen: Y.M. Sitompul, 'Inventaris van het archief van Hendrik Becker (1661-1722)' in: Vijf ambtenaren, 11-24; Albert Vrugt, Inventaris van het archief van Lubbert Jan, baron van Eck (1719-1765) (Den Haag 1991).
Robaert (overleden voor of in 1617) leverde in 1600 paskaarten bij de equipage van de vloot van Van Neck: J.K.J. de Jonge, De opkomst van het Nederlandsch gezag in Oost-Indië I ('s-Gravenhage 1862) 183.
C.A. Davids, Zeewezen en wetenschap. De wetenschap en de ontwikkeling van de navigatietechniek in Nederland tussen 1585 en 1815 (Amsterdam en Dieren 1985) 398.
Voor De Graaff en Van Keulen: M. Kok, Ontwikkelingen in de Nederlandse maritieme kartografie in de achttiende eeuw (1730-1815) (typoscript; Utrecht 1980) 48 en 51. De instructie van De Graaff in 1705 is vrijwel identiek aan die van Willem Jansz. Blaeu in 1633.
Dit is althans in de achttiende eeuw de praktijk. Willem Jansz. Blaeu kreeg bij zijn aanstelling in 1633 een vast jaarsalaris toegezegd van 300 gulden, boven zijn stukloon: Pieter van Dam, Beschryvinge van de Oostindische Compagnie eerste boek, deel I. F.W. Stapel ed. Rijks geschiedkundige publicatiën, grote serie 63 ('s-Gravenhage 1927) 404.
De scheepstimmerman Brouwer werd 1 juli 1723 verzocht zijn scheepswerf te verhuren of te verkopen; VOC, inv. nr. 251, resoluties van de kamer Amsterdam. De examinator van de stuurlieden Mattheus Soetens mocht na zijn aanstelling geen school meer houden in de stuurmanskunst; VOC, inv. nr. 360, instructies van de kamer Amsterdam voor haar ambtenaren. Zie ook K. Zandvliet, 'Joan Blaeu's Boeck vol kaerten en beschrijvingen van de Oostindische Compagnie [...]' in: J.E. Huisken en F. Lammertse ed., Het kunstbedrijf van de familie Vingboons. Schilders, architecten en kaartmakers in de gouden eeuw (Maarssen etc. 1989) 59-95.
J. Publido-Rubio, El piloto mayor de la Casa de Contracion de Sevilla... (z.p. 1950); A. Cortesao en A. Teixeira de Mota, Monumenta Portugaliae Cartographica I (Lisboa 1960) 19-21 en III, 41-49 en 87-89, en IV, 4 en 79; N.J.W. Thrower ed., The compleat Plattmaker. Essays on chart, map and globe making in England in the seventeenth and eighteenth centuries (Berkeley etc. 1978) 45-100.
Zandvliet, 'Joan Blaeu's Boeck', 75. Vergelijk G. Schilder, 'Organization and evolution of the Dutch East India Company's Hydrographic Office in the seventeenth century', Imago Mundi 28 (1976) 61-78, en G. Schilder, 'Het cartografisch bedrijf van de VOC' in: Patrick van Mil en Mieke Scharloo ed., De VOC in de kaart gekeken. Cartografie en navigatie van de Verenigde Oostindische Compagnie 1602-1799 ('s-Gravenhage 1988) 17-45.
Zie onder meer de artikelbrief van 2 maart 1634, 12e titel, art. 110, in: J.A. van der Chijs ed., Nederlandsch-Indisch Plakaatboek I (Batavia en 's-Gravenhage 1885) 339. Het voorschrift werd in de latere artikelbrieven herhaald.
In de achttiende-eeuwse instructies voor de examinators van de stuurlieden is de supervisie vastgelegd; VOC, inv. nr. 255, resolutie van de kamer Amsterdam, 11 december 1731, instructie Cornelis Stuurman. Dit was een vervolg op een verzoek van de Heren Zeventien van 28 maart 1731. Kenmerkend is dat de samenstelling van de zeemansgids voor de Oost, het zesde deel van de Zee-fakkel, verzorgd werd door de examinator Jan de Marre.
Voor de atlassen van Vingboons en Van der Hem, zie F.C. Wieder ed., Monumenta Cartographica. Reproductions of unique and rare maps, plans, and views ... (6 delen; 's-Gravenhage 1925-1933); Schilder, 'Organization and evolution'; J. Th. W. van Bracht ed., Atlas van kaarten en aanzichten van de VOC en WIC, genoemd Vingboonsatlas in het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage (Haarlem 1982) en Zandvliet, 'Joan Blaeu's Boeck'.
