Inventaris van het archief van Lubbert Jan, Baron van Eck, 1719-1765
Lubbert Jan, Baron van Eck

Beschrijving van het archief

Archiefvorming

Historische inleiding

Handel
Het voornaamste produkt van Ceylon was kaneel, waarvan de beste en meest gewilde soorten alleen daar voorkwamen. De Nederlanders hadden het handelsmonopolie in kaneel overgenomen van de Singalese koningen en hadden zo het kaneelmonolpolie voor de Europese en Aziatische markten. Door de steeds toenemende vraag in Europa, werd de kaneelhandel in de 17e en 18e eeuw steeds winstgevender. De Nederlanders hadden ook het exportmonopolie in olifanten in handen gekregen. Deze werden, nadat ze waren gevangen en getemd, tegen hoge prijzen verkocht aan Indiase kooplieden uit Bengalen en Coromandel. Naast de kaneel waren de olifanten het meest winstgevende handelsobject. In het midden van de 18e eeuw ging de handel in olifanten echter achteruit.
Ondanks het feit dat de VOC de hele kust van Ceylon bezat, was het onmogelijk de zeehandel volledig te monopoliseren. De VOC oefende controle uit op het parelduiken, maar bij de export van betelnoten, palmnoten, houtwerk en tabak naar India en de import van textiel, rijst, zout en gedroogde vis uit India moest de VOC concurreren met Aziaten. Exportprodukten van Ceylon waren verder kardamon, sappanhout, mirre en caatchou. [1]
In de 18e eeuw werden nieuwe handelsgewassen, zoals koffie en peper, ingevoerd, maar bewindhebbers en dienaren ter plaatse werkten elkaar tegen. Het resultaat hiervan was een stroom van besluiten, die afwisselend de koffieaanplant moesten uitbreiden en beperken, waardoor de boeren nauwelijks meer bereid waren koffie te gaan verbouwen.
De Nederlanders waren na de verovering in 1658 van Tuticorin, in staat om als enigen de textiel te kopen die in de dorpen van Madura werd geproduceerd; hier lagen de prijzen lager dan in Coromandel. Omdat ze de baai van Madura beheersten, hadden ze bovendien nog rechten op de parel- en schelpenvisserij. Dit vormde een belangrijke bron van inkomsten. Schelpen vonden in Bengalen aftrek. De Nederlandse nederzettingen aan de kust van Madura konden altijd winst maken en de vestigingskosten waren nooit hoog.