Inventaris van het archief van Lubbert Jan, Baron van Eck, 1719-1765
Lubbert Jan, Baron van Eck

Beschrijving van het archief

Archiefvorming

Historische inleiding

De VOC in de Republiek
In het octrooi van 1602 voor de Verenigde Oostindische Compagnie werden aktiviteiten als bouw en uitrusting van schepen en verkoop van goederen als volgt verdeeld: de kamer Amsterdam nam de helft voor haar rekening, Zeeland een kwart en de kamers Rotterdam, Delft, Hoorn en Enkhuizen ieder een zestiende.
Er waren in totaal 60 bewindhebbers, van wie uit iedere kamer afgevaardigden zaten in de Vergadering der Heren XVII, die het centrale beleid bepaalde. In deze Vergadering had Amsterdam 8 afgevaardigden, Zeeland 4, Rotterdam 1, Delft 1, Hoorn 1 en Enkhuizen 1. De 17e afgevaardigde kwam bij toerbeurt uit Zeeland, Rotterdam, Delft, Hoorn of Enkhuizen, zodat de kamer Amsterdam in theorie kon worden overstemd. In de praktijk had deze kamer echter een zodanig overwicht dat zij haar zin meestal kon doorzetten.
Een kenmerk van de VOC was de overdracht van soevereine rechten: de Staten-Generaal stond de VOC toe uit haar naam forten te bouwen, gouverneurs aan te stellen, soldaten te legeren en verdragen te sluiten. Volgens de regels moest de Staten-Generaal de VOC controleren, maar in de praktijk gebeurde dit nauwelijks.