Inhoudsopgaven daterend van toen het kaartboek nog niet uiteengenomen was: Archief van de Raad der Aziatische bezittingen en etablissementen (hierna: Archief Aziatische Raad), inv. nr. 21, bijlage 112 bij resolutie 27 juni 1806; Archief van het ministerie van Koloniën supplement 1850-1952, inv. nr. 49.
M. Kok, 'Cartografie van de firma Van Keulen' in: E.O. van Keulen e.a. ed., 'In de Gekroonde Lootsman'. Het kaarten-, boekuitgevers en instrumentmakershuis Van Keulen te Amsterdam 1680-1885 (Utrecht 1989).
Voor de kaartseries van Gerard van Keulen en de zeemansgids van Van Keulen en De Marre: Ibidem, 34 en 36. Facsimile-uitgave: C. Koeman ed., De Nieuwe Groote Ligtende Zee-fakkel (Amsterdam 1969).
Hans H. van Rooij en Jerzy Gawronski, VOC-schip Amsterdam (Haarlem 1989). In 1727 werd bij de admiraliteit expliciet geïnstrueerd tekeningen en modellen te archiveren: ARA, Collectie Fagel, inv. nr. 1099. Met dank aan B. Kist.
Voor de equipage van vijf schepen die in 1616 uitvoeren betaalde de kamer Amsterdam meer dan 1447 pond voor paskaarten aan Robaert. Een deel van de geleverde kaarten werd gezonden aan en in rekening gebracht bij de kamers Middelburg, Delft, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen; VOC, inv. nr. 14338, rekening van de negende uiitrusting van de kamer Amsterdam, 1616, f. 19v.
'Kaarten sullen voor alle de cameren werden gemaakt bij Hessel Gerrits', 11 september 1628: VOC, inv. nr. 13790, grootboek van de equipage; Van Dam, Beschryvinge eerste boek, deel I, 403 (citeert resolutie Heren XVII 11 juli 1628). Een bevestiging van het voorschrift: 6 juni 1669, VOC, inv. nr. 4456, verbaal van het Haags Besogne.
VOC, inv. nrs. 4456, verbaal van het Haags Besogne, en 4601, verbaal van de besognes van de commissie uit de Heren XVII voor de visitatie van de boeken, 4 juni 1669. Aanleiding voor bespreking ervan is de excessieve rekening die door de kaartenmaker Joan Blaeu voor het jaar 1668 is ingediend: 21.135 gulden, 9 gulden per perkamenten kaart.
P.A. Leupe, Inventaris der verzameling kaarten berustende in het Rijks archief. Ie gedeelte ('s-Gravenhage 1867) v-vi, resoluties Heren XVII, 23 oktober 1666 en 19 en 21 oktober 1684.
Misschien betrokken Hoorn en Enkhuizen vanaf 1747, opnieuw, kaarten van lokale leveranciers: Kok, 'Cartografie van de firma Van Keulen', 38. Betreffende de Kamer Zeeland: Schilder, 'Cartografisch bedrijf', 34.
Ibidem VI, 15 januari 1753, aanstelling Pieter Hermannus Ohdem, en 6 maart 1753. Bij het laatste besluit werd ook het salaris van de examinator verhoogd.
Een aantal van deze geschilderde gezichten en kaarten van Compagniesvestigingen is bewaard gebleven in het Rijksmuseum: P.J.J. van Thiel e.a., Alle schilderijen van het Rijksmuseum te Amsterdam (Amsterdam en Haarlem 1976) 105 (A19), 509-510 (A4481 en A4482) en 664 (A4471 t/m 4476).
VOC, inv. nr. 4639, lijsten van kaarten die uit Indië zijn ontvangen. In de inventaris van 1814 van de charters wordt eveneens een register vermeld van kaarten die zijn bijgebonden in boeken of bundels.
Ibidem, 415 (1633) en in de instructie van Van Keulen (1786). Bij Van Keulen worden weliswaar de 'leggers bij de Compagnie berustende' vermeld, maar misschien moeten we hier eerder bovengenoemde modellen onder verstaan. In dat geval zijn bij de Compagnie in de stuurmanskamer geautoriseerde exemplaren van elke kaart en elk zeevaartkundig instrument bewaard.
