Plaatsingslijst van de collectie Hope 1602 - 1784
collectie Hope

Beschrijving van het archief

Archiefvorming

De collectie
De collectie is zeker geen familiearchief! In hun functie van bewindhebber en representant deden Thomas Hope en zijn zoon Jan, stukken uitgaan, ontvingen zij stukken en verzamelden zij informatie over de VOC. Als representant bracht Thomas Hope samen met zijn secretaris mr. Willem Royen gegevens samen in statistieken. Ook stukken die -volgens de (huidige) archivistische regels- zouden moeten berusten in de archieven van de diverse commissies waarin de Hopes zitting hadden, treft men in deze verzameling aan. Aangenomen mag worden dat de collectie niet alleen gevormd werd op het Oostindisch huis, maar ook samen met de VOC-archieven bewaard werd. waarschijnlijk heeft niemand van de erfgenamen de stukken na de dood van Jan Hope opgeëist.
In 1856, tegelijk met de archieven van de Verenigde Oostindische Compagnie, werd de collectie Hope op het Rijksarchief ontvangen (thans Nationaal Archief)
Colenbrander beschreef de collectie in 1899. Hij maakte onderscheid tussen de stukken die voor of door Hope werden "te zamen gesteld of opgemaakt", de bij Hope ingekomen brieven en "de eigenlijke verzameling Varia over O.I. onderwerpen". [1]Tot de eerst genoemde stukken moeten we met name de verschilende "tabellarische overzichten" en alfabetische overzichten rekenen, die Hope of zijn secretaris samenstelde. De verzameling Varia is tot op de dag van vandaag herkenbaar gebleven.