Voorlopige inventaris van de archieven van de VOC - kantoren Malabar, Coromandel, Surat en Bengalen en rechtsopvolgers (zogenaamde "Dutch Records") (1647 - ) 1664 - 1825 ( - 1852)

Beschrijving van het archief

Archiefvorming

Geschiedenis van het archief

Chinsura
Ook wel aangeduid met "Dutch Records transferred from Bengal", vormen inv. nrs. 981, 1673 - 1763 de overblijfselen van de archieven van de vestiging te Chinsura nabij Hooghly. Afgezien van materiaal in de categorie documentatie, beslaan ze de jaren 1655 - 1852. Nadat de Nederlanders in 1825 Chinsura hadden verlaten, bleven er "Nederlandse" stukken gevormd worden, voornamelijk door de Judicial Council en handelend over Nederlanders die in Bengalen waren gebleven. Met uitzondering van inv. nr. 981, waarvan de beheersgeschiedenis niet duidelijk is, werden de stukken bewaard in het kantoor van de District Judge te Hooghly tot 1928, toen ze overgebracht werden naar het Department of the Archives van de Bengal Secretariat in Calcutta, samen met een aantal Deense archiefstukken. Bij die gelegenheid werd voor het eerst een lijst samengesteld van een deel van het materiaal, die echter geen onderscheid maakte tussen Nederlandse en Deense stukken en dientengevolge vrijwel onbruikbaar was.
In zijn Compagniebescheiden en aanverwante archivalia in Britsch - Indië en op Ceylon (blz. 59 - 72) (zie de inleiding bij de Surat - archieven) geeft J. van Kan gedetailleerde beschrijvingen van de Chinsura - archieven (op dat moment 86 stukken), waarbij hij ze in twee series verdeelt:
A: stukken vermeld en genummerd in de bovengenoemde lijst uit 1928 (genummerd 26, 44 - 45, 46 - 46a, 47 - 50, 51a, 52 - 53, 54a - h, 55 - 64, 66 - 77, 80 - 87, 106);
B: stukken niet genoemd in die lijst en daarom genummerd door Van Kan (1 - 35).
In 1930 (nadat Van Kan zijn onderzoek had afgerond maar voordat hij het publiceerde) werden de archieven overgebracht naar de Imperial Record Office en in 1931 naar Madras. Hier werden ze opnieuw genummerd, volgend op nummering van de VOC - archieven van Malabar, Coromandel en Surat. Samen met de stukken overgebracht uit Surat werden ze nogal oppervlakkig beschreven in een in 1939 door J. Fruytier opgestelde lijst, die werd uitgegeven te Madras in 1952 als Supplementary Catalogue of Dutch Records. Zoals blijkt uit dit werk, waren op dat moment nog meer Britse documenten bij de Nederlandse stukken uit Bengalen gevoegd (waarschijnlijk tijdens hun verblijf in de Imperial Record Office), kennelijk simpelweg omdat ze Nederlandse aangelegenheden betroffen. Sommige van deze documenten zijn ook beschreven door Van Kan in Compagniebescheiden maar logischerwijze worden ze daar nog vermeld als behorend tot de stukken van het Britse Foreign Department te Calcutta (blz. 41 - 55). De overzichten van Van Kan en Fruytier verschillen echter aanzienlijk van elkaar, niet alleen met betrekking tot hun structuur, maar ook wat betreft hun inhoud. Diverse stukken die Van Kan heeft beschreven lijken niet opgenomen te zijn in de lijst van Fruytier, terwijl deze laatste een aantal stukken noemt die Van Kan blijkbaar nooit heeft gezien.