De archieven van de Verenigde Oostindische Compagnie, 1602 - 1795

BESCHRIJVING VAN HET ARCHIEF

Verwant archiefmateriaal

HOOFDSTUK 5. KAARTEN EN TEKENINGEN VAN DE VOC

1. Vervaardiging van kaarten en tekeningen

Kleinere kamers
Bij de kamers van de VOC buiten Amsterdam werden in het begin van de zeventiende eeuw zeekaarten gekocht van diverse leveranciers[1]. De in Amsterdam gevestigde Augustijn Robaert slaagde erin een belangrijk aandeel te verwerven in de leverantie van zeekaarten zowel aan de kamer Amsterdam als aan de andere kamers[2]. De aanstelling van Hessel Gerritsz. bracht een structurele verandering. In principe dienden op alle schepen slechts zeekaarten gebruikt te worden die geleverd waren door de kaartenmaker van de kamer Amsterdam. Deze bepaling werd in de loop der jaren herhaald[3].
Desondanks bleven enkele kamers soms zeekaarten kopen van lokale leveranciers. In 1669 werd in het Haags Besogne gemeld dat de kamer Hoorn en de kamer Zeeland hun zeekaarten ter plaatse lieten maken[4]. Ofschoon er in 1669 op gewezen werd dat het maken van zeekaarten voorbehouden was aan de kaartenmaker in Amsterdam, bleef de kamer Zeeland gebruik maken van de lokale kaartenmakers Joost van Breen en Arent Roggeveen. Men berustte tenslotte in die situatie. Toen in 1684 een discussie ontstond over de kwaliteit van de zeekaarten, werd de kamer Zeeland er niet eens op gewezen dat zij gebruik diende te maken van de Amsterdamse kaartenmaker[5]. Ook in de achttiende eeuw bleef het de praktijk dat lokale kaartenmakers werden ingeschakeld[6].