Inventaris van het archief van mr. Jacob van Ghesel
1757-1773
Geschiedenis van het archiefbeheer
In de jaren 1877 en 1886 schonk Mr.
J.A. Grothe te Utrecht
aan het Rijksarchief te 's Gravenhage een collectie papieren, afkomstig van den
Bewindhebber der O.I.C., Mr.
Jacob van Ghesel.
Deze papieren waren vermoedelijk door erfenis in het bezit van Mr.
Grothe gekomen, immers
zijn moeder,
Sophia van Ghesel,
was een achterkleindochter van genoemden Bewindhebber.
Mr.
Jacob van Ghesel
(1707-1773), zoon van
Jan van Ghesel en
Hermina van de
Poll, stamde uit een Amsterdamsche koopmansfamilie. Van 1728 tot
1757 bekleedde hij de functie van secretaris van den Levantschen handel,
waarvoor hij bedankte, toen hem in 1757 het Bewindhebberschap der O.I.C. werd
aangeboden.
Hij huwde in 1730
Clara de Witt,
kleindochter van den Bewindhebber
Pieter de Witt. Deze
stukken zijn in den inventaris afzonderlijk beschreven.
Een gedeelte van de stukken is gepubliceerd in de Kroniek van het
Historisch Genootschap te Utrecht van de jaren 1872 tot 1875. Dit geschiedde
door de heer
P.A. Leupe, ambtenaar bij
het Rijksarchief te 's Gravenhage en lid van het Historisch Genootschap, in
opdracht van Mr.
J.A. Grothe. Hierbij
werden nóch de naam van
Van Ghesel, nóch de
herkomst der papieren genoemd; ze worden eenvoudig aangeduid als "Papieren van
eenen Bewindhebber der O.I.C. in de 18e eeuw." Twee van de daar gepubliceerde
stukken (Kroniek 1872, blz. 27-31) zijn uit de collectie verdwenen.
Uit den bundel papieren van
Pieter de Witt
publiceerde Jhr.
C.A. Rethaan
Macaré in de Kroniek van 1859 het "Daghregister van de Factorij
Taboekan, 1711." Ook hij vermeldde de herkomst
der papieren niet.