Inventaris van de archieven van de gewestelijke besturen in de Bataafs-Franse tijd, 1795-1807, en hiermee samenhangende commissies, 1782-1802
Bataafs-Franse tijd - Zaken van Oost-Indische Compagnie

Beschrijving van het archief

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

c. Samenstelling, taken en bevoegdheden van de Comissie
Een dag nadat de Staten-Generaal hun goedkeuring aan het plan gegeven hadden werden de Hollandse gecomitteerden door de prins benoemd en door de Staten van Holland aangesteld. Het waren Gerlach Jan Doys van der Does, lid van de Ridderschap en gecommitteerde ter Provinciale Rekenkamer, Pieter Hendrik van de Wall, oud-burgemeester van Dordrecht, Joachim Rendorp, burgemeester van Amsterdam, en Hendrik van Stralen, secretaris van Gecommitteerde Raden van het Noorderkwartier. [1]Rendorp, die eind 1792 overleed, werd op 5 april 1793 opgevolgd door de Amsterdamse burgemeester Willem Gerrit Dedel. [2]De Zeeuwse gecommitteerden, Jacob Hendrik Schorer, pensionaris van Middelburg, en Daniël Pieter de Mauregnault, burgemeester van Veere, werden pas op 16 juni dooor Willem V aangewezen en op 21 juni door de Staten van Zeeland aangesteld. [3]Op 12 februari 1794 nam Jacob van Houtte, secretaris van de Provinciale Rekenkamer, de plaats in van De Mauregnault, die toen al twee jaar vacant was. [4]Alle staatsgecommitteerden kregen van hun provincies geloofsbrieven als extraordinaris gedeputeerden ter Staten-Generaal. [5]
De Staatscommissie werd belast met het toezicht op het bestuur van de Oost-Indische Compagnie in het algemeen en het behoorlijk gebruik van de Hollandse en Zeeuwse subsidies in het bijzonder. Bewindhebbers moesten over alle belangrijke zaken met haar overleggen en haar inzage geven in alle stukken. Haar leden moesten regelmatig rapport uitbrengen aan de Staten van hun provincies. [6]Desgevraagd dienden zij hun lastgevers van advies.