Inventaris van het College van Heemraden te Batavia, (1664) 1682 - 1807 (1809)

Beschrijving van het archief

Geschiedenis van de archiefvormer
OPRICHTING, SAMENSTELLING EN OPHEFFING VAN HET COLLEGE VAN HEEMRADEN
Het College van Heemraden over de landerijen van Batavia [1] werd bij resolutie van 19 september 1664 door de Hoge Regering opgericht. Het was samengesteld uit de landdrost en drie leden uit de Raad van Indië [2] De redenen voor de oprichting waren het tegengaan van de illegale uitbreiding van landerijen en bezittingen buiten Batavia, buiten de grenzen die waren bepaald in de verleende erfbrieven, het behoud van Compagnies rechten op nog niet uitgegeven gronden, de afdoening en beslechting van geschillen tussen landeigenaren over limietscheidingen, en de noodzaak tot ondersteuning van de landdrost in het bestuur van de in omvang sterk gegroeide Ommelanden. De autoriteit van de Heemraden strekte zich uit over al het gebied onder bestuur van de Compagnie rond de stad Batavia.
Na 1672 schijnt het College te zijn opgeheven [3]. Op 13 oktober 1679 werd het weer heropgericht onder de titel College van president en heemraden van Batavia's ommelanden, zonder verder jurisdictie, maar uitsluitend om zorg te dragen voor de aanleg van een ringsloot om Batavia [4]. In 1680 kreeg het college een instructie van de Hoge Regering waarin de bevoegdheden weer werden uitgebreid.
In het begin van het jaar 1684 bezuinigde de Hoge Regering flink op de uitgaven en het personeel van het college. De heemraden hadden betalingsachterstanden voor verrichte werken en zonder steun van de Compagnieskas kon men de begroting niet dekkend maken. Op 26 september 1684 besloot men het bestaande college te "dissolveren" wegens ineffectiviteit. Maar in dezelfde vergadering werd ook besloten een nieuw college op te richten, vooral vanwege het belang van de arbitrage in grensgeschillen, met een Raad van Indië als president en de landdrost en "de capitains van de buitenforten" als leden [5]. Uit de "beste ingelanden van beide zijden van Batavia" zouden later de andere leden gekozen worden. Een jaar later werden inderdaad twee extra heemraden aangesteld, en bestond toen uit 11 personen. In 1700 werd dit weer teruggebracht tot 9 leden.
Het College was in 1766 samengesteld uit een president, zijnde een Raad van Indië, een vice-president (gewoonlijk de landdrost) en zeven leden; drie Compagnies-dienaren (waaronder meestal de "fabriek", een soort hoofd van Openbare Werken) en vier burgers . Ze vergaderden doorgaans een maal per week, waarbij iedere burger het recht had voor het college te verschijnen. In de regel bleven de Heemraden in functie tenzij ze tot een hoger ambt geroepen werden. Het college werd bijgestaan door een secretaris en twee boden [6]. In 1680 werd een landmeter aangesteld, waarschijnlijk naar aanleiding van de opdracht tot het maken van een algemene kaart. Later werden meer. landmeters aangenomen. Deze gingen in 1778 over naar een zelfstandig landmeterscomptoir.
Gouverneur-generaal Daendels hief het college op 7 februari 1809 op en voegde het samen met het College van Schepenen. Een gedeelte van de oude taken werd overgenomen door de Commissaris voor de Zaken van de Inlanders.
TAKEN
In de eerste bekende instructie van 23 juli 1680 is sprake van drie taken. De eerste taak had te maken met landbezit. Het College gaf adviezen over schenkingen van land door de VOC. Het had tevens de judiciële autoriteit over alle geschillen betreffende limietscheidingen (erfgrenzen) en eigendomsdisputen van de in de ommelanden van Batavia gelegen landerijen en grondstukken en trad op als arbiter in eigendoms- en bezitskwesties. Op zaken van enig belang stond de mogelijkheid van appel op de Raad van Justitie open. Transporten van grondstukken moesten ter kennis van het college worden gebracht. De tweede taak van Heemraden was de zorg voor de bouw, aanleg en onderhoud van wegen, bruggen, grachten, sloten, dijken en dammen in het gebied. Opdrachten voor werken werden gegeven door de Hoge Regering ,die ook de finale goedkeuring had. De werken werden gefinancierd via opbrengsten verkregen uit heffingen en omslagen op grondbezit, hiervan moest het college eenmaal per jaar verantwoording afleggen ten overstaan van gecommitteerden van de Hoge Regering Tenslotte was het College verantwoordelijk voor de publieke veiligheid in het gebied. Zij stelde o.a. de nominatie van de kandidaat-wijkmeesters op, waaruit de Hoge Regering een keuze maakte . Aan het einde van de 18e eeuw strekte haar bemoeienis zich ook uit tot de volksgezondheid. In die 18e eeuw ontwikkelde het College van Heemraden zich meer en meer als een lokaal bestuur. Het heeft dan o.a. het opzicht over de suikercultures en -molens en verpacht deze ook. De weg- en waterbouw wordt verder uitgebreid, wat blijkt uit de toename van resoluties van de Hoge Regering over dit onderwerp.