VOC, inv. nr. 4597, generale staat van 1781. In de staat van koopmanschappen en behoeften, aanwezig in het pakhuis van de kamer Amsterdam, worden 300 zeekaarten en 150 blanco kaarten met gedrukte kompaslijnen vermeld. In de instructie van Van Keulen (1786) staat dat bij dienstverlating of overlijden de kaarten tegen de prijzen in de vastgestelde lijst zullen worden overgenomen. Deze zinsnede wijst op het bestaan van een voorraad zeekaarten in de winkel van Van Keulen.
In de stuurmanskamer van de VOC was een buffervoorraad van stellen zeekaarten beschikbaar. Op een equipagelijst van 1788 staat aangegeven welke personen de leverantie van goederen, voedsel enzovoort moeten verzorgen: 'moet worden ingevuld door den equipagemeester, opzigter van de stuurmanskamer, opzigter van het slagthuis, opzigter van de wapenkamer'; VOC, inv. nr. 4964. Uit de boekhouding van de VOC krijgt men de indruk dat telkens grote partijen kaarten werden geleverd en afgerekend: Isaac de Graaff ontving op 31 oktober 1721 1381 gulden (VOC, inv. nr. 7148, journaal van de opperboekhouder van de kamer Amsterdam, f. 276), de weduwe van Johannes van Keulen ontving 31 oktober 1772 2985 gulden (VOC, inv. nr. 7163, journaal van de opperboekhouder van de kamer Amsterdam, f. 54).
In de bewindhebbersvergaderkamer in Hoorn bevonden zich in 1796 dertien oude kaarten en prenten in lijsten; Archief van het Comité tot de Oost-Indische handel en bezittingen (hierna: Archief Oostindisch Comité), inv. nr. 159.
Bij besluit van 27 juni 1806 no 112 werd Kraijenhoff een kopie van de 'inventaris van kaarten, plannen en memorien betreffende Oost-Indiën en de Kaap de Goede Hoop' gezonden; Archief Aziatische Raad, inv. nr. 37. Het is waarschijnlijk dezelfde inventaris als in augustus 1806 werd gebruikt voor de afgifte van de kaarten aan Ampt.
Zie de inventarissen van geschreven archivalia: VOC, inv. nrs. 13862-13865 en 14924-14926, 'generaal register van alle de Compagnie's boeken welke uit Indien naar Patria werden gezonden', 1612-1794; februari 1807 (kamer Delft), f. 40; Inventaris van marine en koloniën, 1814, f. 91 no. 128, f. 98 no. 191, f. 109 kist 8, f. 118 kist 13 no. 64; 28 augustus 1816; VOC, inv. nr. 14931, inventaris van de Oostindische archieven berustende in het Westindisch Magazijn in Amsterdam opgemaakt door De Munnick, 1828.
Archief van het ministerie van Koophandel en Koloniën (hierna: Archief min. K. & K.), inv. nr. 2, bijlagen verbaal alg. dir., juli-december 1806 no. 27, art. 7 van het Koninklijk Besluit.
Zie de instructie voor de directeur (art. 3 en 4), Archief depot-generaal van Oorlog 1806-1811 (hierna: Archief dep.-gen. Oorlog), inv. nr. 21. Het is de vraag of van de geschiedschrijving in die jaren veel terecht kwam. In Parijs deed men dit wel. Archief min. K. & K., inv. nr. 79 (index Oost), 31 wijnmaand 1810 (oktober) no. 21.
M.D. Lammerts, 'Het depot-generaal van Oorlog', Ons Leger 26 (1940) 321-325. Zie ook H.A.J. van Schie, Inventaris van de archieven van het Comité tot de algemene zaken van het bondgenootschap te Lande ... ('s-Gravenhage 1979) inleiding.
De 'staat en inventaris van Koophandel en Koloniën' van 1814, f. 6, noemt de inventaris van de boeken en papieren van de charterkamer van de voormalige VOC 'waarbij de lijst der kaarten en plans', afgifte op 15 augustus 1806. De lijst die bewaard is gebleven is gedateerd op 27 juni 1806: Archief Aziatische Raad, inv. nr. 21, bijlage 112 bij resolutie van 27 juni 1806.
Archief dep.-gen. Oorlog, inv. nr. 9, missiven van Ampt, 26 maart 1808 en 5 april 1808: 'uit welke splitsing ik eene zeer schoone aquisitie voor het vak der colonien tegemoet zie ...'.
