Voorlopige inventaris van de archieven van de VOC - kantoren Malabar, Coromandel, Surat en Bengalen en rechtsopvolgers (zogenaamde "Dutch Records") (1647 - ) 1664 - 1825 ( - 1852)

Beschrijving van het archief

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Malabar
Het kantoor Malabar (grofweg de huidige deelstaat Kerala) werd bestuurd door een Commandeur (een soort Gouverneur, maar met minder territoriale macht) en Raden, gevestigd in Cochin. Peper was het belangrijkste handelsproduct van Malabar. De Nederlanders verschenen in 1603 voor het eerst in het gebied en kleine posten werden opgezet te Vengurla en Kayankulam, respectievelijk in 1637 en 1647. In de jaren '60 van de zeventiende eeuw nam de aanwezigheid van de VOC in de regio serieuze vormen aan toen de Compagnie de Portugezen verdreef en Quilon en Cranganur veroverde in 1661 en Cochin en Cannanore in 1663. Een groot aantal andere posten strekte zich uit van Barcelore (Kanara kust) in het noorden tot Tengapattanam in het zuiden. Onder de belangrijkere posten waren Purakkad, Chetwai en Azzhikodu. Vanaf 1676 behoorde ook Vengurla tot Malabar, nadat het eerst direct bestuurd was vanuit Batavia (tot 1673) en vervolgens vanuit Surat (1673 - 1676). Tot aan 1669 vielen alle posten in Malabar onder het kantoor Ceylon. The VOC onderhield nauwe contacten met vele heersers in Malabar, waarvan die van Cochin, Travancore, Calicut en Mysore de prominentsten waren. Na de verloren oorlog tegen Travancore in de vroege jaren '40 van de achttiende eeuw nam de Compagnies macht geleidelijk af. Tussen 1770 en 1790 werden de forten te Cannanore en Cranganur verkocht aan de lokale heersers. Cochin en Quilon werden tenslotte overgedragen aan de Britten in 1795.