Op 25 juli 1680 werd het College door de Hoge Regering opgedragen een "generale pertinente caerte" van Batavia te maken. Dit kan gezien worden als de eerste poging om een kadastrale boekhouding in te voeren [7]. In de inventaris van ca 1732 (zie inv.nr55 ) wordt een groot aantal kaarten genoemd, waarvan een deel bewaard is gebleven. Deze zijn door landsarchivaris De Haan in zijn collectie opgenomen.
1664 - 1670 niet bekend, wellicht geen functie van president
1670 - 1670 oktober 13college opgeheven
1679 oktober 13 - ???? Dirk Blom
1681 maart 8 - 1682 februari 25Willem van Outshoorn
1682 februari 25 - 1682 augustus 11Joan Camphuis Hij heeft zijn functie nooit kunnen uitoefenen door langdurige ziekte.
1682 augustus 11 - 1682 oktober 30 Joan van Hoorn
1682 oktober 30 - 1685 april 22Robbert de Vicq
1685 mei 5 - 1687 juli 22Joan van Hoorn In de resoluties van de Hoge Regering komt voor dat hem per 30 januari 1687 ontslag is verleend.
1687 juli 22 - 1696 april 14 (overl.)Isaacq de St. Martin
1696 mei 7 - 1700 januari 17Johannes Cops Hij zit nog wel de vergadering van 4 februari 1700 voor.
1700 januari 17 - 1704 juli 25Cornelis van der Duijn
1704 juli 25 - 1707 november 14 (overl.) Harman de Wilde
1707 november 21 - 1707 juni 1 (overl.) Bernard Phoonsen
1707 juni 25 - [1709 oktober 19 ] Abraham Douglas
1709-??-?? - 1718 november 13Hendrik Zwaardecroon
1718 november 22 - 1721 augustus 6 (overl.) Samuel Timmerman
1721 augustus 12 - 1723 mei ?? Cornelis Hasselaar
1723 mei ?? - 1723 oktober 22 Diederik Durven
1723 oktober 22 - 1726 september 10 Wijbrand Blom
1723 september 10 - 1728 februari 19 (overl.) Jacob Willem Dubbeldekop
1728 februari 22 - 1729 februari 13 (overl.) Pieter Gabrij Hij was het grootste gedeelte van zijn ambtsperiode ziek. De vergaderingen werden meestal voorgezeten door de vice-praeses Bogaert.
1729 februari 22 - 1734 september 3 Joan Francois de Witte van Schooten
1734 september 3 - 1735 september 27Adriaan Valckenier Hij heeft een groot aantal vergaderingen niet voorgezeten, aangezien hij ook belast was met de Generale Directie. Vice-praeses en landdrost Justinus Vinck leidde dan doorgaans de vergaderingen.
1735 september 27 - 1736 september 11 [overl.)Fredrik Julius Coijett
1736 september 11 - 1741 november 10 Johannes Thedens
1741 november 10 - 1743 maart 18 (overl.)Mr. Nicolaas van Berendregth
1743 juni 10 - 1752 juni 3Johannes Mattheus Huijssenaar
1752 juni 2 - 1755 april 15 Petrus Albertus van der Parra
1755 april 15 - 1760 december 18 (overl.) Andries baron van Hohendorff
1760 december 19 - 1762 april 30 Huijbert van Bazel
1762 april 30 - 1766 december 27 (overl.) Nicolaas Harting
1766 december 29 - 1774 februari 25 (overl.) Michiel Romp
1774 februari 25 - ???? Pieter Haksteen
[1778] - 1780 september 2 Hendrik Breton
1780 september 2 - [1791] David Johan Smith
1793- [1798] Arnold Andreas Gijsbert Wiegerman
???? - 1800 G.C. Fetmenger
1800 - ???? Nicolaas Engelhard
1801 - [1805?]Wouter Hendrik van IJsseldijk
1805 juni 18 - 1808 maart 30 Wijnand van Hoesen Bij besluit van 30 maart 1808 mochten Raden van Indië geen andere functies meer hebben.