Familie-Archief van Slingelandt-de Vrij Temminck

Beschrijving van het archief

Archiefvorming

Geschiedenis van het archiefbeheer
Omtrent de vorming der verzameling valt het volgende op te merken:
De stukken van Govert van Slingelandt zijn na zijn dood naar alle waarschijnlijkheid voor het merendeel overgegaan op zijn zoon Govert Johan, daar deze een aantal van die stukken, speciaal betreffende justitiële aangelegenheden, beschreven heeft in in een inventaris, nu te vinden onder inv.nr. 302
De papieren van Simon kwamen na het overlijden van zijn zoon Govert Simonsz., die geen mannelijke nakomelingen had, aan diens schoonzoon, Philip Jacob van der Goes, vroedschap en burgemeester van Rotterdam, gehuwd met Suzanna van Slingelandt, dochter van de genoemde Govert Simonsz. (Staatkundige geschriften door mr. S. van Slingelandt, deel I, pag II). Tenslotte raakten al deze stukken in het bezit van Aelbrecht van Slingelandt, die ze voegde bij die van zijn grootvader Govert Johan, zijn vader Johan Diederik en zijn eigen stukken
Na het kinderloos overlijden in 1785 van zijn oom van vrouwszijde, de Amsterdamse burgemeester, Egbert de Vrij Temminck, kreeg hij nog diens omvangrijk archief (Aelbrecht van Slingelandt was gehuwd met Helena Slicher, dochter van Hieronymus slicher en Catharina Temminck, halfzuster van Egbert).
Na de dood van Aelbrecht ging zijn archief vermoedelijk over op zijn oudste zoon Hieronymus, daar ook van deze Amsterdamse secretaris nog enige stukken aanwezig zijn, en daarna op diens zoon Hieronymus Nicolaas. Na het kinderloos overlijden van de laatste in 1844 kwam het archief waarschijnlijk aan de neef van Hieronymus Nicolaas, namelijk Aelbrecht Johan, die bij dit archief nog de papieren van zijn vader Johan Diederik Barthout, jongste zoon van Aelbrecht van Slingelandt voegde. Deze Johan Diederick Barthout was als commissaris bij de ramp van Leiden in bezit gekomen van verschillende stukken betreffende die zaak (R. Fruin. De Gestie van Dr. R.C. Bakhuizen van den Brink als archivaris des Rijks 1854-1865, pag 99.vlg.); deze stukken, zijnde van geen waarde, werden na de afstand van de verzameling Van Slingelandt aan het Algemeen Rijksarchief vernietigd. Na de dood van Aelbrecht Johan in 1856, kwam het archief , daar de tak van de familie Van Slingelandt, afstammend van Johan Diederik (1703-1757) was uitgestorven, aan een afstammeling van Govert, broer van Johan Diederik, nl. Diederik van Slingelandt.
Hoe er zich stukken van François en Hendrik Fagel, Pieter van Bleiswijk en Wigbolt Slichter de jonge in het archief Van Slingelandt bevinden, is uit de inhoud van de stukken niet duidelijk gebleken.
Wel hebben er familiebetrekkingen tussen enige van deze personen en de familie Van Slingelandt bestaan. Een dochter van Govert van Slingelandt, Elisabeth, was gehuwd met de griffier François Fagel. Wigbolt Slicher was een oudoom van Helena Slicher, gehuwd met Aelbrecht van Slingelandt
De stukken van Pieter van Bleiswijk handelen alle over Zeeuwse aangelegenheden. Daar op één stuk de notitie voorkomt: "aan de Pens. van Berkel", is het zeer goed mogelijk, dat de stukken door Van Bleiswijk en door de relatie van Van Berckel en De Vrij Temminck tenslotte in het bezit van de laatste geraakt zijn, hoewel dit niet positief uit aantekeningen op de stukken of uit de papieren van De Vrij Temminck blijkt (vgl. het inv.nr. 611 met het inv.nr. 519)
Ook de stukken van de griffier Hendrik Fagel zullen zeer waarschijnlijk door E. de Vrij Temminck in het archief van Van Slingelandt gekomen zijn, daar enige stukken behalve aantekeningen van De Vrij Temminck ook aantekeningen van Hendrik Fagel hebben.
Naar aanleiding van de aanwinst van 1857 heeft de toenmalige Rijksarchivaris, R.C. Bakhuizen van den Brink, een kort overzicht van de inhoud gegeven (Kunst en Letterbode van 1857, no. 18, en daaruit overgenomen in Studiën en Schetsen, deel IV, pag. 304 vlg.). Een wat uitgebreider overzicht, uittreksel uit de brief van de Rijksarchivaris aan de minister van Binnenlandse Zaken d.d. 6 oktober 1857, is te vinden in De Gestie, pag 97 vlg.
Volgens de vroeger gevolgde methode van archiefordening is een groot gedeelte van de stukken in de verschillende afdelingen van het Algemeen Rijksarchief ingevoegd. Zo in het archief van de Raad van Staten stukken van Govert en Simon van Slingelandt, in het archief van de Staten-Generaal (Legatiearchief) stukken van Govert, in het archief van de Staten van Holland, stukken van Govert en Simon, in de Koloniale archieven stukken van Simon en Egbert de Vrij Temminck, in het Admiraliteitsarchief eveneens stukken van De Vrij Temminck, in het archief van het Hof van Holland stukken van Govert Johan en Johan Diederik van Slingelandt. Van deze invoegingen in 1857 en volgende jaren werd van de stukken van Govert van Slingelandt en E. de Vrij Temminck geen of maar vluchtige aantekening gehouden
Verder is een gedeelte, meer speciaal op Amsterdamse zaken betrekking hebbend, in 1862 aan het gemeentearchief van Amsterdam afgestaan, op voorwaarde dat van deze stukken ten allen tijde inzage verleen kon worden (De Gestie, pag. 217). Deze gehele verzameling werd toegeschreven aan mr. Aelbrecht van Slingelandt en kwam als zodanig aan het Amsterdamse archief. In werkelijkheid was het grootste gedeelte echter niet afkomstig van deze Amsterdamse secretaris, maar van burgemeester E. de Vrij Temminck, van wie nog een zeer groot aantal stukken in het Algemeen Rijksarchief bleef berusten, wel meer in het bijzonder betreffende generaliteitszaken en van minder specifiek Amsterdams stedelijk beland, maar die scheiding was toch weinig consequent doorgevoerd.
Wat ten slotte overbleef, is in 1904 door Th. Morren als familiearchief Van Slingelandt beschreven (MS. inventaris)
In 1857 werd door D. Baron van Slingelandt aan het Rijk afgestaan het archief van de familie Van Slingelandt en aanverwante personen