De archieven van de Verenigde Oostindische Compagnie, 1602 - 1795

BESCHRIJVING VAN HET ARCHIEF

Verwant archiefmateriaal

HOOFDSTUK 4 ANDERE ARCHIEVEN VAN VOC-INSTELLINGEN EN -DIENAREN

1. HET ARCHIEF IN JAKARTA
Verreweg het grootste archief uit het octrooigebied van de VOC is dat van de centrale bestuursinstellingen in Batavia. Ten tijde van het Nederlandse bestuur berustte dit in het zogenoemde Landsarchief, tegenwoordig in het Arsip Nasional in Jakarta. Reeds in 1882 verscheen hiervan een inventaris in druk[1]. Deze inventaris is tamelijk primitief en het is moeilijk te achterhalen van welke archiefvormers in Batavia de verschillende bescheiden afkomstig zijn. De eerste 99 bladzijden van deze inventaris betreffen stukken van de Hoge Regering en commissarissen-generaal. Op pagina 100-112 zijn de stukken vermeld van diverse andere bestuursinstellingen in Batavia. Tenslotte zijn op pagina 113-354 zogenoemde 'gewestelijke stukken' opgenomen. Het is allerminst duidelijk of hier brokstukken bij zijn van archieven van vestigingen in het octrooigebied. Het lijkt dat deze een mengsel bevat van voornamelijk bij de Hoge Regering ingekomen stukken uit de buitenkantoren en enkele losse restanten van archieven van deze buitenkantoren. Voorts moet worden opgemerkt dat in tegenstelling tot de VOC-archieven in het Algemeen Rijksarchief, de archieven in Jakarta geen cesuur kennen in 1795. De inventaris van Van der Chijs neemt stukken op tot en met het Engelse bewind (tot 1816), in een enkel geval zelfs later.Het archief in Jakarta is naar vorm grotendeels een typisch bestuursarchief, bestaande uit series resoluties en bijlagen. De indeling in de inventaris is echter enigszins merkwaardig. De eerste rubriek van de inventaris bevat de 'stukken uit patria'. Dit zijn behalve de brieven van de Heren Zeventien ook die van de afzonderlijke kamers. Van bijzonder belang zijn hier de brieven van de kamers waarvan weinig bescheiden in Nederland bewaard zijn gebleven: Delft, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen, alsmede de brieven van de kamer Zeeland uit de zeventiende eeuw.
Een tweede rubriek wordt gevormd door de 'Indische stukken'. Hierin bevinden zich de resoluties van de gouverneur-generaal en raden in Batavia, en de bijlagen. De resoluties vormen een minder volledige serie van dezelfde inhoud dan die in de VOC-archieven in Nederland. De series 'korte notulen' zijn niets anders dan de chronologische inhoudsopgaven die bij de resoluties in de VOC-archieven ingebonden zijn. Er is een serie 'bijlagen', die voornamelijk het bestuur van Batavia en ressort betreffen. Deze bijlagen zijn niet in de Nederlandse VOC-archieven aanwezig. Zij zijn van groot belang voor de achtergronden van de besluitvorming van de Hoge Regering. Voorts bevat de rubriek 'Indische stukken' de dagregisters gehouden in het Kasteel Batavia, die in de VOC-archieven in Nederland grotendeels ontbreken, en brieven naar de onderhori-ge vestigingen (een veel minder volledige reeks dan het 'Bata-via's uitgaande brievenboek' in het Algemeen Rijksarchief). Ook bevindt zich hier een kleine verzameling van originele tractaten en contracten met inheemse vorsten in Azië.
In dezelfde rubriek 'Indische stukken' zijn de archieven van diverse diensten en kantoren van het centraal bestuur in Batavia en het archief van de Hoge Raad van Justitie ondergebracht. Deze archieven blijken maar zeer gedeeltelijk bewaard te zijn: van enkele instellingen, onder meer van de Raad van Justitie, is veel meer te vinden in de jaarlijks naar Neder-land gestuurde afschriften in de VOC-archieven. De boekhoudre-gisters van de boekhouder-generaal van Batavia zijn in de vorige eeuw naar Nederland overgebracht om de daar inmiddels vernietigde duplicaten te vervangen (het archief van de boek-houder-generaal in Batavia in het Algemeen Rijksarchief).
Het onderdeel 'gewestelijke stukken' in de oude inventaris van het Landsarchief is een samenvoeging van sterk ver-schillende bescheiden, zonder enige toepassing van het herkomstbeginsel. Het gedeelte betreffende Batavia bevat de archieven van allerlei lokale bestuursinstellingen en ambtenaren als stadsbestuur, schepenbank en notariële archieven. Voor een deel zijn dit eigenlijk geen instellingen van de VOC. De series betreffende vestigingen buiten Batavia zijn echter juist wel voornamelijk VOC-archieven. Dit zijn veelal de originelen van de ingekomen stukken waarvan een bloemlezing van afschriften zich als 'Batavia's ingekomen brievenboek' in de overgekomen brieven en papieren in de VOC-archieven be-vindt. Men zou dan verwachten dat zich in deze serie de grote hoeveelheden stukken bevinden die vanuit de buitenkantoren naar Batavia waren gezonden. Dit kan worden geverifieerd aan de hand van de lijsten van elke zending van deze stukken, die zich voor iedere vestiging in het 'Batavia's ingekomen brieven-boek' bevinden. Het blijkt dan dat hier de grootste lacune van het archief van Jakarta zit. Alleen van de vestigingen op het grondgebied van Indonesië, en daarvan alleen uit de late VOC-periode, zijn er behoorlijke hoeveelheden ingekomen stukken bewaard gebleven. Dit maakt dat het 'Batavia's ingekomen brieven-boek' in de VOC-archieven verreweg de meest volledige series van ingekomen brieven uit de onderhorige vestigingen in Azië bevat.