Inventaris van het archief van de gouverneur-generaal en raden van Indië (Hoge Regering) van de Verenigde Oostindische Compagnie en taakopvolgers, 1612-1812

Beschrijving van het archief

Archiefvorming

Geschiedenis van het archiefbeheer

De volledigheid
Het archief van de Hoge Regering zoals dat beschreven is in deze inventaris, is zeker niet het archief dat er ooit is geweest. Deze inventaris geeft het beeld van een 'magere' vertegenwoordiging van archiefstukken uit de 17e eeuw, een 'redelijke' uit de 18e eeuw en een 'rijke' uit de 19e eeuw. Volgens Van der Chijs was het archief van het bestuur in de periode 1602-1816, voor wat de omvang betreft, een veelvoud (drie- of viermaal) van wat hij aantrof in 1880. Dat er zoveel archief verloren was gegaan, was volgens hem te wijten aan oorlogshandelingen, het vochtige klimaat, de vele insecten, de vele verplaatsingen, het ontbreken van goede archiefkasten en vervreemding. Ook het gebruik -in het begin van de 18e eeuw- van een bijtende inktsoort op basis van de gallusnoot, bracht grote schade toe aan het archief.
De onvolledigheid is te verklaren door grootschalige vernietiging in het verleden, het 'afdwalen' van archiefdelen naar andere archiefbeherende instanties zoals het Nationaal Archief van Nederland en het 'Koninklijk Instituut voor Taal- en Volkenkunde' (KITLV) te Leiden (Nederland). Ook is in het verleden een groot aantal archivalia abusievelijk beschreven in de zogenaamde 'Gewestelijke Archieven' die in het beheer zijn bij het ANRI. Het mag niet worden uitgesloten dat er zich in andere archieven uit de VOC-tijd ook nog stukken bevinden van de Hoge Regering. Tijdens deze inventarisatie is een groot aantal archiefstukken niet aangetroffen, die wel in de inventaris van Van der Chijs beschreven staat.
Voor wat het archief van de Hoge Regering betreft, werd het besluit tot vernietiging van archief soms ook ingegeven door het gebrek aan bergruimte in het kasteel Batavia, waar de Hoge Regering mèt haar archief zetelde. De grootste slag kreeg het archief te verwerken in de periode 1803-1812. Een inventaris uit 1803 beschreef nog veel archiefmateriaal van de buitenkantoren uit de periode van vóór 1790, maar een inventaris uit 1812 vermeldt hetzelfde materiaal in het geheel niet meer. Van der Chijs vermoedde dat de afbraak van het kasteel Batavia in 1810 aanleiding was geweest voor een grootscheepse vernietiging van archief.
Een andere oorzaak van de hoge mate van onvolledigheid van het archief is dat in de jaren 1862 en 1863 besloten werd de grootboeken van de boekhouder-generaal, archiefmateriaal van de Weeskamer, de Schepenbank en de Hoge Regering ('collectie Hoge Regering' [1]) naar het toenmalige Rijksarchief in Den Haag over te brengen. Ook bevinden zich archiefstukken van de Hoge Regering in de collectie van het KITLV in Leiden. [2]
De Gewestelijke Archieven van het ANRI zijn kunstmatig samengestelde collecties die zowel archiefmateriaal bevatten uit de VOC-periode als uit de periode daaropvolgend. Het materiaal uit de VOC-periode is samengesteld uit archivalia van de toenmalige buitenkantoren binnen de 'Indonesische' archipel en abusievelijk geplaatst materiaal van de Hoge Regering. Ook zijn er archivalia van een groot aantal buitenkantoren in de collectie van een ander buitenkantoor geplaatst. Dit is een direct gevolg van het door Van der Chijs toegepaste en later voortgezette 'herkomstbeginsel'. (Zie bijlage 7 voor een lijst van deze archieven.)