Inventaris van het archief van Lubbert Jan, Baron van Eck, 1719-1765
Lubbert Jan, Baron van Eck

Beschrijving van het archief

Archiefvorming

Historische inleiding

Handel en investeringen
De factorijen in Coromandel waren allemaal uitsluitend voor de handel bestemd en de Nederlanders hoefden zich er niet in binnenlandse en plaatselijke bestuursvraagstukken te mengen. Deze factorijen konden tevens dienen als bevoorradingscentra voor schepen.
Het stapelprodukt van de handel in Coromandel was textiel, het voornaamste handelsprodukt van de Nederlanders in Azië. De textielexport van de Nederlanders naar hun handelscentra in Zuidoost-Azië, het Verre Oosten en West-Azië, waar de textiel diende als ruilmiddel voor de goederen die ter plaatste werden aangekocht, was veel groter dan hun textielexport naar Europa.
Voor het op een georganiseerde manier ophalen van stoffen, ontstond er een doeltreffende samenwerking tussen de Nederlanders en een aantal Indiase tussenhandelaren.
Andere exportgoederen in Coromandel waren rijst en andere graangewassen, katoen en indigo.
In Coromandel was de export belangrijker dan de import. Ingevoerd werden metalen, zoals ijzer, lood, koper, zink en peauter, [1]en specerijen, zoals peper, kruidnagelen, noten, foelie en kaneel. De verkoop van deze goederen leverde maar ongeveer de helft op van de kosten van de textiel. De overige betalingen voor de textiel moesten worden gedaan door de import van edelmetaal en contanten.
Vanaf de tweede helft van de 17e eeuw stegen de aankoopprijzen van textiel scherp, waardoor de textielhandel uiteindelijk, in de tweede helft van de 18e eeuw, niet langer winstgevend was. De prijsstijgingen werden veroorzaakt door: de heftige concurrentie onder de Europese kooplieden, het feit dat er zoveel goud in de economie werd gebracht, omdat alle Europese compagnieën goud en zilver invoerden voor het financieren van hun aankopen, en de vermindering van de produktie, als gevolg van oorlogen. De grote vraag naar exportgoederen uit Coromandel deed de prijzen van deze goederen op de binnenlandse markt stijgen, waardoor de kosten van het levensonderhoud stegen, wat in het arbeidsloon tot uitdrukking kwam.
In de loop van de 18e eeuw verschoof het zwaartepunt van de Nderlandse handel zich in haar geheel van de gebieden rond Paliacatta en Masulipatnam naar Negapatnam, Sadraspatnam en Porto Nova, die in de eerste helft van de 18e eeuw een bloeiende centra waren.
In de tijd dat de politieke en militaire macht van de Nederlanders aan de kust van Coromandel aan het vervallen was, stierf hun handel óók een langzame dood.