Inventaris van het archief van de commissarissen-generaal S.C. Nederburgh, S.H. Frijkenius c.s. Van de Verenigde Oostindische Compagnie en Taakopvolgers. (Hoge Commissie) 1791 - 1799

Beschrijving van het archief

Inhoud en structuur van het archief

Verantwoording van de bewerking
De archivalia van de Hoge Commissie waren tot op de dag van vandaag summier beschreven in de inventaris van J.A. van der Chijs [1]. Doel van deze inventarisatie was dan ook de reconstructie en beschrijving van alle archiefmateriaal dat tot het archief van Hoge Commissie over de periode 1791-1799 behoort. De kwaliteit van de inventaris en de verpakking van het archiefmateriaal zouden van het niveau moeten zijn dat gebruikelijk is in de Nederlandse traditie.
De begincesuur van het archief is de benoeming van de vier commissarissen Nederburgh, Frijkenius, Alting en Van Stockum op 23 mei 1791. De eindcesuur is de datum van 28 september 1799 toen de commissie, op dat moment bestaande uit Nederburgh, Van Overstraten en Siberg, zichzelf ontbond.
Zoals gebruikelijk is, werd begonnen met de algemene series, zoals de notulen en de resoluties. Ook werd een groot aantal onderwerpcollecties [2], zoals 'Batavia', 'Regeering', 'Militaria', 'Reizen', 'Varia', e.d. doorgenomen op de aanwezigheid van archiefmateriaal van de Hoge Commissie. Het getraceerde materiaal werd fysiek uit deze series genomen en beschreven in deze inventaris. In de meeste gevallen betekende dat het einde van het bestaan van deze serie. (Zie bijlage 9 van de inventaris Hoge Regering voor een lijst van deze inventarissen.) De archiefbescheiden werden vervolgens beschreven door de betrokken projectmedewerkers. Zij noteerden niet alleen de archivistische beschrijvingskenmerken, maar ook de kenmerken van de materiële schade. Bij het beschrijven werd aangehaakt bij de Nederlandse traditie, aangevuld met een aantal nuttige uitgangspunten uit de ISAD-regels. Voor wat betreft de redactie van de archiefbescheiden werd gebruik gemaakt van de reguliere Nederlandse archiefterminologie. De archivistische beschrijvingen werden vervolgens gecontroleerd en ingevoerd in een database ('Noord-Hollands Archief Beschrijvings Systeem': NABS). Vervolgens werden de beschreven stukken in (zuurvrije) dozen en omslagen verpakt.
De aangetroffen archiefstukken die het resultaat waren van gecombineerde vergaderingen van de Hoge Regering met de Hoge Commissie (in de periode 1795-1799) zijn beschreven in de inventaris Hoge Regering, hoewel niet kon worden vastgesteld of de stukken deel hebben uitgemaakt van dit archief dan wel van het archief van de Hoge Regering.