Familie-Archief van Slingelandt-de Vrij Temminck

Beschrijving van het archief

Archiefvorming

Verantwoording van de bewerking Gedurende de nieuwe ordening, waarbij dankbaar gebruik werd gemaakt van de gedeeltelijke, voorlopige beschrijving (speciaal van het meer beperkte familiearchief) door mejuffrouw C.B. Smit, thans mevrouw Vellinga-Smit, bleek in de eerste plaats dit archief veel meer te bevatten dan het in de inventaris Morren genoemde. Vervolgens werd zoveel mogelijk getracht de ingevoegde stukken op te sporen, om de oude toestand van het archief te herstellen, wat voor een groot gedeelte, maar niet geheel gelukte. Tot grondslag dienden allereerst enige 18e eeuwse inventarissen. Het bleek namelijk dat oa. Aelbrecht van Slingelandt een groot gedeelte van de in zijn bezit gekomen papieren beschreven heeft in de inventarissen, waarvan nu nog enige aanwezig zijn, te vinden onder de inv.nrs. 412, 432 en 415 sub a, nl. de stukken van hemzelf en Egbert de Vrij Temminck in inventaris inv.nr. 412 en enige stukken van zijn vader, Johan Diederik, betreffende diens functie als raad van Brabant in inventaris inv.nr. 413. Voor de inhoud van inventaris inv.nr. 415A zie hieronder. Er moet van de stukken van Johan Diederik een veel uitgebreider inventaris bestaan hebben, waarvan nu nog alleen een gedeelte van de nummering die op losse omslagen aangebracht was, over is. Zo heeft A. van Slingelandt ook de bundel stukken van Wigbolt Slicher geïventariseerd, waarvan de inventaris echter verloren is geaan Van een gedeelte van de stukken van Simon van Slingelandt zijn verschillende 18e eeuwse inventarissen aanwezig, te vinden onder de inv.nrs. 414 en 415. Inv.nr. 415 sub a is een een lijst, geschreven door Aelbrecht van Slingelandt in 1769, namelijk een notitie van de papieren, door hem gevonden in het huis van de overleden Govert Simonsz. Voornamelijk bevat deze lijst de staatkundige verhandelingen, hoewel hierop toch enige geschriften voorkomen, die later niet opgenomen zijn in de gedrukte Staatkundige Geschriften, uitgegeven in 1784 en 1785. Verder is er een kort overzich van de diplomatieke correspondentie van Simon van Slingeland (inv.nr. 415 sub b), een inhoudsopgave van een portefeuille met stukken, die vermoedelijk gediend hebben al materiaal voor het samenstellen van zijn staatkundige verhandelingen (inv.nr. 415 sub c), een verkorte kopie van de lijst van Aelbrecht van Slingelandt (inv.nr. 415 sub e), een fragment: Inhoud der Staatkundige Geschriften (inv.nr. 415 sub f), een lijst van stukken, waarbij enige van Simon van Slingelandt (inv.nr. 415 sub d) en tenslotte een "Aanteekening van de stukken, afkomstig van mr. Simon van Slingelandt, die 24 maart 1785 aan den heer Bisdom ter inzage zijn verstrekt" (inv.nr. 414). Al deze inventarissen zijn van onbekende hand en dateren vermoedelijk uit het einde van de 18e eeuw Tot verdere leidraad om het geseponeerde terug te vinden, diende het Overzicht van Bakhuizen van de Brink, uiteraard echter zeer summier. In de inventaris Morren bevinden zich enige lijsten van ingevoegde stukken, een lijst van de stukken in 1862 aan het gemeentearchief Amsterdam afgestaan, verder lijsten van stukken, ingevoegd in het archief van de Raad van State, Staten van Holland en Hof van Holland. Maar bij de ordening en beschrijving bleek ook hier, dat het ingevoegde veel meer moest omvatten, dan wat deze lijsten vermelden. Daarentegen waren sommige wel genoemde stukken niet te vinden, zo enige stukken van de Amsterdamse lijst en van die van het Hof van Holland. In het archief van het laatste college leverde de collectie Verspreide Stukken Hof van Holland een groot aantal Slingelandt papieren op, maar er schijnen ook nog aantekeningen betreffende processen tussen de civiele en criminele processen gevoegd te zijn, waarvan het terugzoeken te tijdrovend was Enige bezwaren deden zich bij deze