Inventaris van de archieven van de gewestelijke besturen in de Bataafs-Franse tijd, 1795-1807, en hiermee samenhangende commissies, 1782-1802
Bataafs-Franse tijd - Zaken van Oost-Indische Compagnie

Beschrijving van het archief

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

d. Huishoudelijke zaken en besluitvorming
De Hollandse gecommitteerden gingen meteen na hun aanstelling aan de slag. Op hun voorstel besloten de Staten van Holland op 23 juli 1790 voor de Hollandse kamers een nieuwe lenig van tien miljoen te garanderen. [1]
Overleg met de nog maar net aangestelde Zeeuwse gecommitteerden had niet plaatsgevonden. De Staten van Zeeland, voor een voldongen feit geplaatst, protesteerden tegen de gevolge procedure, maar waren verplicht voor de kamer in Middelburg een lening naar evenredigheid te garanderen. [2]
Pas op 12 augustus 1790 hielden de Hollandse en Zeeuwse gecommitteerden hun eerste gemeenschappelijke vergadering. Daar werden onder meer de huishoudelijke zaken geregeld. De Hollanders hadden tot dan toe voor het schrijfwerk de klerken gebruikt die de commissie tot de quoten hadden bediend. [3] Nu werd besloten uit de klerken van de compagnie een amanuensis te kiezen. Nadat de eerste kandidaat, Albertus Arend Hoefhamer, die zich "in de vorige troubles" bleek te hebben "misdragen", was afgevoerd nog voordat hij zijn werkzaamheden had kunnen beginnen, werd op 24 september 1790 Willem Abeleven als amanuensis aangesteld. Als VOC-klerk bleef hij toegang houden tot de archieven van de Compagnie. [4] De voormalige compagnieasadvocaat Boers trad op 13 oktober 1790 in functie als advocaat-consulent van de commissie. [5]
De Staatscommissie was, ook na augustus 1790, niet meer dan een overlegorgaan van een Hollandse en een Zeeuwse personele of staatscommissie. Deze commissies dienden hun eigen staatsrapporten in bij de Staten van hun gewesten, beschikten over enkele gemeenschappelijke faciliteiten en kwamen alleen bij elkaar als er zaken van groot gemeenschappelijk belang aan de orde waren. Hun samenwerking was niet meer dan een institutionalisering van de samenwerking die tussen hun voorgangsters van 1788 had bestaan. Holland, dat tweemaal zoveel gecommitteerden leverde als Zeeland, domineerde. De Hollander Van der Does was het eerste lid van de Staatscommissie en Den Haag was haar standplaats. De notulenregisters bevatten voor het overgrote deel de besluiten van de vergaderingen van de Hollandse gecommitteerden en voor een gering deel de besluiten die samen met de Zeeuwen waren genomen. Vrijwel altijd ging het initiatief van de Hollanders uit.
Idealiter verliepen de communicatielijnen tussen de gecommitteerden en de Statenvergaderingen als volgt. Waren subsidieaangelegenheden aan de orde, dan stelden de Hollandse gecommitteerden eerst een plan op tot steunverlening door de Staten van Holland aan de Hollandse kamers. Ze verzochten dan hun Zeeuwse collega's de Staten van Zeeland voor te stellen hun kamer naar evenredigheid te subsidiƫren en dienden hun plan in bij de Staten van Holland. De Staten van Holland keurden het plan goed en schreven de Staten van Zeeland dat zij van hen een evenredige subsidie verwachtten. De Staten van Zeeland tenslotte, door hun gecommitteerden inmiddels van de plannen op de hoogte gebracht, sloten zich bij de Hollandse resolutie aan.
In veel gevallen vond tussen de Hollandse en de Zeeuwse gecommitteerden geen overleg plaats. De Hollandse gecommitteerden deden in die gevallen een voorstel aan de Staten van Holland, die hierop een resolutie namen en deze aan de Staten van Zeeland overbrachten. Na advies van hun gecommitteerden te hebben ingewonnen sloten de Staten van Zeeland zich bij de Hollandse resolutie aan of stelden zij hun Hollandse collega's van hun bezwaren op de hoogte. Na advies van zijn gecommitteerden nam Holland dan een finale resolutie.
Overleg met de Heren Zeventien werd in principe door de voltallige commissie gevoerd. Met de Hollandse kamers en de kamer Zeeland daarentegen werd respectievelijk door de Hollandse en Zeeuwse gecommitteerden afzonderlijk beraadslaagd. Uitgaande brieven werden door Abeleven namens de hele commissie ondertekend, ook al gingen ze in feite alleen van de Hollanders uit.