Verzameling stukken, afkomstig van Salomon Sweers (levensjaren 1611-1674), Jeremias van Vliet (levensjaren ca. 1602-1663), Jacques Specx en François Mannis

Beschrijving van het Archief

Inhoud en structuur van het archief

Inleiding.
Onder de bescheiden, behoord hebbend aan jhr. mr. J.C. de Jonge, die voor het Rijksarchief te 's-Gravenhage in 1858 werden verworven, bevond zich eene verzameling stukken in acht banden, welke blijkens het op alle voorkomende merk C.S. gezamenlijk deel hadden uitgemaakt van ééne collectie. De acht banden waren door De Jonge, naar uitwijzen van een door hem ingeschreven aanteekening, in 1843 aangekocht op eene verkooping van den boekhandelaar Führi te 's-Gravenhage. Toen de acht banden waren voor het Rijksarchief werden verworven, bezat deze instelling reeds een dergelijken met C.S. gemerkte band, waarvan het, ook door den inhoud, duidelijk was, dat hij deel had uitgemaakt van dezelfde collectie. Deze negende band was aan het Rijsarchief gekomen met de overbrening van het Koloniaal Archief uit Amsterdam naar 's-Gravenhage; het deel was, gelijk blijkt uit eene aanteekening in den inventaris De Munnick van dit archief, in 1853 daarvoor verworven op de verkooping der verzameling De Petit. De banden bevatten stukken betreffende Oostindische zaken tot 1674, terwijl in één deel nog stukken aangaande de W.-I Compagnie zijn opgenomen. Op het Algemeen Rijksarchief zijn de negen banden ingevoegd in de verzameling Koloniale aanwisten Oost-Indië; zij kwamen bekend te staan als de collectie Sweers. Voor deze naamgeving bestond goede reden. Een groot gedeelte toch der bescheiden (en daardoor alle stukken uit het derde kwartaal der 17de eeuw) was afkomstig van den extra-ordinaris Raad van Indië Salomon Sweers, als koopman te Amsterdam overleden in 1674. Verder bleek in de verzameling C.S. opgenomen eene collectie papieren, afkomstig van Jeremias van Vliet, gehuwd met Salomon's zuster Catharina Sweers. Met de namen Salomon Sweers en Jeremias van Vliet was het mogelijk de aanwezigheid van een gedeelte der bescheiden te verklaren. De determineering van de herkomst der stukken wordt bemoeilijkt door de wijze, waarop deze in banden zijn ondergebracht. Van de negen banden zijn er acht (namelijk zeven uit de aanwist De Jonge, benevens het deel uit de verzameling De Petit) gelijkvormig; in elk dezer banden zijn de stukken naar tijdsorde gerangschikt, zonder dat gelet is op de collectie, hetzij Sweers of Van Vliet, waartoe de bescheiden behoord hebben. Het onderzoek van alle stukken in deze, één groep vormende acht banden, wees nu uit, dat bij de papieren Sweers-Van Vliet als derde collectie was gevoegd eene verzameling stukken, afkomstig van den Gouverneur-Generaal van Indië, Jacques Specx, bewindhebber der Westindische Compagnie ter kamer Amsterdam. [1]
Aan de papieren in den op zich zelf staande negenden band is toegevoegd eene losse tafel, blijkens het handschrift dateerend uit het midden der 17e eeuw. Eene aanwijzing over de herkomst der stukken was aan de papieren zelf niet te ontleenen; kenmerkend was slechts de aanwezigheid van diverse stukken betreffende Formosa (Tayouan)
Het handschrift van de tafel der stukken leverde evenwel eene bruikbare aanwijzing: ik vond dit handschrift terug in de brieven, aan Salomon Sweers geschreven door François Mannis. Toen nu het verder onderzoek uitwees, dat deze compagnie's ambtenaar den langsten tijd op Formosa gediend had, juist in de jaren, waarop de stukken betrekking hebben, achtte ik het geoorloofd als eigenaar, aan wien de bescheiden in den negenden band behoord hadden, François Mannis aan te wijzen
Betreffende Salomon Sweers en Jeremias van Vliet geven wij thans een overzicht van hun dienst bij de V.O.I.-Compagnie, waarop wij enkele aanteekeningen over Specx en Mannis laten volgen.