Instructie is opgesteld volgens het Koninklijk Besluit van 1 maart 1807, art. 8253. De tekst van de instructie is te vinden in: Archief dep.-gen. Oorlog, inv. nr. 21.
Zie: J.A.M.Y Bos-Rops e.a. ed., De archieven in het Algemeen Rijksarchief. Overzichten van de archieven en verzamelingen in de openbare archiefbewaarplaatsen in Nederland IX (Alphen aan den Rijn 1982) 471-473. Ampt heeft in een memorandum van 31 december 1807 de wijze van inventariseren toegelicht; Archief dep.-gen., inv. nr. 29. Ampts memo is een nadere uitwerking van de vastgestelde wijze van ordening in de instructie (zie noot 53). De werkwijze van het depot-generaal van Oorlog werd nog in het midden van de negentiende eeuw zeer geroemd en zal misschien mede van invloed zijn geweest op Leupe: J.J.F. Noordziek, Archiefwezen 1826-1852. Met eene korte opgave van den inhoud van eenige boekerijen ('s-Gravenhage 1853) 62-64.
In een bijlage van De Mans missive van 15 november 1815 aan de minister van Marine waarin hij de overzending van kaarten enzovoort aan diens departement specificeert, worden VOC-zeekaarten genoemd: o.a. 4 kaarten van de kust van Coromandel, 6 kaarten van het eiland Ceylon, 4 kaarten van Ceylon en de Maldiven, 4 kaarten van de kust van Malabar.
Betrekking tot de VOC hebben de volgende registers: nr. 1 Azië, nrs. 2 en 3 Java, nrs. 4 en 5 Ceylon, nr. 6 Oost-Indië, nr. 7 Afrika, nr. 8 Kust van Guinee, nrs. 9 tot en met 11 Kaap de Goede Hoop en nr. 27 ingelijste kaarten (waarschijnlijk afkomstig uit een vergaderruimte). 'Extraits des catalogues des cartes, plans ...', 16 augustus 1810, en paklijst van 1815; Archief min. BZ, Legatie Frankrijk, inv. nr. 80. Ook in het Archief van oorlog en Topografisch bureau, inv. nr. 15.
Van het register nr. 12 Amerika werd in 1810 als hoogste nummer van overgave uitgezonderd nr. 85. De tekening van de kruidmolen in Colombo (VEL 982) stond blijkens het opschrift beschreven in het 5e register, dl. 1, folio 25. Het register bestond dus misschien uit twee delen met elk tenminste 25 bladzijden. Elk register kon naar ik aanneem (register 12, Amerika telde minstens 85 nrs.) ca. 100 beschrijvingen bevatten. Aangezien de verdeling in aantallen registers mede gebaseerd zal zijn geweest op het beschikbare kaart- en tekeningenmateriaal, lijkt mij de schatting van 400 bladen VOC eerder te laag dan te hoog.
Parijs, Archives Nationales, Marine (hierna: Arch. Nat. Marine), BB2, inv. nr. 122, brief van de minister van marine en koloniën aan het Franse Dépôt-General/Imperial, 12 juli 1810.
Dit wordt gespecificeerd in de extract-catalogus van 17 augustus 1810. Zowel de extract-catalogus als de integrale catalogi van de bestanden van marine en koloniën werden op 21 augustus 1810 door de Franse minister van marine en koloniën Decrès gezonden aan de prins stedehouder in Amsterdam: Archief Prins Stedehouder, inv. nr. 10. De leiding van de operatie in Amsterdam bleef in handen van de Las Cases. Zie ook: Archief dep.-gen. Oorlog, inv. nr. 9, 16 juli 1810.
Afschrift Keizerlijk Besluit van 18 augustus 1810, met opgave van de uitgezonderde nummers, beschreven in de extract-catalogus van 16 augustus 1810: Archief min. BZ, Legatie Frankrijk, inv. nr. 80. Ook in: Archief Prins Stedehouder, inv. nr. 8.
Archief van de Hollandse divisie bij het ministerie van Marine en Koloniën te Parijs, 1810-1814, inv. nr. 6, brief van de maritieme prefect aan minister van marine en koloniën Decrès in Parijs, 22 mei 1811.
Koninklijk Besluit 13 juli 1815 no. 21, op voordracht van Goldberg, staatsraad Koophandel en Koloniën exh. 10 juli 1815 no. 644. Vervolg op Koophandel en Koloniën, 16 november 1814 no. 419 en 17 december 1814 no. 26. Expliciet werd in het betreffende Koninklijk Besluit gewag gemaakt van het kaartboek van Isaac de Graaff.
