Beschrijving eener verzameling papieren, afkomstig van den vice-admiraal Carel Hendrik Ver Huell en van zijn broeder Christiaan Anthonie Ver Huell 1931

Beschrijving van het archief

Archiefvorming

Geschiedenis van het archiefbeheer
Aan de hand van deze "verdeeling" werd een gedeelte der papieren bestemd om de lacunes in het tengevolge van de brand in 1844 deerlijk gehavende Marine-archief aan te vullen en vonden voorts enige stukken, waarvan Bakhuizen van den Brink meende dat zij ten onrechte in het bezit van de admiraal waren gebleven, hun weg naar de archieven van Buitenlandse Zaken. Daarentegen werden de stukken met betrekking tot Ver Huell's werkzaamheid in de "Conseil pour les affaires de Hollande" uitsluitend vanwege hun historich belang voor het Algemeen Rijksarchief behouden " waar uit den aard der zaak geen bescheiden van dien steeds te Parijs gevestigden Raad konden aanwezig zijn" [2], terwijl de stukken van particuliere aard, zo mede die, behorende tot Ver Huell's ambtelijke betrekkingen in Frankrijk, nadat tussen hem en zijn vaderland alle banden waren verbroken, als zijnde van geen belang voor de vaderlandse geschiedenis, overeenkomstig het voorstel van de archivaris des Rijks aan de schout-bij-nacht Q.M.R. Ver Huell, neef en biograaf van de admiraal, werden afgestaan.
Ten aanzien van de herkomst der stukken, merkte Bakhuizen van den Brink in zijn rapport aan de minister op, dat hem bij het doorzien van de levensbeschrijving was voorgekomen, dat de heer Q.M.R. Ver Huell, aan wie de admiraal zijn papieren had nagelaten, van de door het Algemeen Rijksarchief aangekochte stukken geen kennis had gedragen, daarbij het vermoeden uitende dat de overgenomen stukken de admiraal waarschijnlijk ontvreemd waren geworden [3]
Sedert 1855 berust op het Algemeen Rijksarchief een verzameling papieren, afkomstig van de vice-admiraal Carel Hendrik graaf Ver Huell, welke op last van de toenmalige ministers van Oorlog werden aangekocht van de boekhandelaar Le Febvre te Parijs. De collectie omvatte, zoals zij te koop werd aangeboden, 16 nummers, gedeeltelijk ontleend aan de opschriften, door de admiraal eigenhandig op sommige omslagen geplaatst. In het rapport, door Bakhuizen van den Brink aan de minister van Binnnenlandse Zaken na de overkomst van de stukken uitgebracht, verklaarde de archivaris des Rijks zich niet gebonden te hebben geacht aan de oorspronkelijke nummers, maar een andere verdelen "naar de officieele betrekkingen, achtereenvolgens door den beroemden krijgsman bekleed, te hebben aangenomen [1]
In 1881 verwierf het Algemeen Rijksarchief door schenking van de nagelaten familiebetrekkingen van jhr. H.C.A. Ver Huell een collectie papieren, afkomstig van de kapitein ter zee Christiaan Anthonie Ver Huell, een oudere broer van de admiraal, welke deze bijeen had gebracht als lid van de militaire commissie, in het laatst van de 18e eeuw naar Indië gezonden om de militaire etablissementen aldaar te inspecteren
Eindelijk werd in 1930 van de gemeente Arnhem een verzameling papieren ontvangen, aangetroffen onder de door mr. A.W.M.C. (de bekende Alexander) Ver Huell nagelaten en in het gemeentemuseum aldaar bewaarde bescheiden, welke na het overlijden van de schout-bij-nacht Ver Huell op zijn zoon Alexander waren vererft, die ze op zijn beurt aan de gemeente Arnhem had vermaakt. Bij deze bezending bevonden zich, behalve de in 1855 door het Algemeen Rijksarchief verworven stukken, die op aanraden van Bakhuizen van den Brink aan de schout-bij-nacht Ver Huell waren afgestaan, verscheidene stukken, door dezelfde bijeengebracht, betreffende gebeurtenissen uit het leven van de admiraal, zo mede betreffende de nalatenschap van zijn oom, als ook enige stukken afkomstig van Christiaaan Anthonie Ver Huell, waaraan in het begin van 1932 nog diens overige papieren, voor zover aangetroffen in de inmiddels naar het Rijksarchief in Gelderland overgebrachte collectie Alesander Ver Huell, zijn toegevoegd.