opsporingsarbeid voor, in het bijzonder bij de stukken van Egbert de Vrij Temminck, ingevoegd in het Koloniaal archief, die betrekking hebben op zijn functie als bewindhebber van de Oost-Indische Compagnie. Deze stukken waren oorspronkelijk niet bijeen gehouden, maar met andere collecties van het Koloniaal archief vermengd. Door dr. H.T. Colenbrander is de verzameling later weer zoveel mogelijk in haar oude vorm hersteld en beschreven in een inventaris (M.S.). Uit deze verzameling zijn van de Temminck-papieren, waarin verscheidene stukken waren opgenomen, die oorspronkelijk niet tot de papieren van De Vrij Temminck behoord hebben, alleen de stukken, welke ongetwijfeld van De Vrij Temminck afkomstig waren, gelicht. Maar zo goed als deze stukken tussen de papieren van De Vrij Temminck geraakt waren, zo goed kunnen er zich nog andere stukken van De Vrij Temminck in verdere collecties bevinden. Daarom is de beschrijving van de stukken zo globaal mogelijk gehouden en verwezen naar de geschreven inhoudsopgave, bij de portefeuilles gevoegd, overgenomen uit de inventaris Colenbrander, zodat ten allen tijde stukken gelicht of ingevoegd kunnen worden. Verder was het soms zeer moeilijk een scheiding te maken tussen de stukken van Govert en Simon van Slingelandt, daar Simon enkele stukken van zijn vader voor het samentstellen van de Staatkundige Geschriften gebruikt schijnt te hebben. Bij de nieuwe ordening zijn de stukken uit het Amsterdamse gemeentearchief geraadpleegd en beschreven en te samen met de in het Algemeen Rijksarchief berustende geïventariseerd (deze stukken vormen de inv.nrs. 337, 395, 399-404, 406-410, 417, 422, 424, 425, 434-452, 454-472 [uitgezonderd 470 d g, j,n,q], 475, 478, 481, 482, 484, 485, 487, 489, 491, 494-496, 498, 502, 506, 509, 523, 543, 545-548, 550, 568, 571, 577, 584, 585). Een korte beschrijving van deze collectie De Vrij Temminck is te vinden in de Inventaris van het Amsterdamsche Archief door P. Scheltema, deel III, pag. 128 vlg. (zie ook Hoofdstuk Stadsbestuur, pag 26 en 27). Evenals in het Rijksarchief was ook hier deze verzameling niet bijeen gehouden, maar verspreid over verschillende collecties van het archief en de archiefbibliotheek. Zo kon niet alles teruggevonden worden van het bij Scheltema vermelde en ontbreken ook enige stukken van de lijst, in 1862 bij de afstand opgemaakt te vinden in de inventaris Morren. De stukken van Wigbolt Slicher komen voor op de lijst van de aan Amsterdam afgestane stukken. Bij de inventarisering hebben de oude 18e eeuwse inventarissen, waar dit mogelijk was, tot leidraad gediend Vooral de raadpensionaris schijnt zijn diplomatieke correspondentie met grote zorg geordend te hebben en gerangschikt naar de hoven, van waar hem de gezanten schreven. Maar juist dit gedeelte van het archief heeft zeer geleden, waardoor vele stukken bijna onleesbaar zijn geworden. Een belangrijk deel van de minuten van de brieven aan de gezanten schijnt geheel vernietigd te zijn. Van de meest beschadigde stukken bestaan moderne afschriften. Deze zijn buiten de eigenlijke inventaris gehouden, maar opgenomen in een appendix Verantwoording van de EAD-bewerking Bij het bewerken van de gedrukte inventaris voor EAD zijn enkele kleinere aanpassingen doorgevoerd. De spelling is gemoderniseerd (met uitzondering van het overnemen van oude titels) en de vele N.B.'s zijn daar waar mogelijk opgenomen in de beschrijving. In de enkele gevallen waarin een N.B. geen toegevoegde informatie bevatte is deze weggelaten Aan de volgorde van de beschrijvingen is niets gewijzigd, alhoewel deze volgorde niet altijd duidelijk is. Binnen de rubrieken zijn de stukken niet altijd chronologisch geordend. Beschrijvingen zijn ook niet altijd logisch. De ene keer wordt een oude titel gebruikt, de andere keer een moderne beschrijving. Ook hierin is verder geen wijziging aangebracht door de EAD-bewerker