Archief min. BZ, Legatie Frankrijk, brief van De Man aan Fagel, 24 oktober 1815 en van De Man aan de minster van oorlog, 15 november 1815 no. 59 (citaat).
Kaart van Batavia: Parijs, Bibliothèque Nationale, Collection Service Hydrographique 193/5/6; ARA, VEL 1192 (met de kenmerken van Ampts inventarisatie: Reg. 2, dl. 1 f. 5). Kaart van Malabar: Parijs, Bibl. Nat., Coll. Serv. Hydr. 206/2/23; ARA, MCAL nr. 4198.
Lijsten van 22 november 1815 in: Arch. Nat. Marine, 1JJ, inv. nr. 52. Hierin zit ook een opgave van De Man waarin hij verklaart welke kaarten, tekeningen en modellen die in 1810 op catalogus waren afgegeven niet meer te vinden waren.
De 1e commies Zimmerman werd op 16 februari 1816 (exh. minister van koloniën no. 966) gemachtigd de stukken over te nemen en onder te brengen bij de charterkamer van het ministerie; Archief van het ministerie van Koloniën, 1814-1848 (hierna: Archief min. Kol.), inv. nr. 117, bijlage bij verbaal 8 december 1815 no. 3767 en Archief van oorlog en Topografisch bureau, inv. nr. 15. Ondertekend ontvangstbewijs: Idem, inv. nr. 15.
Archief min. BZ, Legatie Frankrijk, inv. nr. 80. De staatsraad van Koophandel en Koloniën Goldberg bevestigde 21 november 1815 no. 3324 de ontvangst van de originele catalogus, ARA, particulier archief De Man.
Aldus de klerk C. Bras op een briefje van 2 oktober 1821 over spullen door hem aangetroffen op de 'oude werf'. Dit briefje zal samenhangen met de besluiten van het ministerie van koloniën van 26 januari 1821 en 27 november 1821 no. 26/1.
Zie voor kaarten en tekeningen die elders berusten: M.P.H. Roessingh, Sources to the history of Asia and Oceania in the Netherlands I. Sources up to 1796 (München 1982) en Wieder, Monumenta Cartographica.
Zie voor een overzicht: Sources de l'Histoire de l'Asie et de l'Océanie dans les Archives et Bibliothèques françaises II. Bibliothèque Nationale (München etc. 1981) 249-261. Een deel van de VOC-kaarten in de Bibliothèque Nationale, de getekende zeekaarten op perkament van voor 1700, is in een bibliografie behandeld: M. Dèstombes, Catalogue des cartes nautiques manuscrites sur parchemin 1300-1700. Cartes hollandaises. La cartographie de la Compagnie des Indes Orientales 1593-1743 (Saigon 1941). Recenter, maar met dezelfde beperkte opzet, is: M. Foncin, M. Dèstombes en M. de la Roncière, Catalogue des cartes nautiques sur vélin conservées au Département des Cartes et Plans (Paris 1963).
M. Pastoureau, 'Histoire de la Bibliothèque Nationale. Géographie et cartographie à la BN pendant la Révolution: un rendez-vous manqué', Revue de la Bibliothèque Nationale 32 (1989) 65 en 67.
Verhandelingen en Berigten betrekkelijk het Zeewezen 5 (Amsterdam 1845). Zie ook: W.C. Crama en A.C.J. Vermeulen, 'Van zeevaartkundig etablissement tot koffiehuis' in: Van Keulen e.a. ed., 'In de Gekroonde Lootsman', 72-83. Zij schrijven dat met de opheffing van de zaak in 1885 de zeekaarten en masse werden verkocht aan Seijffardts boekhandel. Het lijkt me dat het hier de stock betrof.
J. van Kan, Compagniesbescheiden en aanverwante archivalia in Britsch-Indië en op Ceylon (Batavia 1931) 211 en 214; J.L. Brohier en J.H.O. Paulusz, Land, maps and surveys: descriptive catalogue of historical maps in the Surveyor General's Office II (Colombo 1951); S.A.W. Mottau, 'Archival collections for studies of the Dutch in Ceylon', Journal of the Dutch Burgher Union of Ceylon 60 (1982) 67-80.
De catalogus is gepubliceerd: Inventory of Cartographic manuscripts of the Seventeenth to the Nineteenth Century (Jakarta 1986). Zie ook: Guides to the sources of Asian History IV. Indonesia (Jakarta 1989) 49.