Inventaris van het archief van Govert Cnoll 1644 - 1710

Beschrijving van het archief

Inhoud en structuur van het archief
De collectie was overgebracht werd zij voor het eerst geïnventariseerd door dr. H.T. Colenbrander, adjunct-archivaris van het Algemeen Rijksarchief. [2]Hij heeft alleen de banden en enige katernen, in totaal 24 nummers, ieder afzonderlijk beschreven. De losse stukken heeft hij enkel chronologisch gerangschikt waarbij hij verder niet op de onderwerpen heeft gelet en er vijf pakken van maakte, die hij ieder een nummer gaf en in zijn inventaris achter de banden plaatste.
Bij de herinventarisatie is als volgt te werk gegaan: allereerst is een onderscheid gemaakt tussen de stukken van persoonlijke en stukken van ambtelijke aard. De stukken van persoonlijke aard bestaan uit brieven, ingekomen bij of uitgaande van Govert Cnoll. De losse stukken hebben samen één nummer gekregen, zowel bij de ingekomen en als bij de uitgaande brieven. Bij de beschrijving kon worden volstaan met het vermelden van de namen van de correspondenten in alfabetische volgorde met daarachter telkens de datum, daar de brieven onderwerpen bevatten die naar de mening van de inventarisator niet relevant genoeg zijn om ze apart te beschrijven.
Wat betreft de stukken van ambtelijke aard is er een indeling gemaakt naar de functies die Govert Cnoll op Java's Noord-Oostkust bekleed heeft. Er is begonnen met de stukken die ook betrekking op dat gebied hebben, maar nog dateren van voor Cnolls aanwezigheid daar, dus van voor november 1701 (zie eerste paragraaf). De stukken binnen deze afdeling zijn chronologisch gerangschikt. Dan volgen de stukken uit de jaren waarin Cnoll op Java's Noord-Oostkust achtereenvolgens kapitein-luitenant te Semarang, commandeur en commissaris is geweest. Elke functie vormt een afdeling en binnen ieder van deze drie afdelingen zijn de stukken op gelijke wijze gerangschikt: eerst brieven, ingekomen bij en uitgaande van Cnoll die op dezelfde wijze zijn beschreven als de stukken van persoonlijke aard. Zijn er brieven bij van diverse correspondenten in een band verzameld, dan is daarbij een correspondentielijst gevoegd, waarin opgenomen naam, datum en folionummer. Vervolgens zijn er de brieven die Cnoll noch geschreven noch ontvangen heeft. Deze zijn alfabetisch gerangschikt op naam van de afzender. Als laatste zijn er dan de stukken betreffende bijzondere onderwerpen, welke weer chronologische gerangschikt zijn. Achteraan staan telkens bij elkaar de lijsten van personeel en legerbehoeften, alfabetisch gerangschikt op plaatsnaam. Ongedateerde stukken heb ik op grond van hun inhoud toch binnen een bepaalde afdeling kunnen plaatsen.
Den Haag 1982
H.A. Trapman